De bestuurlijke aanpak

Verslag van de eerste bijeenkomst (17 mei 2016) - Mastercourse Smart Cities

door: Peter Mom, 23 mei 2016

Een sluitende definitie van het containerbegrip smart cities valt nauwelijks te geven. Wel is duidelijk dat het om nieuwe technologische mogelijkheden gaat en het beleid daarop achterloopt. Ook dat zich spanning voordoet tussen de veelal nog verticaal georganiseerde overheden en de voor smart cities essentiële opgave om horizontale verbanden aan te gaan voor samenwerking en het delen van data.

José Manshanden en Frank Vieveen

José Manshanden, gemeentesecretaris a.i. gemeente Utrecht, en Frank Vieveen, programmamanager digitale economie bij de gemeenten Rotterdam


Marcel Thaens, onder wiens leiding de vier sessies van deze mastercourse over smart cities plaatsvinden, had bij aanvang voor de deelnemers een waarschuwing in petto. Thaens, bestuurskundige, bijzonder hoogleraar in Rotterdam en verbonden aan PBLQ, was op zoek geweest naar een sluitende definitie, maar had zijn speurtocht zonder veel resultaat moeten opgeven. Dat het om nieuwe technologische mogelijkheden gaat en het beleid daarop achterloopt, was hem wel duidelijk geworden. Ook dat zich spanning voordoet tussen de wijze waarop overheden veelal nog georganiseerd zijn – verticaal – en de voor smart cities essentiële opgave om horizontale verbanden aan te gaan voor samenwerking en het delen van data.

Het smartcityconcept wordt op nogal uiteenlopende manieren vormgegeven. In Utrecht bijvoorbeeld heerst de opvatting dat voor een smart city een smart government nodig is. Maarten Schurink, eind 2010 als dertiger aangetreden als gemeentesecretaris, vlak voor zijn optreden in deze mastercourse SVB-topman geworden en daarom nu vervangen door gemeentesecretaris a.i. José Manshanden, kreeg van laatstgenoemde alle credits voor een operatie, waarbij Utrecht gereed gemaakt is om smart te worden. In haar woorden: ‘De basis op orde’, waarvoor in 2011 een ambitieus traject is gestart. ‘Via B’ is die veranderaanpak gedoopt. Het omvat zaken als wijziging van de organisatiestructuur (om de verkokering in grote, niet met elkaar samenwerkende diensten te lijf te gaan en wendbaar te worden) en het in een wijkgerichte aanpak verwerven van een positie dichter bij de burger als opstap om met die burger samen te werken. “Dat moesten we leren,” aldus Manshanden.

Onderdeel van Via B is ook procesinnovatie en informatisering. Als eerste is daarbij gewerkt aan het moderniseren van de infrastructuur. De hele operatie, en zeker dit onderdeel, is daarbij zeer geholpen door de ingebruikname in 2014 van een nieuw stadskantoor naast station Utrecht Centraal, waardoor afscheid kon worden genomen van het ‘volkomen verouderde ICT-systeem’. Nu is er een papierloos kantoor en kan iedereen vanuit huis werken. Modernisering en digitalisering van werkprocessen loopt door tot 2018, het jaar waarin de derde fase van start moet gaan: datagedreven sturing. De invalsecretaris maakte duidelijk dat Utrecht op weg wil naar ‘een stip op de horizon’, maar dat nog niet helemaal helder is hoe daar te geraken. Soms zijn er experimenten voor nodig of onorthodoxe methoden. Zo kan het laag in de organisatie neerleggen van verantwoordelijkheden ontwikkelingen bespoedigen, omdat het verkrijgen van goedkeurende parafen in de hiërarchie wordt overgeslagen.

Martin Jansen is Utrechts kwartiermaker datagedreven sturing. Hij toonde zich erg content met de steun vanuit college en raad die er jaarlijks buiten de programmabegroting om twee miljoen instoppen en bij de voorjaarsnota en begrotingsbehandeling per commissiebrief worden geïnformeerd over gelukte en mislukte projecten. Die projecten kunnen (hij hield er eigenlijk een pleidooi voor) zeer bescheiden van opzet zijn en toch effectief. Zoals het smarter opruimen van weesfietsen, een in studentensteden virulent fenomeen. Boa’s checkten als automatisme elke Utrechtse straat twee maal per jaar op in de steek gelaten rijwielen en troffen er in een fors deel daarvan steeds geen aan. Informatiegedreven lopen ze nu vooral de weesfietsrijke straten na. In Overvecht was in een overleg tussen diverse disciplines ontdekt dat een vijftigtal bewoners tweewekelijks de huisarts frequenteert, die hen vervolgens naar een specialist verwees die op zijn beurt niks kon uitrichten. Nu stuurt de huisarts hen naar buurtzorg, zei Jansen.

Privacy en ethiek noemde hij ‘de achterkant van datagedreven sturing’. Een privacyfunctionaris adviseert vooraf over alle pilots. Nuttig, maar volgens het Utrechtse college (SP, GL, D66, VVD) niet genoeg. Het koppelen van datasets mag soms volgens de privacywetgeving toelaatbaar zijn, maar is dan nog niet meteen ethisch verantwoord, aldus Jansen. Er is een handleiding annex checklist in de maak.

Datagedreven sturen is niet voorbehouden aan de gemeente. Utrecht stelt 142 datasets aan de buitenwereld beschikbaar in een opendataportaal. Dat aantal moet dit jaar verdubbelen en volgend jaar naar 500 groeien. Een opendatacoördinator moet de data ‘bevrijden’ uit de systemen. Dat is niet overdreven uitgedrukt, maakte Jansen duidelijk. Het aantal applicaties mag van 1500 naar 750 zijn teruggebracht, data eruit krijgen is nog immer ‘een heel gedoe’. Nog een reden om pilots bescheiden te houden. Dan houd je de barrières ‘behapbaar’.

Rotterdam
Kennispartner KPN werkt met verschillende gemeenten aan de ontwikkeling van een smart city-aanpak. Tijdens de eerste bijeenkomst van de mastercourse stond ook de ‘case Rotterdam’ op het programma.

Waar Utrecht met 1200 downloads van opendatasets per jaar niet ontevreden is, wil het in Rotterdam met open data nog niet erg vlotten. “Over de schutting gooien werkt niet,” aldus Frank Vieveen, programmamanager digitale economie aldaar. Het publiek ontsluiten van data was zo ongeveer de enige overeenkomst tussen Dom- en Maasstad en dan verschilden die twee nog in de afname daarvan. Ze vormden daarmee al in de eerste sessie een mooie illustratie van Thaens’ aankondiging dat dé smart city niet bestaat.

Rotterdam probeert wel uit de pas lopen tegen te gaan door toepassing van standaarden, zoals de ISO-norm 37120: ‘Sustainable development of communities – Indicators for city services and quality of life’. Deze moet het vergelijken met en leren van andere smart cities faciliteren.

Smart cities kunnen de lokale economie vooruit helpen. Dat komt niet alleen tot uitdrukking in Vieveens functie, maar ook in de ‘Roadmap Next Economy’, waaraan Rotterdam werkt en wel in het grotere verband van de ‘Metropoolregio Rotterdam Den Haag’. Die routekaart moet aangeven met welke plannen en projecten ingespeeld kan worden op wereldwijde ontwikkelingen met betrekking tot energie, economie en technologie.

Wat de open data betreft, Rotterdam zoekt het nu in een voor algemene beschikbaarheid inrichten van een ‘City Data Exchange’ voor het ontsluiten van data door partijen als overheid, onderwijs, bedrijfsleven en burgers.

Behalve virtueel wordt de ontmoeting tussen uiteenlopende werelden gefaciliteerd met een borrel erbij. Zulke communities, of ‘ecosystemen’, vindt Rotterdam erg belangrijk. Zo is er een ‘weekly gathering’ in ‘The Venture Café’.

Ecosystemen was ook het sleutelwoord in de inbreng van Pim Stevens van KPN. Stevens is programmamanager smart cities Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij KPN. Hij noemde een Amsterdams voorbeeld van het effectief delen van data door verschillende maatschappelijke partners en gezamenlijk aan de knoppen zitten bij drie gelijktijdige massale muziekfestijnen met duizenden bezoekers, waardoor de gebruikelijke verkeersproblemen uitbleven.

Rotterdam ziet smart cities niet primair als een ICT-ding. “Hoe kun je het stedelijk ontwerp inzetten om de stad slimmer te maken?,” aldus Vieveen bij een afbeelding van een wandelpromenade die tegelijkertijd als reservoir voor overtollig regenwater dient. Het bestraten van de Lijnbaan met natuursteen was dan weer minder smart, want dit werkt innovaties die afhankelijk zijn van digitale infrastructuur tegen vanwege de hoge kosten van herbestraten.

En Rotterdam is niet van het grote plan voor innovatie, maakte hij ook duidelijk. Maar: “Kijk wat er nodig is, zet een paar mensen bij elkaar en ga gewoon dingen doen.” Een strooiwagen uitgerust met GPS en een digitale plattegrond, weet overal waar hij rijdt hoe breed de straat is en kan dus efficiënt strooien. Ook Vieveen toonde zich voorstander van ‘klein en concreet’, waarmee toch een tweede overeenkomst met Utrecht zichtbaar werd.

Werken zonder groot plan impliceert geen freewheelen. Er is ‘concerncommitment’ en voorwaarde is: ‘vrijdenken’. Hoe het niet moet illustreerde Vieveen met een plaatje van een nieuw ontworpen Coolsingel van een gerenommeerd Rotterdams ontwerpbureau voor stedenbouw en landschapsarchitectuur met vestigingen in Brussel en New York. Alle bestaande functies zitten erin. Maar hoe flexibel is het ontwerp voor toekomstige ontwikkelingen?, aldus Vieveens retorische vraag. Het gaat niet primair om vormgeving, maar om een ‘integrale wijze van (toekomst)denken’.


tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.