Gegevens verzamelen in de datapolis

Verslag van de vierde bijeenkomst (7 juni 2016) - Mastercourse Smart Cities

door: Peter Mom, 14 juni 2016

Het lijkt misschien een beetje vreemd dat Albert Meijer zijn bijdrage aan de slotbijeenkomst van de smartcitycursus begon met de vraag: wat is smart city? Waar was het dan de drie voorgaande sessies over gegaan? Nou ja, over smart cities. Meervoud, ze bestaan in allerlei soorten en maten.

Albert Meijer en Ben van Lier

Albert Meijer, hoogleraar maatschappelijke innovatie, Universiteit Utrecht en Ben van Lier, Director Strategy & Innovation Centric, Professor Steinbeis University Berlin en Lector Hogeschool Rotterdam


Meijer, Utrechts hoogleraar publieke innovatie, vroeg zich af of smart city wel een adequate term is. En of we de juiste begrippen hebben om het fenomeen te duiden.
De aanduiding smart city komt van de IT-industrie. IBM heeft de term zelfs juridisch willen claimen. Wereldspelers als IBM, Cisco, Philips en Siemens achter een geweldige technology push voorzagen een omvangrijke markt ter grootte van wereldwijd honderd miljard dollar. Iedereen wil wel slim zijn en streeft dat op eigen wijze na, dat maakt ‘smart city’ volgens Meijer tot een leeg begrip. Hij prefereert ‘datapolis’. Dat erkent met ‘polis’ dat er al iets bestaat met een waardevolle historie, gevormd door mensen, gebouwen en infrastructuur, en geeft met ‘data’ aan dat daar een laag gegevens overheen komt. “Het gaat over de manier, waarop mensen invulling geven aan de stad en anders dan het normatieve begrip ‘smart city’ staat ‘datapolis’ voor een beschrijvend concept.”

Om diverse uitwerkingen te schetsen noemde Meijer enkele voorbeelden. Songdo in Zuid-Korea is een smart city die van scratch wordt opgebouwd, met Cisco als drijvende kracht. Men wil er slim met energie omgaan en tracht rijstkokers (een serieuze oorzaak van piekbelasting van het elektriciteitsnet) gespreid over de dag gebruikt te krijgen. Een vuilnisophaaldienst is er niet, huishoudelijk afval wordt via een stelsel van kokers en buizen afgevoerd. Afwezigheid van legacy geeft ontwikkelaars de vrije hand, maar het levert door ontstentenis van een levendige in de historie gewortelde cultuur geen oord op waar het prettig toeven is.
Rio de Janeiro (WK voetbal, Olympische Spelen) brengt gegevens uit een groot aantal bronnen bijeen ten behoeve van een integraal beeld van de stad om vanuit een Nasa-achtig controlecentrum effectief op bedreigingen van de veiligheid te kunnen reageren of deze voor te zijn. Het Spaanse Santander omschreef Meijer als ‘platformstad’ die vergeven is van sensoren, wifi, open data en apps, waardoor daarmee gevoede collectieve intelligentie problemen moet kunnen tackelen. Kopenhagen daarentegen plaatst de burger centraal in een vergaande vorm van burgerparticipatie, waarbij het bestuur zich actief verbindt met de bevolking. Montreal werkt aan een slimme overheid, die dito dienstverlening aanbiedt.

Pullfactor

Er heerst een grote mate van diversiteit, wilde Meijer nog maar eens onderstrepen, die niet alleen onderhevig is aan technology push, maar ook een ‘pullfactor’ kent. Sinds 2012 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Deze stedengroei gaat gepaard met een toename van hardnekkige vraagstukken en een afname van overheidsbudgetten. Dat stimuleert slimheidsstreven. Een derde stimulerende factor zag Meijer in een beperkt oplossend vermogen van de natiestaat. Stedelijke omgevingen met een sterker gedeeld besef van urgentie en een grotere bereidheid tot samenwerking blijken interessantere oplossingen voort te brengen.
De uitwerking gebeurt in grofweg twee modellen. Paternalisme regeert Rio, waar alles op en top is geregeld ten behoeve van de veiligheid van de burger, die daarbij niet wordt lastiggevallen, hetgeen samengaat met een ‘datagulzige’ overheid. Daar staat Kopenhagen tegenover dat juist wil floreren door middel van burgerparticipatie en behalve vóór de burger slimme stad wil worden dóór de burger.

De (ook) door Meijer toegevoegde relativering had een waarschuwend karakter. Profiteren in Aziatische en Zuid-Amerikaanse steden sloppenwijken ook van de innovatie? Dat is sterk de vraag. Bij het ontwerp van de slimme stad kunnen ze worden genegeerd. “Wat je niet ziet, is er niet en komt niet op de politieke agenda.” En dichter bij huis: dé burger bestaat niet. Tot die categorie behoren naast oppassende huisvaders die via apps met wijkagenten de buurt ‘veilig’ willen houden, ook hangjongeren voor wie de openbare ruimte een heel andere betekenis heeft. En naast automobilisten bestaan er openbaarvervoergebruikers, wier belangen niet identiek zijn. Om tot publieke innovatie te komen is het van belang zich voortdurend te realiseren dat de datapolis diverse actoren met dito machtsposities kent.

Vierde industriële revolutie

Ben van Lier, director Strategy & Innovation van Centric, kennispartner bij deze bijeenkomst, en verbonden aan onderwijsinstituten in Rotterdam en Berlijn, focuste op de technology push in wat hij de vierde industriële revolutie noemde. Bedrijven, dikwijls wereldwijd opererend, voorzien die wereld van slimme producten zonder dat de consument er erg in heeft en zonder dat de overheid daarop invloed kan uitoefenen. De wereld verandert zonder dat de wereld zich daarvan goed bewust is.

Een Afrikaans voorbeeld is M-Pesa van Vodafone. De M staat voor ‘mobiel’, pesa is Swahili voor ‘geld’. Het werd in 2007 geïntroduceerd in Kenia en Tanzania en verspreidde zich inmiddels naar Afghanistan, Zuid-Afrika, India, Roemenië en Albanië. “Een betaalsysteem buiten controle van overheid en banken, dankzij technologie”, aldus Van Lier. Sinds Nike sensoren in zijn sportschoeisel stopt en klanten in ruil voor hun profiel (leeftijd, geslacht, gewicht, hartslag) hun joggingactiviteiten monitort en een virtuele hardloopcoach beschikbaar stelt, is het geen schoenenfabriek meer maar een dataleverancier, namelijk van gezondheidsprofielen van miljoenen aardbewoners aan wie daar maar geld voor over heeft.

Er rijden in de wereld 600.000 elektrische locomotieven voorzien van sensoren van General Electric. Die onderneming weet meer van het mondiale spoorwegennet dat nationale overheden van hun deel daarvan.
Slimme auto’s kwamen al eerder in deze mastercourse voorbij. Van Lier noemde wagens van BMW, die bij het verlaten van de fabriek verbonden zijn aan een BMW-netwerk. Je hoeft niet meer naar de garage. Althans, zei Van Lier, je hoeft niet alert te zijn op een moment, waarop garagebezoek wenselijk is. “Dat wordt door BMW bepaald.”
Smart tv’s van Samsung monitoren het gebruik van 28 functies. Niet alleen weet Samsung wanneer men naar welke programma’s kijkt, volgens Van Lier kan de leverancier via een ingebouwde microfoon ook volgen wat in de huiskamer wordt gezegd.

Datacollectie

De wereld verandert door ‘smart industry’. Het ontstaan van diensten als Netflix en HBO heeft gevolgen voor het Nederlandse omroepbestel. Er ontstaan andere beroepen: automonteurs kijken niet onder de motorkap, maar op een computerscherm.
De vraag is wat er met al de door consumenten onbewust afgegeven data gebeurt, waar ze worden bewaard en wie er toegang toe heeft. En of ze voldoende beveiligd zijn tegen ontregeling door hackers. “In Oekraïne ging het licht al eens uit door een cyberaanval. De vraag is niet of iets dergelijks hier ook gaat gebeuren, maar wanneer.” Ook de vraag of bedrijven met steden over hun datacollectie-activiteiten willen praten, beantwoordde Van Lier negatief. Dat moet minimaal op EU-niveau worden aangepakt. Wat er met de data gebeurt noemde hij de belangrijkste vraag, gevolgd door: kunnen we het beïnvloeden? Voorlopig lijkt de best mogelijke reactie: “Realiseer je bij elke aankoop dat je er veel mee weggeeft.”
Persoonsgegevens in overheidshanden vermindert de zorgen niet per definitie. 690 miljoen Chinezen met een mobieltje zijn door hun overheid realtime te volgen, aldus Van Lier, en krijgen strafpunten wanneer ze op een ‘verkeerde’ plek worden gelokaliseerd of er een ‘verkeerde’ website mee bezoeken. Een bepaalde score heeft gevolgen voor het werk of voor andere domeinen van het Chinese leven.

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.