Politie-ICT kan zonder blauwdruk

Bestemmingsplan IV laveert tussen dynamiek en architectuur

door: Martin van Wijngaarden, 30 maart 2017

Sinds 2014 is het ‘Bestemmingsplan Informatievoorziening’ hét kader voor de ICT-ontwikkelingen bij de politie. Het plan blijkt beter te werken dan de oorspronkelijke blauwdrukbenadering van het Aanvalsprogramma uit 2010. Wel blijkt nu dat de wereld zo snel verandert dat – paradoxaal genoeg – de behoefte aan architectuur groter is dan ooit.


Het beheer en de ontwikkeling van ICT en informatievoorziening (IV) bij de politie was in het verleden sterk versnipperd. Na verschillende pogingen om de grip op deze omgeving te verstevigen en de infrastructuur te vernieuwen, startte in 2010 het Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie. Het doel was de continuïteit en de stabiliteit van de politie-ICT te verbeteren en het gebruiksgemak van de systemen te vergroten. Dit programma liep gelijktijdig met de inrichting van de Nationale Politie, die van 26 korpsen naar één politieorganisatie moest.
Maar in de snel digitaliserende samenleving moet ook de politie sneller, slimmer en effectiever werken. Korpschef Erik Akerboom bevestigt dat regelmatig: “De politie moet meer investeren in moderne techniek”. Dat vereist wel andere strategische keuzes. Nieuwe ICT-wensen uit het werkveld onderstrepen dit. Agenten en andere politiefunctionarissen moeten altijd en overal toegang hebben tot de juiste informatie en nieuwe technologie in het dagelijks werk kunnen benutten. Niet alleen om zelf goed te functioneren, maar bijvoorbeeld ook om nieuwe vormen van criminaliteit het hoofd te bieden. De vraag naar nieuwe ICT daarvoor is groot.

Flexibiliteit versus strategie

Binnen het Aanvalsprogramma stonden de stabilisering, harmonisering en vernieuwing van de informatievoorziening centraal. Dat was nodig om de informatievoorziening van 26 afzonderlijke korpsen ‘op te tillen’ naar één landelijke organisatie. Maar een ‘blauwdrukbenadering’ voor ontwikkeling onder architectuur werkte onvoldoende. Er veranderde simpelweg te veel tegelijk. Naast de complexiteit van de fusie groeide de dynamiek bij de politie en in de samenleving voortdurend. Terwijl het fundament op orde werd gebracht, nam de druk op de informatievoorziening daardoor alleen nog maar toe. Dan is het niet effectief als een aantal architecten in een hok een blauwdruk en een stappenplan maken. Als de eerste stap op papier staat, is de situatie alweer anders en kan het proces opnieuw beginnen. Dat vroeg om een andere benadering.

Actuele situatie als uitgangspunt

Om de informatievoorziening structureel te verbeteren, koos de politie in 2014 een aanpak voor de lange én de korte termijn: het Bestemmingsplan Informatievoorziening. Dit plan zet de koers op hoofdlijnen uit en werkt het vervolgens stap voor stap verder uit. Bij een volgende stap in de verandering of vernieuwing is steeds de actuele situatie het uitgangspunt. Dit kan niet zonder de ontwikkeling van infrastructurele onderdelen, zoals rekencentra en netwerken, goed georganiseerde en ontsloten gegevens, en moderne ontwikkelplatforms. Bij de ontwikkeling van die infrastructuur is het zaak om de actuele stand van de technologie en de eigen ambities goed in de gaten te houden. Dat vormt steeds de basis voor de volgende ontwikkelstap.
Tegelijkertijd is het zaak om te beseffen dat de wijze waarop we ontwikkelen ook blijft veranderen. De combinatie van de voortdurende ontwikkeling van actuele, stabiele infrastructuur aan de ene kant, en van actuele, moderne toepassingen voor politiewerk aan de andere kant doopte de politie tot de ‘infrastructurele benadering’. Het Aanvalsprogramma IV heeft op basis van dit bestemmingsplan resultaten opgeleverd door de basis op orde te brengen, de bestaande informatievoorziening te stabiliseren en te verbeteren, en de eerste stappen op weg naar vernieuwing te zetten.

Politiechefs willen meer zelf aan de knoppen zitten

In 2016 is het bestemmingsplan geactualiseerd. De ambitie is om de informatievoorziening van de Politie compact, open en wendbaar te maken, om zo beter te kunnen inspelen op de snel veranderende samenleving. Negen strategische speerpunten (zie afbeelding), die niet alleen betrekking hebben op ICT, maar ook op de positie van de politie in de digitaliserende samenleving, helpen daarbij.


De negen speerpunten van het Bestemmingsplan Informatievoorziening.

IV-strategie en Bestemmingsplan

Voor bestaande systemen als bijvoorbeeld de Basisvoorziening Handhaving (BVH) en Summ-IT (voor de opsporing) komen bijvoorbeeld geen grote systemen meer in de plaats, maar een stabiel IV-fundament op basis van actuele technologie en goed georganiseerde gegevens, met daarbovenop moderne platforms waarmee snel nieuwe functionaliteit kan worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling volgens deze speerpunten te ondersteunen, kent de IV-strategie van de politie vier parallelle sporen met elk een eigen karakter: Afronden waar we aan begonnen, Anticiperen op de toekomst, Vernieuwen/ leren/innoveren en Digitaal transformeren. De kunst is om de concrete invulling van deze sporen in samenhang te houden, en de balans in de investeringen op alle vier te bewaken. In het bestemmingsplan worden over technologie, IV-diensten en het daarmee ondersteunde politiewerk afspraken gemaakt. Niet te veel, maar voldoende om de gewenste richting te geven. De consequenties van een operationele wens voor informatievoorziening zijn zo snel duidelijk.

Niet in beton gegoten

Het bestemmingsplan helpt de politie de informatievoorziening stapsgewijs te ontwikkelen op basis van een heldere toekomstvisie. Om voldoende ruimte voor nieuwe inzichten en ideeën uit de organisatie te bieden, is niet alles ‘in beton gegoten’. De architect is in dit proces niet de bewaker van de blauwdruk, maar brengt samenhang tussen onderdelen aan op basis van de gekozen richting. Dit maakt niet alleen de rol van de architect uitdagender, de business krijgt ook meer bewegingsruimte. Hierdoor sluiten opgeleverde oplossingen veel beter aan bij de concrete behoeften in de praktijk.
Na drie jaar werken met het bestemmingsplan is in de praktijk gebleken dat het niet voldoende is om voor nieuwe projecten alleen te toetsen welke bijdrage ze leveren aan het realiseren van de speerpunten. Versnippering van de ontwikkeling ligt dan nog steeds op de loer. We hebben geleerd dat architectuur nodig is en blijft om samenhang en balans aan te brengen in alle verschillende soorten IV-ontwikkeling. Er zijn andere kaders nodig om te zorgen dat de informatievoorziening zich in de gewenste richting ontwikkelt, dynamisch en wendbaar. Politiechefs willen meer zelf aan de knoppen zitten bij de IV-ontwikkeling. Het landschap en de te maken keuzes blijven dus complex, maar het bestemmingsplan maakt het in ieder geval overzichtelijker.

Overlastgevende jeugdgroepen (een fictieve situatie)

De gemeente Molenblok kampt met diverse overlastgevende jeugdgroepen. Het wijkteam van de politie krijgt regelmatig signalen van WhatsApp-buurtpreventiegroepen, van burgers via de politie-app en telefonisch van de vrijwilligers van buurthuis ‘De Molenbuurt’. Omdat de groepen voortdurend van samenstelling lijken te wisselen, krijgen gemeente en politie geen grip op deze jeugd. Bovendien trekken ze ook jeugd vanuit het dorp en de wijde omgeving aan. Sociale media lijken daar een belangrijke rol bij te spelen. Geen van de lokale partners heeft genoeg informatie voor een effectieve interventie.

Het Bestemmingsplan IV geeft handreikingen voor een oplossing. In het kader van het speerpunt ‘Gegevens zijn de kern’ is in overleg met privacy-organisaties een kernregister aangelegd van individuele jongeren en hun gedrag. Ook de gegevens over incidenten in de wijk zijn zo georganiseerd. Gegevensdiensten ontsluiten al deze data voor allerlei vormen van politiewerk. Het Business Intelligence Competence Center (BICC) van de politie-eenheid ontwikkelde zelf een analysehulpmiddel voor automatische real-time analyses van deze gegevens. In het kader van ‘Samenwerken in netwerken en ketens’ worden de resultaten geanonimiseerd ontsloten in de vorm van open data. Daarvoor stelt de politie externe gegevensdiensten beschikbaar. Dit alles binnen de wettelijke kaders volgens het speerpunt ‘Rechtmatigheid gewaarborgd’.

In het kader van het speerpunt ‘Lokale waarde, centrale regie’ realiseert de politie een ontwikkelplatform waarmee wijkteams hun eigen apps kunnen ontwikkelen met de beschikbare interne gegevensdiensten. Dat platform wordt ontwikkeld volgens de afspraken op het plangebied ‘Technologie’. Daarnaast kunnen samenwerkingspartners de open data van de politie gebruiken. In Molenblok ontwikkelen politie, gemeente, jeugdzorg en buurtpreventiegroepen samen een smartphone-app op basis van de open gegevensdiensten van de politie. De app gebruikt de analyseresultaten van het BICC om te voorspellen waar overlast te verwachten is. Burgers en buurtpreventieteams kunnen zich dan voorbereiden en in overleg met de politie gericht actie ondernemen.

De portefeuillehouder Jeugd van de politie heeft binnen zijn eigen budget en capaciteit ruimte voor deze activiteiten gemaakt op het spoor ‘Vernieuwen, leren en innoveren’ van de IV-strategie. De infrastructuur die op het spoor ‘Anticiperen op de toekomst’ is ontwikkeld, biedt voldoende mogelijkheden. Op het spoor ‘Digitaal transformeren’ wordt onderzocht wat deze manier van samenwerken in netwerken betekent voor de werkwijze van wijkteams door het gehele land.

Martin van Wijngaarden is Strategisch IV-adviseur en Enterprise Architect bij de Politie.

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.