zoeken binnen de website

Architectuur in de publieke sector

Verslag van de tweede bijeenkomst (3 juni 2015) - Mastercourse Architectuur

door: Peter Mom | 8 juni 2015

Architectuur als instrument om zicht te krijgen op de informatiehuishouding en middel om op inzichtelijke wijze aan de bestuurstafel te kunnen praten over informatievoorziening, zodat het onderwerp daar de belangstelling krijgt, die het nodig heeft. Makkelijker gezegd dan gemaakt, bleek uit de tweede bijeenkomst in deze mastercourse.

Maarten Hillenaar en Arie Versluis

Maarten Hillenaar en Arie Versluis


Ook deze keer leverde de vraag wat architectuur nu eigenlijk is een schets op van hoe sprekers er tegenaan keken. Maarten Hillenaar, voormalig Rijks-CIO en tegenwoordig vanuit PBLQ betrokken bij het ‘Smart City’- project van de gemeente Den Haag, sprak van led-lampen en sensoren in straatlantaarns, die de veiligheid kunnen dienen door de lichtsterkte te intensiveren als vredig geroezemoes agressiegevuld tumult wordt. Ook kunnen ze Stadsbeheer melden dat de lamp het heeft begeven. Sensoren kunnen voorts de luchtkwaliteit monitoren. “Door vooraf na te denken over de standaarden van de sensoren kan voorkomen worden dat een wirwar van snuffel- en andere palen ontstaat.”

En Arie Versluis, kwartiermakend CDO bij Rijkswaterstaat (met de D van Data), bekende dat hij altijd ‘op mijn stoel geschoven’ had als hem de vraag naar een definitie werd gesteld. Ook nu, ofschoon staande, verklaarde hij de vraag ‘niet als functioneel’ te zien. “Je moet wel duidelijk maken wat je doet, maar daar niet in verzanden. Houd het eenvoudig, architectuur moet functioneel zijn. En een zekere schoonheid hebben.”

Naar functionaliteit en esthetiek is Hillenaar met zijn departementale collega’s tijdenlang zoekende geweest. In de ICCIO (Interdepartementale Commissie Chief Information Officers) was helder dat er rijks- en departementaal beleid was, waarbij iedere departementale CIO een rijksbrede portefeuille (documentmanagement, beveiliging, architectuur) kreeg en een vier- tot zeskoppig clubje om zich heen om er handen en voeten aan te geven. “Niet elf, want dan kreeg je meteen alle ministeries aan tafel en begon daar al het onderhandelen,” aldus Hillenaar.

Met betrekking tot architectuur werd al snel vastgesteld dat iedereen kan praten over een bouwtekening van een woning, maar voor de bouw van de informatievoorziening zo’n instrument pijnlijk werd gemist. Dus togen de CIO’s aan de slag om tot een ‘I-strategie’ te komen, compleet met een Enterprise Architectuur Rijksdienst (EAR). Het eerste werkstuk was geen tekening, maar een boekwerk, en kon nog weinig bestuurderstongen losmaken. Het was te veel, onaantrekkelijk, onoverzichtelijk, ontoegankelijk, voor experts, citeerde Hillenaar enige reacties. Kortom, wie gaat dat allemaal lezen?

Een tweede poging moest tot een ‘iAtlas’ leiden, à la de Bosatlas, met een plattegrond, waarop zich van alles liet projecteren. Was het ook nog niet. Commentaar: mooi concept, maar nog steeds voor bestuurders ongeschikt, meer visualiseren. Een vervolgens uitgeschreven wedstrijd boorde onvermoede creativiteit aan, maar hoewel als commentaar ‘leuk’ en ‘inspirerend’ werd genoteerd, was de conclusie dat een doorbraak nog niet was bereikt en visualisatie nodig bleef.

Drie volgende iteratieslagen leidden uiteindelijk tot de iAtlas, Kompas voor het digitale Rijk. Die verbeeldt drie lagen: een onderste voor generieke voorzieningen, een middelste voor gemeenschappelijke systemen (niet per se rijksoverheidsbreed) en een bovenste voor specifieke zaken, gericht op primaire processen van organisaties. Als gezegd: een kompas, en wel voor domeinen die er hun eigen architectuur mee maken. De vreemdelingenketen kan dan vijf lagen krijgen, eentje met links naar ketenpartners erbij en eentje voor ‘Europa’. Reacties waren nu wel positief. Volgens Hillenaar lijkt het erop dat het ‘de voertaal voor de verbeelding’ is geworden. Die is inmiddels geadopteerd door DUO en Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat, aldus Arie Versluis, beheert vanouds drie ‘netwerken’: water (kwaliteit en kwantiteit), wegverkeer en scheepvaartverkeer. Overbrenging van RWS van Verkeer en Waterstaat naar Infrastructuur en Milieu heeft er met milieu en leefomgeving een vierde aan toegevoegd en steeds meer wordt ook een vijfde als realiteit ervaren: informatie, bestaande uit een glasvezelnetwerk (‘Komt in de buurt van KPN’), applicaties en data. IT is zo belangrijk geworden (tunnels en bruggen functioneren niet zonder), wellicht zelfs belangrijker dan beton, dat soms de vraag opkomt of projectleiders geen IT’er moeten zijn.

Met IT als zo’n cruciaal bedrijfsmiddel kun je niet hebben dat, zoals lang het geval was, regionale eenheden van Rijkswaterstaat qua ICT alles zelf doen en op hun manier. In 2007 is men begonnen zaken als aanleg en onderhoud, verkeersmanagement, bedrijfsvoering en informatievoorziening centraal te organiseren. En de informatievoorziening niet in te richten vanuit activiteiten, maar vanuit processen (generieker en geschikt voor meerdere activiteiten). Dat sloot aan op een in 2003 aangevangen drastisch snoeien in applicaties (van 2400 naar 500) en datasets (‘Waarom hebben we zeven datasets voor wegverharding?’).

Tussen 2009 en 2013 is gewerkt aan de opbouw van een enterprise architectuur en domeinarchitecturen (aanleg en onderhoud, verkeersmanagement, scheepvaart), steeds bestaande uit vier lagen. De plaatjes worden gebruikt voor communicatie met bestuurders, maar ook met de ‘business’. Vaak zijn er meerdere varianten, te beginnen met de huidige situatie en te eindigen met de ideale streefsituatie. Dan kan door opname van een dot spaghetti indringend duidelijk worden gemaakt waarom verandering nodig is.

Sinds 2013 is upgraden van de Informatievoorzieningsarchitectuur naar een Rijkswaterstaat-architectuur het parool. Versluis’ ervaringen met architectuurproducten laten zich lezen als aandachtspunten, zoals: zorg voor samenhang tussen die producten; heb niet slechts oog voor de aanbodzijde, maar ook voor de (snel veranderende) vraagkant; verbind die twee, door naar eenzelfde taal te streven (blijft een opgave) en gelijke prioriteiten te stellen. Wat al wel veel positiefs had opgeleverd: de keuze voor procesgericht werken en oog bij architecten voor ‘de kracht van de verbeelding’.

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.