zoeken binnen de website

Deprofessionalisering

Verslag van de vierde bijeenkomst (20 november 2013): Van ketens naar netwerken

door: Peter Mom | 25 november 2013

Ontgroening, vergrijzing en een tekort aan professionals veroorzaken een reductie van het aantal ambtenaren van veertig procent per 2022. Hoe een samenleving te besturen vanuit half lege gemeentehuizen en ministeries?

Bert Mulder, Elle de Jonge

Is samenwerken in ketens nu al een forse opgave, zoals de eerste drie bijeenkomsten van deze mastercourse leerden, Bert Mulder schetste op de slotbijeenkomst een toekomst die betrokkenen voor nog veel complexere vragen stelt, niet in de laatste plaats omdat zowat iedereen betrokken zal zijn. Mulder, lector Informatie, Technologie en Samenleving aan de Haagse Hogeschool en directeur van het eSociety instituut, voegde aan de courante aanleiding om ketens in te richten, efficiencywinst, nog een op zeer korte termijn zeer urgent wordende aanleiding toe: demografische ontwikkelingen.

Ontgroening, vergrijzing en een tekort aan professionals (ambtenaren kunnen door krapte op de arbeidsmarkt kiezen voor interessantere werkgevers) veroorzaken een reductie van het aantal ambtenaren van veertig procent per 2022. Hoe een samenleving te besturen vanuit half lege gemeentehuizen en ministeries? Hoe goed onderwijs te realiseren met twee maal zo grote klassen, want je kunt er geen halve leraar voor zetten?

Dat kan alleen als het een participatiesamenleving wordt, waarin de burger een forse rol krijgt in het runnen daarvan. Mulder, die sprak van een zwaard van Damocles, ziet een noodzaak om bestaande ketens her in te richten, of liever: om te vormen tot netwerken, en het ambtenarentekort ook te compenseren door de lat voor efficiencywinst aanzienlijk hoger te leggen. En hij stipte een aantal kwesties aan die zich volgens hem onherroepelijk aandienen, maar waarop nog amper het begin van een antwoord voorhanden is. Maar dat de samenleving in rap tempo toegaat naar het vanzelfsprekend uitvoeren van gemeenschapstaken door wie daartoe in staat is, had hij onlangs onmiskenbaar gesignaleerd in de vraag van de burgemeester van een kleine gemeente. Die wilde een nieuw raadsinformatiesysteem dat voorziet in gelijke beschikbaarheid van alle inhoud voor raadsleden en burgers. Alleen dit al roept allerlei vragen op met betrekking tot gevoelige informatie, privacy, bevoegdheden en democratische legitimatie.

Technologische ontwikkelingen zijn een tweede oorzaak van onzekerheid over waar het met de maatschappij naartoe gaat. Verbindt Web 2.0 (het sociale internet) mensen met elkaar, Web 3.0 (het semantische web) verbindt kennis, onder meer door middel van ‘Linked Open Data’. Zoals keteninformatisering in de sociaal-fiscale sector een obstakel ondervond in de talrijke definities van het begrip ‘loon’, bestaan van alle zaken uiteenlopende definities. Een overheid kijkt heel anders tegen dingen aan (bijvoorbeeld in juridische en financiële termen) dan burgers. Het ‘internet of things’ wordt leverancier van (een nieuwe soort) data. Mulder ziet de hoeveelheid data tot 2020 verveertigvoudigen. Hoe met die massa te dealen? Flexibel en mobiel werken voedt de behoefte aan realtime gegevens. De ziekmelding van iemand op zondagmiddag moet straks automatisch een nieuw werkrooster genereren, de vervanging door een collega in gang zetten evenals het informeren van klanten over de wijziging van hun afspraak. Hoe dat voor elkaar te krijgen?

Eigen verantwoordelijkheid voor het niet-overheidsindividu roept ook allerlei vragen op. Een diabetespatiënt die vijf maal per dag zijn glucose checkt en een maal zijn gewicht komt met ruim 2000 meetresultaten op de jaarlijkse controle bij zijn dokter, die in zijn huisartsinformatiesysteem maar een paar waarden van de vorige keer heeft. Hoe beïnvloedt dat de arts-patiëntrelatie?

Waar het verantwoordelijkheid nemen door burgers maatschappelijke arbeid betreft, rijzen nog veel meer vragen. Verantwoordelijkheid nemen is een vak, zelfs voor de groenvoorziening in je wijk (nogal eens als voorbeeld genoemd), om nog maar te zwijgen over de uitvoering van zorgtaken. Hoe moet dat, waar professionals niet werden aangenomen zonder opleiding? Als tegelijkertijd moet worden bezuinigd, wordt het nog ingewikkelder. Willen burgers het voor niks doen? Wordt het stimuleren of verplichten? En de communicatie tussen de systeemwereld van de overheid en de leefwereld van burgers zal door spraakverwarring worden gecompliceerd. “We are re-designing the country,” zoals Mulder het niet-zo-vergezicht typeerde.

Maar waarin dat herontwerp uiteindelijk resulteert, kon ook hij niet zeggen. Duidelijk is wel dat ketens nu doorgaans werken met gelijksoortige (professionele) partners, maar straks andersoortige partners (burgers, bewoners, patiënten) moeten integreren. Dat betekent: andere doelstellingen, andere kennis, een andere taal en een andere (uitvoerings)praktijk voor taken die vandaag zijn voorbehouden aan professionals. Uitdaging is om ondanks deze deprofessionalisering de kwaliteit van leven op peil te houden. Deprofessionalisering is volgens Mulder één van de grote thema’s voor de komende jaren.

De praktijk

Wat Mulder als toekomst schetste heeft bij de politie al geleid tot het inwisselen van de term ‘burgerparticipatie’ voor ‘politieparticipatie’, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de samenleving veel zelf kan oplossen en slechts in een deel van de gevallen participatie door de politie vereist is. Althans in de pilots van het ComProNet-project, de casus van deze slotavond (kennispartner: CGI). Elle de Jonge is behalve landelijk projectmanager ANPR (automatische nummerplaatherkenning) betrokken bij dat ComProNet, een werktitel die staat voor Community Protection Network. De opgave was een concept te creëren voor het versnellen van de respons op incidenten met behulp van sensoren, sociale media, open bronnen, gesloten (politie-) bronnen en de inbreng van burgers. Sociale media worden gemonitord als open bron en aangewend voor de communicatie met burgers. De burger is partner, de politie steunverlener en wat ze samen doen is ‘coproductie van orde’. De Jonge: “Er zijn 50.000 politieagenten en bijna 17 miljoen burgers. Die weten veel meer.”

In ComProNet (motto: ‘Zien, delen, doen’) wordt na de melding van een incident een ad hoc-groep gevormd uit burgers en professionals die zich daarvoor hebben opgegeven, bestaande uit diegenen die zich binnen 600 meter rond dat incident bevinden. Zij kunnen via een app aangeven ‘Ik kan helpen’ of ‘Ik kom niet’. Ook agenten worden automatisch gealerteerd, als zij binnen drie kilometer van het incident zitten. Zo ontstaat een ‘Operational Field Lab’. Een burger als ooggetuige kan een foto maken en delen in de groep. Complicatie: de burger deelt alles, wat deelt de politie? In elk geval niet alles, wat betekent dat er gekozen moet worden.

Er zijn vijf pilots afgerond, een zesde start aanstonds en een zevende is in voorbereiding. Eerste bevindingen leren dat reactietijden worden bekort, participatie van burgers wordt vergroot en hun gevoel van veiligheid versterkt, terwijl politiepersoneel efficiënter kan worden ingezet. De Jonge was erg enthousiast, maar had een sombere mededeling, die hij evenwel kon laten volgen door een opbeurende. In verband met de reorganisatie van de Nationale Politie heeft hij te horen gekregen dat er op dit moment geen ruimte is voor nieuwe dingen, zoals ComProNet. Maar het systeem is open source. Het kan dus worden voortgezet door de samenleving, in haar eigen kracht gezet, die de politie laat participeren in haar zelfregulering. Wat dat dan weer voor implicaties heeft, daarmee laat zich zo een nieuwe mastercourse opzetten.

iBestuur academie is een samenwerking van iBestuur magazine en de Informatiemanagement Academie van PBLQ/ HEC. Kennispartners: Be Informed, Everest, CGI, IBM.

reacties: 1

tags: , , ,

  • Jan van Til #

    26 november 2013, 10:02

    “Mulder, lector Informatie, Technologie en Samenleving aan de Haagse Hogeschool en directeur van het eSociety instituut” ziet een maatschappij voor zich waarin “zowat iedereen betrokken zal zijn” en “waarin de burger een forse rol krijgt in het runnen daarvan”. Ook “ziet [hij] een noodzaak om bestaande ketens her in te richten, of liever: om te vormen tot netwerken”.

    Inderdaad, we worden al-le-maal – burgers, verenigingen, bedrijven, ambtenaren, overheidsinstanties enzovoort – deelnemer aan informatieverkeer (verkeersdeelnemer zijn we al; dat kregen we met paplepel ingegoten). En als iemand wil kan-ie in al die (informatie)verkeersbewegingen (informatie)ketens zien. Of (informatie)netwerken. Maar dat hoeft natuurlijk niet; het draait om deelname. Juist onze moderne, gevarieerde en voortdurend veranderende netwerkmaatschappij bestaat bij de gratie van iedereen als deelnemer aan informatieverkeer (en ander verkeer)! En daarover schreef ik (al eerder) een commentaar: Ajb – wissel van paradigma!. Met het oog, natuurlijk, op een zoveel beter (in)zicht op soepel en ruim ademende informatiemaatschappij waarin over-heid en onder-daan elkaar op volstrekt nieuwe wijze en zoveel evenwichtiger ontmoeten.

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.