partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina ECP

Hergebruik open data vergt integrale aanpak

door: Freek Blankena

artikelen | 25 oktober 2012

De beschikbare hoeveelheid open data is inmiddels aanzienlijk. Maar potentiële hergebruikers happen nog nauwelijks toe. Een geïntegreerde aanpak met maatschappelijke thema’s en betere garanties moet uitkomst bieden.

ecp logo

Eurocommissaris Neelie Kroes bracht de boodschap vorig jaar met veel tamtam: 140 miljard euro’s aan extra directe en indirecte economische voordelen zijn er in Europa te realiseren als overheden toegang geven tot de grote berg data waarover ze beschikken. Maar ondanks diverse lokale en nationale initiatieven op het gebied van open data in Nederland liggen de verdienmodellen nog niet voor het oprapen en blijven de ‘killer-apps’ vooralsnog uit. Als meest succesvolle voorbeeld wordt vaak verwezen naar Buienradar, maar dat initiatief ontstond al op een moment dat de term ‘open data’ nog niet bestond.

Dat er meer zou moeten gebeuren met de beschikbare data vindt ook het platform ECP, dat in november 2011 het Platform Open Data oprichtte. Doel is het hergebruik van overheidsdata te bevorderen door te kijken wat ervoor nodig is om de potentiële hergebruikers ertoe te brengen een verdienmodel te baseren op dergelijke gegevens. Na driekwart jaar ziet voorzitter John Post van het Platform Open Data de belangstelling gestaag toenemen. Tientallen leden uit het ECP-netwerk melden zich met regelmaat voor de bijeenkomsten over open data. “Wat ik merk is dat het enthousiasmerende van het platform wel slaagt, maar niet dat iedereen zich nu meteen stort op de applicaties. Men voorziet toch complicaties van het gebruik van datasets. Ik zie de deelnemers goed kijken naar de mogelijkheden en de struikelblokken, zonder meteen allerlei beren op de weg te zien.”

Struikelblokken

Die struikelblokken zijn er nog wel degelijk, ziet Post. Naast de onbekendheid met het fenomeen en het wantrouwen tegen ‘hacker-achtige’ oplossingen is er bijvoorbeeld de kostenfactor. “Er is veel onduidelijkheid over de kosten. De verschillende overheden schermen met verschillende kostenstructuren. De een noemt het licentiekosten, een ander onderhoudskosten, een derde eenmalige kosten. Wat betekent dat op langere termijn?”
Wat er tot dusver met open data is gerealiseerd, komt vooral voort uit app-wedstrijden, waarin actieve ontwikkelaars ‘leuke’ mobiele apps bouwen, zoals HogeNood (een mobiele app met een overzicht van openbare toiletten) en Vistory (historische beelden tijdens een stadwandeling). Post vindt dergelijke wedstrijden een goede stimulans om nieuwe initiatieven te bevorderen, “maar dan moet er daarna ook doorgepakt worden.” En daarmee komt hij op de belangrijkste voorwaarde voor succes met open data. “Wil je een succes maken van open data, dan moet je eigenlijk een geïntegreerde aanpak volgen. Dat betekent dat je aanbieders en vragers aan elkaar moet koppelen onder bepaalde onderwerpen. Dat kan door een sectorale aanpak of via onderwerpen als krimpregio’s of de leegstand van kantoorgebouwen. Dus een geïntegreerde aanpak in plaats van je alleen maar richten op de gebruikers.” 

Integraal

Over die geïntegreerde aanpak is Post ook in gesprek met Paul Suijkerbuijk, projectleider van de portal data.overheid.nl, de verzamelbak van open datasets van de overheid. Voor Suijkerbuijk zijn Posts overwegingen herkenbaar. “De knop waarop we tot nu toe hebben gedrukt, is data beschikbaar maken en vervolgens app-ontwikkelaars mobiliseren om met die data iets te gaan doen. Wat je dan logischerwijze kunt verwachten is dat zo’n ontwikkelaar bijvoorbeeld de waterhoogten van Rijkswaterstaat pakt en daar keurig een app van maakt. Maar die ontwikkelaar redeneert nog helemaal niet vanuit het perspectief van de probleemeigenaar, van een vraagstuk. En dat is eigenlijk wel een omissie geweest in wat we tot nu toe hebben kunnen doen met elkaar.” Samen met het Platform Open Data wil hij daarom boven tafel krijgen wat de feitelijke maatschappelijke problemen en de bijbehorende probleemeigenaren zijn die met open data zijn te helpen. “Die partijen willen we opzoeken en het vraagstuk laten definiëren en met data-eigenaren en ontwikkelaars in een driehoek bij elkaar brengen.” Probleemeigenaren zoeken immers niet uit zichzelf naar open data.

Suijkerbuijk denkt dat open data in de toekomst vooral zullen meehelpen maatschappelijke vraagstukken op te lossen, ook al spelen die gegevens soms maar een kleine rol. Maar echte voorbeelden zijn dan wel nodig. “We gaan aan de slag met een paar voorbeelden. Een heel eenvoudig probleem zie je in het verkeer. Langs de snelweg staat ‘situatie gewijzigd, navigatie uit’. Waar we naartoe willen is dat er staat: ‘situatie gewijzigd, navigatie aan’. Dat moet kunnen. Een A2 die door een nieuwe tunnel gaat is geen verrassing, behalve kennelijk voor het navigatiesysteem. In die keten van informatievoorziening naar dat kastje toe zitten barrières.”

Onredelijk

Over dergelijke barrières in de informatievoorziening heeft Edwin Rijkaart, medeoprichter van Buienradar (en nu nog zijdelings betrokken bij deze site), wel een mening. De kosten – een factor die Post ook noemt – blijven in die informatieketen toch een belangrijke rol spelen en de interessante gegevens blijven te duur. “Er zijn allerlei niet-spannende data, die leuk zijn voor eenmalig gebruik. De afnemer die een app bouwt, wil over het algemeen dat die app zo veel mogelijk gebruikt wordt, mobiel of op een website. Dat zijn uiteindelijk toch de weers- en verkeersinformatiediensten. De meest populaire datasets zijn de sets die het vaakst updaten en naarmate die updatefrequentie hoger is, zie je meer marktpartijen opduiken. Hoe actueler de informatie hoe groter de kans op een killer-app.”
Rijkaart ziet wel steeds meer data naar buiten komen. “Maar de leuke data, zoals de weers- en verkeersinformatie, kosten nog steeds veel geld. Voor verkeersinformatie ben je nu tussen de 6000 en 8000 euro per jaar kwijt en hetzelfde geldt voor radarinformatie. Dat staat in geen verhouding tot wat het echt kost. En al vraag je er maar 1000 euro voor; het is toch een drempel voor bijvoorbeeld studenten die apps in elkaar draaien. Voor Buienradar is dat nu allemaal niet zo’n probleem; in het begin betaalden we zelfs 200.000 euro voor die data. Maar open data zijn pas open data als ze gratis zijn; dan komen ook de ideeën los uit allerlei hoeken. Verstrekkingskosten, of hoe je het ook noemt, zijn gewoon onzin.”

Echte onwil om data te verstrekken is er niet meer, zien Post, Suijkerbuijk én Rijkaart. “Steeds meer overheidsorganisaties staan er positief tegenover”, zegt Suijkerbuijk. “Maar ze hebben wel vragen. Wordt niet op dag 1 hun systeem platgelegd door hergebruikers, bijvoorbeeld. Of wat zijn de aansprakelijkheidsgevolgen, dat soort vragen. Zijn de data wel goed genoeg om openbaar te maken. De wilsvraag is eigenlijk wel geslecht.” Rijkaart ziet ook dat instanties als KNMI en VCNL (Verkeerscentrum Nederland – Rijkswaterstaat, red.) zich als verstrekker van data buitengewoon professioneel opstellen. Maar waar Rijkaart zich wel over opwindt, is dat het KNMI met zijn eigen website met weersvoorspellingen nog steeds marktverstorend werkt. Weerberichten moet de overheid helemaal overlaten aan de markt, vindt hij.

Killer-app

Kunnen we binnen een jaar een ‘killer-app’ verwachten die in ieder geval Buienradar doet vergeten? Post denkt van wel. “Ik ben er wel van overtuigd dat zoiets gaat komen. Hoewel open data momenteel nog niet tot de wasdom zijn gekomen die ik had verwacht. Er zijn wel leuke ontwikkelingen. De app met de openbare toiletten is bekend. Maar het vervolg is de vraag aan de gebruiker of het schoon was in dat toilet. Aan de hand van die gebruikersinformatie heeft de reinigingsdienst een ander routeringssysteem geïmplementeerd. Het heeft dus ook een besparingspotentieel. Er zijn heus wel goede voorbeelden, maar misschien zijn ze nog wat geïsoleerd.”
Suijkerbuijk is nog uitgesprokener. “10.000scholen.nl draait op basis van data van OCW. Het zou mij niet verbazen als daar over een jaar een Buienradar-achtig concept van is neergezet en iedere ouder daar eerst gaat kijken hoe goed de school het eigenlijk doet waar hij zijn kind naartoe wil sturen.”

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.