Partnerpagina ECP

- - - - -

Ministeries krijgen digitaal rijbewijs

door: Fred Teunissen

artikelen, 14 april 2012


Mooi, die digitalisering van ettelijke miljoenen documenten, maar hoe vind je die snel weer terug? En leuk dat je een droom van een voorlichtingscampagne in gang hebt gezet, maar wat als een vloedgolf van geruchten op social media het effect daarvan vrijwel teniet doet?
Het Rijk staat voor een reeks digitale uitdagingen en is bezig zich daar beter voor toe te rusten.


ecp logo

Over de ontwikkeling van de digivaardigheid bij het Rijk spraken we met met Peter Mulder, plaatsvervangend CIO van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de subcommissie Personeel en Kwaliteit, en Kato Vierbergen, programmamanager Personeel en Kwaliteit, één van de zeven subcommissies die ressorteren onder IC CIO, de interdepartementale commissie van CIO’s. 
Aanleiding voor het gesprek is een onderzoeksrapport van de Universiteit Twente dat begin maart 2012 het licht zag. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Digivaardig & Digiveilig, CA-ICT (Stichting Centrum Arbeidsmarktvraagstukken ICT) en ECDL (European Computer Driving Licence).

Uit dit rapport, samengesteld onder leiding van dr. ing. Alexander van Deursen, blijkt dat gemiddeld 7,6 procent van de werktijd, ofwel omstreeks een half uur per dag, verloren gaat aan ‘gedoe’ met ICT. Dit gedoe kan te maken hebben met haperingen in het functioneren van systemen of met onvoldoende vaardigheden bij de mensen die met deze systemen moeten omgaan.
Van het totale productiviteitsverlies van bijna 7,6 procent komt bijna de helft voor rekening van slecht functionerende systemen, aldus het rapport. De andere helft komt op conto van gebrekkige vaardigheden bij de gebruikers.


We treffen Peter Mulder en Kato Vierbergen op de tiende verdieping van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag, de thuisbasis van de laatstgenoemde.
We starten met de vraag hoe de situatie bij de overheid zich verhoudt tot de resultaten van het rapport van UTwente.
“De situatie bij de rijksoverheid zal niet veel anders zijn,” vermoedt Peter Mulder. “Zeker weten we dat niet, want er is binnen de Rijksoverheid geen specifiek onderzoek naar gedaan. In zijn algemeenheid denk ik dat die zeven komma zes procent van Van Deursen nog een voorzichtige schatting is. Kijk alleen maar naar de hoeveelheid tijd die we allemaal kwijt zijn met het zoeken naar informatie. Dat vinden we normaal, maar dat zou wat minder normaal gevonden moeten worden.”

Schijven


“Klopt,” haakt Kato Vierbergen in, “digitale informatie staat verspreid over allerlei schijven. Je vraagt je af op welke ook al weer. Of dat iets misschien nog in je mail zit. En als je een document gevonden hebt, is soms de vraag of je daar dan wel de laatste versie van hebt. Binnen sommige departementen wordt al een digitaal documentmanagementsysteem gebruikt. In 2015 is dat bij alle departementen het geval. Onze opslagsystemen worden beter ingericht, bijvoorbeeld op dit punt van versiebeheer. Dat is iets waar we met de voortgaande digitalisering tegenaan zijn gelopen. De rol van de documentalist, die informatie voor je opzoekt en met elkaar in verband brengt, is aan het veranderen. Nu gaan beleidmedewerkers meer zelf zoeken. En dat vraagt zowel om betere vaardigheden als om goede opslagsystemen.”


“Niet alleen opslagsystemen,” vult Mulder aan, “je zoekt nu binnen de digitale omgeving, maar dat is nog iets anders dan in een echt digitaal archief. Er komt voortdurend meer informatie in die grote digitale bak. Het goed toegankelijk maken daarvan zie ik als een van de grootste uitdagingen waar we de komende jaren mee geconfronteerd zullen worden.”
Beter zoeken is één ding, selecteren en op waarde schatten is een tweede, benadrukt Vierbergen. “De vraag naar het waarheidsgehalte van informatie wordt vaak niet gesteld. Vooral jonge mensen beseffen vaak onvoldoende dat informatie op internet gekleurd kan zijn door belangen en dat het om die reden noodzakelijk is om meerdere bronnen te raadplegen. Kritisch zijn ten opzichte van datgene wat je aantreft behoort tot de digitale kernvaardigheden. We zijn in dit verband bezig met de ontwikkeling van een digitaal rijbewijs. Dat zal gaan gelden voor alle medewerkers van alle ministeries”

Tablets

Hoe staat het bij het Rijk met andere factoren, die de productiviteit bevorderen? Zoals de inzet van moderne technologische middelen?
“Het is duidelijk dat we hier met uitdagingen te maken hebben,” reageert Mulder. “Neem tablets. Dat is een nieuw fenomeen dat razendsnel is opgekomen. De gebruikers zouden het liefst al hun dossiers mobiel onder hun vingers willen hebben, maar zo ver zijn we nog niet. Dat heeft vooral met het veilig gebruik ervan te maken. We zijn daar nu helaas nog onvoldoende toe in staat, maar er wordt hard aan gewerkt.

”
Iets soortgelijks geldt voor applicaties, vervolgt hij. “Wat draait, doet het goed en daar moet je van afblijven. Er zijn bij de overheid enkele grote projecten misgelopen. Daar is veel publiciteit over geweest en dat heeft de indruk gewekt dat de rijksautomatisering wankel is. Maar dat is een volkomen verkeerd beeld. De meeste systemen werken prima. Wat aan vernieuwing of vervanging toe is bekijken we steeds aan de hand van een business case. Wat kost het en wat levert het op. Bijvoorbeeld: als je een portal bouwt waarin de burger zelf zijn gegevens bijwerkt, dan heb je minder personeel nodig. Dat is makkelijk te becijferen.”
Dat systemen prima werken, wil nog niet zeggen dat het niet nog veel beter zou kunnen. 
Mulder erkent dit. “Dat is waar. Je kunt stellen dat de efficiëntie van de Rijks-ICT als zodanig nog niet voldoende is onderzocht. Aan de andere kant: hoe efficiënt is de informatievoorziening van de Shell? Hoe meet je zoiets? Hoe weet je wanneer je aan je top zit?”


De snelheid van de technologische ontwikkeling vraagt niet alleen om nieuwe vaardigheden bij de medewerkers, maar ook bij de ambtelijke leiding, onderstreept Vierbergen. ”Zodra je iets nieuws hebt uitgerold, komt er weer iets op de markt dat nog nieuwer is. Daarbij komt dat er bijna geen project meer is waar geen stevige IV-component aan zit. Daarom is er door de Algemene Bestuurs Dienst een ambtelijk professionaliseringsprogramma ontwikkeld voor topbestuurders. Hierin is een I-module opgenomen gericht op opdrachtgeverschap en IV. We zijn nu bezig dit programma ook naar het middle management uit te rollen. In 2012 liggen onze speerpunten op het versterken van het opdrachtgeverschap, maar ook op het borgen van de aanbestedingskennis met betrekking tot IV en op het versterken van digivaardigheden in relatie tot het gebruik van allerlei devices. We hebben alle vereiste kennis en competenties op het gebied van informatievoorziening vastgelegd in het Kwaliteitraamwerk IV Rijk.”


Dit raamwerk vormt een koppeling tussen het functiehuis (Functiegebouw Rijk) en het EU Europees eCompetence Framework (zie kader). In de tool Leer-rijk.nl, die voor de medewerkers en managers van de Rijksoverheid een venster biedt op alle scholingsmogelijkheden, zijn inmiddels al ruim 1300 ict-opleidingen opgenomen. Vierbergen: “Onderzocht wordt of een koppeling met de administratie van de rijksinkopen van opleidingen mogelijk wordt. Dan kunnen we bij gaan houden hoeveel van die cursussen en trainingen ook daadwerkelijk gevolgd worden.”

[kader]

Welke it-kennis is nodig?

Voor veel organisaties is het lastig om vast te stellen welk type it-personeel ze moeten aantrekken om hun continuïteit ook op langere termijn zeker te stellen. Dat komt omdat er zoveel verschillende specialismen en vaardigheden zijn binnen de IT.
Iemand met veel ervaring op een bepaald gebied binnen de IT kan een complete analfabeet zijn op een ander vlak. Dat iemand veel ervaring heeft in ‘de IT’ zegt dus heel erg weinig. Het gaat om de combinatie van een specifieke vraag met een overeenkomstig specifiek aanbod.
Daarom heeft de EU een Europees eCompetence Framework ontwikkeld, kortweg e-CF, met 36 goed omschreven it-competenties op verschillende levels. De bedoeling is dat dit een standaard wordt waaraan alle betrokkenen voortaan gaan refereren.
HR-managers kunnen dit framework gebruiken voor hun werving. It-ers kunnen de verworven competenties opnemen in hun cv en opleidingsinstituten kunnen hun aanbod voortaan toesnijden op de Europese competenties.
In opdracht van het publiekprivate programma Digivaardig & Digiveilig, dat begin 2012 startte op initiatief van het ministerie van EL&I, werkt het Nederlands Normalisatie-instituut NEN aan een Nederlandse vertaling van het e-CF. Daarbij gaat het zowel om de vertaling als om de toepasbaarheid op de situatie in ons land, waarbij waarborging van de internationale vergelijkbaarbaarheid voorwaardelijk is.Zodra de Nederlandse versie beschikbaar is komt het op inbedding aan. Dit is de missie van de werkgroep e-CF die bestaat uit stakeholders uit onderwijs, overheid en bedrijfsleven. De werkgroep is samengesteld en wordt gecoördineerd door Digivaardig & Digiveilig dat is ondergebracht bij ECP | Platform voor de Informatiesamenleving.

tags: , , , ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.