partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina ECP

‘Overheid begrijpt essentie cloudcomputing niet’

door: Cyriel van Rossum

artikelen | 9 oktober 2013

De overheid moet niet beginnen aan een eigen cloud voor de opslag van haar data, meent Michiel Steltman, directeur van de Dutch Hosting Provider Association. Dat wil de burger niet en de kans is groot dat het uitdraait op één grote mislukking.

ECP iB8

De Dutch Hosting Provider Association (DHPA), opgericht in 2008, behartigt de belangen van 32 leidende hosting- en cloudserviceproviders in Nederland. De stichting heeft als voornaamste doel de verdere professionalisering van de nog relatief jonge hostingsector, zegt directeur Michiel Steltman.
“Misschien lijkt 32 niet veel, maar de kwantiteit laat niet zien hoe zwaar de sector weegt. Je moet niet vergeten dat Nederland momenteel een van de grootste knooppunten van dataverkeer ter wereld huisvest. In Amsterdam zitten alle grote jongens en zij zijn rechtstreeks met elkaar verbonden via de Amsterdam InternetExchange. Daar zijn zo’n 500 netwerken onderling gelinkt. De wereld is volkomen afhankelijk geworden van internet, sinds bedrijven, instellingen en particulieren hun data bij voorkeur in de cloud onderbrengen. Het risico op uitval van het hele internet is dankzij al die verbindingen en de enorme capaciteit gedecimeerd: als eens een verbinding het begeeft, zijn er nog ruim voldoende verbindingen over om het dataverkeer door te laten gaan. Het gaat in Nederland met andere woorden om zeer zwaarwegende, mondiale belangen.”

Kan het Nederlandse succes worden toegeschreven aan overheidsbeleid of heeft de overheid daar part noch deel aan?

“Nou, van de ene kant is de groei bepaald niet het resultaat van aanmoedigingen uit Den Haag. Het is tekenend dat het kabinet de internetsector niet heeft geïdentificeerd als een van de negen topsectoren. Anderzijds heeft de overheid, zonder zich ervan bewust te zijn, heel veel bijgedragen aan het succes. Als de term internet valt, schieten de gedachten van politiek en overheid alle kanten uit, met name naar de hoeken waar gevaren dreigen: privacyschending, cybercrime, kwetsbare kritieke infrastructuur. Dat heeft strakke beschermende wetgeving opgeleverd. Netneutraliteit is in Nederland wettelijk gegarandeerd. Dat betekent dat de overheid nooit mag ingrijpen in de content, zolang die niet illegaal is. Als ze wil ingrijpen vanwege vermeende illegale content, komt de rechter eraan te pas. In de VS en Engeland kan de overheid te allen tijde een stokje steken voor content die haar om wat voor reden dan ook niet zint. Het is niet voor niets dat er zoveel adult content in Nederland is ondergebracht. De Nederlandse wetgeving is echt een grote pre voor de vestiging van internationale sites.”

Als er wél sprake is van illegale content, hebben ze toch een probleem, ook in Nederland.

“Ja, maar ook in dat geval is Nederland te verkiezen boven andere landen. We hebben hier het Notice & Take Down Convenant, een staaltje publiek-private samenwerking dat je niet zo gauw elders vindt. De afspraken daarin komen erop neer dat er een vaste procedure in gang wordt gezet in geval van klachten over een hostingklant die mogelijk illegaal of onrechtmatig bezig is. Wat we nog missen is een vorm van vrijwaring: een regeling die voorkomt dat een hoster moet bloeden voor de illegale content van een klant in Verweggistan. Hosters die op last van Justitie de diensten aan die klant staken, moeten met andere woorden gevrijwaard worden van schadeclaims waarmee de klant op de proppen kan komen.”
“Ook op een ander punt is vrijwaring nodig. Stel dat er vanuit het buitenland een verzoek komt om uitlevering van een meneer die zich volgens dat land met verkeerde dingen bezighoudt en de informatie op grond waarvan ze die meneer willen hebben, is verkregen door zijn privacy te schenden. In dat geval moet Nederland zo’n verzoek kunnen afwijzen. De burger moet in zulke gevallen gevrijwaard worden van rechtsvervolging.”

Hoe zou de overheid meer kunnen betekenen voor de onlinesector?

“Een toekomstvisie ontwikkelen, bijvoorbeeld op de groei van big data. Maar ik mis in Nederland de durf.”

Is Nederland daarin een uitzondering?

“Nou… Denemarken durft het in ieder geval wel. Zonder schroom of voorbehoud heeft de Deense overheid gezegd: wij communiceren in 2015 volledig digitaal met de burger. De Nederlandse overheid is nog altijd reactief als het om de onlinesector gaat. En ze scheert de sector over één kam met de klassieke ICT-markt. In de traditionele ICT-sector is sprake van krimp. De krimpcijfers verdoezelen de stormachtige ontwikkeling van de onlinesector. Het CBS moet de sector als een apart domein gaan volgen, als statistische entiteit erkennen. Gelukkig is het ECP samen met de Rabobank en AMS IX bezig aan een onderzoek naar de economische betekenis van onze sector, zeg maar de hefboomkracht. De politiek moet de ogen openen voor het enorme economische belang van het dataknooppunt. Dat is echt vergelijkbaar met dat van de Rotterdamse haven en Schiphol.”

Veel werkgelegenheid levert het niet op.

“Niet rechtstreeks. Maar indirect wel. En de jaaromzet is enorm: enkele tientallen miljarden.”

De opslagcapaciteit groeit harder dan internet. Hoe groot is de kans op structurele leegstand van de datacenters in Nederland?

“Leegstand hoort bij het businessmodel. Bij een bezettingsgraad van 50 à 60 procent moet je met de huidige groei in capaciteitsvraag al weer aan uitbreiding gaan denken. Overcapaciteit is dus nodig om de groei te kunnen opvangen, want een nieuw datacenter is niet zo snel gebouwd. In Amsterdam is de gemiddelde bezettingsgraad nu ongeveer 80 procent. Dat betekent dat de centers eigenlijk iets te vol zijn. De datacenters in andere belangrijke Europese knooppunten – Londen, Frankfurt en Parijs – zitten net iets ruimer in hun jas, maar dat komt door de lagere groei.”

De overheid wil een eigen rijkscloud. Lekker modern toch?

“Een slecht idee. Dat de overheid data veel veiliger kan beheren is onzin. Je vertrouwt je geld toch ook liever toe aan de ING dan aan een rijksbank? Heel apart als je je geld wel toevertrouwt aan de commercie en je data niet. De burger wil trouwens helemaal niet dat de overheid de informatie bewaart, kijk naar het patiëntdossier.”
“Uit het idee voor een rijkscloud blijkt vooral dat de overheid de essentie van cloudcomputing niet begrijpt. Het is niet meer zo dat een opdrachtgever een strak plan aanlevert om uit te voeren. Niemand vertelt een provider hoe hij een cloud inricht. Het is alsof iemand in een restaurant een ossenhaas bestelt en mee de keuken in wil om te zeggen hoe de kok die moet bereiden. Een eigen cloud beginnen geeft een verkeerd signaal af: alsof de bestaande leveranciers niet deugen. We gaan het zelf doen en we vertellen aan niemand hoe: zo komt het over.”
“Ik durf te stellen dat het er niet om gaat waar data worden bewaard, maar om wie erop toeziet dat daar geen verkeerde dingen mee gebeuren. Dáár moet de overheid werk van maken, want nu is het toezicht versnipperd tussen CBP en Opta. En in plaats van een eigen cloud te laten bouwen, vertellen aan de markt welke eisen de overheid stelt aan haar dataopslag en delen wat haar behoeften zijn. Kwaliteitsstandaarden hebben we nodig, waarop een heldere kwaliteitscertificering kan worden gebouwd.”

Vreest u dat de rijkscloud het zoveelste IT-debacle wordt?

“De belangrijkste ingrediënten voor een rampenscenario zijn er. De overheid wil vooraf zekerheden inbouwen in de aanbesteding, maar de wereld verandert daar te snel voor. De technologie evolueert continu, het concept dat de overheid voor ogen heeft, is al verouderd op het moment dat het wordt aanbesteed. En dan is er nog de wil om de centrale regie te voeren. Daarmee slaat ze er alle flexibiliteit uit, terwijl flexibiliteit juist het mooie is van cloudcomputing.”

De DHPA verwacht niet veel goeds van het Rijk.

“Wij zijn wat schopperiger dan gebruikelijk. Dat komt vooral voort uit ons ongeduld. Natuurlijk zijn we uit op dialoog en samenwerking met de overheid. En het ministerie van Economische Zaken komt steeds meer op onze golflengte te zitten. Het botert echt wel tussen ons en de overheid. Dat is mede te danken aan het ECP, dat uitstekend werk verricht om de partijen nader tot elkaar te brengen.”

Geen rechter

In 2010 riep de Europese Commissie de lidstaten op met ideeën te komen om misbruik van internet door terroristen en extremisten te verhinderen. Het Nederlandse ministerie van Justitie kwam met het projectvoorstel ‘Clean IT’, dat de weg opent naar onder meer een soort censuur door hosters. Het idee werd omarmd door Brussel, maar ontmoette veel kritiek, ook van de DHPA. “Het past een huisbaas ook niet om een van zijn woningen binnen te vallen en rond te neuzen”, zegt Michiel Steltman. “Een hoster is geen rechter.” Sinds de verschijning van het Clean IT-eindrapport vol ‘best practices’, begin dit jaar, is er weinig meer vernomen van het initiatief. “Gelukkig is het een zachte dood gestorven”, aldus Steltman.

Factoren die Nederland tot een aantrekkelijk land maken voor onlinebedrijvigheid:

  • de goede infrastructuur;
  • de betrouwbaarheid van de energievoorziening;
  • de centrale ligging in West-Europa;
  • de innovatieve kracht van het bedrijfsleven;
  • de uitstekende breedbandconnectie met de rest van de wereld;
  • de aanwezigheid van het verkeersknooppunt AMS IX;
  • de hoogopgeleide beroepsbevolking met talenkennis;
  • het gunstige belastingklimaat;
  • de heldere regelgeving op het gebied van dataopslag (o.a. betreffende netneutraliteit).

Bron: Netherlands Foreign Investment Agency (agentschap van het ministerie van EZ)

tags: , , , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.