partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina ECP

Wie is de baas van het web?

door: Fred Teunissen

artikelen | 23 januari 2013

Blijft internet vrij, open en in principe voor iedereen toegankelijk? Dat was de hamvraag tijdens het zevende Internet Governance Forum in Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan. De vrijheidslievenden trokken – vooralsnog – aan het langste eind.

ecp logo

Het IGF vond dit jaar plaats van 6 tot en met 9 november tegen de achtergrond van toenemende druk vanuit bepaalde landen om meer greep op het web te krijgen. Arnold van Rhijn en Marjolijn Bonthuis maakten deel uit van de Nederlandse delegatie en vertellen over hun indrukken en ervaringen.
Stel je voor: geen koffie op de eerste dag van een vierdaags wereldcongres. “Hoewel, dat is nog tot daaraan toe”, relativeert Bonthuis, adjunct-directeur van ECP, Platform voor de InformatieSamenleving. “Maar geen wifi op een samenkomst die over internet gaat, dat kunnen wij ons eigenlijk nauwelijks voorstellen. Toch was dat de realiteit die we aantroffen in Baku. De organisatie slaagde er met veel moeite op de tweede dag in om een ander IP-adres te bemachtigen en toen kreeg een aantal laptops weer verbinding. Maar op de vierde dag was de connectie weer dramatisch.”

Heeft de Azerische overheid hier de hand in gehad? Of was het gewoon een van de vele hobbels die mensen in andere landen vaak nog tegenkomen als het om internettoegang gaat? “Daar kom je nooit achter”, reageert Bonthuis. “Het laat je wel heel duidelijk zien dat de internetsituatie in ieder land anders is. In veel Afrikaanse landen bijvoorbeeld stopt de connectie om klokslag half zes ’s avonds. Dan gaat het web dicht, alsof het een winkel is. Het goede van conferenties in zulke landen is dat je oog krijgt voor al die verschillen en uitdagingen.”

Voor Arnold van Rhijn, EU-beleidscoördinator telecom bij het ministerie van EZ, overheerst tevredenheid na dit zevende wereldforum. “Er is krachtig bevestigd dat we doorgaan met het open multistakeholder-model, waar het IGF voor staat. Sommige staten, zoals China en Rusland, willen dat regeringen het recht krijgen om zo nodig in te grijpen op internet en pleiten er daarom voor om het onder de controle van de VN te brengen. Daarmee zou internet zijn vrije en open karakter kunnen verliezen en dat komt de vrije meningsuiting, economische groei en innovatie zeker niet ten goede. Gelukkig bleek dat de overgrote meerderheid van de deelnemers aan het IGF het huidige governance-model wil handhaven en zelfs versterken. Daarbij werd onder meer benadrukt dat het secretariaat van het IGF voldoende financiële armslag moet krijgen.”

Beslissers beïnvloeden

Het open multistakeholder-model houdt in dat allerlei partijen die betrokken zijn bij het realiseren en in stand houden van een vrij, open en toegankelijk internet jaarlijks in IGF- verband bijeenkomen om belangrijke kwesties te bespreken. Zulke stakeholders zijn onder meer overheden, universiteiten, bedrijven en NGO’s. “Besluiten neemt het IGF niet. Het is een open dialoog, die wel een enorme invloed heeft op bijeenkomsten waar wél besluiten worden genomen”, verduidelijkt Bonthuis. “De beslissers worden er beïnvloed. Daarom is het ongelofelijk belangrijk dat je als land met een sterke en breed samengestelde delegatie naar dit podium komt. Andere landen doen dat ook. Dit jaar bestond onze delegatie voor het eerst uit 27 leden en dat is een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Dat is fantastisch. Maar we misten nog landelijke politici en topondernemers in de delegatie. Hopelijk gaan ook zij volgend jaar mee. In elk geval deed EU-parlementariër Marietje Schaake voor het tweede jaar op rij mee. Zij snapt wat er op het spel staat. En ook eurocommissaris Neelie Kroes was de volle vier dagen aanwezig.”

Free internet promotion

EZ en ECP trekken er hard aan om de bekendheid van het IGF te vergroten en om de deelnemers aan de conferentie goed voor te bereiden. Daarom is vorig jaar door EZ en
ECP samen met SIDN het initiatief genomen voor het NL IGF. Onder die noemer wordt jaarlijks voor alle belanghebbenden een groot event georganiseerd ter voorbereiding op het IGF, inclusief een studentendebat. Ook kunnen deelnemers hun betrokkenheid via de website van het NL IGF (www.nligf.nl) en social media kenbaar maken of geïnformeerd worden via de digitale nieuwsbrieven van het NL IGF. Tijdens het Forum zelf wordt ingestoken op de inhoudelijke organisatie van een aantal workshops en is er een delegatiediner op de plaatselijke ambassade. “Zo voorkom je”, vertelt Bonthuis, “dat Nederlanders elkaar op de conferentie pas tegen het lijf lopen, tot dan toe onwetend van elkaars deelname.” En dankzij het NL IGF presenteerde Nederland zich dit jaar met een aantrekkelijke stand en met opvallende flyers, vult Van Rhijn aan. “Op onze stand hadden we echt goed materiaal om de positie van Nederland bij de andere landen bekend te maken.”

Prominente topics

Iedere IGF-meeting heeft zo zijn eigen prominente topics. Zo stond in 2010 in Vilnius de ‘cloud’ centraal en vorig jaar in Nairobi ging het over ICT en ontwikkelingssamenwerking naast andere issues, zoals IPv6. Dit jaar draaide het vooral om mensenrechten en internetvrijheid.
Waarom dan juist naar Azerbeidzjan getogen? Van Rhijn: “Dat heeft het IGF destijds zo besloten. Je voelt in zo’n land aan den lijve hoe actueel en kostbaar een vrij en open internet is. Tijdens de conferentie bleken sommige laptops gehackt en ook werden kritische brochures op last van de organisatie verwijderd. Dan sta je toch wel even te kijken. Aan de andere kant waren er ook verschillende kritische Azerische bloggers die het woord konden voeren, gevolgd door tegengeluiden van de kant van vertegenwoordigers van de overheid daar. Die open dialoog is een goede zaak en biedt hoop.”

Van Rhijn vertelt dat Nederland op de conferentie een bijeenkomst heeft belegd van de Freedom Online Coalition, een groep van achttien landen die zich sterk maken voor de vrijheid van meningsuiting op internet. “De succesvolle bijeenkomst werd voorgezeten door Lionel Veer, de Nederlandse mensenrechtenambassadeur.”

Hoopvol signaal

Het IGF van dit jaar vormde een opmaat naar de World Conference on International Telecommunications (WCIT) van 3 tot 14 december 2012 in Dubai. Op de agenda stond de herziening van het VN-telecomverdrag uit 1988. Destijds stond internet nog in de kinderschoenen en daarom speelt het in dit verdrag geen rol. “De grote politieke discussie is nu of internet of aspecten daarvan zoals spam en cybersecurity straks onder een nieuw VN-telecomverdrag moeten gaan vallen”, legt Van Rhijn uit. “De VS en de EU zijn daar fel op tegen. Maar landen als Rusland, China en Iran willen meer staatscontrole om zodoende hun eigen nationale internetsferen te creëren en willen internet dan ook onder VN-controle brengen.”

Bonthuis wijst op het feit dat niet alleen sterk centraal georganiseerde landen aan de internetvrijheid rammelen. “Na de rellen in Londen en andere Europese hoofdsteden klonk ook in eigen EU-huis de roep om strengere regulering. En in eigen land met de Facebook-rellen. Dan zou je internet eventjes uit willen kunnen zetten. Aan de andere kant verlies je dan ieder recht van spreken waar het de meer dictatoriale regimes aangaat.”
Beiden vinden de bevestigde consensus in Baku een hoopvol signaal. Het ziet ernaar uit, stellen ze, dat het huidige governance-model standhoudt. Daarin is het web baasloos. En als het aan Nederland ligt moet dat vooral zo blijven. “Nederland zal zich daar blijvend sterk voor maken.”

Meer informatie:
www.intgovforum.org
www.nligf.nl

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.