Partnerpagina IBM

- - - - -

Kabinet formeren is informatie hanteren

door: Rob Nijman

artikelen, 13 juli 2017

Op dit moment van schrijven wordt er nog driftig gesleuteld aan een nieuw kabinet. Je zou je dit proces kunnen voorstellen als het zoeken naar een voor alle partijen maximaal haalbare opbrengst van politieke prioriteiten. Over die prioriteiten bestaat onderling verschil van mening; over de wenselijkheid van de uitvoerbaarheid van het resulterende regeerakkoord niet.

IBM partnerartikel

Maar voor die uitvoerbaarheid is wel een aanvullende blik nodig. Een blik die medebepalend zou moeten zijn bij de totstandkoming van ‘het totale pakket’. De bril dus van de informatiedeskundige. Sterker nog: ook de bril van de informatietechnologiedeskundige.

Politieke prioriteiten zijn al lang niet meer los te zien van informatievoorziening en informatietechnologie. De burger, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld én de mede- overheden verwachten niet alleen uitvoerbaar beleid, maar ook uitvoerbaarheid binnen moderne normen. Die normen, vertaald in verwachtingen, zijn tegenwoordig niet mals. Zo moeten over- heidsdiensten zeer snel geleverd kunnen worden. Men wil niet meer fysiek in de rij staan voor een loket, maar ook niet voor een digitaal loket. Dat loket – ondertussen een verouderd begrip – moet op ieder moment van het etmaal benaderbaar zijn voor het doen van concrete ‘zaken’. En van minstens zo groot belang: de gegevens waarop beleid gebaseerd wordt, en activiteiten uitgevoerd, moeten de werkelijkheid goed weergeven. Ook wanneer de complexe wereld wordt gepresenteerd door (helaas soms nog te) complexe systemen. Systemen, data en applicaties die zowel de bron van beleid zijn, als de bouwstenen waarmee beleid wordt uitgevoerd.

Onder de motorkap

De veelkoppigheid van de overheid zelf mag daarbij niet belemmerend werken. Als een verzoek van een burger vergt dat een deel van de oplossing geleverd wordt door overheids- organisatie 1, de bijdrage van overheidsorganisatie 2 daarbij essentieel is, waarbij een derde organisatie tot slot de uitein- delijke goedkeuring moet verlenen, dan is het van belang deze complexiteit ‘onder de motorkap’ te houden. Die wordt door burger en/of bedrijfsleven niet als interessant ervaren, eerder als storend. ‘De’ overheid wordt aangesproken. Zij moet binnen gepaste snelheid, beschikbaarheid en kwaliteitsnormen leveren. Dat kán. Maar dat gaat niet vanzelf.

Een voorwaarde is dat overheidsbeleid, althans dat deel dat gericht is op een zekere mate van tastbare uitvoering, door de toets van die informatiedeskundige én die van de informatie- technologiedeskundige heen moet. Zijn er nieuwe systemen nodig? Is de noodzakelijke aanpassing van bestaande systemen wel mogelijk in de tijd die wenselijk is, ja vaker nog beloofd dreigt te worden? Ligt het eigenaarschap van al die noodzakelijke systemen en applicaties in één (overheidsorganisatie-) hand, of moeten er meerdere jurisdicties over beslissen? Dreigt er een belangencon ict tussen de eigenaren van verschil- lende systemen, of nog simpeler een verschil in inzicht over prioriteitstelling?

Laten we niet doen of ál dit denken uniek is. Gelukkig is dat niet zo. Er wordt gewerkt aan de hand van (open) standaarden daar waar die vastgesteld zijn. Overheidsorganisaties kennen in toenemende mate een CIO die verantwoordelijkheden krijgt vanuit de primaire taken van de overheidsorganisatie of de bedrijfsvoering en niet alleen meer vanuit de (noodzakelijke) technologie. En er zijn processen als Gateway en toetsingsorga- nen als het BIT die belangrijke bijdragen leveren.

Integrale blik

De vraag is of dat genoeg is. Genoeg als je bedenkt dat een aantal belangrijke elementen van succesvolle uitvoering van beleid de laatste jaren wat minder aandacht hebben gekregen. Dat geldt voor het (gebrek aan) deskundigheid op politiek niveau, zie het geringe aantal ICT-deskundigen in de Kamer. Maar zeker ook de relatie (overheids-)opdrachtgever enerzijds en opdrachtnemer uit het ICT-bedrijfsleven anderzijds. Die wordt in individuele gevallen gekoesterd, maar niet bepaald vanuit een integrale blik. Het recent verschenen rapport ‘Maak Waar!’ van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid stelt het nogal zwart-wit: ‘Overheden zullen zelf tot in de kern van hun primaire processen ICT moeten begrijpen, regisseren en, zonder afhankelijkheden van private partijen, ook moeten kunnen uitvoeren’. Zeker dat laatste is onmogelijk, en boven- dien onwenselijk. Daarbij: een paar maanden geleden nog sprak de Rijks-CIO in zijn nieuwe ‘Strategische i-Agenda-Rijksdienst’ over het ‘optimaal gebruik maken van marktpartijen, onder andere door een heldere en ten dele nieuwe handreiking voor het al dan niet inzetten van oplossingen, innovaties en infra- structuur van de markt’. De ‘dialoog’ met de markt, in al zijn verschijningsvormen, maar kennelijk ook binnen de overheid zélf, heeft op overkoepelend niveau beslist betere tijden gekend.

Al is het nooit te laat om de overheidsblik weer naar buiten te richten. Een netwerksamenleving vergt een dergelijke houding. En er zijn wel degelijk goede voorbeelden. Zie de Marktvisie van Rijkswaterstaat, of het aangaan van strategische partnerships met marktpartijen door het CBS.

Terug naar het kabinetsbeleid: een integrale toets zoals door sommige Planbureaus wordt uitgevoerd op partijprogramma’s kennen we op informatievoorzieningsgebied nog niet. De vraag is of dát nodig is. Maar de blik van informatiedeskundigen op een voorliggend concept(!)-regeerakkoord is hoogstnoodzakelijk. Deze wens kan al lang niet meer als een luxe worden gezien. Voor uitvoerbaarheid van het beleid is het dringend nodig. Voor de geloofwaardigheid van de politiek is het meer dan handig.

Rob Nijman is directeur Rijksoverheid IBM Nederland B.V.

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.