Partnerpagina ICTU

- - - - -

De achterkant van ‘mobility’

artikelen, 5 november 2015

In het Overheidsbreed Mobility Overleg komen overheidsmensen bij elkaar om hun kennis over – en ervaringen met – ‘mobility’ te delen. Het blijkt een verschijnsel dat zich lastig in een keurslijf laat dwingen.

Saco Bekius, ICT-strateeg bij de Belastingdienst en Herriët Heersink, Projectleider Ontwikkeling NORA vanuit ICTU.

Even met je mobieltje iets bestellen bij Bol.com, een hotelkamer regelen via Airbnb of je documenten in Dropbox zetten. Moeten overheidsorganisaties een voorbeeld nemen aan dat soort gebruiksgemak, om zo hun ‘klanten’ – burgers – en medewerkers te helpen? En mag je verwachten dat iemand thuis allerlei handige apps ‘uit de lucht plukt’, maar op kantoor vastzit in strikte afspraken en spelregels? En hoe pak je dat dan ‘aan de achterkant’ aan? Dergelijke vragen brachten dit voorjaar een aantal overheidsmensen bij elkaar in het Overheidsbreed Mobility Overleg (OMO), een serie van vijf bijeenkomsten waarvan er inmiddels drie zijn geweest, geïnspireerd door het iBestuur-congres Mobility.
Saco Bekius, ICT-strateeg bij de Belastingdienst, is een van de initiatiefnemers. Hij is doordrongen van de impact van de beschikbaarheid van mobieltjes en tablets. “Die beweging weekt mensen los van het bureau en de pc en dat heeft veel gevolgen voor de manier waarop de overheid het werk moet inrichten of waarop het contact met klanten verloopt.” Voor sommige buitendienstmedewerkers schiet bijvoorbeeld de productiviteit omhoog, constateert hij.

Betere term

‘Mobility’ gaat veel verder dan ‘een mobieltje en een app’; het gaat ook over de inrichting van de ICT in de backoffice van organisaties, over waar je gegevens neerzet en hoe je communicatie beveiligt. Dat vindt ook mede-initiatiefnemer Herriët Heersink, Projectleider Ontwikkeling NORA vanuit ICTU en vanuit het perspectief van architectuurvragen betrokken bij het onderwerp. Zij hoopt overigens dat er een betere – Nederlandse – term komt voor ‘mobility’. “Maar ik zou op dit moment geen betere weten.”

In het OMO zijn zo’n beetje alle bestuurslagen en overheidssectoren vertegenwoordigd. Sommige zijn bezig hun interne processen en dienstverlening aan te passen aan mobility, andere oriënteren zich nog. Ze komen niet bij elkaar om gezamenlijk een standaardaanpak voor mobility af te spreken. Het is wel een plek waar de vragen bij elkaar komen. Moet je de centraal verstrekte mobieltjes geheel willen controleren? Kan dat wel? En hoe veilig moeten toepassingen voor burgers zijn?

De uitgangspunten uit de NORA blijven in dit krachtenveld fier overeind

“Het lastige is dat we de antwoorden op dat soort vragen niet hebben”, zegt Heersink. “Alles dichtstoppen gaat gewoon niet werken. Het is een illusie om te zeggen dat je niet in de public cloud kunt werken. Dus je moet met elkaar een soort van dijkbewaking regelen. En daarnaast samen alert worden op waar de risico’s liggen en daarmee leren omgaan, ook als er iets fout gaat.” Bekius: “Weet van elkaar waar je sterktes zitten. Dat vind ik een mooie omslag en zo wordt het pragmatischer en geef je elkaar ruimte, zonder in een dwangbuis van standaarden voor mobility terecht te komen.” Heersink: “Het ene departement verbiedt Dropbox en het andere staat het toe. Maar beide hebben ze dezelfde worsteling.” In het OMO helpen overheidscollega’s elkaar om tot werkende oplossingen te komen.


Digitalisering van de overheid heeft te maken met krachtige ontwikkelingen, die in belangrijke mate richting en kansen kunnen bepalen, zoals social media, robotisering én mobility.

NORA zegt het al

De uitgangspunten voor overheids-ICT die in de NORA op een rij zijn gezet, blijven in dit krachtenveld fier overeind, stelt Heersink. Ze zijn vaak rechtstreeks door te vertalen naar mobiele toepassingen. Zo impliceren de afspraken over kwaliteit en authenticiteit dat gegevens bij de bron worden ‘beschermd en eenmalig worden uitgevraagd’. Juist in deze setting is belangrijk dat de betrouwbaarheid en toegankelijkheid van kerngegevens goed zijn geregeld. Dus sla je gegevens niet in een app op, maar in een centraal register. Bovendien impliceert de eis van vertrouwelijkheid dat aan beide zijden van het mobiele kanaal de identiteit onomstotelijk is vast te stellen. Dergelijke afspraken ‘schuren’ met de handigheid van consumenten-apps: veelvuldig hergebruik van (kopieën van) gegevens en vooral laagdrempelige toegang. Maar de achterliggende kernsystemen waarmee een mobiele app moet communiceren zijn vaak monolieten die helemaal niet op dat soort eisen zijn berekend. “Er komt een hele beweging op gang om dat te veranderen”, zegt Bekius. “Bij de Belastingdienst is bijvoorbeeld de nieuwe datalaag waaraan nu gebouwd wordt ook belangrijk voor mobility.”

Niet alles kan

Belangrijk is ook het besef dat niet alle soorten mobiele diensten die winkelbedrijven, banken en andere bedrijven aanbieden in de overheidswereld zomaar mogelijk zijn, vindt Heersink. “De overheid heeft echt een verantwoordelijkheid tegenover de samenleving en stelt scherpere eisen aan bijvoorbeeld omgaan met privacygevoelige persoonsgegevens. Dat kan ook betekenen dat voor sommige diensten geen apps gemaakt gaan worden.” Volgens Bekius is het relatief eenvoudig om mooie mobiele toepassingen in het geo-domein te maken, maar daar gaat het vaak om open data, niet om gevoelige persoonsinformatie.

In de vijfde bijeenkomst willen Heersink en Bekius ‘het net ophalen’. “Dan moeten we kijken wat die ervaring en kennis van mensen die met de voeten in de modder staan betekenen voor de afspraken die we bijvoorbeeld in de NORA hebben gemaakt”, aldus Heersink. “We denken dat we met vijf bijeenkomsten een voldoende sterk netwerk hebben opgezet waarbinnen mensen elkaar zullen vinden en blijven opzoeken. Dit wordt niet een zichzelf in stand houdend overleg.”

In februari 2016 wordt een Overheids Mobility Tour georganiseerd:
www.dutchmobilecommunity.nl

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.