Partnerpagina ICTU

- - - - -

Een ander niveau van standaardisatie

door: Ineke Schop, Herko Coomans

weblogs, 11 september 2014

Een voorbeeld van de complexiteit van het vraagstuk: een dakloze wordt door het Leger des Heils opgevangen, maar hij/zij staat niet ingeschreven bij die gemeente. De vraag is wie de kortdurende opvang betaalt: de gemeente waar de opvang is, of waar de dakloze het laatst is ingeschreven? Hoe verreken je dat voor een heleboel dak- en thuislozen achteraf?

Dakloze

Het 3D vraagstuk is actueel. Het behelst de drie decentralisaties op jeugdzorg, participatie van mensen met een handicap en de AWBZ zorg die deels in de gemeentelijke Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) wordt ondergebracht.

Het 3D vraagstuk is vooral een informatievraagstuk: alle noodzakelijke informatie van alle betrokken partijen moet op tijd voor de juiste mensen beschikbaar zijn. Dan is het belangrijk dat alle partijen dezelfde begrippen gebruiken, kerngegevens uit vertrouwde bronnen hergebruiken en communiceren volgens afgesproken standaarden en generieke methoden en voorzieningen. Dat vraagt constante samenwerking en afstemming en aandacht voor aspecten als ontwikkeling, implementatie, beheer en governance. Kortom: een ander niveau van standaardisatie.

Vanaf 2015 moeten gemeenten een regierol invullen die zich tot ver in het sociaal domein uitstrekt: zorg, participatie, onderwijs, werk en inkomen. De transformatie van de gemeente naar de meest nabije overheid, dichtbij leefwereld van elke burger, wordt hiermee een feit. De veranderingen gaan gepaard met forse bezuinigingen. Op de AWBZ structureel 1,7 miljard, op de Participatiewet 1,8 miljard. En op de jeugdzorg 450 miljoen. Alles te starten in 2015 met een nieuwe ‘regierol’ voor gemeenten, die de genoemde zorgvormen beter en efficiënter kunnen organiseren, omdat ze dichter bij de burger staan. Het hulpverleningsveld ziet er op dit moment zeer versnipperd uit. De uitdagingen zijn groot, niet alleen voor gemeenten. Ook zorginstellingen, hun medewerkers, cliënten, (ICT)leveranciers, toezichthouders en andere betrokken partijen, zoals zorgverzekeraars, zijn druk op zoek naar en aan het werk aan manieren om de veranderingen vorm en inhoud te geven.

Gemeenten en zorginstellingen zien zich gesteld voor grote nieuwe vraagstukken, waarbij uiteindelijk de besparingen misschien wel te realiseren zijn, maar dan zal in het bijzonder de uitwisseling van gegevens heel wat strakker, eenmaliger en eenduidiger georganiseerd moeten worden dan nu het geval is. Standaardisatie is onvermijdelijk aan de orde in een veelkleurig, te harmoniseren veld.

We bevinden ons op dit moment in de zgn. transitiefase. Concreet betekent dat, dat alle betreffende partijen zich opmaken om per 1-1-2015 tenminste zorg te kúnnen leveren, hoe dan ook. De aandacht ligt vooralsnog voornamelijk bij inkoop van de benodigde zorg. De tijd is krap, wat bijna onvermijdelijk maakt dat er oplossingen worden gezocht die niet per definitie duurzaam zijn. Na de transitie volgt de transformatie: passende zorg dichtbij mensen zelf, met ruimte voor maatwerk en eigen verantwoordelijkheid. Met de gemeente als meest nabije overheid die de regierol vervult en daarop direct aanspreekbaar is. Uiteraard op efficiënte wijze, dus tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Deze blog wil een bijdrage leveren aan deze laatstgenoemde fase, waarin creatie van nieuwe werkwijzen en verankering op nieuwe manieren aan de orde is.

Andere regierol

In ons werk focussen wij op intelligente gegevensuitwisseling. Gericht op het ondersteunen van de praktijk. Elektronisch waar mogelijk, op basis van bewezen, internationale en open standaarden, met hergebruik van kerngegevens uit vertrouwde bronnen waar noodzakelijk en met gebruik van intelligente diensten om de veiligheid en privacy te waarborgen.

De behoefte aan een intelligente gegevensinfrastructuur die raadpleegbaar is ongeacht de soort en maat van organisatie die ervan gebruik wil maken, doet steeds vaker van zich spreken en ligt in het kader van 3D voor de hand als een onvermijdelijke oplossing. Op wijkteamniveau, de werksoort waar vrijwel alle gemeenten in de basis voor kiezen in het kader van 3D aanpakken, zullen dagelijks dezelfde soorten gegevens van reeds bij organisaties bekende personen en gebeurtenissen nodig zijn. De kwaliteit van de beschikbare gegevens is van cruciaal belang. Dat betekent niet dat iedere betrokken partij onbeperkt over alle gegevens moet kunnen beschikken –integendeel. Ervaring in andere sectoren leert ons dat er veel intelligente oplossingen zijn voor dit soort complexe informatievraagstukken. Wat dit specifieke vraagstuk interessant maakt is de groeiende rol en betrokkenheid van de cliënt zelf, die steeds meer regie krijgt en zal nemen in het zorg- en ondersteuningsproces.

Standaardisatie in actie

Over partijen en lagen heen tot werkbare oplossingen komen: dat is waar wij voor staan. . De genoemde vraagstukken schreeuwen om gemeenschappelijkheid in taal en herbruikbaarheid van gegevens, waar maar mogelijk. Het één heeft het ander nodig over kokers en muren heen om tot de gewenste grootschaligheid en accuratesse te kunnen komen. Werkend aan standaardisatie op begrippen en werkprocessen die daardoor geraakt worden, zou de mogelijkheid kunnen ontstaan om regelmatig terugkerende patronen te ontdekken, clusters, die op hun beurt weer als diensten te bestempelen zijn, die afgenomen kunnen worden door klanten. Er komt als het ware een niveau van standaardisatie bij, vergelijkbaar met hoe in de industrie door grootschalige standaardisatie massaproductie mogelijk werd gemaakt.

Wil die gegevensuitwisseling op die manier gestalte krijgen, dan moet aan een aantal randvoorwaarden zijn voldaan.

Eigenaarschap

Om te beginnen moet er sprake zijn van een eigenaar van het telkens te definiëren vraagstuk. Dat is lastig, omdat vele publieke- en private organisaties betrokken zijn bij 3D die zich allemaal voor een deel eigenaar van de gebruikte gegevens voelen. Omdat iedereen deeleigenaar is, is er feitelijk geen eigenaar, zoals we steeds vaker zien als het om informatiekundige vraagstukken gaat. De vergelijking met het zorgdossier dringt zich op. Met het nieuwe zorgbrede Informatieberaad werkt VWS (ondersteund door ICTU) aan een gemeenschappelijke gegevensautoriteit (waar de VNG ook onderdeel van is), die (informatie)standaarden van toepassing verklaart en gegevenswoordenboeken vaststelt in nauwe afstemming met het veld en dus de participerende organisaties. Wiens producten door allen gebruikt en bijgewerkt blijven worden. Dat vraagt de realisatie van een moderne overheid die meebeweegt met dat wat informatiekundig kan. En structuren bedenkt die bij het op te lossen vraagstuk passen, in plaats van bij de oude bekende organisatiestructuren, die deels niet meer passen bij wat kan. Ook een overheid die begrijpt dat bij de aanpak van een vraagstuk als 3D grootschalige standaardisatie op termijn de enige weg naar kosten reductie en overzicht voor iedereen is. Zo, dat is er uit!

Intelligente gegevensuitwisseling

Dat brengt ons bij het tweede vraagstuk: dat van de privacy. In het NRC van 16 augustus, verscheen een artikel over de privacy-kant van de zaak. Strekking van het artikel was dat een aantal gemeenten al met protocollen werkt, waarbij sommigen ook hebben nagedacht over wie gerechtigd is tot welke informatie en de noodzaak van het geven van toestemming tot inzage door de burger zelf. De grootste groep is nog aan het nadenken en een restgroep van de 50 ondervraagde gemeenten moet er nog zo’n beetje aan beginnen. Geconstateerd is dat er inmiddels door onder andere de VNG (en KING) vele hulpmiddelen voor gemeenten zijn geproduceerd. Ook De Correspondent schrijft een serie artikelen over privacy bij de decentralisaties en schetst daarin geen rooskleurig beeld. ICTU ondersteunt VWS en VenJ bij de maatregelen die beide departementen nemen vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de jeugdzorg en heeft ervaring met de Privacy Impact Analyses (PIA’s). Ook voor dit complexe vraagstuk biedt de intelligente gegevensuitwisseling kansen: de vraag of (gevoelige) persoonsgegevens daadwerkelijk noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die specifieke stappen in die processen moet continu gesteld worden. Vaak zijn er slimme oplossingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld de Kruispuntbank in België ons heeft geleerd. Daarmee blijven gegevens waar ze horen en wordt daarvan niet-privacy gevoelige informatie afgeleid.

Maatvoering

En tenslotte de juiste maatvoering in de aanpak. Te groot beginnen, iedereen erbij betrekken is de dood in de pot. Bij te klein houden wordt het niet opgemerkt of nagevolgd. Wij pleiten voor een organische aanpak, die verankerd is in de praktijk, waarbij bottom up en top down benaderingen elkaar versterkend gebruikt worden.

De kunst is om samen met een minimaal noodzakelijke groep belangrijke stakeholders en verankerd in de praktijk te komen tot een stap voor stap olievlek benadering: elk bloemkoolroosje is toch ook een bloemkooltje op zich! Bij genoeg bloemkoolroosjes ontstaat werkende weg een bloemkool! Een begin zou gemaakt kunnen worden met die gegevensset waarvan de onafgestemdheid tot grote werkdruk of andere last aanleiding geeft. Bij aanvang van het proces wordt afgesproken wie de eigenaar wordt van het bloemkooltje dat onder handen is. (En als nodig wordt het aspect van privacy telkens casusgewijs meebeschouwd.)

Werkplaats
Rondom de uitwerking op de Visie Informatisering Sociaal Domein (VISD) doet zich nu al de vraag voor naar de standaardiserings bewegingen zoals hierboven omschreven. Maar ook vanuit de praktijk, bijvoorbeeld vanuit de living lab voorbeelden, of vanuit gemeenten die samen met dienstverleners voorop lopen in aanpakken op 3D.

ICTU zou een werkplaats kunnen organiseren waar de transformatievisie via standaardiserings aanpakken tot het benoemen van een stelsel van criteria gaat leiden, op basis waarvan diensten gedefinieerd kunnen worden. Tot de criteria horen standaarden op begrippen, de inhoud van berichten en koppelvlakken, maar ook het gebruik van Big Data, waaraan toenemend vraag bestaat bij gemeenten.

Een voorbeeld van de complexiteit van het vraagstuk: een dakloze wordt door het Leger des Heils opgevangen, maar hij/zij staat niet ingeschreven bij die gemeente. De vraag is wie de kortdurende opvang betaalt: de gemeente waar de opvang is, of waar de dakloze het laatst is ingeschreven? Hoe verreken je dat voor een heleboel dak- en thuislozen achteraf? (Want het Leger Des Heils zet ze niet op straat omdat we hun gegevens niet op orde hebben.) En verschilt dat per gemeente? Kwaliteit van de gegevens (van mensen die bijna per definitie niet in de systemen zitten), complexe verhoudingen én de kwaliteit van de zorg komen hierin mooi bij elkaar.

Gemiste kans om dit eigenaarloze onderwerp niet op te pakken! Wie doet er met ons mee?

Ineke Schop en Herko Coomans zijn beiden relatiemanager en projectleider bij ICTU

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.