Partnerpagina ICTU

- - - - -

Made in Europe: digitale dienstverlening over grenzen heen

artikelen, 5 december 2017

Een Belgische expat die in Rotterdam woont en online een parkeervergunning wil aanvragen bij de gemeente met haar Belgische eID. Of een Spaanse toerist die tijdens zijn vakantie in Nederland slachtoffer is geworden en bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven online met zijn eigen eID een aanvraag indient voor een financiële tegemoetkoming. Nu zijn deze scenario’s nog toekomstmuziek, maar met de inwerkingtreding van de Europese verordening eIDAS in september 2018 worden de eerste stappen gezet.

ICTU

Jonas de Graaf (links) en Xander van der Linde

De verordening eIDAS regelt onder meer de Europese acceptatie van nationale elektronische identificatiemiddelen (eIDs). Xander van der Linde (ICTU) ziet niet alleen een uitbreiding van gebruikersgemak binnen Europa, maar ziet de invoering van de eIDAS-verordening ook in een groter perspectief. “We regelen erkenning van digitale identiteiten over de grens met deze wetgeving degelijk. Zo kunnen we straks zaken ook over de grens betrouwbaar digitaal regelen. Dáár liggen de kansen.”

Jonas de Graaf (ICTU) zou bij de invoering van eIDAS ook graag meer dan alleen het verplichte deel zien. “De verplichting is dat je kunt inloggen met een eigen nationaal inlogmiddel. Waar je naartoe wilt is dat je over de grens digitale dienstverlening krijgt. Kijk naar de gemeenten Wassenaar of Voorschoten waar expats niet meer hoeven langs te komen bij de balie voor een akte of een uittreksel van hun persoonsgegevens. Online kunnen zij nu in de Engelse taal hun eigen producten en diensten afnemen. Of neem het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), waar Belgen, Duitsers en Oostenrijkers met het eigen eID online hun zaken kunnen regelen. Dat is een insteek die veel verder gaat dan alleen het invoeren van een verplichting. Het gaat om een nieuwe kanalenstrategie waarbij de klant centraal staat, en een efficiënter proces voor de eigen organisatie mogelijk wordt.”

Impactanalyse

Aan de verordening zitten ook de nodige vraagstukken vast. Overheidsorganisaties die verplicht zijn eIDAS door te voeren, moeten goed nadenken over welke diensten zij willen aanbieden en wat dit betekent voor de organisatie. Om (overheids)organisaties klaar te stomen voor eIDAS, wordt onder meer een beroep gedaan op ICTU. Zo heeft de directie Informatisering & Inkoop (DI&I), die verantwoordelijk is voor de ICT-infrastructuur binnen het domein van Justitie en Veiligheid (voorheen Veiligheid en Justitie), aan ICTU de opdracht gegeven om een impactanalyse uit te voeren.

Van der Linde: “Vanuit het departement van JenV (voorheen VenJ) wordt voor de onderdelen vanuit dit domein, zoals het CJIB, de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie, ondersteuning beschikbaar gesteld om eIDAS te implementeren. Zo is er een gemeenschappelijke JenV-dienst die organisaties kan ontlasten bij het aansluiten. We hebben inzichtelijk gemaakt waar JenV-organisaties staan en welke behoefte zij hebben om eIDAS goed te implementeren.”

Inmiddels zijn de ervaringen van JenV ook gedeeld met partijen uit het domein van Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Het is belangrijk dat departementen kennis delen. We hoeven niet allemaal het wiel opnieuw uit te vinden, en zo werken we gezamenlijk aan een betere digitale overheid”, vertelt De Graaf.

Meer informatie?

Xander van der Linde
Jonas de Graaf

SVB

Luc Boss - SVB Luc Boss, relatiemanager Externe Betrekkingen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vindt de komst van eIDAS een goede ontwikkeling. Hij beseft wel dat je het niet een-twee-drie invoert: “Er moet nog het nodige gebeuren.”

AOW-pensioen, kinderbijslag, persoonsgebonden budget: de uitvoering van deze en andere wetten en regelingen ligt bij de SVB. “Het grootste deel van onze klanten zijn de 3,4 miljoen ontvangers van AOW”, vertelt Boss. “Zo’n 350.000 AOW’ers wonen buiten Nederland. Het gaat om mensen die tijdelijk of voorgoed naar het buitenland zijn vertrokken, of buitenlanders die enige tijd in ons land hebben gewerkt of gewoond en daarom recht hebben op AOW. Wij zien het aantal klanten buiten Nederland groeien door deze internationalisering. Het zou handig zijn als die klanten ook online bij ons terechtkunnen, met de authenticatiemethode die ze al gebruiken in het land waar ze wonen.”

De voordelen van eIDAS voor SVB én klant zijn groot, schetst Boss. “Enerzijds voor de SVB, want digitale dienstverlening werkt efficiënter en is betrouwbaarder. Anderzijds voor de klant, want die ervaart meer gebruiksgemak. Denk bijvoorbeeld aan een Italiaanse burger met een AOW-pensioen. Door de nieuwe regeling kan die straks óók eenvoudig inloggen bij ons digitaal loket. Zijn gegevens zijn dan makkelijk te bekijken en aan te passen en hij kan zo met de SVB communiceren. Nu kan dat alleen nog met DigiD.”

Samenwerking

Bij de voorbereiding van de invoering van eIDAS trekt de SVB op met andere organisaties uit de Manifestgroep, het informele samenwerkingsverband van grote uitvoeringsorganisaties. “Omdat zo’n Europese verordening voor alle organisaties geldt, kunnen we onderling afstemmen hoe we hiermee omgaan in de dienstverlening. En samenwerken is altijd inspirerend en leerzaam.”

De SVB vindt het van belang dat eIDAS bijdraagt aan het gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen. Zoals in Nederland DigiD (voor burgers) of eHerkenning (voor ondernemers). “Voor klanten in Nederland bouwen we geen eigen SVB-inlogmiddel en dat doen we ook niet voor internationale klanten. Als die door eIDAS hun nationale middel kunnen gebruiken voor onze online service, dan past dat prima bij de uitgangspunten die wij in Nederland hanteren.”


Ministerie van Economische Zaken

Ge Linssen - Economische Zaken Het hoofdthema van de Europese Unie is het bevorderen van de interne (digitale) markt. Volgens Gé Linssen, plaatsvervangend directeur Regeldruk & ICT-beleid bij het ministerie van Economische Zaken, is de implementatie van de eIDAS verordening het thema voor 2018. “eIDAS optimaliseert het internationale digitale grensverkeer. Voor burgers, maar óók voor ondernemers.”

Linssen noemt een aantal voorbeelden waarbij eIDAS een rol kan spelen. “Neem als voorbeeld een Duitse jongeling die in Nederland komt studeren en het voortraject digitaal kan afhandelen. Hetzelfde geldt voor de aanvraag van vergunningen bij gemeenten. Zeker in de grensstreek. Digitalisering maakt dienstverlening over de grenzen heen een stuk eenvoudiger.”

De invoering van eIDAS regelt onder andere dat burgers en bedrijven in Nederland door middel van elektronische identificatiemiddelen veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-)overheid. eHerkenning/Idensys is zo’n identificatiemiddel en zorgt ervoor dat burgers en bedrijven niet alleen veilig kunnen inloggen, maar ook locatieonafhankelijk. “Dat is bijvoorbeeld van belang bij het aanvragen van subsidie, maar ook voor het voldoen van een belastingaanslag.”

Een van de stappen die gemaakt moet worden bij de implementatie van eIDAS, is het zogenoemde notificatieproces. Voor het erkennen van elektronische identificatiemiddelen moeten lidstaten van de Europese Unie het eigen stelsel aanmelden in ‘Brussel’. Een van de landen die op dat gebied vooroploopt, is Duitsland. Nederland heeft de peer review mogen voorzitten. “Voor ons is dat leerzaam. Bijvoorbeeld om te achterhalen aan welke veiligheidseisen middelen moeten voldoen.”

De invoering van de eIDAS-verordening staat gepland voor 29 september 2018. Gé Linssen is overtuigd van de haalbaarheid, maar ziet ook wel dat het nog wel een pittige klus wordt. “Er zijn circa achthonderd organisaties die grensoverschrijdend verkeer mogelijk maken. Op dit moment zijn er ruim driehonderd die inmiddels klaar zijn voor eIDAS. De rest proberen we nu met alle mogelijke communicatiemiddelen te stimuleren”, aldus Linssen. Hij is positief over de toekomstgerichte opstelling van Estland. Als huidig voorzitter van de Europese Unie maakt de Baltische staat zich hard voor de interne (digitale) Europese markt en voor eIDAS. Om dat te onderstrepen vroeg Estland de overige landen van de EU in oktober om een ministeriële verklaring voor de elektronische overheid te ondertekenen, waarin de voortgang van de eIDAS implementatie specifiek is benoemd. Linssen vindt dat een goed signaal, maar dat neemt niet weg dat de EU-landen daarna ook écht aan de bak moeten.


Ministerie van Justitie en Veiligheid

Emine Özyenici - JenV “De invoering van eIDAS heeft zeker impact op de digitale dienstverlening binnen ons domein”, aldus Emine Özyenici, directeur Informatisering en Inkoop en plaatsvervangend CIO bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). “Met name omdat die soort van dienstverlening veelal per webapplicatie wordt aangeboden.”

Een en ander betekent onder meer dat de onderdelen binnen het JenV-domein moeten nadenken over de vraag of hun dienstverlening (en webapplicatie) aangepast moet worden om de nieuwe (internationale) doelgroep te bedienen. “Ook zullen zij moeten aansluiten op een nationaal knooppunt dat momenteel wordt ingericht en afhankelijk van de organisatie, heeft dit geen of juist grote impact. We zijn nu bezig om dat in kaart te brengen.”

De impact van eIDAS doet zich ook gelden bij het authenticatiekoppelvlak, de federatieve service JenV. Op dit koppelvlak bieden JenV-dienstaanbieders hun digitale diensten aan en worden zij ook gekoppeld aan DigiD of eHerkenningsmakelaars. “Samen met de ministeries van Economische Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn wij, met steun vanuit de Europese Unie, bezig om een nationaal eIDAS-knooppunt aan te leggen en deze op ons koppelvlak aan te sluiten.

Vanuit JenV is onder meer de Justitiële informatiedienst betrokken. Omdat zij vroegtijdig betrokken is, kan zij de JenV-organisaties ontzorgen bij de technische implementatie van eIDAS in hun webapplicaties.”

Om dienstaanbieders en onderdelen binnen het JenV-domein voor te bereiden op de komst van eIDAS, is onder meer een bewustwordingscampagne gestart. “Daarnaast hebben wij hen gevraagd om tijdig activiteiten in te plannen en budget te reserveren om aan de verordening te voldoen. Hierbij hebben we de ervaring van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) gedeeld met de andere organisaties.”

Uitdaging

In eerste instantie verplicht de eIDAS-verordening tot het authentiseren van Europese burgers en bedrijven. Dat wil zeggen dat ze toegang moeten krijgen tot digitale dienstverlening van landen binnen de Europese Unie. “De ervaring leert ons dat voor een effectieve dienstverlening ook vaak aanvullende gegevens nodig zijn om de dienstverlening te kunnen personaliseren”, zo schetst Özyenici. “Binnen de Nederlandse overheid is dit al een groot vraagstuk en de uitdaging is hoe dit op Europees niveau wordt georganiseerd. Maar het laat onverlet dat het al geweldig is dat Belgische of andere Europese burgers hun flitsfoto’s kunnen bekijken en boetes betalen op dezelfde digitale wijze als de Nederlandse burgers. Daardoor wordt de overheid transparanter, maar ook toegankelijker.”


tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.