partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina ICTU

ictu logo

PIM kan nu vruchten gaan plukken

door: Freek Blankena

artikelen | 10 december 2013

Het Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving (PIM) is op stoom; de eerste vijf partijen gaan aansluiten op Inspectieview Milieu (IvM). Intensief ‘zendingswerk’ is voor PIM het komende jaar het devies.

François Vis, projectleider PIM en Titia van Leeuwen, programmamanager PIM.

Op 20 november tekenden de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Nieuwe Voedsel- en Waren Autoriteit, de Inspectie SZW en de omgevingsdiensten (RUD’s) DCMR en Zuid-Holland Zuid als eerste inspecterende organisaties voor aansluiting op Inspectieview Milieu (IvM) en inmiddels zijn zij dat ook technisch aan het realiseren. Inspectieview Milieu is een vorig jaar gerealiseerd systeem voor digitale informatie-uitwisseling tussen de instanties die moeten handhaven op milieugebied. Het is het centrale Inspectieview-platform waarop een inspecteur die op pad gaat kan zien wat zijn eigen organisatie weet van de onderneming die hij gaat bezoeken, maar ook wat andere inspecties erover in hun systeem hebben staan. Voor zover die instanties zijn aangesloten, uiteraard.

Het Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving is bijna drie jaar onderweg en 2014 wordt vooral het jaar van zendingswerk en helpen met aansluiten. Al die andere inspecterende en handhavende diensten, waaronder RUD’s/omgevingsdiensten, politie, Openbaar Ministerie en rijksinspectiediensten, moeten immers ook hun informatie met de rest delen om PIM tot een daadwerkelijk succes te maken.
Volgens Titia van Leeuwen, programmamanager PIM (een samenwerking tussen Rijk, IPO en VNG) en François Vis, projectleider PIM vanuit opdrachtnemer ICTU, is de wil er wel om dat te doen. “Op de laatste PIM-netwerkdag was de sfeer al anders”, zegt Van Leeuwen. “Sommigen zeiden opeens: ik wil het nu al.”

Bulk

Na de technische realisatie van Inspectieview Milieu zijn het afgelopen jaar enkele grote stappen gezet. Zo is er functionaliteit voor bulkopvragingen ontwikkeld. Daarbij kunnen de gegevens van de aangesloten inspectiediensten over alle objecten die ze gezamenlijk in hun systemen hebben staan in één keer worden opgevraagd voor (risico)analyse. Vis geeft een voorbeeld: “De analist kan zien dat er wel heel veel garagebedrijven zijn die steeds bepaalde milieuovertredingen begaan en dat die steeds samenwerken met dezelfde afvalverwerker. Dat soort relaties kan inzichtelijk worden gemaakt.” Op basis van de analysegegevens krijgt de inspecteur een lijstje met te bezoeken bedrijven.
Zoiets in werking zien werkt goed. “Je merkt dat het enthousiasme toeneemt als mensen zien dat er nieuwe inzichten ontstaan door nieuwe combinaties van gegevens.”

Privacyoverwegingen

Dat combineren van gegevens is meteen ook een heikel punt. Kan zo’n bulkbevraging eigenlijk wel zonder tegen de privacywetgeving in te gaan? Van Leeuwen denkt dat die barrière inmiddels is genomen. “Het stelt eisen aan de invulling en de architectuur van het systeem. Je moet zorgen dat je het zo doet dat het geen massaal databestand wordt dat ergens blijft staan, maar dat het alleen tijdelijk wordt opgeslagen. Je moet ook vastleggen wie de eigenaar is van welke informatie. Maak het systeem dus zo dat het privacybestendig is en dat de informatie in fasen is op te vragen, met respect voor de doelbinding. Die juridische kant is belangrijk. Het gaat niet alleen om bestuurlijke, maar ook om strafrechtelijke handhavers, die andere eisen stellen.” De ontwerpers van de bulkbevraging hebben dan ook vanaf het begin met de juristen aan één tafel gezeten.

Van Leeuwen verwacht op termijn in totaal zo’n zestig aangesloten organisaties, met een aantal aannames. “Je hebt 28 RUD’s, vier of vijf rijksinspecties, de politie met één centrale óf elf regionale aansluitingen. Dan de veiligheidsregio’s die het eventueel met een omgevingsdienst/RUD samen kunnen doen.”
Het is niet realistisch te verwachten dat eind 2014, als het programma PIM afloopt, al die organisaties netjes zullen zijn aangesloten. Van Leeuwen: “Eigenlijk zijn er twee grote uitdagingen. Eén is de kwaliteit van de gegevens. De milieuhandhavende instanties hebben een hele hoop gegevens, maar die zitten nog vaak gewoon in een map in een kast. Wat wij voor het systeem nodig hebben, is dat dat niet alleen is gedigitaliseerd, maar ook nog op een gestandaardiseerde manier. Nog lang niet al die diensten zijn zover. En daar moeten ze ook nog eens hun werkwijze op gaan baseren.”
De tweede uitdaging is die van de prioriteiten. “Naarmate organisaties als politie en andere er meer van weten zie je dat het geloof in het systeem heel erg groeit, vergeleken met een jaar geleden.” Maar ze hebben toch andere prioriteiten, zoals het opbouwen van hun eigen organisatie en het op orde krijgen van hun ICT. “Ze zeggen: heel mooi, maar nu nog even niet.”

Complexiteit

Van Leeuwen onderkent de complexiteit waar de aan te sluiten organisaties mee te kampen hebben, ook intern. Deels zijn ze tegemoet te komen. “De financiën zijn belangrijk, zeker als het gaat om organisaties die afhankelijk zijn van gemeenten. Een RUD-directeur zegt al gauw: als het zo duur is om aan te sluiten krijg ik die wethouders niet mee.” Dat probleem is ondervangen door een centraal ontwikkelde ‘aansluitvoorziening’ te maken, waardoor er in veel gevallen ‘een nulletje af kan’ van de aansluitkosten. “Maar de volgende vraag is: wat zijn mijn structurele beheerkosten straks?” Dat kan wellicht worden opgelost met een versimpeling van de aansluitvoorziening, die nu in onderzoek is. Van Leeuwen hoopt op voldoende inspecties die over hun eigen schaduw durven heen te stappen. “De regelgeving in Nederland is nog niet geënt op samenwerkingsverbanden.”

Eind 2014 moet PIM zijn opgegaan in een ‘gewone’ eenheid onder de hoede van de Inspectie Leefomgeving en Transport (IenM). “De inspecteur-generaal van ILT zal ook voor Inspectieview Bedrijven en Inspectieview Binnenvaart een eenheid creëren die het technische beheer gaat doen. Als PIM eind 2014 ophoudt moet het proces natuurlijk doorgaan.”

Standaardisatie vergevorderd

Het stroomlijnen van de informatie-uitwisseling door standaardisatie van begrippen en koppelvlakken is een belangrijk spoor van PIM. “Op dit moment werken we nog met een informatiemodel dat nog niet gestandaardiseerd is, maar dat vooral gebaseerd is op de praktische kant: wat kúnnen we nu al uitwisselen wat nieuwe inzichten biedt, desnoods met een extra vertaalslag?” zegt Vis. Een voorbeeld: wat voor de ene organisatie als een lichte boete geldt, is voor de andere een middelzware boete. “Daar moeten we bijvoorbeeld nog afspraken over maken over alle handhavers heen.”
De technische integratiestandaard waarmee applicaties van verschillende organisaties aan elkaar zijn te koppelen is inmiddels af: StUF-RIHa. “Daar moeten nog verbijzonderingen op komen, maar de integrale standaard ligt er nu. Het Forum Standaardisatie moet er alleen nog zijn zegen over geven. Het is nu al te gebruiken.”
Volgens Vis wachten veel leveranciers van inspectiesystemen ook tot het moment dat de nieuwe StUF-standaard in Inspectieview Milieu is ingebouwd. “In termen van aansluitingen zal er dan een versnelling optreden. Voor omgevingsdiensten/RUD’s wordt het ook makkelijker.”

Inspectie Alert

De cirkel ‘analyseren, coördineren, uitvoeren’ is met Inspectieview Milieu en de functionaliteit voor bulkopvraging en -analyse aardig rond. Op sommige gebieden is er echter extra aandacht nodig. Dat is het geval bij de ketens rond asbest, afval, grond en vuurwerk. Voor asbest en vuurwerk zijn inmiddels geharmoniseerde digitale checklijsten ontwikkeld voor de waarnemingen van de inspecteurs in het veld. Specifiek voor de asbestketen is nu de Inspectie Alert Asbest ontwikkeld, samen met DCMR Milieudienst Rijnmond, Milieudienst IJmond en de provincie Gelderland. Deze extra schakel in de keten verbindt de aandachtsbedrijven uit de risicoanalyse met de daadwerkelijke plaats en tijd waar ze hun werk doen. Zo kunnen inspecteurs nog gerichter op pad worden gestuurd – iets wat in de asbestketen geen overbodige luxe is.

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.