partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina ICTU

ictu logo

Samen ontwikkelen

door: Marieke Vos

artikelen | 14 april 2012

ICTU helpt overheden beter te presteren met behulp van ICT. De organisatie heeft zichzelf na een ingrijpende reorganisatie omgevormd tot netwerkorganisatie, gericht op het organiseren van een adequate informatievoorziening. Verbindingen leggen en samenwerken met andere overheden staan centraal. Het succesvol ontwikkelde Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen laat zien hoe dat werkt.

ictu logo

“Als ICTU willen we inspelen op de behoeften van onze opdrachtgevers, maar we zijn ook een ‘countervailing power’. We brengen partijen bij elkaar, zoeken de balans tussen de verschillende belangen en ontwikkelen samen met overheden. Daar kun je mooie resultaten uit halen”, zegt Dirk-Jan de Bruijn, directielid bij ICTU, dat vorig jaar tien jaar bestond.

Het LRK-GIR-complex is zo’n resultaat. Dit complex bestaat uit een register, het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), en een Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR). Beide onderdelen werden binnen tijd en budget afgerond en geïmplementeerd. Alle gemeenten en GGD’s (op 1 na) zijn aangesloten op het LRKP en meer dan 350 gemeenten hebben zich ingeschreven voor aansluiting op de GIR Handhaven, waarvan er inmiddels circa honderd zijn gerealiseerd. Opdrachtgever is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Dirk Jan van der Linden, namens SZW bij het project betrokken: “Het mooie van ICTU is dat ze in staat blijken om alle standaarden die ze hebben ontwikkeld, zoals koppelvlakken en de architectuur NORA, kunnen toepassen in ketens. Ze kennen de valkuilen van ketensamenwerking en schakelen snel. Bij ketensamenwerking dreigt het gevaar dat één partij dominant is. Dan is het belangrijk dat er een onafhankelijke partij betrokken is. Die rol speelt ICTU, zij zorgen voor balans in de keten en kunnen gemakkelijk samenwerken met KING en DUO, die belangrijke rollen vervullen in de uitvoering.”

Besparing

In het LRKP staan alle locaties voor kinderopvang en peuterspeelzalen die voldoen aan de kwaliteitseisen van de overheid (zoals opleidingseisen en een Verklaring Omtrent het Gedrag). De Belastingdienst geeft alleen kinderopvangtoeslag voor opvang bij een geregistreerde instelling. Ouders kunnen in het register een opvangadres opzoeken, overheden gebruiken het voor diverse processen.
De GIR bestaat uit twee delen: handhaving en inspectie.

GGD’s voeren de inspectie op de kinderopvang en peuterspeelzalen uit en publiceren hun rapporten in het register. Dit zijn openbare documenten, dus ook ouders kunnen ze raadplegen. Gemeenten gebruiken de gegevens uit de rapporten om te handhaven, een werkproces dat wordt ondersteund door GIR Handhaven. Het LRKP moest er komen wegens de Wet kinderopvang die in 2010 van kracht werd. GIR werd op verzoek van gemeenten en GGD’s ontwikkeld, het gebruik hiervan is vrijwillig.

Aanleiding voor de Wet kinderopvang en het landelijk register waren de stijgende kosten voor kinderopvang en het gebrek aan overzicht op de kwaliteit. Gemeenten registreerden adressen wel, maar deden dat elk op hun eigen manier.
“Dankzij het register hebben we nu veel betere en betrouwbaarder informatie. Daarmee heeft de overheid in het eerste jaar al tientallen miljoenen euro’s bespaard. En dat is een bedrag dat elk jaar terugkomt”, zegt Van der Linden. In duizenden gevallen konden ouders niet aantonen dat hun kinderen bij geregistreerde instellingen werden opgevangen, waarop de toeslag werd stopgezet. “Deze groep komt niet terug bij een geregistreerd adres, zo blijkt.” De Belastingdienst kan nu veel efficiënter controleren, met één register in plaats van 415 gemeentelijke registraties.

Onorthodox

Gemakkelijk was het ontwikkelen van het register niet. Het Expertise Centrum (HEC) onderzocht in 2009 de mogelijkheden voor zo’n landelijk register en concludeerde dat de deadline ‘normaliter niet haalbaar’ zou zijn en alleen zou slagen met ‘onorthodoxe maatregelen’. De projectgroep die ermee aan de slag ging, nam die maatregelen. Zo werd de Algemene Maatregel van Bestuur waarin het model voor het register is opgenomen samen met de IT-architect en met ICTU geschreven. “We hadden dus meteen een datamodel waarop we konden gaan bouwen”, zegt Van der Linden.

Ook de heldere scope bleek te helpen. “Juist omdat iedereen wist dat het een kwetsbaar project was, konden we het robuust en eenvoudig neerzetten. Dat is een belangrijke succesfactor geweest”, zegt Van der Linden. Het systeem zit goed in elkaar, oordeelde ook de Software Improvement Group (SIG). SIG meet de kwaliteit van software en kende LRK vier sterren toe, de op één na hoogste score. “SIG vertelde ons dat ze deze kwaliteit niet vaak tegenkomen”, zegt Van der Linden.

Scrum

Er waren veel verschillende partners betrokken bij de ontwikkeling van het systeem: gemeenten, GGD’s, Belastingdienst, Inspectie voor het Onderwijs, GGD Nederland en VNG. Belangrijke rollen waren weggelegd voor KING (implementatie bij GGD’s en gemeenten) en DUO (beheer). Voor de ontwikkeling van GIR gebruikte ICTU een methode die recht doet aan deze complexiteit: Scrum. In dit model worden gebruikers nauw betrokken bij de ontwikkeling en worden in een periode van drie weken steeds werkende delen van de applicatie opgeleverd.
John Oldenhuizing, projectleider LRK bij ICTU, legt uit: “We maken eerst een globaal ontwerp, met prioritering. Dat ontwerp wordt verdeeld in brokken die in een aantal weken ontwikkeld kunnen worden. Het bouwteam van ICTU maakt per brok software een prototype en legt dat voor aan het team van gebruikers. Vervolgens worden de opmerkingen van de gebruikers verwerkt en een week later krijgen zij werkende software. Dus geen prototype of een stroomschema op papier, maar echte software waar ze doorheen kunnen klikken. Dan wordt duidelijk of alles logisch werkt, of bijvoorbeeld de juiste knoppen op de juiste plek zitten en of de volgorde van formulieren klopt.”

Op deze manier wordt elke drie weken een brok software ontwikkeld en langzaamaan het hele systeem gebouwd.
Dat de juiste gebruikers hierbij aan tafel zitten is doorslaggevend voor het succes en daar is dan ook krachtig op gestuurd, zegt Van der Linden: “De VNG en KING hebben voor ons de juiste mensen met de juiste proceskennis gezocht, uit grote en kleine gemeenten. Vanuit GGD Nederland zijn de GGD-gebruikers bij het proces betrokken.”
In juli 2012 loopt het programma LRK af en wordt het beheer van het systeem overgedragen aan DUO. ICTU blijft wel het applicatiebeheer doen, want het systeem wordt nog steeds uitgebreid met functionaliteit.

Prioritering

Een groot voordeel van ontwikkelmethode Scrum noemt Van der Linden de duidelijke prioritering. “Samen met de ketenpartners wordt een lijstje opgesteld en worden keuzes gemaakt wat wanneer wordt ontwikkeld. Dat lijstje wordt steeds aangevuld, want gedurende het proces ontstaan altijd nieuwe wensen. Door de prioritering blijft duidelijk dat je een afweging moet maken, dat als je het ene wilt, je het andere moet laten. In het begin is het belangrijk dat je daar als opdrachtgever wekelijks bij bent, maar op den duur hoeft dat niet meer omdat het voor iedereen duidelijk is hoe het werkt. Voor mij als opdrachtgever geeft dat veel vertrouwen.”
Als het aan ICTU ligt, gaan alle projecten die zich hiervoor lenen gebruikmaken van deze ontwikkelmethodiek. Oldenhuizing: “De meeste projecten die ICTU doet zijn complex, omdat er veel partijen bij betrokken zijn en omdat ze een grote impact hebben op de werkprocessen in de keten. Daar leent deze methodiek zich heel goed voor.” De Bruijn besluit: “Deze methode vraagt om een andere houding en ander gedrag, van in alle openheid met elkaar samenwerken aan een gezamenlijk doel. Dat geeft duidelijkheid en het is heel leuk om te doen, voor zowel ontwikkelaars als gebruikers.”

tags: , , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.