Partnerpagina ICTU

- - - - -

Uitwisselen op Europees niveau

artikelen, 23 februari 2015

Informatie-uitwisseling houdt niet op bij de grens, dus is het belangrijk daarover ook met ‘Brussel’ te praten. Nederland en Europa kunnen wat dat betreft van elkaar leren.

iB13-EC, ICTU en BZK in gesprek op ISA-workshop

Organisatoren van de Europese Commissie, ICTU en BZK in gesprek bij de ISA-workshop. (foto: Studio Oostrom)


Met de groeiende samenwerking tussen EU-lidstaten, mobiliteit van EU-werknemers en internationale handel groeit binnen de Europese Unie de behoefte aan een goede en veilige informatie-uitwisseling voor grensoverschrijdende dienstverlening. In Brussel wordt het belang hiervan onderstreept en wordt bevorderd dat de ontwikkelingen op elkaar worden afgestemd. In dat kader kwam een delegatie van de Europese Commissie naar Den Haag om haar initiatieven toe te lichten en bijgepraat te worden over de ontwikkelingen in Nederland. Dat gebeurde op 6 november tijdens een druk bezochte workshop bij ICTU in Den Haag.

Europa onderstreept het belang van een digitale overheid vanuit een economisch perspectief. Overheden in Europa spelen gezamenlijk een grote factor in de Europese economie, bijvoorbeeld waar het gaat om aanbestedingen. Door dergelijke zaken te digitaliseren kan veel worden bespaard, zowel bij overheden als bij bedrijven.

Interoperabiliteitsarchitectuur

Bij de digitalisering van de overheid is het van belang rekening te houden met de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt of worden voorbereid – zeker waar het gaat om grensoverschrijdende gegevensuitwisselingen. In beperkte mate geldt hiervoor verplichtende EU-regelgeving, maar in toenemende mate is er sprake van soft law. In het kader van het ISA-programma (Interoperable Solutions for European public Administrations) werkt de Europese Commissie aan afspraken om de interoperabiliteit te bevorderen. Zo wordt momenteel in Brussel een Europese Interoperabiliteits Architectuur voorbereid. Een dergelijke architectuur biedt lidstaten een kader bij het opzetten van nieuwe systemen. Daarom is het zaak verbinding te leggen met afspraken die reeds nationaal gelden. “Als je meedoet en invloed uitoefent op die ontwikkelingen, komt er later iets op je af wat je zelf mede gemaakt hebt”, aldus Xander van der Linde, adviseur van ICTU en mede-initiatiefnemer van de bijeenkomst, samen met John Kootstra en Guus Bronkhorst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Margarida Abecasis, hoofd van het ISA-programma van de Europese Commissie.

Onderwerpen

Tijdens de workshop zijn vanuit de Europese en de nationale invalshoek presentaties gegeven over verschillende interoperabiliteitsvraagstukken, werken onder architectuur, semantische interoperabiliteit en open standaarden. Vanuit de Nederlandse praktijk kwamen onder andere Digitaal 2017, Stelselcatalogus, Samenwerkende Catalogi, NORA en BOMOS (een model om open standaarden te beheren) aan bod.

De conclusie na afloop van het bezoek was dat Nederland goed is aangesloten op de Europese ontwikkelingen, de Commissie maakt graag gebruik van de opgedane ervaring. Over een aantal onderwerpen zijn nadere afspraken gemaakt om deze sterker te benutten.

reacties: 1

tags: ,

- - - - -

  1. Harry Nijssen #

    24 februari 2015, 11:51

    Een mooi voorbeeld van een al werkende Europese interoperabiliteitsarchitectuur is de Infrastructure for Spatial information in Europe (INSPIRE). Op basis van de Europese richtlijn INSPIRE zijn de Europese lidstaten verplicht om geo-informatie van 34 leefomgevingsthema’s (ca. 170 datasets) te voorzien van metadata, te harmoniseren en beschikbaar te stellen via het Europese INSPIRE-portaal. In Nederland gebeurt dit in nauwe samenwerking tussen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (eindverantwoordelijk), de bronhouders van de omgevingsinformatie (o.a. overheden, Kadaster, RIVM en CBS) en Geonovum die de coördinatie van het nationale INSPIRE programma uitvoert.

    In Nederland wordt de INSPIRE infrastructuur onder meer gebruikt in de Atlas Leefomgeving. Ook commercieel gebruik is mogelijk. Een stukje Nederlandse infrastructuur in het kader van INSPIRE is het Nationaal Georegister, waar inmiddels meer dan 8.000 geodatasets te vinden, bekijken en vaak ook te downloaden zijn.

    Op dit moment bekijken we hoe we de kennis en ervaring rond INSPIRE ook kunnen gebruiken bij de ontwikkeling van de Omgevingswet (Laan van de Leefomgeving). Waar wij in Nederland kijken hoe we de infrastructuur voor eigen land kunnen inzetten, kijkt Europa daar ook naar. De trend is dat op Europees niveau steeds meer richtlijnen naar INSPIRE gaan verwijzen als dé infrastructuur om ruimtelijke informatie uit te wisselen. Nu gebeurt dat al vanuit de richtlijn voor Luchtkwaliteit en gewerkt wordt aan gebruik van INSPIRE binnen de Marine Strategy Framework Directive.

    Het is inderdaad van groot belang dat we in Nederland ingaan op de uitnodiging vanuit de EU om onze kennis en ervaring in te brengen bij de ontwikkeling van de Europese Interoperabiliteits Architectuur. Hiermee hebben we niet alleen invloed op de ontwikkeling daar, maar kunnen we ook binnen Nederland de diverse ontwikkelingen op dit terrein nog beter met elkaar in verbinding brengen.

    - - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.