Partnerpagina ministerie van justitie en veiligheid

 

- - - - -

‘Het helpt overheden om beter te besturen’

door: Nicole van der Steen

artikelen, 29 november 2017

“Nederlandse overheden zouden beter moeten bepalen welke maatschappelijke vraagstukken ze willen aanpakken met data.” Dat zegt Stefaan Verhulst, medeoprichter en hoofd onderzoek en ontwikkeling van GovLab. Het instituut, verbonden aan New York University (NYU), timmert wereldwijd aan de weg met open data. Met als ambitie: overheden en non-gouvernementele organisaties (NGO’s) beter helpen besturen.

Stefaan Verhulst - open data

Beeld: Dreamstime


Volgens de van oorsprong Vlaamse Verhulst hebben Nederlandse overheden op het vlak van het begrijpen van de vraagkant nog een stap te zetten. “Overheden in Nederland hebben beter inzicht nodig in welke delen van de samenleving kunnen profiteren van open data”, meent hij. Hij ziet in de Nederlandse situatie echter ook veel positieve tendensen. “Nederland heeft de juiste visie en is goed bezig met beleid voor het openen van datasets”, zegt Verhulst, die naast zijn functie bij GovLab onder andere adjunct-professor is op de afdeling Cultuur en Communicatie aan de New York University. Volgens Verhulst is het Verenigd Koninkrijk het meest proactief op het gebied van open data. “Zij zetten transportdata onder meer breed in om het openbaar vervoer te verbeteren.”

Meer impact met open data

Verhulst richtte GovLab op met Beth Simone Noveck, een collega waarmee hij al twintig jaar werkt. Uit frustratie, want in Verhulst’ eerdere rol als hoofd onderzoek bij de Markle Foundation, een Amerikaanse stichting voor kennisdeling en innovatie, liep hij tegen grenzen aan. Verhulst: “Het lukte maar niet om overheden en instituten ‘evidence-based’ te laten innoveren. Ik wilde op basis van feiten laten zien wat werkt en wat niet.” Wereldwijd analyseert Verhulst nu met GovLab hoe uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken aan de hand van open data kunnen worden aangepakt: van mobiliteitsproblemen tot meer transparantie in de publieke sector (open government). Al het werk van GovLab is gericht op het leveren van meer ‘data over open data’, zodat overheden en andere partijen beter weten hoe zij hun open data met meer impact kunnen inzetten.

GovLab maakt als onderzoeksinstelling deel uit van de NYU, maar wordt ook door allerlei andere fondsen gefinancierd. Hoge bedragen komen met name van privéstichtingen die open government of burgerparticipatie bevorderen, maar ook bedrijven als Google en Amazon dragen bij. In het kader van transparantie, staan de exacte bedragen en van wie die bedragen afkomstig zijn, op de site van GovLab. Dat maakt volgens Verhulst dat GovLab onafhankelijk is.

In het nog vrij prille vakgebied van open data gelooft Verhulst dat missers belangrijke lessen vormen. Enkele jaren geleden bleken de data die de stad van New York gebruikte om hun mobiliteit te verbeteren, te herleiden tot de identiteit en woon- en bezoekadressen van een aantal beroemdheden. Dat was mogelijk omdat hackers de data over ritten, prijzen en fooien van de Taxi- & Limousine Commission in New York combineerden met andere datasets. Verhulst: “De risico’s van dataprojecten liggen vaak op het gebied van privacy. Het is een randvoorwaarde om de burger goed te beschermen en te zorgen dat data nooit te herleiden zijn tot personen. Dus ook niet in tweede instantie door een combinatie met andere data. Op dat laatste zijn we sinds deze en andere ervaringen veel scherper.”

Gedreven vanuit probleem

De belangrijkste succesfactor is volgens Verhulst een goede probleemdefinitie. “Dat is de eerste stap van bijna elk project. Een goede aanpak is gedreven vanuit een probleem. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je te weinig inzicht hebt in een bepaald maatschappelijk vraagstuk, waardoor het moeilijk is om hierop te sturen.” Pas daarna kijkt GovLab welke data kunnen helpen en bepaalt vervolgens de impact van betere informatie met impact assessments. Naast de probleemdefinitie is, volgens Verhulst, een andere belangrijke randvoorwaarde een goede publieke infrastructuur voor data. “Bovendien moeten opdrachtgevende overheden een proactief beleid hebben om data vrij te maken.”

Zo constateerde de Zweedse overheid, samen met NGO’s, dat een goed inzicht ontbrak in de resultaten van ontwikkelingswerk. Verhulst: “Met proactief beleid en door data vrij te maken, hebben zij nu meer inzicht in het ontwikkelingswerk dat wordt gesteund. Daardoor kunnen de verschillende partijen meer onderbouwde, verantwoorde keuzes maken op welk ontwikkelingswerk zich te richten. Bovendien heeft de Zweedse samenleving nu meer inzicht in waar hun belastinggeld toe leidt. Een belangrijk effect van het Zweedse project is bovendien dat de ontsloten kennis de verschillende overheidsafdelingen en NGO’s helpt om de hulp beter te coördineren.”

Partnerships zijn een belangrijke succesfactor voor open dataprojecten

Samenwerking tussen verschillende partijen is belangrijk voor het slagen van een project, meent Verhulst. Partnerships ziet hij dan ook als een andere belangrijke succesfactor voor open dataprojecten. Die partnerships vindt hij vooral in de combinatie van nationale en lokale overheden, NGO’s en data scientists. “Partnerships maken niet alleen de kans van slagen van open datatrajecten groter, ze vergroten vaak ook de impact ervan.” Een ambitieus project waarmee GovLab recent is gestart, is het achterhalen van de grondoorzaken van migratie. “We doen dit samen met Unicef. In dit traject zijn data scientists die de sentimenten op social media analyseren, onmisbaar. Want er is vaak een persoonlijke context en aanleiding voor mensen om te migreren.”

Doel van GovLab is om tot een model te komen dat helpt om een goede analyse te maken van de belangrijkste redenen voor migratie. Verhulst: “Met het model kunnen overheden en NGO’s de redenen beter begrijpen en hierop inspelen. Ook is de ambitie om hiermee de migratie beter te voorspellen, zodat overheden en NGO’s zich hierop kunnen voorbereiden.” Voor het migratieproject werkt GovLab ook met satellietdata. “Daarmee is beter in kaart te brengen hoe vluchtelingenstromen lopen.” Satellietdata worden vaker ingezet, vooral in de landbouwsector. Verhulst: “In de landbouwsector kun je aan de hand van satellietdata bijvoorbeeld zien wanneer er regen wordt verwacht en wat een goed tijdstip is om je gewas te planten om tot de beste landbouwopbrengst te komen.”

Data nooit gratis

Om maatschappelijke problemen op te lossen, moeten we niet alleen data van de overheid gebruiken. Ook zijn er vaak gegevens nodig van bedrijven. Verhulst: “Data van bedrijven zijn nooit volledig open. Vaak vragen we hen om een eigen analyse te doen aan de hand van een gerichte vraag. Voor bedrijven als Facebook zijn hun data een belangrijke asset en dus kostbaar.” Maar hij haast zich te zeggen dat overheidsdata ook niet gratis zijn. “De burger betaalt er met zijn belastinggeld voor. Belangrijk is dat data te bewerken zijn en je ervan uit kunt gaan dat ze te vertrouwen zijn.’

‘”Een van de uitdagingen is of de verschillende partijen die met open data aan de slag willen er ook echt klaar voor zijn”, zegt hij. “Is er voldoende capaciteit om data vrij te maken bijvoorbeeld. En is er een feedbackgroep die kan zorgen dat de vraag en het aanbod zo goed mogelijk op elkaar afgestemd worden? Wij maken business cases met kosten versus impact.” Daarin analyseert GovLab in welke mate toepassingen van open data duurzaam te maken zijn. Verhulst: “Er zijn al met al veel aspecten die meewegen en bepalen of een open-datatraject succesvol is. Maar als alle lichten op groen staan leidt het ertoe dat overheden en instituten beter onderbouwde beslissingen kunnen nemen.”

Relevante links

GovLab
Data Collaboratives

Download Special Open Data

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.