Partnerpagina ministerie van justitie en veiligheid

 

- - - - -

Met 500 man op koers naar de toekomst

door: Karina Meerman

artikelen, 7 september 2017

Het nautische thema was consequent doorgevoerd op de iTour 2017, de tweede conferentie van VenJ over ICT en informatievoorziening binnen het veiligheidsdomein. In de buik van het fotogenieke stoomschip Rotterdam hadden de vergaderzaaltjes exotische plaatsnamen als Honolulu en Trinidad. De vijfhonderd VenJ’ers verspreiden zich over 32 sessies waaruit het lastig kiezen was.

VenJ iTour 2017

In de Theaterzaal wachtte het publiek geduldig op de opening, onderwijl luisterend met strand- en meeuwengeluiden. De eerste woorden waren van dagvoorzitter Ronald Blok, directeur kustwacht Nederland. Hij zette de toon door al vroeg in zijn verhaal de snelheid van de technologische ontwikkelingen te benoemen. Een sentiment waarvan de echo die dag in meerdere sessies te horen was. Blok vroeg zich af: “Gaan de ontwikkelingen zo snel dat we niet meer leren van gisteren en alleen naar de toekomst kijken?” De Kapitein Ter Zee klonk zorgelijk toen hij sprak over het versnipperde IT-landschap van de overheid, de risico’s van kunstmatige intelligentie en de hoge kosten van schaarse expertise.

Overheidsexpertisecentrum

Voor het doorbreken van een verkokerde organisatie gaf hij zijn eigen Kustwacht als voorbeeld, dat negen diensten en vijf departementen kent. “Onze deskundigen staan schouder aan schouder in eigen uniform, maar niet vanuit eigen entiteit (zoals maritieme politie, koninklijke marine of douane).“Dankzij een informatiedelingsprotocol kan de kustwacht informatie delen vanuit die verschillende entiteiten wanneer zij samen een case uitrollen, zonder de databases met privacygevoelige data helemaal te hoeven ontsluiten. “We moet het samen fiksen, niet afzonderlijk.” Blok zag een expertisecentrum informatievoorziening voor zich voor de hele overheid, met speciale aandacht voor de koppelvlakken waar de verschillende departementen en diensten elkaar raken, zodat er niets tussen de naden door glipt. “We hoeven niet alles zelf te doen, we kunnen samenwerken met de private sector, zolang we als overheid maar wel in control blijven.”

Geen verstand van

Bij afwezigheid van minister Stef Blok, vertelde Ronald Barendse (pSG en CIO VenJ) diens verhaal dat gelukkig “heel veel leek op mijn eigen input”. Daarin werd het ss Rotterdam een voorbeeld van hoe het niet moet. Woningcorporatie Woonbron bewoog zich in 2014 ver buiten haar eigen expertise, toen zij het voormalig cruiseschip kocht om te verhuren voor feesten en partijen in een poging het nabijgelegen Katendrecht uit het slop te trekken. Door voor Woonbron onverwachte renovatiekosten werd het project een drama, resulterend in een verlies van 230 miljoen euro en een parlementaire enquête. Het schip werd verkocht aan een particulier bedrijf. De moraal van het verhaal? Barendse: “We moeten als overheid geen dingen doen waar we geen verstand van hebben of het bestaande zo slecht onderhouden dat het verkrot zodat we moeten slopen en opnieuw bouwen.” Het goede nieuws is dat Katendrecht inmiddels oreert en het ss Rotterdam ligt er behoorlijk magnifiek bij.

Wiens portemonnee?

Ronald Blok sloot de opening af met de vraag aan Barendse wie de grote voortrekker gaat worden van de overheid in het meegaan met de technologische ontwikkelingen. “Wordt dat VenJ of wordt het de portemonnee van het ministerie van Financiën?” Barendse maakte geen keuze, maar antwoordde: “De overheid geeft jaarlijks miljarden uit aan ICT. ‘Collectief’ hoeft niet gelijk te betekenen dat we centraliseren of bundelen, maar laten we gezamenlijk eens vinden dat we tien procent gaan besparen. Dan hebben we alvast honderden miljoenen aan gevonden geld.”

Data Jeugdzorg

Aan de hand van het motto ‘een kijkje in de kombuis’ presenteerde de Raad voor de Kinderbescherming in een stampvol Honolulu hun experimenten met (big) data in de jeugdzorg. Met de bouw en verfijning van datamodellen hopen ze via data-analyse nieuwe inzichten te krijgen op het gebied van seksueel misbruik. Concreet hoopt men een ICT-systeem te ontwikkelen dat op basis van tekstanalyse herkent of er sprake is van seksueel misbruik is of niet. Getrainde professionals weten waar zij op moeten letten, maar is er meer te leren met nog meer data? Het verhaal werd gehouden door Jannie Busschers, informatiemanager bij de Raad voor de Kinderbescherming en Remco Boersma, projectleider Living Labs bij VenJ.

Ook lezen niet alle professionals alle rapporten, maar kijken ze vooral naar de laatste gegevens

De Raad voor de Kinderbescherming opereert in een zogenoemd competentienetwerk, waarin het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de politie hun expertise en aanwezige platformen ter beschikking stellen. Voor dit experiment heeft NFI 80.000 afgeronde zaken kindermishandeling omgezet van platte tekst naar geanonimiseerde data. Van die zaken is in sommige gevallen sprake van seksueel misbruik, in sommige niet. De helft van alle rapporten werd gebruikt om het systeem te trainen. Busschers: “Wij vertelden het systeem welke cases positief waren en welke negatief. Vervolgens werden alle woorden geïnventariseerd die in alle rapporten zijn gebruikt, met het doel ze te ‘minen’. De overduidelijke triggers zoals ‘kindermishandeling’ en ‘seks’ sloten we uit.” Wat overblijft is een bak met tweeduizend woorden, die als ze in bepaalde combinaties voorkomen, iets zeggen over de kans dat misbruik is voorgekomen. Woorden als ‘brandstichting’ en ‘dierenmishandeling’ zijn voor professionals een rood vlaggetje. Busschers: “Wij willen dat het systeem daar zelf achter komt en dat het weet in welke combinatie woorden van waarde zijn.”

Geen tik op de vingers

Het datamodel wordt vervolgens getest op de resterende 40.000 afgeronde rapporten. “Wat we hopen is dat we de twijfelgevallen boven tafel halen, waar misbruik niet met zekerheid kon worden vastgesteld of ontkent. Die hopen we te laten valideren door professionals.” Volgens Busscher wordt het echt interessant wanneer systeem en professionals van mening verschillen. En waar zit dat dan in? “De zaken waar we nu in gezocht hebben, kregen van professionals een vinkje ‘ja’ of ‘nee’. Misschien is het vinkje het probleem, durft niet iedereen een zaak als seksueel misbruik te labelen. De cultuur van medewerkers speelt dus ook een grote rol. Ook lezen niet alle professionals alle rapporten, maar kijken ze vooral naar de laatste gegevens. Software ‘leest’ wel alle rapporten. Het doel is uiteraard niet om professionals op de vingers te tikken, maar om beter te worden in het beschermen van kinderen. Het experiment loopt vooralsnog alleen met interne data en dat is al tijdrovend genoeg. “Stap twee kan zijn dat we naar externe bronnen gaan kijken, naar meldingen die elders zijn gedaan. Wellicht kunnen we dan al eerder rode vlaggetjes gaan zetten”, aldus Busscher.

I-Strategie VenJ en het Informatieplan 2017

VenJ presenteerde in de zomer van 2016 haar Informatiestrategie 2017- 2022 en tijdens de iTour 2017 kwam daar het opvolgende informatieplan bij; het wordt ieder jaar bijgesteld op basis van actuele informatie. Ronald Barendse en portfoliomanager Richard van der Kroft wijdden twee keer een sessie aan het Informatieplan 2017. Barendse: “ICT heeft de enorme kracht alles wat we met de hand doen te ‘elektrocuteren’. De I-Strategie VenJ gaat over hoe we die kracht kunnen benutten en wat de prioriteiten zijn.” Het publiek werd gevraagd naar hun mening en ervaringen. De zes hoofdlijnen zijn: het centraal stellen van informatie (met onder andere de informatierotonde), investeren in uitwisselbaarheid, openheid en transparantie waar mogelijk, zorgen voor veiligheid waar dat moet, innoveren en – tot slot – de basis op orde brengen en houden. Binnen die hoofdlijnen zijn er nogal wat aandachtsgebieden, zoals open data, de aanpak van legacy, cybersecurity en de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De CIO-Raad VenJ kende 21 zaken een prioriteit toe op de as risicobelang voor organisatie.

In deze interactieve sessie werd vooral gesproken over de toenemende versnelling, de verschuivingen in de relatie tussen de overheid en de samenleving en de zware taak van innoveren met beperkte middelen. Van der Kroft gaf een voorbeeld voor de hoofdlijn ‘wij zijn open en transparant’. “Je kunt natuurlijk niet alles actief naar buiten brengen, maar wat deel je wel? Wat ontvangen wij van de burger en wat deel je met elkaar?” En: “Wij moeten in het kwadraat sneller. Wij zoeken mensen met de voet op het gaspedaal en niet op de rem.

De politiemobiel

Voor een luchtig intermezzo stond op de kade het Mobiele Media Lab van de politie #MML, waar Ed Sabel, adviseur Innovatie en Burgerpanels bij de politie, een rondleiding gaf in digitale communicatie. De vrachtwagen wordt onder andere gebruikt om in het land campagnes te toetsen aan de doelgroep, en om de effectiviteit van apps en specifieke social media te onderzoeken. “We kunnen nog wel vijf van deze trucks gebruiken”, zei een enthousiaste Sabel.

Zelfbediening voor Justitiabelen

Het was een lastige ochtend voor Rob Janssen toen hij een jaar geleden de digitale kranten opensloeg. Zijn project Zelfbediening Justitiabelen (ZBJ) bleek door vele media te zijn samengevat als ‘een iPad voor iedere boef’. Het liefst wilde hij van de daken schreeuwen dat ZBJ over zelfredzaamheid gaat en veel meer is dan een ‘tablet in de bak’, maar hij besloot niet te reageren en door te gaan met het werk. Na deze zomer start de eerste echte pilot met tablets voor medewerkers van de penitentiaire inrichtingen in Dordrecht, Lelystad en de jeugdinrichting in Nijmegen.

Justitiabelen krijgen een eigen wifi-netwerk dat volledig afgeschermd is van de buitenwereld

De wereld in de penitentiaire inrichting is er een van papier. Ieder verzoek van een justitiabele wordt vergezeld door papier: een bezoek aan de kapper, een bezoek van de pastoor, een verzoek aan de medische dienst. En ook de antwoorden komen terug op papier; en tussen vraag en antwoord zit lijdzaam wachten. Dergelijke papierstromen – nietjes en lijsten incluis – zijn uit de tijd en gevoelig voor fouten. Ze leggen ook een grote administratieve last bij de PI-medewerkers. Het is uit die wereld dat de roep om grotere zelfredzaamheid kwam, zei Janssen. “Niet uit de politiek, niet uit de ICT, maar uit de PI’s zelf. Sommige zaken zijn alleen nog maar online te regelen, denk aan Belastingdienst, UWV, woningbouw. Allemaal zaken die nodig zijn voor terugkeer in de samenleving. Wanneer justitiabelen dit zelf kunnen regelen, betekent dat een verlichting van de administratieve last voor PI-medewerkers.”

Een interessant gevolg is dat hun rol daarmee zal verschuiven en er naar verwachting meer ruimte en tijd komt om op een andere manier met justitiabelen om te gaan. Het motto van de PI is ‘Binnen beginnen om buiten te blijven’. Dit kan deels een middel zijn. En in tegenstelling tot briefjes zijn digitale verzoeken te traceren en te meten. “Een aanvraag zou een mooie aanleiding kunnen zijn voor een PI-medewerker om een gesprek aan te gaan. Bijvoorbeeld wanneer drie keer achter elkaar om een arts of imam is gevraagd. Dat moeten mensen dan wel kunnen en durven uitvragen.”

Digitaal uitbreken

PI-medewerkers en justitiabelen krijgen twee verschillende tablets. Justitiabelen krijgen een eigen wifi-netwerk dat volledig afgeschermd is van de buitenwereld. Op hun apparaat kunnen ze straks kiezen uit ongeveer twaalf apps. Dat zijn blokjes functionaliteit die per gebruiker kunnen worden ingesteld. Denk aan telefonie, winkelen, een agenda, een e-boeklezer, een aanvragen-app en een vertaler. “Of ze het apparaat heel gaan houden? Wij denken van wel, want stuk betekent geen nieuwe en dan missen ze echt iets.” Erg belangrijk is uiteraard de beveiliging. Wanneer iemand digitaal probeert in of uit te breken, moet ergens een alarm af gaan. “Mensen die binnen zitten hebben de motivatie, de tijd en soms ook de knowhow om de boel te hacken. Als dat gebeurt, moet er zo snel mogelijk op gereageerd worden.” Het hele project vergt moed, geeft Janssen toe. “We gaan iets doen dat er nog niet is. We gaan een hele grote groep gebruikers aansluiten die dat nog niet is. Eerst piloten en ervaren.”

Trotse directeur

In de plenaire afsluiting van de dag vroeg dagvoorzitter Ronald Blok wat Emine Özyenici van de dag vond. De directeur Informatisering en Inkoop antwoordde dat ze vooral trots was. “Trots op de organisatie, de sprekers, deelnemers en begeleiders. Omdat het uiteindelijk allemaal draait om mensen. Techniek is niets zonder mensen.” Wat zij tijdens de iTour ook veel had gehoord was de noodzaak af en toe stil te staan en ‘niet alleen met de waan van de dag bezig te zijn’”. Bespreekbaar maken dat niet iedereen klaar is voor de toekomst en juist “uit die wrijving komen oplossingen tot stand.”

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.