partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina Red Hat

logo red hat

CoronaMelder is open source, maar goed ook: anders was hij waarschijnlijk nog niet klaar

artikelen | 30 oktober 2020

De CoronaMelder, de Nederlandse corona-app, is er sinds midden augustus, zowel voor iOS- als Android-smartphones. De app houdt anoniem bij met wie je in nauw contact komt. Als je een coronatest ondergaat en de uitslag positief is, kun je dit in samenspraak met de GGD vrijwillig melden via de app. Vervolgens krijgen de appgebruikers bij wie je de afgelopen periode dicht in de buurt was een melding en het advies om in quarantaine te gaan.

Beeld bij verhaal Red Hat

Beeld: Red Hat

De app is een succes. Amper een week na de lancering was de CoronaMelder al zo’n 431.000 keer gedownload en eind oktober staat de teller volgens marktonderzoeker GfK op meer dan 3,6 miljoen mensen die de app gebruiken. Dit komt neer op ruim een kwart van de Nederlanders van dertien jaar en ouder.

De CoronaMelder doet ook wat hij moet doen. De app monitort via bluetooth of iemand vijftien minuten dicht bij een met corona besmet persoon is geweest en geeft de gebruiker een melding als dit het geval is. Nog een uitstekend cijfer: tijdens de proefperiode bleek dat 99 procent van de mensen die een coronatest hadden aangevraagd na een melding van de app nog niet waren benaderd in het kader van het reguliere bron- en contactonderzoek.

Na de proefperiode keurde de Eerste Kamer de invoering van de corona-app op 6 oktober goed en sinds 10 oktober is hij in heel Nederland beschikbaar. De overheid roept op om hem massaal te downloaden. De reden is eenvoudig: hoe meer gebruikers, hoe beter het systeem werkt. Landen als Ierland en Duitsland geven het goede voorbeeld. Terwijl de CoronaMelder een week na de lancering door 2,4 procent van de Nederlanders was gedownload, stond de Ierse tegenhanger Covid Tracker toen al bij 37 procent van de Ieren op de smartphone.

Apps kunnen de grens over

Nederland is bij lange na niet de enige met een corona-app. Bijna alle EU-landen lanceerden er een, elk met eigen accenten. In Nederland ligt bijvoorbeeld een zeer grote nadruk op privacy en in België krijg je elke dag een update van de coronacijfers. Maar verder lijken de meeste Europese apps qua uiterlijk en gebruik vrij veel op elkaar. Dat komt deels door dezelfde onderliggende architectuur. Zo is de Belgische app grotendeels gebaseerd op de code van de Duitse app, omdat die open source is, net als de Nederlandse app. Dit betekent dat IT’ers overal bij het ontwerp en de bouw van de app kunnen meekijken, meedenken en meesturen. Daardoor verloopt de ontwikkeling sneller en efficiënter.

De Nederlander Jan Wildeboer woont in Duitsland en werkt voor Red Hat. Dat ondersteunt bedrijven die met open source software zoals Linux werken. Dergelijke software kun je gratis van het internet plukken, gebruikers hoeven alleen partners als Red Hat te betalen om bruikbare, stabiele en veilige toepassingen te maken. Als fanatiek voorstander van de open source aanpak is Wildeboer blij dat de app zo gebouwd is. “De Duitse regering wilde eerst een ‘regeringsapp’ maken, met één centrale database waarop alle gegevens zouden samenkomen”, vertelt hij. Met het oog op privacy was dat een slecht idee. “Het zorgde dan ook voor een storm van protest in de open source gemeenschap. De minister is uiteindelijk gezwicht: het mocht toch open source worden. De opdracht ging naar IT-gigant SAP en Deutsche Telecom. De teams daar kennen wij. Ze zijn klant bij ons en in de loop der jaren steeds meer open source gaan werken. En dan heb ik het niet alleen over open source software, de hele open source filosofie – maximale openheid en samenwerking – is diep bij die bedrijven binnengedrongen.”

Het resultaat: in minder dan twee maanden was er een goed functionerende app geprogrammeerd, voor iOS en Android en voor 83 miljoen Duitsers. Met een openbare aanbesteding was het nu nog wachten op een corona-app, daar is Wildeboer van overtuigd. “De app laat toe dat andere landen dezelfde onderliggende architectuur gebruiken. Zo hoeft niet elk land het wiel opnieuw uit te vinden. Bovendien kunnen gebruikers infectiegegevens grensoverschrijdend uitwisselen, zonder dat ze de app van een ander land hoeven te downloaden.”

Ziekenhuizen werken samen

Ook de Nederlandse zorgsector maakt steeds meer gebruik van open source. Zo bouwde het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, dat in 2018 de deuren opende van zijn nieuwbouw in Utrecht, een geavanceerd researchplatform op basis van open source technologie. Het doel van dit platform is alle kennis en ervaring op dit gebied te verzamelen, met een veilige uitwisseling van kennis tussen ziekenhuizen en onderzoekscentra. Bovendien helpt het om de vaak gescheiden werelden van zorg en research meer te integreren. Onderzoekers krijgen op het nieuwe platform meer vrijheid en gemak bij de inzet van technologische middelen voor hun werk.

Was er een reden om dit platform met open source te realiseren? Jazeker, vertelt Jan Wildeboer: “Ziekenhuizen zijn normaliter concurrenten. Met dit platform kunnen ze toch op een veilige manier samenwerken en gegevens uitwisselen. Dat is het voordeel van de open source aanpak, die eigenlijk ontzettend voor de hand ligt. Bij de meeste bedrijven en organisaties is 80 procent van de IT identiek aan die van concurrenten. Daar kun je het verschil dus niet maken. Waarom zou je dan elk apart een softwareleverancier betalen en je uitsloven om alles in je eentje uit te zoeken? Voor die 80 procent kun je beter samenwerken om geld en mankracht te besparen. Dat deel is open source: je kunt er open met elkaar over praten en verregaand samenwerken.”

Het levert ook betere resultaten op, zegt Wildeboer, omdat je met z’n allen de knowhow bundelt. “Intussen kun je je helemaal toeleggen op de 20 procent van de IT waarmee je wél het verschil kunt maken met de concurrentie. Dat is wat het Prinses Máxima Centrum wil bereiken door open source te gebruiken en te sturen op samenwerking. Alle ziekenhuizen staan immers voor dezelfde uitdagingen. Als zij samen de behandeling en zorg willen verbeteren, dan is standaardisatie en samenwerking nodig, ook al ben je concurrenten. Iedereen wil altijd maar groter, sneller en sterker zijn dan de rest, maar dat levert niet de beste resultaten op. Ook niet bij commerciële organisaties.”

Deel je ideeën en werk samen

Openheid en samenwerking zijn kernwaarden van de open source-aanpak. Dat geldt voor de grootste bedrijven en organisaties, maar ook voor kleine initiatieven. Misschien heb je zelf ideeën liggen, maar mis je de kennis of de financiële slagkracht om er iets mee te doen? Pak het dan ‘open source’ aan: geef je ideeën de vrijheid en deel ze met zoveel mogelijk mensen. Dat werkt verrassend goed, zoals je in deze filmpjes kunt ontdekken:.

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.