partnermenu

zoeken binnen de website

Partnerpagina rijks innovatie community

logo rijks innovatie community

‘Betere samenwerking tussen overheid en hoger onderwijs biedt kansen’

Aanpak tekort ICT-professionals en vergroting kennisopbouw

artikelen | 2 mei 2019

Nederland heeft veel te winnen bij snelle en verdergaande digitalisering. De overheid kan daaraan in belangrijke mate bijdragen, maar ziet het tekort aan ICT’ers steeds verder toenemen. Door de vergrijzing is de uitstroom groot en de instroom van nieuwe talenten beperkt. Betere samenwerking tussen het Rijk en het hoger onderwijs moet daar verandering in brengen.

RIC

Beeld: Shutterstock

Blockchain, big data science, artificial intelligence. Om de digitale ambities van de overheid waar te kunnen maken, zijn er in de toekomst veel ICT’ers nodig. En dat is een uitdaging als je bedenkt dat de vraag naar ICT-professionals binnen de overheid nu al groter is dan het aanbod. Marcel Staring, Programmamanager Programma Versterking HR ICT Rijksdienst bij UBR, is hier al een tijd mee bezig. “De overheid digitaliseert in snel tempo en dat is maar goed ook. Digitale technieken veranderen de wereldeconomie. Het is dus belangrijk dat Nederland niet alleen meekomt, maar zelfs voorop blijft lopen. Bovendien kunnen we met digitale technieken problemen in de samenleving te lijf gaan. Kortom, een tekort aan goede ICT’ers binnen de overheid is een maatschappelijk probleem.”

De Rijksdienst heeft grote moeite met het aantrekken en behouden van voldoende ICT’ers. Staring: “Dat komt grotendeels door de krapte op de arbeidsmarkt, maar deze problematiek wordt versterkt door het feit dat het Rijk een tamelijk vergrijsd personeelbestand heeft. Het aantal ICT’ers van 55 jaar en ouder is bij het Rijk bijvoorbeeld 32 procent, terwijl dit Nederland-breed 19 procent is. Er komen te weinig jonge ICT’ers voor in de plaats. De overheid is bij studenten onvoldoende in beeld als aantrekkelijke ICT-werkgever. Ze zien de overheid als groot, log, bureaucratisch, traag, stoffig en niet innovatief. We moeten van dat imagoprobleem af. We horen van ICT’ers die wel bij de overheid werken juist positieve geluiden. Projecten waar je binnen de overheid aan werkt doen ertoe; je werkt aan een maatschappelijk belang. We werken wel degelijk met de nieuwste technieken aan boeiende vraagstukken. De Rijksoverheid is de grootste ICT-werkgever van Nederland. Bovendien zijn bij de overheid de doorstroom- en ontwikkelmogelijkheden groot. Dat verhaal moeten we tussen de oren van studenten krijgen.”

Naast deze kwantitatieve uitdaging is er ook een kwalitatieve. “Als er één ding typerend is voor ICT is dat veranderingen heel snel gaan. Dat is niet altijd bij te benen. Er is daarom een grote behoefte aan bij- en omscholing van eigen medewerkers.”

Geven en nemen

Tijd voor een omslag dus. Staring ziet de oplossing voornamelijk in een betere samenwerking tussen de overheid en het hoger onderwijs. “We kunnen veel voor elkaar betekenen”, legt hij uit. “Natuurlijk vindt er nu ook samenwerking plaats, maar die is vaak ad hoc en bilateraal. De samenwerking die wij voor ogen hebben gaat veel verder. De twee ecosystemen, die nu nog op zichzelf staan, moeten veel meer in elkaar overvloeien. Als overheid verwachten wij ieder jaar weer een instroom van afgestudeerde ICT-starters en kennis. Maar dat is te eenzijdig. Je kunt niet alleen nemen, je moet ook geven. Bijvoorbeeld door langdurig te investeren in onderwijs, en onderzoekprojecten en gastdocenten te leveren. Zo komen we al vroeg in beeld bij ICT-studenten en zien ze dat de overheid wél een interessante werkgever is. Tegelijkertijd helpen we het onderwijs en onderzoek ermee vooruit. De overheid is als geen ander in staat om een brug te slaan van het onderwijs naar de praktijk. Het onderwijs kan zich door de structurele samenwerking concreet bezighouden met de problematiek van nu. Er zijn genoeg onderzoeksgebieden. Denk aan robotica in de zorg, de inzet van artificial intelligence of toekomstige mogelijkheden rond kwantumcomputers. Dit kan bijdragen aan een innovatieve overheid, waardoor Nederland als ICT-kennisland internationaal voorop kan lopen. Ook het bedrijfsleven kan van deze samenwerking profiteren.”

Verhouding onderwijs – onderzoek

Marcel Staring schreef met Gerard Barkema een discussiestuk over betere samenwerking van hbo en wo met Rijksoverheid op ICT-gebied. Dit is een breed gedeeld visiestuk, waarin de urgentie van de problematiek en de potentie van een nauwere samenwerking tussen Rijksdienst en het hoger onderwijs worden aangegeven.

Gerard Barkema is hoogleraar Informatica en vicedecaan Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. Barkema onderschrijft het idee dat samenwerking met de Rijksoverheid nodig is om het hoger onderwijs vooruit te helpen. Barkema: “Het aantal universitaire informaticastudenten groeit nog altijd, maar die groei zien we niet terug bij het aantal hooggekwalificeerde docenten. Integendeel. De interesse voor een carrière aan de universiteit neemt af onder academici. Dat heeft onder meer te maken met de verhouding onderwijs en onderzoek. Om een academische carrière aantrekkelijker te maken, zou het aantal uren dat je college geeft en het aantal uren dat je onderzoek doet ongeveer 50-50 moeten zijn. Dat is nu in veel gevallen 80 procent onderwijs, 20 procent onderzoek. Het aantal studenten groeit en daarmee het budget voor onderwijs, maar het budget voor onderzoek blijft achter. Door het tekort aan docenten is er voor sommige informaticaopleidingen al een numerus fixus aangevraagd. Het omgekeerde van wat je wilt.

In het hbo zien we soortgelijke problemen. Daar zit de uitdaging voornamelijk in het vinden van docenten met up to date ICT-kennis en ontwikkelde didactische vaardigheden. De ontwikkelingen in het vakgebied gaan zo snel dat een deel van de huidige hbo-docenten moeite heeft zich continu bij te scholen. De instroom vanuit de universitaire onderzoekswereld, evenals zij-instromers vanuit het werkveld is gering. Je ziet dat hbo-opleidingen aspirant ICT-studenten inmiddels ontmoedigen om aan de opleiding te beginnen.”

Toegepast onderzoek

Een ander probleem dat Barkema blootlegt is de focus van de universitaire wereld op fundamenteel onderzoek in plaats van toegepast onderzoek. “De keuze voor fundamenteel onderzoek is niet vreemd, het levert immers meer prestige op. Prijzen, publicaties in vooraanstaande wetenschappelijk tijdschriften, enzovoorts. Universiteiten hebben dit nodig om internationaal erkenning te krijgen. Het gaat hier vaak om fundamenteel onderzoek met een sterke wiskundige inslag. Onderzoek op basis van modellen, niet op basis van de realiteit. Je kunt fantastisch onderzoek doen naar 5-dimensionale modellen, maar de echte wereld is niet 5-dimensionaal. De focus op fundamenteel onderzoek zorgt ervoor dat veel informaticastudies niet aansluiten bij de behoefte van de Rijksoverheid en dus ook niet bij de behoefte vanuit de samenleving.”

Staring en Barkema bepleiten meer aandacht voor toegepast onderzoek. Barkema. “Je kunt de tijd die je stopt in 5-dimensionale modellen ook besteden aan bijvoorbeeld verbeteringen van het spoornet. Een intensievere samenwerking met de Rijksoverheid kan dit soort onderzoeken stimuleren. De overheid en de universiteiten moeten die samen opzetten. Daar moet wel bij worden aangetekend dat dit toegepast onderzoek wel wetenschappelijk uitdagend blijft.”

Politielab

Barkema kent voorbeelden van toegepast onderzoek dat de samenleving vooruithelpt. “Mooi voorbeeld vind ik de samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en de politie. Drie promovendi van de UU doen onderzoek hoe je met artificial intelligence het aangifteproces kunt professionaliseren. Burgers kunnen via internet zelf aangifte doen, deze promovendi ontwikkelen software die aangiftes niet alleen kunnen lezen, maar ook snappen. De software kan om meer informatie vragen en onduidelijkheden wegnemen, zonder tussenkomst van een persoon. Bovendien kan de software aangiftes razendsnel analyseren; ‘het afgelopen jaar is het aantal overvallen in de binnenstad met 26 procent toegenomen, overvallen vinden voornamelijk ’s ochtends voor 10.00 uur plaats.’ De promovendi werken drie dagen in de week voor het politielab en twee dagen aan hun promotieonderzoek op de universiteit. Werk en onderzoek lopen hier volledig in elkaar over.”

Steun uit de sector

Het discussiestuk over betere samenwerking van hbo en wo met Rijksoverheid op ICT-gebied valt in goede aarde. Dat blijkt onder meer uit de adhesieverklaringen vanuit vrijwel alle ministeries, de Manifestgroep en van vele hogescholen en universiteiten, de bètadecanen en hbo-I Raad. Betekent dit dat de noodzaak om dit maatschappelijke probleem aan te pakken nu echt doordringt?

“De steun is inderdaad groot”, zegt Cor-Jan Jager, Programmamanager Versterking HR ICT Rijksdienst en Coördinerend beleidsmedewerker ICT-werkgeverschap Rijk bij CIO Rijk. “De steun komt uit de breedte, maar ook van hogerhand. Dat zorgt voor slagkracht. Maar enige terughoudendheid is hier ook op z’n plaats. Het gaat om steun op hoofdlijnen. En ik zeg altijd: iedereen is voor wereldvrede, de devil zit ‘m in het detail. Met andere woorden, de wil is er, nu moeten we nog uitzoeken hoe we dit in het vat gaan gieten.”

Een stuurgroep – onder voorzitterschap van Hans Schutte, directeur-generaal van DUO – gaat onderzoeken wat de beste manier is om de samenwerking tussen Rijksoverheid en hoger onderwijs vorm te geven. In de stuurgroep zitten vertegenwoordigers op hoog niveau vanuit beide partijen. Jager: “De stuurgroep zal verschillende scenario’s onderzoeken. Ze kijken bijvoorbeeld of het wenselijk is om op een beperkt aantal ICT-deelgebieden te investeren; cybersecurity, of juist robotica of big data science. En moet dat vervolgens landelijk worden aangepakt, of regionaal, afgestemd op de onderwijsinstellingen en het bijbehorende bedrijfsleven in die regio? Moet zo’n investering plaatsvinden door bijvoorbeeld het inrichten van een lectoraat of leerstoel, of zijn er betere manieren? Natuurlijk gaat de stuurgroep ook kijken naar samenwerkingsverbanden tussen overheid en onderwijs die goed gaan. Denk aan de langdurige en intensieve samenwerking tussen TU Delft en Rijkswaterstaat. Wat steeds bovenaan staat is dat de samenwerking van beide kanten toegevoegde waarde heeft. Dat is de sleutel tot succes.”

Versterking HR-ICT Rijksdienst

De samenwerking tussen rijk en hoger onderwijs op ICT-gebied is een van de projecten uit het programma Versterking HR-ICT Rijk. Het programma wordt in opdracht van CIO Rijk uitgevoerd vanuit het I-Ecosysteem UBR en richt zich op het versterken van de positie van het Rijk als ICT-werkgever en is één van de prioriteiten in de Strategische I-agenda Rijksdienst.

• Rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie op ICT-gebied. Hiermee positioneert de Rijksoverheid zich als aantrekkelijke ICT-werkgever en wil het een langetermijnrelatie opbouwen met ICT-professionals.

• Het rijksbrede I-Traineeship (met de stromingen ICT, Data en vanaf september ook Cyber), waarmee wordt geïnvesteerd in talent voor op het Rijk relevante ICT-gebieden.

• Het Rijks ICT Stagebureau, dat ICT-studenten plaatst op passende stageplekken bij het Rijk.

• Het Virtueel Matchingsteam, dat zich richt op het matchen van ICT’ers met interesse in het Rijk aan een passende rijkswerkgever.

• I-Flow. Dit richt zich op om- en bijscholing naar ICT-functies waaraan de Rijksdienst behoefte heeft. Zittend personeel of nieuwe instromers krijgen via om- of bijscholing kansen op een volgende stap in hun carrière of door omscholing kansen op een carrièreswitch in of naar de ICT.

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.