zoeken binnen de website

‘Doelstelling Digitaal 2017 ambitieus, maar haalbaar’

door: Frits de Jong | 15 februari 2016

In het regeerakkoord is afgesproken dat bedrijven en burgers uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid doen, digitaal kunnen afhandelen. Die doelstelling is haalbaar, ook al moet er nog wel het nodige gebeuren, aldus Anja Lelieveld, programmamanager Digitaal 2017 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Het aanvragen van een voorrangsverklaring als het gaat om een andere woning, het veranderen van de naam, de aanvraag van een bijstandsuitkering of het regelen van een Verklaring Omtrent het Gedrag: steeds vaker kan het digitaal worden afgehandeld. Dat past ook goed in de lijn van Digitaal 2017, een programma dat ernaar streeft om uiterlijk in 2017 de dienstverlening aan burgers en bedrijven digitaal beschikbaar te stellen. Bij de uitvoering van Digitaal 2017 is een drietal ministers betrokken: van Economische Zaken, van Wonen en Rijksdienst en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister van Binnenlandse Zaken is overall coördinerend voor dit onderwerp en hij (Plasterk, FdJ) was het ook die de Tweede Kamer in december vorig jaar op de hoogte bracht van de voortgang van het programma. In die rapportage liet de bewindsman doorschemeren dat er weliswaar vooruitgang wordt geboekt als het gaat om de digitalisering van de overheidsdienstverlening, maar dat er nog wel forse inspanningen nodig zijn om de doelstelling te realiseren.

Datzelfde beeld komt terug in het onderzoek dat Deloitte, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, eind 2015 deed naar het aanbod van de digitale dienstverlening bij Rijk en medeoverheden (gemeenten, waterschappen en provincies). Daarbij lag de focus op een groot aantal digitale producten dat door overheden wordt aangeboden. Belangrijkste conclusie uit het onderzoek naar de medeoverheden was dat de gemiddelde digitale volwassenheid van medeoverheden vorig jaar 62,1 procent was (tegen 57,8 procent in 2014).

Op 16 februari wordt in Utrecht het mini-congres ‘Digitale volwassenheid van gemeenten’ gehouden. Tijdens de bijeenkomst worden onder meer de uitkomsten van het Deloitte-rapport bekendgemaakt en wordt uitgelegd hoe medeoverheden digitaliseringsstappen kunnen zetten.


Haalbare kaart

Ondanks het feit dat er nog het nodige moet gebeuren als het gaat om de digitalisering van overheidsdiensten, zijn de gestelde doelstellingen in principe haalbaar. Dat zegt Anja Lelieveld, programmamanager Digitaal 2017 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. “Ook al omdat er waarschijnlijk via een wijziging van de Algemene Wet Bestuursrecht nog dit jaar een wettelijke verplichting voor overheden komt om de diensten die zij leveren aan burgers en bedrijven, digitaal beschikbaar te stellen. In mijn ogen is het ook haalbaar omdat de voordelen steeds meer zichtbaar worden. De voorbeelden van wat er allemaal kan, zijn legio. Denk bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, die momenteel vol inzet op het afschaffen van de blauwe envelop, de digitalisering van de burgerlijke stand (bijvoorbeeld geboorteaangifte, in ondertrouw gaan), diensten rond mobiliteit zoals kentekenoverschrijving, of de toegang tot de Rechtspraak. Verder kunnen steeds meer bedrijven hun verplichte financiële rapportages aan de Belastingdienst, Kamer van Koophandel en CBS, maar ook aan banken, aanleveren via Standard Business Reporting (SBR), en zo hun gegevens efficiënt hergebruiken. Ook maken inmiddels 200.000 bedrijven gebruik van eHerkenning, waarmee zij bij ruim 160 overheidsorganisaties kunnen inloggen om digitale diensten af te nemen.”

Het spreekt voor zich dat een en ander wel aangeboden moet worden op een herkenbare en uniforme manier. In dat kader wordt gewerkt aan de Wet op de Generieke Digitale Infrastructuur. “De GDI bestaat uit een groot aantal standaarden, producten en voorzieningen die (digitaal) verkeer met de overheid mogelijk moeten maken. Nog een laatste reden waarom de doelstellingen gehaald kunnen worden: omdat burgers en bedrijven het verlangen van de overheid”, zo schetst Anja Lelieveld.

Omslag maken

Een ander punt dat uit het onderzoek van Deloitte naar voren kwam, was dat het aanbieden van producten en diensten nog niet op alle fronten op dezelfde generieke en uniforme manier gebeurt. Dat herkent ook Koos Straver, beleidscoördinator Digitale Overheid bij het ministerie van Economische Zaken en vanuit die rol nauw betrokken bij het programma Digitaal 2017. “De stap naar digitalisering is in het verleden door veel organisaties gemaakt door een eigen proces te digitaliseren. Daarmee kwamen er voorzieningen die voldeden voor die ene organisatie. De volgende organisatie deed het weer op haar eigen manier. Dat heeft ertoe geleid dat vrijwel iedereen een eigen plek heeft waar burgers en bedrijven hun zaken met de overheid kunnen regelen. Willen we bij de overheid echt meters maken, en daar zijn Digitaal 2017 en de GDI voor opgericht, dan móeten we een omslag maken.”

Zorg dat de burger één klantreis maakt

De omslag waar Koos Straver over rept houdt onder meer in dat er veel meer met dezelfde soort voorzieningen en ingangen wordt gewerkt. Straver: “Dan kan er onder de motorkap nog wel van alles gebeuren, maar je wilt je als overheid herkenbaar en als één overheid presenteren waar je met één sleutel je diensten kunt ontsluiten. Je hoeft het niet op één plek te zetten, maar zorg er wel voor dat bijvoorbeeld de Belastingdienst en het UWV naar elkaars informatie en digitale diensten verwijzen, zodat je als burger één ‘klantreis’ maakt. Dan gaat het niet over de automatisering van bestaande processen, maar over het neerzetten van een digitale overheid met standaardvoorzieningen en met standaard berichtenverkeer.”

Samenwerken

Als gekeken wordt naar gemeenten, zijn het vooral de ‘grotere jongens’ die in positieve zin opvallen in het door Deloitte uitgevoerde onderzoek. Anja Lelieveld vindt het verklaarbaar dat de grotere gemeenten het over all beter doen dan de kleinere. “Digitalisering is over het algemeen complex en duur. Niet alleen vanwege de digitalisering als zodanig, maar ook omdat de diensten die erachter zitten veel meer samenwerking vergen. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan de complexe processen die te maken hebben met de decentralisaties in het sociaal domein, waarbij je je back office anders moet inrichten. Maar ook veranderingen en investeringen die eraan komen als het gaat om digitale identiteit, identificatie, authenticatie, et cetera. Dit zijn wel zaken waarin je je winst en efficiency en kwaliteit van dienstverlening soms gemakkelijker kunt realiseren door samen te werken. Gelukkig is dat ook de tendens.”

Samenwerken is ook het credo van Koos Straver. “Zeker wanneer je dat bekijkt vanuit het perspectief van de ondernemer. Er zijn genoeg voorbeelden van bedrijven die in meerdere gemeenten werken. Neem VolkerWessels, een bedrijf dat in veel gemeenten kabels en leidingen legt en bij iedere gemeente andere procedures moet doorlopen. Soms digitaal en soms nog op papier. Gemeenten beseffen dat niet altijd, maar het zijn grote belemmeringen voor ondernemers die bovendien ook nog eens veel geld kosten. Vanuit DICTU, dat de ICT regelt voor een groot aantal overheidspartijen, zijn wij nu aan het nadenken hoe wij voor de Rijksoverheid GDI-voorzieningen kunnen aanbieden als cloudoplossing. Je kunt niet van iedere overheidsorganisatie verwachten dat die zelf gaat uitvogelen wat mogelijk is. Dat geldt ook voor gemeenten en daar zou een rol kunnen liggen voor VNG/KING.”

Ondersteuning vanuit koepels

Dat het besef om samen te werken binnen overheden steeds meer doordringt, werd ook al duidelijk tijdens het VNG-congres van 2015. Daar werd de Digitale Agenda 2020 vastgesteld, waarin onder meer afspraken werden gemaakt over het gebruik van standaarden, maar ook over leveranciersmanagement. “Dat moet ervoor zorgen dat de afnemer bepaalt en niet meer de leverancier. Daar zie je momenteel goede ontwikkelingen op”, aldus Lelieveld, die blij is met de rol van koepelorganisaties. “Zo is er vanuit de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken een implementatieagenda met betrekking tot de digitalisering opgesteld en dat is in nauw overleg gegaan met onder meer die koepels. Voor ons werkt het een stuk gemakkelijker en prettiger als de koepels dat afstemmen met hun achterban en van die achterban ook het mandaat krijgen om mee te gaan in de voorstellen die worden gedaan.”

Ook Straver is verheugd over de ondersteuning vanuit de koepelorganisaties. “Neem een organisatie als KING, onderdeel van de VNG. Zij hebben de laatste jaren onder meer veel ervaring opgedaan met het uitrollen en ondersteunen van digitale voorzieningen en standaarden richting gemeenten en het zoeken daarbij van de grootste gemene deler. Dat heeft onder andere geleid tot meer bewustzijn en volwassenheid bij gemeenten.”

Belang voor burgers en bedrijven

Programma’s als Digitaal 2017 en de Digitale Agenda 2020 mogen dan vooral leven bij overheden en leveranciers, maar wat is het belang ervan voor burgers en bedrijven? Wat merken zij nu al van de stappen die op het gebied van digitale overheidsdienstverlening worden gemaakt? Koos Straver ziet er wel een aantal. “Een van de grootste ergernissen van burgers in hun contact met de overheid is dat zij steeds weer dezelfde informatie moeten aanleveren, informatie die de overheid vaak al lang in huis heeft. Gelukkig wordt die ergernis steeds kleiner. Kijk naar een voorziening als MijnOverheid, waar inmiddels al een flink aantal gegevens vanuit de overheid is verzameld. Aan de kant van bedrijven is daar nog veel te verbeteren, maar ook daar zijn al stappen gezet. Kijk naar de belastingaangifte, waarbij je als het ware met een spreekwoordelijke druk op de knop het jaarverslag richting Kamer van Koophandel en je aangifte vennootschapsbelasting kunt versturen. Of zie het digitaal Ondernemersplein, een site die voor en met ondernemers is ontwikkeld en waar maandelijks meer dan 700.000 bezoekers informatie vinden of doorgeleid worden naar relevante overheidspartijen. Het geeft aan dat er mooie dingen gebeuren, beseffende dat er nog forse inspanningen nodig zijn om de ambitieuze doelstellingen van Digitaal 2017 te realiseren.”

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.