Inzet Omgevingswet: iedereen dezelfde informatie

door: Marieke Vos, 13 december 2016

Met de Omgevingswet heeft iedereen straks toegang tot dezelfde informatie. Van raadslid tot jurist en van inwoner tot wethouder: de bedoeling is dat iedereen op een digitale kaart ziet wat er wel en niet mogelijk is op een bepaalde plek. Dat heeft grote consequenties voor onder meer het informatiemanagement van de overheid. Want de informatie op de kaart moet natuurlijk wel kloppen.

Een gelijke informatiepositie is een wezenlijk onderdeel van de Omgevingswet. Dat maakt informatiemanagement tot een belangrijk vraagstuk bij de invoering van de Omgevingswet. Een vraagstuk dat om bestuurlijke aandacht vraagt, omdat het bestuurlijke consequenties heeft als straks de kwaliteit van de informatie onvoldoende blijkt. Cees van Westrenen en Ernst Koperdraat van het VNG-programma Invoering Omgevingswet, dat gemeenten bij de invoering ondersteunt, schetsen een beeld van hoe het straks onder de nieuwe wet zal gaan. Op een digitale kaart is dan alle informatie te vinden over wat wel en niet mag op een bepaalde plek. Inwoners, ondernemers, raadsleden: iedereen kan daar de relevante informatie vinden over of er bijvoorbeeld gebouwd mag worden en zo ja, aan welke eisen een bouwwerk moet voldoen.

Hechte samenwerking

Nu wordt de uitleg van de regels nog door de gemeente gedaan: iemand die een vergunning wil aanvragen hoort van de gemeente wat mogelijk is. Straks hoeft dat niet meer, want met alle informatie op de kaart kunnen mensen zelf zien wat ergens wel en niet mogelijk is. Mensen kunnen, indien de gemeente dat mogelijk maakt, zonder tussenkomst van die gemeente gaan bouwen op plekken waar dat mag. “Dat vraagt om vergaande transparantie, om een goede kwaliteit van gegevens zodat de informatie die mensen te zien krijgen klopt,” zegt Van Westrenen. Het vraagt ook om een hechte samenwerking tussen beleid en informatievoorziening, vult Koperdraat aan: “Het huidige bestemmingsplan is statisch: het wordt eens in de zoveel tijd vastgesteld en dan ligt het vast. Het omgevingsplan is dynamisch: veranderingen in de leefomgeving worden continu bijgewerkt. Dat betekent dat juristen, beleidsmakers en informatiemanagers nauw moeten samenwerken, zodat de informatie die op de kaart wordt getoond altijd actueel is.”

Een digitaal stelsel als basis

De basis voor deze gelijke informatiepositie is het Digitale Stelsel Omgevingswet, DSO. Dat is een stelsel van diverse voorzieningen, die samen de juiste informatie op de kaart gaan tonen. Het DSO moet gereed zijn bij de invoering van de wet in 2019. Als dat niet zo is, dan wordt de invoering van de wet uitgesteld, zo is afgestemd tussen rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Het DSO wordt gebouwd door het Kadaster, het KOOP (Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties), Rijkswaterstaat, Geonovum en het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze partijen bouwen, samen met hun onderaannemers, in eerste instantie een soort schil rondom het huidige OLO (Online Omgevingsloket) met:
• de aanvraag van vergunningen en afhandeling daarvan;
• Ruimtelijkeplannen.nl, waar gemeenten hun omgevingsplannen publiceren;
• de Activiteiten Internetmodule, waar bedrijven milieumeldingen doen.
Koperdraat: “Dit is de huidige dienstverlening die geïntegreerd moet worden voor de Omgevingswet.” Gemeenten stellen straks in hun omgevingsplannen op welke regels er gelden voor de fysieke leefomgeving en al die informatie komt – samen met die van andere overheden, zoals rijk, provincies en waterschappen – in een register binnen het DSO, waar iedereen kan zien wat wel en niet mogelijk is op een bepaalde plek.

Aan de slag in eigen huis

Het DSO wordt landelijk ontwikkeld, het is een deelprogramma van het interbestuurlijke programma Aan de slag met de Omgevingswet (zie kader). Gemeenten moeten zelf het nodige doen om in eigen huis klaar te zijn voor de nieuwe wet, zeggen Van Westrenen en Koperdraat. Als het gaat om informatiemanagement dan zal “de basis op orde moeten zijn”, zegt Van Westrenen: “Als je als gemeente nu nog bezig bent met iNup-achtige zaken, zoals de invoering van eHerkenning of basisregistraties, dan ben je redelijk laat. Het DSO bouwt daar namelijk op verder.”

Gemeenten moeten zelf het nodige doen om klaar te zijn voor de nieuwe wet

Ook is er werk aan de winkel rond de werkprocessen en de informatievoorziening bínnen gemeenten. Zo moet alle informatie die straks op de digitale kaart getoond wordt correct zijn. Dat vraagt om actuele informatie in een taal die begrijpelijk is voor iedereen. Onder de Omgevingswet worden de termijnen waarin gemeenten een aanvraag voor een vergunning moeten behandelen ernstig verkort: van maximaal zesentwintig naar acht weken. De werkprocessen moeten hier op worden afgestemd. De gemeente is straks hèt loket waar inwoners en bedrijven uit de regio terecht kunnen voor alles wat met het omgevingsrecht te maken heeft. Ook voor zaken die rijksoverheid, provincie en waterschap aangaan. Dat heeft gevolgen voor de dienstverlening en dus voor de ondersteunende informatievoorziening.

Soepele invoering mogelijk maken

Concreet kunnen gemeenten nu aan de slag met het in orde maken van de basisvoorzieningen, zoals de implementatie van eHerkenning, en het inventariseren van alle processen die straks worden geraakt door de Omgevingswet, zeggen Van Westrenen en Koperdraat. “De Omgevingswet gaat over veel meer dan ruimtelijke ontwikkeling. Omdat het een integrale afweging beoogt van alle aspecten in de fysieke leefomgeving gaat het ook over domeinen als veiligheid, toezicht en handhaving, milieu, verkeer, publieke gezondheid, financiën en economie. Gemeenten kunnen inventariseren welke interne processen worden geraakt door de Omgevingswet en waar ze mogelijk processen op elkaar moeten afstemmen om straks een soepele invoering van de wet mogelijk te maken,” zegt Van Westrenen. Hij vervolgt: “Ook in de datasfeer kunnen gemeenten al veel doen. Zoals in kaart brengen welke bestanden je hebt, welke data je nodig hebt voor je dienstverlening en wat je straks gaat uitwisselen met het DSO.” Gemeenten kunnen veel leren over de nieuwe wet door te participeren in landelijke trajecten, zegt Koperdraat: “Er zijn diverse projecten die vallen onder het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Daarvoor worden regelmatig mensen vanuit gemeenten gevraagd om mee te doen. Bijvoorbeeld om samen het publicatieproces van omgevingsdocumenten of het opstellen van een omgevingsplan te onderzoeken.”

Samen serviceconcepten ontwikkelen

Het VNG-programma Invoering Omgevingswet ondersteunt gemeenten bij deze veranderingen. Samen met KING voerde het VIVO uit, een verkenning naar de impact van de Omgevingswet bij gemeenten. Hieruit kwamen adviezen en vervolgacties, die worden voortgezet onder de naam UIVO (uitvoering informatievoorziening omgevingswet). Koperdraat: “We hebben met VIVO in kaart gebracht wat de uitdagingen voor gemeenten zijn. We werken dat nu verder uit en daarbij onderzoeken we nu wat we collectief voor alle gemeenten kunnen ontwikkelen, zodat ze niet allemaal het wiel opnieuw hoeven uit te vinden. En we onderzoeken wat er interbestuurlijk opgepakt kan worden.” Het programma werkt dus twee kanten op: het informeert en ondersteunt gemeenten zodat zij klaar zijn voor de invoering van de wet en het brengt het gemeentelijke perspectief in in de landelijke ontwikkelingen rond de wet. Bijvoorbeeld wat er voor gemeenten nodig is in de ontwikkeling van het DSO.
Van Westrenen noemt een concrete vervolgactie van VIVO: “We hebben vanuit het dienstverleningsperspectief naar de Omgevingswet gekeken. Daarin hebben we de burger en ondernemer met hun vraag als uitgangspunt genomen en hebben we gekeken hoe de gemeente die burger of ondernemer het beste kan helpen. We hebben hiervoor gewerkt met persona’s en klantreizen. Daar zijn we nu met gemeenten, in werkateliers waarin zo’n honderd mensen uit gemeenten bij elkaar komen, een aantal serviceformules voor aan het uitwerken. Daar komen allerlei werkgroepjes uit voort die bepaalde aspecten verder ontwikkelen. We doen dit nadrukkelijk met gemeenten, om te komen tot concrete en praktische handreikingen waar alle gemeenten mee aan de slag kunnen.”

Zoek contact met partners

Beide heren benadrukken dat er voor alle betrokkenen veel werk te verzetten is voor de invoering van de Omgevingswet. Ze stellen dat er de nodige technische uitdagingen zijn, maar dat de grootste uitdagingen niet technisch, maar organisatorisch van aard zijn. De Omgevingswet vraagt immers om een andere manier van werken. Koperdraat: “Technisch gezien gaat het wel lukken om het DSO op een moderne manier vorm te geven. Belangrijkste aandachtspunt is dat de informatie die mensen er straks vinden correct en begrijpelijk is. Dat vraagt naast het zorgen dat je informatie op orde is, om anders samenwerken met initiatiefnemers, belanghebbenden, andere overheden en netwerkpartners.” Het VNG-programma adviseert gemeenten dan ook om alvast te overleggen met hun partners. Om het contact te zoeken met provincie, waterschap, veiligheidsregio, GGD en Omgevingsdienst om de informatiekundige consequenties van de nieuwe wet in kaart te brengen. Koperdraat: “Ga niet zitten wachten totdat zij contact zoeken, maar neem het initiatief en maak met elkaar transparant wat er nu al is. Wat heb je aan informatie, wat heb je nodig? Ontwikkel gezamenlijk een beeld van waar je naartoe moet en werk daar gezamenlijk aan.”
Tot slot noemen ze iets wat gemeenten níet moeten doen. Van Westrenen: “Het is heel zinvol om nu alvast samen met je leveranciers te verkennen wat de impact van de nieuwe wet is op je informatiesystemen en processen. Er zijn echter leveranciers die zeggen dat hun software al helemaal klaar is voor de Omgevingswet. Dat is knap, aangezien de regelgeving nog niet is uitontwikkeld en we de standaarden waar alle systemen straks aan moeten voldoen ook nog niet hebben afgesproken. Op zo’n aanbod zou ik dus maar niet ingaan.”

Het programma Invoering Omgevingswet van de VNG werkt nauw samen met gemeenten. Het werkt met een netwerk van contactpersonen bij alle gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de invoering van de Omgevingswet in hun gemeente. Het ROM-netwerk is hun digitale ontmoetingsplek, waar men ervaringen kan uitwisselen en van elkaar kan leren. In werkateliers komen contactpersonen met specialisten van hun gemeente bij elkaar om bepaalde aspecten van de invoering uit te diepen. Zoals digitalisering en juridische instrumenten. Het programma maakt deel uit van het interbestuurlijke programma Aan de slag met de Omgevingswet.

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.