zoeken binnen de website

Zoeken naar nieuw evenwicht

Ruilhandel data overheid en derden vraagt om andere regels en afspraken

door: Frits de Jong | 25 maart 2019

Overheden die data gebruiken van TomTom of OpenStreetMap? We kijken er niet meer raar van op. Maar welke afspraken zijn hierover gemaakt tussen overheden en derden? Hoe zijn bijvoorbeeld de rechten op toegang tot en gebruik van data geregeld? En wat als een bedrijf failliet gaat?

weegschaal

Beeld: Pixabay / aitoff

Marc de Vries en Julie Albers hebben vanuit Geonovum onderzocht wat er op het vlak van uitruil van data gebeurt tussen overheden en derde partijen. “Wij waren erg nieuwsgierig hoe die samenwerkingen er uitzien”, zegt Marc de Vries. “Het ging ons met name ook om vormen van ‘ruilhandel’: arrangementen waarbij overheidsorganisaties data niet inkopen, maar samen met de dataleverancier tot een andersoortige uitruil van waarde komen. Hoe organiseer je die ruilhandel, hoe garandeer je kwaliteit en hoe creëer je continuïteit daarin? En hoe houd je het aantrekkelijk voor betrokken bedrijven? Voor zowel overheden als marktpartijen is dat best een grote uitdaging.”

De Vries en Albers interviewden onder meer de NDW (Nationale Databank Wegverkeersgegevens), het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek), het Kadaster, het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Rijkswaterstaat. “We zagen dat bij al deze organisaties interesse bestaat voor data van derden. Een aantal organisaties vroeg zich hardop af of zij het bedrag dat zij per jaar betaalden aan onderhoud van de infrastructuur anders zouden kunnen besteden, als marktpartijen die data ook inwinnen.”

Draaikolk

“Overheidsorganisaties opereren in een spannend gebied”, aldus De Vries en Albers. “Zij willen misschien wel ‘iets speciaals’ doen met een marktpartij, maar regels voor overheden zijn gericht op gelijke behandeling. Als een betrokken marktpartij een voordeel verkrijgt ten opzichte van concurrenten, dan wordt het direct een ingewikkeld verhaal. En wat als de overheidsorganisatie door de samenwerking in feite bepaalde marktactiviteiten gaat verrichten?”

Op het moment dat een marktpartij het inwinnen van data overpakt van een overheid, dan kan er een hoop misgaan

Zelfs als je daar uitkomt, moet je goed nadenken over wat je nu precies wilt als overheid: welke ‘beschikkingsmacht’ heb je in ieder geval nodig? De Vries: “Vroeger kon een overheid zeggen: ‘wij hebben onze eigen infrastructuur en daar zijn wij de baas over. We weten honderd procent zeker dat de data van ons zijn en dat die data ook kloppen. Mocht er iets niet kloppen of iets het niet meer doen, dan sturen we er een mannetje op af die vervolgens aan een sleutel draait en alles doet het weer.’ Op het moment dat een marktpartij het inwinnen van data overpakt van een overheid, dan kan er een hoop misgaan. Een partij kan failliet gaan of een bedrijf kan dingen leveren waar je niks meer aan hebt, en dan zit je als overheid toch met een (fors) probleem. Immers, er wordt als overheid van je verwacht dat je publieke taken uitvoert en dat is lastig als een marktpartij om wat voor reden afhaakt. Het betekent dat er goede regels nodig zijn en afspraken gemaakt moeten worden die continuïteit bieden, waarbij je het ‘stel nou dat’-scenario scherp moet hebben. Er spelen verschillende vragen rondom data. Al die vragen komen nu in een draaikolk die de komende tien tot vijftien jaar gaat ronddraaien totdat we uiteindelijk een nieuw evenwicht hebben gevonden.”

Gereguleerde datamarkten?

Waar komen we dan uiteindelijk op uit? De Vries en Albers zien een soort driedeling voor zich. “Er zijn data die de overheid absoluut nodig hebben voor het uitoefenen van haar publieke taak. Daar moeten overheden ook vooral niet met het bedrijfsleven gaan samenwerken. Dan heb je het onder meer over onderwerpen als veiligheid of waterbeheer, zaken die in Nederland van levensbelang zijn. Op deze gebieden moet je als overheid zelf blijven inwinnen. Aan de andere kant van het spectrum heb je data die je vroeger als overheid ophaalde, maar waar marktpartijen dat inmiddels veel beter kunnen. Zoals verkeersinformatie. Ondanks dat er ontegenzeggelijk een publiek belang aan deze data vastzit, kan je hier de markt gewoon zijn werk laten doen.”

Daartussenin bevindt zich, aldus De Vries en Albers, een middengebied waar je de markt zijn werk wil laten doen maar waar je toch ook grip wil houden. “Zoals we dat bijvoorbeeld hebben in de zorg, de spoorwegen, in de telecomsector en bij de postdiensten. Dat zijn allemaal gereguleerde markten. Daar hebben we gezegd: ‘laat de markt min of meer zijn werk doen, maar als overheid houden we er wel grip en toezicht op’. De vraag is dan hoe je dat inricht en wat dan de juiste keuzes zijn. Je kan je voorstellen dat je vanuit bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden mechanismen gaat scheppen, waarbij je de overheidsbelangen vooraf borgt. Denk daarbij aan de uitsluitende bevoegdheid van de overheid tot het toelaten van voertuigen tot de Nederlandse wegen. Je kan je voorstellen dat bij die toelating afspraken worden gemaakt dat de overheid toegang krijgt tot bepaalde data van sensoren in de auto, met het oog op bijvoorbeeld wegbeheer. De overheid doet er goed aan na te gaan op welke plekken ze een hefboom heeft om een rol bij of stem in de inwinning van data veilig te stellen”, zo menen De Vries en Albers.

Europese Commissie

De Vries en Alberse zien hun rapport ‘Data van Derden – the missing link?’ als eerste stap. De volgende stap is om ervoor te zorgen dat de boodschap terechtkomt bij de juiste mensen. “Wat ons betreft is deze studie een begin van een discussie over hoe we omgaan met data. Hoe bewaken we de waarheid en wat komt er bij de overheid nu echt op de tocht te staan? Wie moet er aan de lat staan en bij wie ligt nu de bal? Wij moeten eerlijk bekennen dat het best wel ingewikkeld is. Wat ons betreft moeten we accepteren dat we over dit onderwerp veel nog niet weten en misschien ook geen goed idee hebben hoe dingen in elkaar zitten. Gelukkig staat het onderwerp inmiddels ook in ‘Brussel’ op de agenda. Recent heeft de Europese Commissie een expertgroep opgericht die naar dit onderwerp gaat kijken. Nederland zou daarbij als voorloper kunnen fungeren. Nederlanders kunnen goed polderen en zijn over het algemeen bereid om naar elkaar te luisteren. Wij zijn bij uitstek een land dat op het gebied van datadelen in Europa iets kan betekenen.”

Op de studie van De Vries en Albers komt nog een vervolg. “Het GI Beraad, dat als taak heeft ‘het doen van aanbevelingen aan de minister, overige ministers en overheidsorganen over de strategische onderwerpen op het gebied van de geo-informatie in de publieke sector’ heeft gevraagd om een verdieping uit te voeren en dan vooral te kijken naar de juridische setting. Wat zijn de wensen van de overheden en de marktpartijen en waar gebeuren de dingen niet omdat het juridisch knelt. Daar zullen we in een vervolgstudie dieper op ingaan. We verwachten dat dit vervolg na de zomer af is.”

De bezochte organisaties zijn: CBS, NDW, RWS-Klimaatmonitor, Kadaster, RWS-CIV, RIVM, waterschap Zuiderzeeland, provincie Zuid-Holland, gemeente Amsterdam en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.