zoeken binnen de website

Audi alteram partem

door: Ruud Leether | 28 juni 2012

Ruud Leether

Een van de eerste dingen die je als aankomend jurist leert is beginnen met luisteren naar de argumenten van alle betrokken partijen en dan pas oordelen. Logisch zult u zeggen en misschien zelfs wel vanzelfsprekend. Toch lijkt het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ in hoog tempo aan sleet onderhevig, ook als het gaat om politieke en ambtelijke besluitvorming.

Zo verschijnen er bijvoorbeeld steeds vaker regelingen vanuit de aanname dat ze nodig zijn omdat de overheid grove steken heeft laten vallen. Dat gebeurt maar het is wel fijn als die aanname juist is gebleken voordat nieuwe regels worden bedacht.
Een mooi voorbeeld van hoe het niet moet is de discussie over de veronderstelde disproportionaliteit van de contractvoorwaarden van de overheid. Nou ja, ‘discussie’.

Februari dit jaar behandelde de Kamer een motie van het lid Ziens waarin werd geconstateerd dat bedrijven bij aanbestedingen steeds vaker te maken krijgen met disproportionele contractvoorwaarden. Hoe dat was vastgesteld bleef onduidelijk maar de motie waarin de regering werd gevraagd te bevorderen dat overheden hun algemene inkoopvoorwaarden samen met het bedrijfsleven gaan opstellen en naleven, werd wel aangenomen.

Nu ken ook ik disproportionele contractvoorwaarden maar die worden vooral door het bedrijfsleven gebruikt. Sterker nog, juist de Rijksoverheid heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om tot evenwichtige contractvoorwaarden te komen. En nog sterker, het bedrijfsleven werd daarbij regelmatig betrokken. Natuurlijk, dat is niet hetzelfde als ‘mocht daarover meebeslissen’ maar het zijn en blijven uiteindelijk wel de algemene voorwaarden van de overheid.

Ook voor een andere daarmee direct verband houdende aanname, namelijk dat de overheid slecht aanbesteed, lijkt het vooralsnog aan feiten te ontbreken. Gemiddeld wordt er jaarlijks zo’n 150 keer over aanbestedingen van de overheid geprocedeerd en ruim 60 procent van die procedures wordt door de overheid gewonnen.
En voor wie hecht aan het misverstand dat rechterlijke macht en aanbestedende diensten de bekende twee handen op dezelfde buik zijn, zelfs een laagdrempelige, kosteloze en anonieme mogelijkheid om ‘onrecht bij ICT aanbestedingen’ te corrigeren als de ICT Klachtenlijn van het ministerie van Veiligheid & Justitie en ICT Office, levert niet veel meer dan enkele klachten per jaar op.
Op welke informatie, anders dan uit de hoek van hen die niet in de prijzen vielen, berust die aanname dan eigenlijk ?

Nog zo’n populaire aanname is dat het MKB bij aanbestedingen regelmatig achter het net vist. In een evaluatierapport van de huidige aanbestedingsrichtlijn schrijft de Europese Commissie echter dat het MKB tussen 2006 en 2008 ongeveer 60 procent van de opdrachten binnenhaalde met een waarde van 34 procent van het totaal. Is die informatie dus onjuist ?

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van gevallen waarin iets dat als gerucht geboren wordt zonder ‘hoor en wederhoor’ een eigen leven als waarheid mag gaan leiden. En dat is niet alleen voor een zuivere geschilbeslechting maar ook voor een adequate beleidsvorming fnuikend. Hoog tijd dus voor een snelle revival van dat oude en vertrouwde beginsel. Het komende parlementaire onderzoek naar mislukte ICT projecten van de overheid lijkt mij daarvoor een gelegenheid bij uitstek !

Ruud Leether is legal counsel bij de Rijksoverheid. Hij blogt op persoonlijke titel.

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.