zoeken binnen de website

Innovatie is interactie

Theo van den Brink

door: Theo van den Brink | 19 augustus 2015

In zijn beroemde boek ‘Zwaarden, paarden en ziektekiemen’ vraagt Jared Diamond zich af waarom we in Europa nooit grote schepen met Inca’s aan de horizon hebben zien verschijnen die in enkele decennia heel Europa veroverden en de bevolking decimeerden. Waarom gebeurde dat omgekeerd wel?

Een belangrijke factor was dat Eurazië de grootste aaneengesloten landmassa heeft op de breedtegraad waar landbouw kon ontstaan (en waar dus grote populaties gevoed konden worden). Door de millennia heen vond tussen de volkeren die op deze bandbreedte (de ‘lucky latitude’) leefden, veel uitwisseling van kennis en ervaring plaats. Dat op een schaal die veel groter was dan op andere continenten in de lucky latitudes. Kort door de bocht: de mate waarin uitwisseling van kennis en informatie tussen mensen mogelijk is, is al duizenden jaren bepalend voor het innovatietempo (en daarmee voor militair, technologisch en economisch overwicht).
In het huidige tijdsgewricht is dat niet anders. Alleen zijn het nu, in de tijd van telecommunicatie en digitalisering, niet meer de toevallige geografische omstandigheden die populaties of organisaties in vooruitgeschoven posities brengen. Vandaag de dag zijn het vooral de sociale condities die al of niet bevorderlijk zijn voor uitwisseling van kennis en ervaring. Geografische omstandigheden zijn een gegeven, maar aan het scheppen van geschikte condities voor uitwisseling van kennis en informatie (en dus de bevordering van innovatie) kun je veel doen.

Digitale Agenda 2020

In dat besef heeft de Algemene Ledenvergadering van de VNG (juni 2015) een impuls gegeven aan het innovatievermogen van gemeenten via het programma Digitale Agenda 2020 (DA2020). In een notendop:

  • Wat gemeenten niet onderscheidt, moet in principe op gestandaardiseerde wijze collectief worden gedaan. Voorbeelden: aanvraag en verstrekking rijbewijzen, ICT in een beperkt aantal datacenters, digitalisering van toptaken. Dat maakt middelen vrij om echte (lokale) toegevoegde waarde te leveren, bijvoorbeeld in het sociaal domein of de fysieke leefomgeving.
  • Door uitwisseling van initiatieven, experimenten, pilots en practices op lokaal niveau wordt het innovatievermogen versterkt. Binnen DA2020 wordt gezorgd dat de condities voor succesvolle innovatie worden bevorderd.

Wat zijn nu die condities om innovatie te versterken? De eerste is transparantie. Gemeenten moeten kennis kunnen nemen van elkaars innovatieve activiteiten. Om dat te ondersteunen is sinds kort het Innovatieplatform operationeel: op deze website kunnen gemeenten hun initiatieven aanmelden, waarna die voor iedereen zichtbaar zijn. De tweede conditie is interactie. Gemeenten kunnen op drie niveaus hun betrokkenheid aangeven: het ‘liken’ van een aanmelding (zodat we kunnen zien welke initiatieven populair zijn), zich ‘abonneren’ op informatie over voortgang en resultaten en, de meest actieve variant, aangeven mee te willen doen.
Op die manier ontstaat een ‘transparante innovatiemarkt’ in het gemeentelijke veld en kunnen gemeenten de samenwerking zoeken om gemeenschappelijke interesses verder te ontwikkelen. Dat is mooi, maar niet genoeg. Want in die vrije markt bevinden zich oplossingen die potentieel voor veel of alle gemeenten bruikbaar zijn. Daarom wordt, vanuit DA2020, actief gespeurd naar dergelijke oplossingen. In een aantal stappen wordt vervolgens onderzocht of en onder welke voorwaarden een oplossing ‘opschaalbaar’ is. Dat is conditie drie: het bevorderen van ‘opschaling’ waar dat kan, zodat steeds meer ‘niet-onderscheidende’ zaken gezamenlijk of collectief worden opgepakt. Daardoor wordt innovatie in het gemeentelijke veld meer dan de som van lokale innovaties.

Vrije uitwisseling kennis en ervaring

Afhankelijk van de participatie door gemeenten, kan het innovatievermogen een grote impuls krijgen. Er is nog een factor die van grote invloed is. Innovatie komt in marktsituaties in belangrijke mate voort uit de noodzaak van bedrijven om zich te onderscheiden, om voor te blijven op de concurrentie. Binnen de overheid is geen sprake van een dergelijke vorm van concurrentie, hoewel gemeenten zich natuurlijk graag van elkaar onderscheiden en op diverse gebieden goed willen ‘scoren’. Maar ‘marktconcurrentie’ is niet de enige situatie waarin innovatie gedijt. Ook in een niet-competitieve of pre-competitieve omgeving, waarin veel uitwisseling van kennis en ervaring aanwezig is, kan innovatie snel verlopen. De Nederlandse agrarische sector is daarvan een mooi voorbeeld. Deze is wereldwijd toonaangevend. Hoe dat komt? Omdat de Nederlandse agrarische sector een traditie heeft van vrije uitwisseling van kennis en ervaring die door allerlei verbanden en organisaties door de jaren heen is gestimuleerd.

Vroeger was de gemeentelijke interpretatie van het begrip ‘autonomie’ een wezenlijke belemmering voor vrije uitwisseling en samenwerking. Je moest het vooral zelf doen, en liefst anders dan andere gemeenten. Nu wordt veel zorgvuldiger met die autonomie omgegaan. Op welke punten maak ik voor de leefomgeving van inwoners en ondernemers het verschil? Dat is leidend. Andere zaken, waarin we ons niet hoeven onderscheiden, moeten we vooral samen doen op het juiste schaalniveau.
Stel je eens voor wat bijna 400 gemeenten die op deze wijze hun innovatiekrachten bundelen, in een paar jaar voor elkaar kunnen krijgen!

Theo van den Brink is vanuit KING (VNG) vanaf het begin betrokken bij het definiëren en inrichten van de Digitale Agenda 2020. Hij is onder andere bezig met het ontwikkelen van het Innovatieplatform en het inrichten van het portfoliomanagement.

reacties: 1

tags: , ,

  • Davied van Berlo #

    19 augustus 2015, 12:39

    Zeer eens met deze oproep. Mooie vergelijking ook met de landbouwsector. Kan Nederland op dezelfde manier een voorbeeld zijn voor overheden wereldwijd, zoals Estland en Singapore dat nu zijn?

    Deze stappen zijn hoopvol maar er is natuurlijk geen sprake van een tabula rasa. Ik denk dan ook dat dit een goed moment is om de aansluiting te bewerkstelligen met Pleio, waar al een aantal jaar praktijkervaring is met deze uitgangspunten. Daarin loopt Nederland namelijk al mee in de voorhoede. Als we die mogelijkheden kunnen combineren met de daadkracht van de VNG, dan kunnen we hoge ogen gooien …

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.