zoeken binnen de website

Perverse prikkels

Bas Linders

door: Bas Linders | 24 juli 2012

Sinds begin juli weten we dat een tijdelijke Kamercommissie tot en met voorjaar 2014 aan de slag gaat met een onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid. Alle onderzoeken die de afgelopen vier jaar zijn verricht – zo zegt het onderzoeksvoorstel – hebben nog niet gezorgd voor een voldoende gevoel van urgentie bij alle betrokkenen.

In de toelichting op het onderzoeksvoorstel staat: “Veel over met name het mislukken van ICT-projecten bij de overheid lijkt overigens bekend te zijn”. De cursivering is van de tijdelijke onderzoekscommissie. Nou is het natuurlijk mooi dat een Kamercommissie zelf zegt dat niet alles in Den Haag is wat het lijkt, maar is dat een voldoende rechtvaardiging voor het opstarten van wéér een nieuw onderzoek? Daarvoor blijkt als argument te worden aangevoerd dat “anno 2012 verschillende ICT-projecten nog steeds niet goed lopen”. .. Je hoeft geen helderziende te zijn om te voorspellen dat dat ook altijd zo zal blijven.

Je kunt het aantal ongelukken onderweg wel minimaliseren, maar ze zullen ondanks een doordacht iBestuur-beleid toch wel blijven voorkomen. Ter vergelijking: we hebben in Nederland ook een verkeersveiligheidsbeleid maar dat vrijwaart ons niet van ongelukken. Er moeten toch meer en betere argumenten zijn voor het instellen van een onderzoek nu er al vijf rapporten van de Algemene Rekenkamer, een onderzoek van de Kamer zelf, een rapport van de WRR, signaleringen van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en de door de Kamer vastgestelde iStrategie-nota van de overheid liggen?

Over het mislukken van ICT-projecten bij de overheid is ruim voldoende bekend. Ze hebben een aantal gezamenlijke kenmerken. Ze verliezen momentum na de pilotfase, bezwijken onder de eigen complexiteit of ontsporen door cumulerende implementatie- en beheerskosten. Dat gebeurt in het bedrijfsleven overigens ook, maar bij de overheid is de kans op mislukken groter. Het kiezen van de juiste aanbestedingsvorm; oog voor de kansen van publiek-private samenwerking; de vaardigheid van helder opdrachtgeverschap en zicht op de publieke waarde van ICT-projecten komen daar zelden samen bij slechts één persoon of op één bureau. En dat is een recept voor ongelukken. Dat kan anders worden georganiseerd en daar zou de aandacht van de Kamer zich op moeten richten.

Het kost ook enige moeite om te achterhalen wat de tijdelijke Kamercommissie nou precies wil achterhalen in zijn onderzoek. Er wordt een tweeledig doel omschreven.

“Het in kaart brengen van de misgelopen maatschappelijke effecten (inclusief maatschappelijke en financiële kosten) door het niet op orde hebben van informatieprocessen en -stromen van de overheid door middel van ICT (projecten)“.
Bent u daar nog…, we zijn pas op de helft!

En als tweede: “Duidelijk maken wat de prioritaire stappen zijn die een optimale inrichting van de informatieprocessen en –stromen van de overheid door middel van ICT teweeg kunnen brengen”. Nee, lekker weglezen doet zoiets niet en als het gaat om tekstverklaring ben je er niet zomaar klaar mee.

Opdrachtgeverschap

Wat moet nou een bedrijf dat de opdracht krijgt om dat raadsel te ontwarren eigenlijk uitzoeken? Als ik de opdracht wilde aannemen zou ik toch eerst meer helderheid willen hebben over wat de opdrachtgever nou precies bezielt. Goed opdrachtgeverschap – zo leert de praktijk – vereist een doordachte vraagstelling. Het gaat om goed uitleggen wat je wilt en vastleggen aan welke eisen dat moet voldoen. Goed vaststellen wat je precies wilt weten en het daar tevoren ook over eens zijn met de partij die dat vervolgens moet gaan uitzoeken. Requierements engineering dus. Als dat niet in orde is mislukt een ICT-project geheid en dus ook een onderzoek naar mislukte ICT-projecten.

Bijzonder is dat nog steeds niet duidelijk is welke ICT-projecten onderwerp van onderzoek zullen worden. De selectie daarvan wordt overgelaten aan het externe onderzoeksbureau dat komend najaar wordt geselecteerd. Dat heeft nog steeds veel weg van een onderzoek dat driftig op zoek is naar een onderwerp.

Het is gebruikelijk – zo meldt de Tweede Kamer – dat leden van een onderzoekscommissie zich gedurende het onderzoek niet inhoudelijk uitlaten over het onderwerp. Ze worden geacht niet te reageren op actuele ontwikkelingen. In Den Haag gaat de grap dat voorzitter Ton Elias (VVD) zich onvoldoende heeft gerealiseerd dat er nu in elk geval één onderwerp is waarover hij tot maart 2014 zijn mond moet houden.

Rest de aanbesteding van het onderzoek komend najaar. De Kamer heeft ervoor gekozen om met opzet geen leden in de tijdelijke commissie te zetten die woordvoerder zijn op het gebied van ICT en/of privacy en security. Geen slagers die het eigen vlees gaan keuren dus. Maar geldt dat ook voor de externe partij die het onderzoek moet gaan uitvoeren? Is er in Nederland nog een onderzoeksclub te vinden die de afgelopen tien jaar niet op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de vormgeving van het ICT-beleid van Kamer en overheid? Dat wordt dus een dienstverlener uit een ver buitenland die zich eerst een tijdje zal moeten inwerken.

Of die – meer dan wij in Nederland – in staat is om een antwoord te vinden op wat het onderzoeksvoorstel als één van de centrale onderzoeksvragen poneert: “Welke oorzaken, gevolgen en perverse prikkels van zowel succesvolle als mislukte ICT-projecten zijn al bekend?” Tsja, daar vraagt u wat. Voor zover ik weet is er nooit iets bekend geworden over parlementariërs of hoge ambtenaren die gehuld in roze damesondergoed zijn betrapt in obscure gelegenheden waarna ze zijn afgeperst door ICT-leveranciers die de overheid vervolgens een loer hebben kunnen draaien. Maar, toegegeven, zoiets moet worden uitgezocht. De onderste steen moet boven!

Bas Linders is journalist en columnist.

reacties: 2

tags:

  • Derk Kremer #

    30 juli 2012, 12:55

    “Je hoeft geen helderziende te zijn om te voorspellen dat dat ook altijd zo zal blijven” . Deze opmerking in het artikel van Bas Linders doet me denken aan een uitspraak van Ernst & Young van enkele jaren geleden, waarin gesteld wordt dat het mislukken van ICT projecten een “ongrijpbaar fenomeen” is.
    In een van onze artikelen over goed opdrachtgeverschap hebben wij aangegeven dat deze stelling ons te ver gaat: ongrijpbaar vervangen door hardnekkig. Grijpbaar is het zeker. Maar dan zullen bestuurders van zowel de overheid als het bedrijfsleven eens de hand in eigen boezem moeten durven steken: wat is hun rol als opdrachtgever. En daar ontbreekt het tot nog toe. Te gemakkelijk wordt naar de opdrachtnemer gewezen. Zij kunnen de professionaliteit van hun eigen rol eenvoudig checken met behulp van een model dat de taakvolwassenheid van opdrachtgevers kan meten: zie publicaties.eestum.e…

    Het artikel van Bas Linders is een heldere uitleg over wat er met dit onderzoek weer mis kan gaan en legt de oorzaak hiervan voor een belangrijk deel bij weer een gebrek aan professioneel opdrachtgeverschap van het onderzoek.

    Terecht de opmerking dat de het vinden van een onafhankelijk extern bureau moeilijk zal zijn: vrijwel elk dienstverlener wil maar wat graag bij de uitvoering van projecten betrokken worden. Daar is het grote geld te verdienen. Wat dat betreft zouden er meer dienstverleners mogen opstaan die een scherpe focus hebben op het alleen ondersteunen van een opdrachtgever van een project. Voorwaarde is dan dat de betreffende dienstverlener op geen enkele manier betrokken wordt bij de uitvoering. En dus ook geen enkel belang hierin heeft. De vraag is of deze er zijn. En zo ze er al zijn, is er geen droog brood aan te verdienen. Zo is mijn ervaring.

    In dat geval kan de onderzoekscommissie terugvallen op meerdere hoogleraren van onze universiteiten. Bijvoorbeeld Hans Wortmann van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft een geheel eigen visie ontwikkeld op Goed Opdrachtgeverschap van ICT projecten en heeft verschillende artikelen hierover gepubliceerd in diverse vakbladen. Bijvoorbeeld het tijdschrift Informatie.

  • Steven van 't Veld #

    9 augustus 2012, 01:51

    Beste Bas,

    Opdrachtgeverschap is een probleem als je vanuit het perspectief van projecten kijkt en spreekt. Dat is echter een secundair perspectief, omdat projecten vooral een goede opdracht nodig hebben. Die opdracht dient tot “iets” te leiden dat de opdrachtgever verder helpt, waarvan men de toegevoegde waarde en de impact vooraf kent.
    Dat laatste is vrijwel nooit het geval, sterker nog: de impact en de toegevoegde waarde wordt vaak in het project zelf vastgesteld. Als je je dan bedenkt dat de enige reden waarom je (administratieve) IT zou willen inzetten is dat je op de juiste manier van informatie voorzien wilt zijn zie je ook dat het de informatie in de organisaties is waar het om draait, niet om IT.

    Op dit moment wordt nog zelden of nooit over de informatiepositie van een organisatie nagedacht. Men denkt dat een IT-project die vanzelf aan het licht brengt, of dat die dan zelfs verbeterd wordt. Dat is onjuist, zelfs vrijwel onmogelijk. En omdat dat zo is kan men geen goed opdrachtgever zijn, en gaan IT-projecten steeds vaker fout. Daarom heb je ook geen, juist geen IT-ers nodig om hier iets aan te doen, maar mensen die weten hoe je strategisch/tactisch over de informatiepositie van een organisatie na moet denken. Pas als je zover bent kan je over het beter investeren en exploiteren van IT gaan nadenken.

    Steven van 't Veld

    Zelfstandig Principal Informatiekundige

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.