Digitale toekomst eu
Interview

Volgens Jos De Groot kunnen we niet alles van Big Tech overdoen in Europa

Jos De Groot copyright De Beeldredaktie Lex Draijer
Jos De Groot | Beeld: De Beeldredaktie, Lex Draijer

Nog even en Jos De Groot neemt per 1 april afscheid als directeur Digitale Economie bij het ministerie van Economische Zaken. Met het reguleren van digitalisering door de Europese Unie is het wel even genoeg geweest, vindt hij. ‘Het bedrijfsleven moet het ook allemaal kunnen implementeren. Nu de kaders staan, moeten we van het reguleren naar innoveren.’

Zijn huidige functie bestaat nog niet zo lang. De directie Digitale Economie kwam in 2018 voort uit de directies Telecommarkt en ICT & Toepassing. De directie houdt zich bezig met een breed palet aan onderwerpen; van de uitgifte van frequenties voor netwerken tot het bewaken van het open en veilig internet en de positie van de consument in de telecommarkt. De directie is systeemverantwoordelijk voor de telecom- en internetsector. Digitale innovatie valt eronder, met thema’s als AI, 6G en cloud, evenals cybersecurity-innovatie. Ook cybersecurity in het algemeen is een groot thema voor de directie. Het zijn onderwerpen waarop de verschillende overheden tot zijn genoegen steeds meer met elkaar optrekken.

In actie komen

Het vernieuwen van de economie met de prioritaire Nederlandse sleuteltechnologieën heeft zijn bijzondere aandacht. ‘Het Draghi-rapport heeft aangetoond dat Europa moet gaan investeren en innoveren. Onze productiviteit loopt terug ten opzichte van Amerika. Dat komt omdat we de digitale technologieën nog onvoldoende toepassen. We moeten echt in actie komen. Onze handicap in Nederland is dat we het probleem niet zo zien. We hebben de beste netwerken van de wereld. Daardoor denken wij dat het wel goed gaat, terwijl we steeds verder wegzakken.’

De digitale transitie is in het hart van de economie gekomen.

Met het reguleren van digitalisering door de Europese Unie is het wel even genoeg geweest, vindt De Groot. ‘Het bedrijfsleven moet het ook allemaal kunnen implementeren. Nu de kaders staan, moeten we van het reguleren naar innoveren. De uitdaging is om te blijven investeren, om te zorgen dat je bijblijft. Daarvoor moeten we slim zijn en veel samenwerken met bedrijfsleven en de wetenschap.’ Dat gebeurt ook, zozeer zelfs dat Nederland op een aantal terreinen in Brussel geldt als een best practice. ‘Nederland is goed in de verbinding, ook met de universiteiten, die een soort onderlinge taakverdeling hebben afgesproken. Op het terrein van AI hebben we bijvoorbeeld al in 2019 een eigen strategie opgezet. De uitdaging blijft hoe je als klein land manoeuvreert op een groot onderwerp met beperkte middelen. Hoe zeg ik dat netjes? Er is in het regeerprogramma niet heel veel extra geld beschikbaar voor digitaal of voor innovatie.’

Nederlandse digitaliseringsstrategie

Zijn departement is nauw betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe Nederlandse digitaliseringsstrategie (NDS), die in het voorjaar van 2025 verschijnt. Deze strategie richt zich voor het eerst op alle overheden. Een goede ontwikkeling, vindt hij, waar de tijd rijp voor is. Zelf kijkt hij met name naar de onderwerpen uit de NDS die het beleid van EZ raken, zoals AI en cloud. De voornaamste interbestuurlijke uitdaging ziet hij in het versoepelen van het beleid voor gegevensuitwisseling. ‘Van uitvoeringsorganisaties en gemeenten hoor ik vaak dat ze bang zijn voor een tik op de vingers van de Autoriteit Persoonsgegevens. Daar is nog veel te winnen. En we moeten voorkomen dat iedere gemeente het wiel uitvindt.’

Nationale Technologiestrategie

Meer focus binnen het topsectorenbeleid moet leiden tot meer impact. Daarom ging Nederland recent terug van veertig naar tien sleuteltechnologieën met de Nationale Technologiestrategie van begin dit jaar. Ook in Europa loopt een traject om die beweging te maken. ‘We kunnen niet alles van Big Tech overdoen in Europa, dus moeten we keuzes maken in waar we ons op richten’, zegt De Groot. ‘De achterstanden zijn zo groot, dat het waarschijnlijk meer zal zijn in de sfeer van toepassingen in verschillende sectoren en de spin-offs die daarin tot stand komen. Er zijn wel concrete ideeën over, bijvoorbeeld om startups en scale-ups goed te ondersteunen.’

Hoeveel invloed hebben Nederland, Estland, Ierland en Finland als ze zich samen sterk maken voor digitale autonomie?

Digitale autonomie

Over de pogingen van Europa om meer digitale autonomie te bewerkstelligen is hij best optimistisch. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de D9+, die dit jaar in Nederland samenkomt. Deze groep van digitale voorlopers is opgericht in 2016 en bestaat onder meer uit Denemarken, Nederland, Estland, Ierland en Finland. Hoeveel invloed hebben deze landen als ze zich samen sterk maken voor digitale autonomie?

‘Er ligt een initiatief, een discussiestuk dat heel goed werd ontvangen in Brussel. Als je met meerdere landen samen optrekt, zal het nog meer impact hebben. Alleen is het niet zo dat die groep bij elkaar bijvoorbeeld een blokkerende minderheid heeft in Europa. Je moet het hebben van de kracht van je argumenten, maar daar is deze groep juist zo geschikt voor. Met het Draghi-rapport op tafel is er in Brussel ook meer bereidheid en openheid om goede ideeën over te nemen. Daarbij wordt vaak naar Nederland gekeken.’

Nieuwe infrastructuur

Maar ook best practice Nederland kampt met de nodige uitdagingen op het gebied van innovatie, zoals krapte op het energienet. ‘In een vorig leven als directeur Energiemarkt hield ik me bezig met netcongestie en nieuwe hoogspanningslijnen. Dat blijft. We zien de vraag naar data en rekenkracht snel toenemen. Nieuwe technieken worden steeds efficiënter, maar ook als het relatieve energieverbruik daalt, kan in absolute zin het energieverbruik gelijk blijven of zelfs stijgen. Daarnaast biedt digitalisering ook kansen voor verduurzaming. Daarom hebben we in het voorjaar een actieplan digitalisering en duurzaamheid uitgebracht. Daar zitten diverse acties in om het energieverbruik terug te dringen. Als je nieuwe infrastructuur bouwt, doe het dan op plekken waar wel capaciteit is.  Zo onderzoeken we de mogelijkheden voor de realisatie van een AI-fabriek voor Nederland, een heel ecosysteem rondom de kansen van een high performance computer voor AI. Dat moet je wel doen op een plek waar stroom en ruimte is.’

En zo is hij ook in deze functie bezig met datgene wat hem het meeste boeit aan dit vak: gesprekken voeren met betrokkenen en belangen afwegen. Met iets meer ongeduld deze keer, nu hij tegen het einde van zijn termijn loopt. ‘Er is nog zo veel te doen. Mijn energie en betrokkenheid nemen alleen maar toe, al moet je op een gegeven moment accepteren dat het ook een keer stopt. En ik ben niet het type dat straks aan de zijlijn nog dingen staat te roepen.’

Jos De Groot, copyright De Beeldredaktie, Lex Draijer

Jos De Groot is sinds 2019 directeur bij de directie Digitale Economie van het ministerie van EZ. Hiervoor was hij directeur Telecommarkt, directeur Energiemarkt en directeur Energieproductie. Voordat hij bij EZ aan de slag ging, werkte hij in diverse rollen bij het ministerie van Financiën, waar hij in 1984 begon als beleidsadviseur. Na zijn pensioen wil hij het mini-warenhuis van zijn vrouw in Bilthoven ondersteunen (‘een bakkerij, een bloemenzaak, een meubelzaak, een winkel met home-artikelen, een brasserie en een bed & breakfast’), zich meer in kunst verdiepen en gaan reizen.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Registreren