eerder verschenen nummers

zoeken binnen de website

De burger wil best meedoen

door: Mariëlle de Groot | 21 maart 2013

Actief burgerschap is hot in deze tijden van bezuinigingen. Burgers zijn vaak het meest betrokken bij hun eigen leefomgeving. Dat verklaart de aandacht vanuit gemeenten voor allerlei soorten ‘wijkwebsites’. Hoe dragen de initiatieven bij aan een andere relatie tussen overheid en burgers? En hebben ze hulp nodig?

Liesbeth van de Wetering

De overheid trekt zich terug, burgers krijgen meer verantwoordelijkheid. Actief burgerschap is daarvoor de term. Maar nog lang niet altijd wordt de potentie van burgers benut, is een conclusie van het recente WRR-rapport ‘Vertrouwen in burgers’. Eén van de oorzaken is de kennis- en informatieachterstand ten opzichte van beleidsmakers, constateren de opstellers. Overheidsinformatie is vaak moeilijk vindbaar en lastig te begrijpen. Tegelijkertijd lopen informatiestromen minder via verticale verbanden en steeds meer horizontaal. Burgers vinden elkaar via internet, wisselen er meningen, ideeën en feiten uit en kunnen zich snel organiseren. Dat vraagt van beleidsmakers een andere manier om met kennis en informatie om te gaan: meer openheid in hun eigen communicatie en daarnaast actief informatie, kennis en ideeën vergaren door crowd sourcing.

Initiatieven verschillen

Online kennis- en informatiedeling en co-creatie draaien om digitale ontmoetingsplekken waar burgers elkaar en professionals ontmoeten, en een overheid die open communiceert en luistert. De wijk is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Op het forum van Ambtenaar 2.0 staan veel bijdragen over wijkwebsites, maar de initiatieven die onder die noemer worden geschaard verschillen. Soms zijn het gemeentelijke websites met informatie op wijkniveau. Er zijn websites van wijk- of dorpsraden of wijkwebsites van bewoners zelf. Daarnaast zijn er webapplicaties voor de wijk en wijkcommunity’s op sociale platforms als Facebook en Hyves.

Gemeente-informatie op wijkniveau

De meeste gemeenten bieden op hun website informatie over plannen, activiteiten en aanspreekpunten die is toegespitst op wijken. Gemeentelijke websites zijn niet interactief. Sommige bieden wel een reactieformulier, maar vragen en opmerkingen van burgers worden niet op het web getoond. Liesbeth van de Wetering is stadsdeelcoördinator bij de gemeente Groningen en bestuurslid van het Landelijk Platform voor Wijkgericht Werken (LPB). “In Groningen hebben we bewust een knip gemaakt tussen de gemeentelijke informatie en die van anderen, zoals bewonersraden”, zegt zij. “De gemeente heeft voor iedere wijk wijkpagina’s binnen de gemeentelijke website: gemeente.groningen.nl/wijken. Zo heeft de gemeentelijke informatie een duidelijke afzender.”
Als bestuurslid van LPB ziet ze veel gemeenten worstelen met de actualiteit en volledigheid van wijkinformatie op internet. “Het is een hell-of-a-job om informatie actueel en volledig op internet te krijgen. Naast het wijkmanagement zijn communicatie, beleidsmedewerkers en projectmanagers actief in de wijk. Informatie aanleveren op wijkniveau zit nog niet altijd tussen de oren.”

Basis voor co-creatie

Van de Wetering vindt dat gemeenten meer actief informatie kunnen ontsluiten. Communicatie van gemeenten vindt nog te veel plaats aan het einde van het proces, ziet ze. “Een voorbeeld. De Raad had een voorstel aangenomen over betaald parkeren. Ik heb op een gegeven moment getwitterd: ‘Het project gaat van start over vier maanden in die wijken.’ Daar was de communicatieafdeling niet blij mee, want het communicatieplan was niet af.” Van de Wetering pleit voor een cultuuromslag. “We moeten opener en transparanter communiceren: dus ook tussenproducten en achtergrondinformatie delen en niet pas naar buiten treden als alles afgetimmerd is.” En dat kan: “Ik schat dat ik 98 procent van mijn werk openbaar kan maken, daar is niets geheims aan. Zo geef je burgers dezelfde informatie, je neemt mensen serieus en geeft ze de mogelijkheid echt mee te denken. Die ontwikkeling is nog pril.” Een volgende stap is het inrichten van gemeenschappelijke werkomgevingen in de wijk, waar professionals en burgers kunnen samenwerken, ziet Van de Wetering. “Haarlem is daarmee bezig.” (Daarover meer in iBestuur magazine 4 van oktober 2012, ‘Participatie als Haarlemmerolie’.)

VerbeterdeBuurt

VerbeterdeBuurt is een particulier initiatief dat de drempel tot het melden van ideeën en problemen wil verlagen en samen met bewoners buurten wil verbeteren. Zo’n 75 procent van de gemeenten is inmiddels aangesloten op dit platform. Bewoners kunnen onderhoudsproblemen in de openbare ruimte melden via internet of via de smartphone-app. Daarnaast hebben de meeste gemeenten een eigen digitaal loket voor deze meldingen. Kristin van der Veen van VerbeterdeBuurt vertelt: “Inmiddels zijn 22.000 meldingen doorgestuurd naar gemeenten, daarvan hebben 1600 de status afgemeld.” In de praktijk zijn dat er meer, verwacht Van der Veen: ”Gemeenten kunnen ook via eigen systemen of mail terugkoppeling aan de melder verzorgen.” Naast problemen kunnen er ook ideeën gemeld worden. “We zien daarin een behoorlijke toename. Ideeën sturen we door naar de gemeente als minimaal tien mensen het idee online steunen.” De mate waarin ideeën worden opgepikt, verschilt per gemeente. “Sommige gemeenten zien het als een manier om prioriteiten aan te brengen, andere hebben er meer moeite mee.”

Platform bieden

Een relatief nieuw medium in de wijk zijn burenhulpsites. De gemeente Haarlem bijvoorbeeld biedt met BUUV.nu een platform waarmee bewoners hulp kunnen vragen (of bieden) en hun eigen sociale netwerk in de buurt kunnen uitbreiden. Op de website staan onder meer oproepen van oudere bewoners voor hulp bij het onderhoud van hun tuin en van mensen met een geestelijke beperking die een maatje zoeken. Soortgelijke initiatieven zijn Tijdvoorelkaar in Utrecht en Goedeburengezocht in Almere. Deze initiatieven laten een andere manier van organiseren zien. In plaats van hulp te bieden biedt de gemeente een platform waarmee burgers dat zelf kunnen organiseren.

Websites wijkraden

Wijk-, bewoners- of dorpsraden zijn ingesteld door de gemeente. Ze adviseren het college van B&W over de ontwikkeling van de wijk. Verschillende bijdragen over wijkwebsites op Ambtenaar 2.0 gaan over websites van wijkraden. Veel gemeenten hebben de technische en redactionele realisatie daarvan ondersteund. De opzet verschilt: van het plaatsen van de vergaderstukken tot communicatie in meer toegankelijke nieuwsberichten. Er is een aantal interactieve wijkradenwebsites, zo biedt hetven-veghel.nl besloten discussiefora voor bewoners in de wijk.
Ook Groningen heeft de bewonersraden intensief ondersteund. Met wisselend succes, ziet Van de Wetering. “Sommige zijn heel succesvol, andere leiden een meer kwijnend bestaan. Dat hangt samen met de positie van zo’n raad in de wijk en de communicatievaardigheden van de leden. Sommigen hebben het digitaal communiceren goed onder de knie, anderen minder.” Wat bijdraagt aan het succes is ook te berichten over initiatieven uit de wijk zelf, ziet ze. “Dus niet alleen berichten over wat er speelt rond betaald parkeren, maar ook over evenementen en initiatieven in de buurt.” 

Kladblok van nieuwtjes

Veel wijken kennen websites van bewoners zelf. Sommige websites (bijvoorbeeld BuurtBuzz.nl) bieden de mogelijkheid voor bewoners om met elkaar te communiceren, een virtueel sociaal netwerk exclusief voor de wijk. Andere zijn gericht op het verspreiden van wijknieuwtjes. Wendy Kremer is oprichter en webbeheerder van de wijkwebsite van de Utrechtse wijk Lombok: Lombox.nl. Twaalf jaar geleden begonnen zij en haar partner nieuwtjes over de wijk te verzamelen en te delen. “Later wilden we dat ook met filmpjes doen. Omdat dat niet kon via de telefonische internetverbinding, zijn we een burgerinitiatief voor glasvezel gestart.” Inmiddels kent Lombox drie poten: de website, het glasvezelbedrijf en zonne-energie. Het motief veranderde: “We willen als sociale ondernemers de sociale en economische kwaliteit van de wijk versterken.” Als webbeheerder plaatst Kremer nieuws. “Dat is erg breed: van een dansgroepje dat optreedt tot een bericht van de wijkraad over woningsplitsing. De stukjes worden aangeleverd door bewoners, bedrijven en professionals.” Interactiemogelijkheden op de website ziet zij niet zitten. “Mensen die dat willen, zitten al op Facebook of Hyves. Onze website is een kladblok van nieuwtjes: je deelt informatie met je buren. Verder moeten mensen het zelf oppakken. Mensen die kiezen om in deze wijk te wonen, steken zelf graag de handen uit de mouwen.”

Steun van professionals

Eigen wijkmedia zijn belangrijk voor de sociale samenhang, maar ze komen niet in alle wijken van de grond. Marise Bout is als sociaal ondernemer gericht op (virtuele) ‘community building’: “Cruciaal voor bewonerssites is het ‘eigenaarschap’ van bewoners en de aanwezigheid van ambassadeurs in de wijk.” De gemeente kan daarin wel een rol spelen, vindt zij. “Je hebt soms professionals nodig om initiatieven een duwtje te geven. Niet door het als gemeente over te nemen, maar door bewoners de kans te geven het zelf te doen en ondersteuning te geven wanneer dat nodig is.” Kremer ziet dat gemeenten het vaak te groot maken. “Bewoners krijgen dan les om reportages te maken en artikelen te schrijven. Daar gaat alle energie in zitten. Maar juist het beheer van een site vraagt veel. Geef vooral anderen de mogelijkheid artikeltjes aan te leveren. En wees praktisch. De gemeente heeft bijvoorbeeld veel informatie over instanties in de wijk. Bewerk dat dan tot een toegankelijk tekstje en lever foto’s aan.”

Fish where the fish are

Op sociale netwerken als Hyves en Facebook zijn verschillende wijkcommunity’s te vinden. Van de Wetering merkt dat die sites belangrijker worden in haar werk. “Een voorbeeld: in één van mijn buurten was het lastig mensen te betrekken. Eén van de actieve bewoners had een post over onze wijkschouw op de wijkgroep op Facebook geplaatst. Daar kwamen veel reacties op, waardoor ik kon participeren in de discussie. De discussie barstte dus niet los via de platformen die wij als gemeente aanbieden op de tijd die wij gepland hadden, maar ’s avonds om tien uur op Facebook. We zullen dus flexibel moeten zijn: ‘Fish where the fish are.’”
Communiceren via de gemeentelijke website, rss-feeds bieden aan andere sites, bewonersraden faciliteren, bijeenkomsten in zaaltjes organiseren én communiceren via mail, Twitter en Facebook. “Je bereikt steeds een andere groep. Het is niet of-of, maar én-én.”

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.