eerder verschenen nummers

zoeken binnen de website

Govtech: Pionieren op onbekend techterrein

door: Pieter van den Brand | 5 oktober 2021

Het aantal Govtech-start-ups groeit gestaag. De potentie is groot, maar er zijn obstakels. Een wezenlijke hindernis is de overheid zelf, immers geen omarmer van nieuwe technologie. Maar het ijs lijkt te breken, constateert de Delftse hoogleraar Govtech Nitesh Bharosa.

Beeld: Barry Hage

Ze zijn getooid met frisse namen als App4Talent, Metropolder en Park­Eagle en vallen onder één noemer: Govtech. Innovatieve techbedrijfjes met een helder doel: de digitale informatievoorziening en dienstverlening van de overheid verbeteren en – uiteraard – daar zelf ook wat aan verdienen. Volgens het Britse onderzoeksbureau Public zijn er zo’n 400 Govtech-pioniers in Nederland. Het bureau zette de vooruitzichten van Govtech op een rij in opdracht van BZK. In ons land ligt volgens het Public-onderzoek een markt van 4,3 miljard euro in het verschiet, met name in onderwijs, zorg, mobiliteit en veiligheid. Met haar inkoopbudget van jaarlijks 73 miljard euro kan de overheid zich tot een ‘smart customer’ van Govtech ontpoppen. Ook de keerzijde blijft niet onbenoemd: partnerships tussen overheid en start-ups en scale-ups zijn schaars en de stimuleringsregelingen minimaal. Slechts een handvol Govtech-ondernemers kan voldoende investeringsgeld aantrekken. Intussen hebben landen als Denemarken, Israël en Litouwen aparte Govtech-programma’s met stevige subsidiepotten.

“Burgers gaan Govtech-producten gebruiken, omdat ze een betere gebruikersbeleving bieden.”

In het VK heeft het ministerie voor EZ een Govtech Catalyst Fund opgericht waar zo’n 20 miljoen euro voor pilots bij decentrale overheden in omgaat. In het lijstje van EU-landen bungelt Nederland onderaan. Maar de wal gaat het schip keren, verwacht de kersverse hoogleraar Govtech Nitesh Bharosa van de TU Delft. “Burgers gaan Govtech-producten gebruiken, omdat ze een betere gebruikersbeleving bieden, denk aan AI-gedreven assistenten of virtuele ambtenaren die de uitkomsten van regelingen bepalen. Als dat steeds meer gebeurt, roffelen burgers vanzelf op de poort van de overheid om partijen toegang tot hun data te verlenen uit bronnen als Mijn-Overheid. Als meerdere partijen op deze platforms inhaken, kan er een netwerkeffect ontstaan.” Als voorbeeld noemt Bharosa de schuldhulpverlening of een hypotheekaanvraag. “Er komen steeds meer werelden bij elkaar, die normaliter niet met elkaar zijn geïntegreerd. De burger als gebruiker wordt het integratiepunt.” Om het businessmodel van de Govtech-aanbieder niet te vergeten: “Voor je bankrekening betaal je een paar euro’s per maand. Waarom zou je dat ook niet voor een soortgelijk online dienstverleningsproduct doen?”

Qii: Iedere burger de regie over zijn gegevens

‘Qii kan huren goddamn sexy maken.’ Zie de website van het bedrijf van Jelle Vreman en Rutger van Hulzen. Het afrodisiacum is technologie. Veiliger, makkelijker en sneller zijn de steekwoorden. De gebruiker centraal de leidende propositie. Het begon met een online verhuurplatform voor makelaars en vandaaruit de app Qii, een persoonlijke digitale kluis voor aanvragers van een huurwoning. “Het vertrekpunt”, vertelt Vreman, “waren de problemen op de huurwoningmarkt. Verhuurders hebben een hoop gedoe met de screening van woningzoekenden. Wij besloten alles om te draaien.” De woningzoekende maakt een profiel aan en verzamelt in zijn persoonlijke kluis alle relevante gegevens in de vorm van geverifieerde data van overheidsbronnen als de Belastingdienst. De gebruiker heeft de regie en deelt de informatie met de aanbieder. In totaal heeft Qii een jaarlijks bereik van zo’n 700 duizend actief woningzoekenden. “De aanvrager nemen we de papieren rompslomp uit handen en de woningaanbieder kan efficiencywinst boeken. In bijna driekwart van de aanvragen zijn geen extra gegevens meer nodig. In principe is het proces volledig te automatiseren.” De woningaanbieders betalen een fee per Qii-account of ze kopen het gebruik van de app voor een jaar af.

Qii heeft de ogen ook gericht op markten waar het dezelfde toegevoegde waarde kan bieden, onder meer de incassomarkt. “Met Qii kunnen incassobedrijven snel en accuraat inzicht krijgen in de financiële positie van personen met schulden.” Het Qii-systeem is AVG-proof (persoonlijke gegevens zijn versleuteld) en de security is met alle mogelijke middelen (pentesting, DPIA’s) geregeld. Bij het bedrijf loopt een certificeringstraject voor ISO-27001, de standaard voor informatiebeveiliging.

Govtech R&D-hub

De omslag komt niet vanzelf. Het Public-rapport beschrijft inspirerende voorbeelden en geeft aanbevelingen. Wat ontbreekt zijn concrete methoden en een geschikt gremium voor het gezamenlijk vormgeven en lanceren van oplossingen. Aan deze eisen wordt nu voldaan met de lancering van de Digicampus van de TU Delft als gezamenlijke Govtech R&D-hub. Zowel BZK als Logius en ICTU doen mee. De komende jaren kan de hub rekenen op een bijdrage van NL Digibeter. Belastingdienst en DUO dragen ‘in natura’ bij door medewerkers vrij te maken. Namens het bedrijfsleven zijn NL Digital en YesDelft van de partij. “Govtech is onbekend terrein.

Aanbieders hebben een voorsprong en een Govtech-push vanuit de markt kan juist averechts werken. Het is belangrijk beleidsmakers en informatie-architecten vanuit de uitvoeringsorganisaties vroeg bij de vormgeving van producten te betrekken.” Door de kenniskloof te beperken wordt het eenvoudiger om tot afspraken voor de toelating van Govtech-producten te komen. “Daarnaast helpt het om kennisinstellingen als neutrale partijen aan boord te hebben. We hebben in Delft de omgeving gecreëerd waar overheid, kennisinstellingen, gebruikersgroepen en Govtech-aanbieders samen technologie kunnen ontwikkelen en naar oplossingen kunnen vertalen.”

“De scheiding tussen beleid en uitvoering maakt het lastiger om nieuwe technologie snel te duiden en te omarmen.”

Kansrijke uitgangspositie

Het begin is er en Bharosa is optimistisch. Maar hij kent ook zorgpunten. De transformatie van een overheid die zelf digitale voorzieningen ontwikkelt (zoals DigiD) naar publiek-private afsprakenstelsels, waarin de overheid de kaders stelt en toezicht houdt op Govtech-toepassingen, roept nog vragen op. De legitimiteit van Govtech-technologie is allerminst duidelijk, neem de wijze waarop data worden verzameld en hoe algoritmes tot uitkomsten komen. En hoe zit het met verantwoordelijkheden en de afhankelijkheid van de markt? Het absorptievermogen bij de overheid van nieuwe technologie is daarnaast beperkt. “De scheiding tussen beleid en uitvoering maakt het lastiger om nieuwe technologie snel te duiden en te omarmen.”
Om de overheid te helpen werkt Bharosa aan een raamwerk voor het duiden en beoordelen van Govtech-oplossingen. Ook richting de Govtech-markt moeten obstakels worden geslecht. Inderdaad gaat het dan weer om het vermaledijde aanbestedingsregime. “Voor grote bedrijven is dat al niet makkelijk, voor start-ups is het helemaal een toer. Vaak gaat er ook nog eens één partij met de buit vandoor. Bedrijven die buiten de boot vallen, zijn dan niet langer gemotiveerd hun product verder te ontwikkelen. De overheidsmarkt is sowieso klein.” Desondanks beschouwt Bharosa de uitgangspositie in Nederland als kansrijk. “Nederland heeft een sterke traditie van publiek-private samenwerking. We zijn flexibel, met potentie om te innoveren. En we kunnen veel aan de markt overlaten.”

Councyl: Beter beslissen en transparanter werken

Geen big data, maar expertdata. Dat is de crux van het beslissingsondersteunende softwarepakket Councyl. Geestelijk vader is de Delftse hoogleraar Caspar Chorus. De commerciële spin-off startte onder leiding van ondernemer en AI-expert Nicolaas Heyning. “Van oudsher wordt software gemaakt door expertise in handgeschreven beslisregels vast te leggen. Het alternatief is big-data-analyse: uit praktijkvoorbeelden patronen destilleren die bij de besluitvorming als beslisregel dienen. Overheidsbeleid is te complex voor dat eerste, zie de affaire rond de kinderopvangtoeslag. Big data wordt door de overheid nog als een blackbox ervaren. Ook de privacy en kwaliteit van data is vaak in het geding.” Councyl gebruikt geen historische data. In plaats daarvan wordt aan experts van een organisatie gevraagd een keuze te maken op een dertigtal fictieve cases. Hun keuzegedrag wordt gemodelleerd.
Het volledig transparante keuzemodel wordt gevalideerd, verfijnd door testdata en is vervolgens klaar voor gebruik via de online gebruikersinterface of via een API. De zelflerende software blijft het keuzemodel voeden met beslissingen die de experts in de praktijk maken. “Aan de hand van de eigen data wordt het model steeds krachtiger.” Councyl heeft een demo gebouwd voor de aanvraag van een evenementenvergunning. Met een percentage ‘voorspelt’ de software in welke mate een aanvraag door de experts wordt ondersteund. “Bij negentig procent is het evident dat een aanvraag wordt goedgekeurd. Bij 65 procent is dat minder duidelijk; zo’n aanvraag heeft persoonlijke aandacht nodig. Met de Councyl-software kunnen ambtenaren sneller en beter door de brij aanvragen heen, wat efficiency oplevert.” Heyning is met gemeenten (toekennen bijzondere bijstand) en provincies en op rijksniveau (toezicht en handhaving) in gesprek.

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.