Het digitale levenseinde

door: Peter van Schelven, 9 mei 2018

Is er leven na het ontbijt? Als er weer een hijgerige werkdag vol met digitale overlast in het verschiet ligt, dan is het antwoord soms al snel ‘nee’. Maar toch … altijd nog beter dan de dood. Sta je echter stil bij de notie van de eindigheid van het heuselijke leven, dan wordt alles beduidend minder feestelijk. Dood is immers maar dood.

dood in relatie tot sociale media

Beeld: Thought Catalog on Unsplash

Dus vrolijk op naar het einde, want het leven zit vol slingers! Hoewel, een echt einde?

Zolang de mensheid bestaat vragen we ons af of onze geest, onze ziel in eeuwigheid blijft bestaan. Persoonlijk geloof ik daar geen snars van, maar wat ik wel zeker weet is dat na mijn overlijden in alle krochten van het internet informatie over mijn persoon blijft rondslingeren. Tot in lengte van jaren. Wordt mijn zakelijke profiel niet door mijn nabestaanden van LinkedIn verwijderd, dan blijf ik digitaal in leven. Niks digitale dood: het eeuwige leven… in bits & bytes.

Hebt u op Facebook al vriendschapsverzoeken gekregen van mensen die wellicht al jaren onder de grond liggen? Vindt u het niet schokkend om te zien dat een overleden kennis zich op uw account aandient met de vraag vrienden te worden? En realiseert u zich dat Facebook over enkele decennia – als dit medium alle huidige stormen van kritiek heeft overleefd – is uitgegroeid tot één groot digitaal kerkhof? Er komt vermoedelijk een dag dat er op Facebook meer doden zitten (liggen?) dan echte levenden. Een lugubere gedachte?

Wayback Machine

Staan we als samenleving wel voldoende stil bij het digitale leven na de dood? Het gaat hier om een serieus vraagstuk, waarvan de maatschappelijke impact nu nog onvoldoende wordt onderkend. Als u vermoedt dat alle documenten, teksten of foto’s van of over u uit vroegere tijden inmiddels van het internet zijn verdwenen, dan is de kans groot dat u zich stevig vergist. Ik verwijs u hier slechts naar het Internet Archive (archive.org), het platform waarop sinds 1996 massaal digitale content van het internet wordt bewaard. Die informatie wordt door middel van de Wayback Machine eenvoudig toegankelijk gemaakt. Een immens digitaal archief van onder meer 279 miljard webpagina’s… Enig idee hoeveel doden er al in dit archief opgeslagen liggen?

De dood roept tal van praktische problemen in de digitale sfeer op. De Nationale ombudsman getuigt daarvan in zijn onderzoeksagenda 2018. Opmerkelijk is dat de ombudsman zegt signalen van nabestaanden te ontvangen waaruit blijkt dat de overheid digitale post aan overledenen stuurt. Zelfs postmortaal laat de overheid je kennelijk niet met rust. Nabestaanden beschikken veelal niet over de DigiD van de overledene, zodat zij de berichtenbox van de overledene niet kunnen bekijken. Wat nou ‘laatste rustplaats’? Goede zaak dat de ombudsman die problematiek in kaart gaat brengen! Een goed koppelingetje met de lijst van doden in de Basisregistratie Personen (BRP) kan wellicht wonderen doen. Kwestie van organiseren.

Vergetelheid

Maar er is meer rondom het digitale leven na de dood. Stel, dat ik zou wensen dat na mijn overlijden mijn digitale sporen op het internet zoveel mogelijk vernietigd worden. Een soort recht om te worden vergeten. Hoe regel ik dat dan als mijn nabestaanden onverhoopt digibeten zouden zijn of uit gebrek aan interesse niets met die wens doen? En wie van de nabestaanden gaat er sowieso over die beslissingen? Welke persoon is gerechtigd om Facebook, LinkedIn of welk ander medium dan ook daarvoor te benaderen en hoe komt hij of zij aan mijn persoonlijke, geheime accountgegevens? Wie beslist over mijn digitale bezittingen, zoals foto’s, columns, teksten en relatienetwerken? Laat ik de notaris er het nodige over opschrijven in mijn testament of liggen dergelijke digitale vraagstukken geheel buiten de aandachtsfeer van het notariaat? Waar is mijn digitale grafdelver?

Een soortgelijk recht kennen we al uit het privacyrecht. In de nieuwe Europese spelregels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) treffen we met zoveel woorden ‘het recht van vergetelheid’ aan. Ik kan bij leven in bepaalde gevallen mijn persoonsgegevens laten wissen. Maar een dode heeft daar niets aan. De AVG strekt tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dus houdt de werking van die wet op als ik het loodje leg. De Europese privacywetgeving regeert niet over het graf heen. En daar zit nou precies de pijn als ik ook na mijn dood digitaal vergeten zou willen worden. Niet iedereen die erover nadenkt, wil voor het eeuwige (digitale) leven gaan.

Wordt het daarom niet eens tijd dat de overheid, notariaat, burgers en andere kenners en belangstellenden in een praatgroepje de koppen bij elkaar steken om na te denken over het digitale leven na de dood? Zijn al onze wetten daar nog wel voldoende op afgestemd? Of laten we het vraagstuk over het opheffen van accounts – het ‘digitaal afleggen’ – over aan het management van de social media, zodat Facebook, Instagram, YouTube, LinkedIn en Twitter daarvoor zelf faciliteiten kunnen bedenken en implementeren?

Rouwverwerking

Maar let wel: het belang van het onderwerp gaat veel verder dan alleen wetgeving. Ik herinner me nog goed de dag – jaren geleden – dat ik ’s avonds laat in bed schrok toen ik besefte dat ik die hele dag even niet had gedacht aan mijn lieve vader, die enige maanden daarvoor tot mijn grote verdriet was overleden. Vergeten – ook al is dat maar voor enige uren – is een deel van rouwverwerking. Het kunnen vergeten lijkt mij voor velen in onze samenleving daarom belangrijk. Hoewel het verwerken van het verlies van een dierbaar persoon uiteraard een zeer individueel iets is, sluit ik niet uit dat de digitale wereld een steeds grotere impact gaat krijgen op de rouwverwerking. Vergeten en internet staan immers haaks op elkaar. Wat zou het met u doen als uw overleden dierbaren tot in lengte van jaren ongevraagd via uw computer, tablet of smartphone bij u langs zouden komen, bijvoorbeeld met het zoveelste vriendschapsverzoek, al dan niet ondersteund door een fotootje en stem uit het verre verleden?

Ik pleit ervoor dat ook deskundigen op het gebied van rouwverwerking zich bij het praatgroepje voegen. Het digitale leven na de dood is geen incidenteel dingetje, maar een blijvertje. Daar kun je op rekenen. ICT zit in alle haarvaten van de samenleving, ook in die van de doden.

JurisPrudent

peter van schelvenDe Algemene Verordening Gegevensbescherming kent ‘het recht van vergetelheid’: bij leven kunnen we in bepaalde gevallen onze persoonsgegevens laten wissen. Maar hoe zit dat als we overleden zijn?

Peter van Schelven neemt in iBestuur magazine juridische dilemma’s onder de loep. Deze keer: het digitale levenseinde.


reacties: 3

iBestuur Magazine 26

tags: ,

- - - - -

  1. P.J. Westerhof LL.M MIM #

    9 mei 2018, 14:30

    Een gevoelig onderwerp, en een omissie in de AVG.

    Maar zelfs na jaren basisregistraties is onze eigen overheid niet in staat gebleken dit effectief te regelen.

    Een ‘inactive account policy’ is toch niet zo ingewikkeld?
    Mailinglists hanteren dat al vanaf de Internet-oertijd. Maar bijv. LinkedIn kent dat merkwaardig genoeg niet.

    - - - - -

  2. P.J. Westerhof LL.M MIM #

    9 mei 2018, 14:39

    (aanvulling)
    Het lijkt mij overigens bij uitstek een onderwerp voor de Article 29 Working Party.

    - - - - -

  3. Kitty Arends #

    14 mei 2018, 14:57

    Ik heb 140 Facebook vrienden waarvan er dus al 5 zijn overleden. Ik krijg daarvan nog een melding dat ze jarig zijn. En soms zie ik andere mensen ze nog feliciteren met hun verjaardag. Ik denk dat de nabestaanden de pagina’s als een monumentje beschouwen. Of ze nemen de moeite niet om de pagina te verwijderen. Wellicht zou gebruik in de sociale media in een soort testamentje of brief voor nabestaanden vastgelegd moeten worden.

    - - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.