zoeken binnen de website

Bureaucratie en concurrentie in het sociaal domein

door: Marieke Vos | 22 april 2016

GGZ-aanbieder Lentis nam zes extra FTE aan om de contacten met gemeenten en zorgverzekeraars administratief in goede banen te leiden. “Ik geloof nog steeds in de beloften van de decentralisaties en hoop dat het overgangsperikelen zijn waar we nu mee te maken hebben”, zegt Martin Sitalsing, bestuurder van Lentis en FPC Dr. S. van Mesdag.

Martin Sitalsing, bestuurder van Lentis en FPC Dr. S. van Mesdag: “Onze medewerkers hebben soms acht verschillende wachtwoorden.” (Foto: Suzanne Ranzijn)

Lentis biedt geestelijke gezondheidszorg en zorg aan ouderen in de drie noordelijke provincies. Onder de naam PsyQ heeft Lentis vestigingen voor ggz-zorg in het oosten en midden van het land. Sinds de decentralisaties in het sociaal domein werkt de organisatie met veel gemeenten naast de verschillende zorgverzekeraars waar men al afspraken mee moest maken Men heeft te maken met de Jeugdwet, de Wmo, de Wlz, de Zorgverzekeringswet en het forensische deel dat gaat via het ministerie van Veiligheid en Justitie. Martin Sitalsing ondersteunt de gedachte achter de decentralisaties in het sociaal domein, “want zorg en welzijn werden wel heel erg versnipperd aangeboden. Het is goed dat daar onder gemeentelijke regie meer samenhang in wordt gebracht.” Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Gemeenten hebben elk hun eigen manier van werken en dat is lastig voor zorgaanbieders. Sitalsing geeft een voorbeeld: “Er zijn landelijke richtlijnen van hoe lang een behandeling mag duren, maar gemeenten geven daar ook zelf hun invulling aan. Ook de manieren waarop wij moeten registreren verschillen per gemeente. Onze medewerkers hebben soms tot acht verschillende wachtwoorden, omdat ze in acht verschillende gemeentelijke systemen registraties moeten doen.” Het verbaast hem dat de verscheidenheid tussen gemeenten zo groot is. “Ook gemeenten van dezelfde grootte en met vergelijkbare problematiek denken dat ze uniek zijn en vullen wat ze van zorgaanbieders vragen elk op hun eigen wijze in.”

Klasseverschillen ontstaan

Veertig procent van de jeugdzorgaanbieders komt inmiddels in de problemen omdat gemeenten niet op tijd betalen, zo berichtte dagblad de Stentor deze week. De ingewikkelde administratie is hier mede debet aan. Het speelt ook bij Lentis, zegt Sitalsing: “Wij hebben het geluk dat we een grote organisatie zijn, die meerdere vormen van zorg aanbiedt en daardoor uit meerdere stromen wordt gefinancierd. Maar dit is zeker een probleem. Veel verleende zorg van vorig jaar is nog niet betaald, soms zijn zelfs de beschikkingen nog niet binnen. Kleine aanbieders lopen zeker risico.”
Sitalsing vat de huidige situatie als volgt samen: “We kregen met de decentralisaties de concurrentie van de markt en de bureaucratie van de overheid, in plaats van het beste uit beide werelden.” Het was niet de bedoeling van de decentralisaties dat er klasseverschillen zouden ontstaan, maar dat gebeurt inmiddels wel, zegt hij. “Er is cherry-picking in de markt. Er zijn zorgaanbieders waar cliënten een half jaar op ondersteuning moeten wachten als ze via de gemeente of huisarts worden aangemeld, maar waar mensen direct terecht kunnen als ze zich als particulier aanmelden. Bijvoorbeeld bij het aanbod van onderwijs in combinatie met psychiatrie.”

Een gemeenschappelijk belang

Zoals gezegd gelooft Sitalsing in de belofte achter de decentralisaties, namelijk dat gemeenten zorg en welzijn dichtbij mensen en meer integraal kunnen bieden. “We zijn nog maar anderhalf jaar bezig, het is ook een overgangstijd. Ik zie wel verbetering. Zo zijn we meer met elkaar in gesprek en werken we samen aan ontwikkelingen. Zoals transformatieagenda’s rondom het thema jeugd en beschermd wonen waar we in de provincie Groningen met gemeenten en zorgaanbieders mee bezig zijn.” Het is van belang dat overheid en zorgaanbieders veel meer vanuit een gemeenschappelijk belang samenwerken, stelt hij. Dat ze bijvoorbeeld gaan werken met één informatiesysteem, een gemeenschappelijke bekostigingssystematiek en bijbehorende prestatie-indicatoren. Hij hoopt dat de overheid die slag gaat maken. “Want zoals het nu gaat is het bijna niet te doen. En het gaat allemaal ten koste van de zorg.”

Martin Sitalsing spreekt op het iBestuur Symposium in Nieuwspoort op 30 mei: Eén gezin, één aanpak, één administratie? Complexiteitsreductie in het sociaal domein’. Deelname aan dit symposium is kosteloos. U kunt zich hier aanmelden.

Symposium Eén gezin, één overheid, één administratie


tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.