Nieuws

Data als spiegel van de democratie

Burgers inzage geven in de besteding van publiek geld. Het klinkt mooi, maar hoe regel je dat, en waarom zou je dat als overheid eigenlijk willen? De Algemene Rekenkamer is duidelijk: “Wat ons betreft is een democratie alleen levend als je data openstelt en burgers laat meekijken.” Maar zitten burgers wel te wachten op die rol? De Rekenkamer geeft antwoord.

Na de verwoestende tsunami in de Indische Oceaan op 26 december 2004 kwamen miljarden euro’s en dollars aan hulpstromen op gang. Saskia Stuiveling (president Algemene Rekenkamer 1999-2015) wilde naar aanleiding daarvan op kaart zien waar de hulpgelden terechtkwamen en wat ermee werd gedaan. Beeld: Dreamstime.

Controleren of de uitgaven van de Rijksoverheid rechtmatig en doelmatig zijn. Dat is de belangrijkste functie van de Algemene Rekenkamer (anno 1447). Eerste vrouwelijke president van de Rekenkamer is de eerder dit jaar overleden Saskia Stuiveling. Van 1999 tot 2015 zwaaide zij de scepter en onder haar aanvoering werd voor het eerst bekeken hoe open data ingezet konden worden in het kader van meer transparantie en inzicht in besteding van publieke middelen.

Aanleiding was de verwoestende tsunami in de Indische Oceaan op 26 december 2004, die meer dan 230.000 mensen het leven kostte. “Na die beving kwamen miljarden euro’s en dollars aan hulpstromen op gang”, schetst Egbert Jongsma, projectleider bij de Rekenkamer. “Saskia wilde naar aanleiding daarvan op kaart zien waar de hulpgelden terechtkwamen en wat ermee werd gedaan. Ook moest het duidelijk maken wat wij konden doen met geo-informatie. Wij gebruikten al wel kaartjes van andere organisaties, maar geo-informatie écht zelf verzamelen en gebruiken deden we nog niet. Vanaf die tijd wél en dat was ook juist de tijd waarin open data als fenomeen opkwam.”

Met open data is de grote passie van Stuiveling genoemd. “Zij was voorstander van het openmaken van data van overheidsorganisaties zodat iedereen, dus ook burgers – de ‘armchair auditors’ – zélf kunnen controleren wat er met
al het belastinggeld gebeurt”, aldus Mark Smolenaars, directeur en lid van het managementteam van de Rekenkamer. “Saskia besloot destijds ook om de data van de Rekenkamer zelf op transactieniveau via www.rekenkamer.nl beschikbaar te stellen voor het publiek. Daarmee waren wij de eerste overheidsorganisatie op rijksniveau. Sindsdien is ons voorbeeld gevolgd door een aantal ministeries”, legt Smolenaars uit. “In de afgelopen jaren hebben we drie trendrapporten geschreven over de ontwikkeling van open data bij overheden. Samen met de Open State Foundation hebben we twee keer een accountability hack gehouden en gekeken hoe de combinatie tussen geo-informatie en open data beter gelegd kan worden. Die hackathons hebben geleid tot het ontwikkelen van tools en producten.”

Meekijken

De combinatie geo-informatie en open data biedt inzicht op de besteding van publiek geld. Volgens projectleider Jongsma is dat hard nodig. “De publieke sector wordt steeds ingewikkelder; alles hangt met elkaar samen. Het risico bestaat dat we het zicht op publiek geld verliezen, plus wie waarvoor verantwoordelijk is. Parlement en gemeenteraden worstelen hiermee. Wat ons betreft is democratie alleen levend als je data openstelt en als je burgers, organisaties en bedrijven mee laat kijken. Daar is behoefte aan”, weet Jongsma. “Dat is ook de reden waarom wij zijn ingestapt in de pilot om bij enkele gemeenten hiermee te experimenteren. Gemeenten zijn voor burgers steeds meer de eerste overheid. Laat die twee krachten maar eens op elkaar los.”

Maar zitten burgers wel te wachten op een grotere rol? Jongsma denkt dat zeker, al is het maar vanwege de toenemende betrokkenheid en initiatieven van burgers. “Rond de zorg voor ouderen en jongeren, participatie op de arbeidsmarkt, ook wel het sociaal domein genoemd, zie je dat burgerinitiatieven meer ruimte en zelfs voorrang krijgen op initiatieven vanuit de gemeente (right to challenge).”

Ook Mark Smolenaars gelooft in een grotere rol voor burgers, maar vindt dat zaken goed moeten zijn geregeld. “Als Rekenkamer hebben we een aantal jaar geleden onderzoek gedaan naar de kwaliteit van schoolgebouwen en daartoe een website opgezet. We zagen dat er veel animo bij de mensen was om over ‘hun’ schoolpand te rapporteren. Dat maakte ons duidelijk dat burgers zeker betrokken zijn en willen meedenken.”

Andere manier leren kijken

Voor de Rekenkamer was dit project ook een manier om beleidsmakers duidelijk te maken dat het toegankelijk maken van data uitvoerbaar is. Jongsma: “Met dit type onderzoek proberen wij beleidsmakers ervan te doordringen dat enquêtes of evaluaties alleen niet meer genoeg zijn. Ga met beschikbare data aan de slag, zet gebruikers van diensten centraal en betrek ze erbij. De pilot heeft ook als doel om volksvertegenwoordigers en bestuurders op een andere manier te leren kijken.”

Directeur Smolenaars benadrukt dat de betrokkenheid van de Algemene Rekenkamer bij de armchair audit-pilot niet betekent dat dit Hoog College van Staat gemeenten gaat controleren. “Wij zijn er voor de rijksoverheid. Gemeenten hebben te maken met lokale rekenkamers. Dat moet ook zo blijven. Daarom werken we bij de pilot ook samen met gemeentelijke rekenkamers.” Een van de pilotgemeenten die meedoet is Capelle aan den IJssel. “De insteek is dat de keuze van onderwerpen voor de pilot op lokaal niveau wordt gemaakt. Je wilt dat gemeente, gemeenteraad en burgers serieus worden genomen en niet voor de formaliteit worden ingeschakeld. Onderwerpen kunnen dus per gemeente verschillen, waarbij het wel afhangt of er data zijn en of die openbaar gemaakt kunnen worden. Het is spannend wat daar uitkomt. Ook voor ons.”

Gemeenten die interesse hebben om deel te nemen aan de pilot ‘Armchair Auditing’ kunnen contact opnemen met de redactie van iBestuur redactie@ibestuur.nl

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Registreren