De ideologie voorbij

Open source en de overheid

door: Quita Hendrison, 25 april 2018

Een beetje verbaasd was hij wel, toen we hem vroegen om met iBestuur te praten over het onderwerp open source. Dat was immers alweer een paar werkzame levens geleden… Maar de geestdrift was snel terug bij Kees Vendrik. Want een ding weet hij nog steeds zeker: open source is het meest radicale antwoord op monopolievorming.

Kees Vendrik

Het kost Kees Vendrik, voormalig Tweede Kamer­ lid voor GroenLinks, geen enkele moeite om terug te gaan naar het ‘Adam en Eva­moment’ van de motie die naar hem genoemd is: de motie Vendrik. Beeld: Blinkerd

Kees Vendrik is alweer even politicus af; vandaag de dag is hij hoofdeconoom bij Triodos Bank. Maar het kost hem geen enkele moeite om terug te gaan naar het ‘Adam en Eva-moment’ van de motie die naar hem genoemd is: de motie Vendrik. “Ik kwam in 1998 in de Tweede Kamer, onder meer als woordvoerder economische zaken. Digitalisering was toen vooral een vraagstuk voor EZ. We zaten volop in het neoliberale tijdperk: private property boven public goods. Daar werd ik als GroenLinkser uiteraard niet vrolijk van. Je zag dat ook terug in de technologische innovatie. Op de golven van dat neoliberalisme ontstonden digitale monopolies en vendor lock-ins bij reuzen als Microsoft. Jonge honden – start-ups zouden we die nu noemen – werden niet gestimuleerd door de politiek merkte ik in de begrotingsbehandeling van 2002. Datzelfde jaar nog heb ik de motie Vendrik ingediend. De motie komt er samengevat op neer dat de overheid zich in moest spannen om bovengeschetste status quo te doorbreken. Daarnaast moest de publieke sector in 2006 zelf zoveel mogelijk gebruikmaken van open standaarden en open source software. De motie kreeg steun van alle partijen.” En we gingen over tot de orde van de dag…

Grondbeginselen

Die orde van de dag wees er de eerste jaren na 2002 niet op dat er met veel ambitie aan de doelstellingen van de motie werd gewerkt in politiek Den Haag. Vendrik: “Er waren wel politici die zich ermee bemoeiden, ik noem Arda Gerkens van de SP. Maar het schoot niet op. Pijnlijk voorbeeld is de aanbesteding van de kantoorsoftware van het ministerie van Financiën toen Wouter Bos daar nog de baas was. Allemaal closed source! Zo 1995! Ik dacht echt: stop hiermee en trek die motie uit de kast! Wat een gemiste kans om het instrument publieke aanbesteding in te zetten voor innovatie. Vergeet niet dat de publieke sector met een aandeel van 8 à 9 procent van het bruto binnenlands product de grootste Nederlandse consument is. Ga maar na wat het voor de Nederlandse creatieve industrie kan betekenen als overheidsorganisaties zich makkelijker tot Nederlandse leveranciers wenden in plaats van naar Silicon Valley. Ik zie wel een dieper bewustzijn nu: door de komst van de digitale wereld zijn we de grondbeginselen van de samenleving aan het herschrijven. Overheden realiseren zich meer en meer wat de grote monopolisten kunnen aanrichten in de samenleving. Wij kunnen niet bij hen onder de motorkap kijken en dan ben je dus overgeleverd. Als je wilt vechten voor een vrije en open samenleving moet je iets tegenover die monopolies zetten. Open source is dan het meest radicale antwoord.”

Spoorboekje.nl

Valentijn Sessink, eigenaar van open source automati- seringsbureau Open Office, heeft al sinds de jaren negentig ervaring met Linux, het bekendste open source besturingssysteem. “In die tijd was 97 procent Windows.” Fast forward naar 2002, het jaar van de motie Vendrik. “De website van de NS was ineens niet meer bereikbaar als je geen Internet Explorer gebruikte. Dat leidde tot een flink volksoproer. We hebben toen met een clubje mensen in anderhalve dag een alternatieve open source reisplanner, spoorboekje.nl, gebouwd. Al snel kreeg ik een telefoontje van informatietechnologie-expert Arjen Kamphuis. Hij wilde het momentum aangrijpen om rumoer te maken in de Tweede Kamer: onze open source toepassing was een mooie illustratie van hoe leveranciersafhankelijk de overheid was op het gebied van ICT en informatievoorziening. Ik ben in gesprek gegaan met Rens van Tilburg, economisch adviseur van de GroenLinks-fractie, and the rest is history. Maar of we veel zijn opgeschoten sinds de motie Vendrik? Als ik een willekeurig kantoor van een ministerie binnenstap, draaien de eerste vijf pc’s die ik tegenkom op Windows…”

Overheidsorganisaties laten zich te veel door de markt dicteren

Niet dat er helemaal niks gebeurd is. Van 2003 tot 2006 liep het programma OSOSS (Open Standaarden en Open Source Software), in 2008 opgevolgd door het NOiV (Nederland Open in Verbinding): beide bedoeld om een flinke impuls te geven aan het gebruik van open standaarden en open source software in overheidsorganisaties. In 2011 is NOiV gestopt, uiteraard met de bedoeling dat de uitvoering doorgaat. Sessink: “Daar moet je als overheid wel streng bovenop te zitten. Zorg dat je bij aanbestedingen meteen die fabrikantonafhankelijkheid meeneemt. Overheidsorganisaties laten zich te veel door de markt dicteren. Dat geldt ook voor het ICT-onderwijs; wat een gemiste kans dat het ministerie van Onderwijs destijds niet bij die stimuleringsprogramma’s zijn betrokken. Gedragsverandering moet je aan de basis aanpakken. Als een hele generatie weet dat het anders kan, namelijk open source, weten we straks niet beter!”

Kennispartners

Bart Jeukendrup (29) is hoofd softwareontwikkeling bij Pleio en daarnaast voorzitter van Delta10, een stichting die open software voor overheden ontwikkelt. Hij is representant van een generatie professionals voor wie open source ontwikkelen net zo vanzelfsprekend is als ademhalen. “In veel landen, zoals de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk, ontwikkelen overheden al zelf open source software. Dat begint ook in Nederland vorm te krijgen, bijvoorbeeld bij het Common Ground project van de VNG en het DataLab van Gemeente Amsterdam. Open source software heeft onder andere als voordeel dat het eenvoudig kan worden hergebruikt. Beter één keer centraal open source ontwikkelen en delen met zoveel mogelijk gemeenten, dan 380 gemeenten die elk voor zich eenzelfde pakket of licentie kopen. Als je dit op grote schaal zou doorvoeren, verandert de rol van leveranciers. Je ziet in het buitenland dat leveranciers die eerst vooral licenties op software verkochten, nu meer kennispartner van de overheid zijn geworden. Open source wordt vaak gezien als een soort ideologie, maar het is wat mij betreft vooral een pragmatische en efficiënte manier van samenwerken. En bij uitstek geschikt voor agile werken en kortcyclisch verbeteren, wat sowieso goed past bij de complexiteit van ICT. Giganten als Google en Facebook maken al actief deel uit van open source community’s en publiceren hoogwaardige open source software. Ontwikkelaars uit de hele wereld gebruiken die software als basis om hun eigen producten te ontwikkelen. Ook in technisch opzicht zijn de ontwikkelingen in de open source wereld interessant. Kijk maar naar de innovatie in kunstmatige intelligentie die vooral in open source community’s plaatsvindt. En – niet onbelangrijk voor overheidsorganisaties – voor ICT-talent is een werkgever een stuk aantrekkelijker als er meer mogelijkheden zijn om open source software te ontwikkelen.”

Kiezen

“De voordelen van open source ontwikkelen zijn glashelder”, besluit Edo Plantinga. Plantinga is onder meer oprichter van Gebruiker Centraal. “Helemaal in een overheidscontext waar concurrentie tussen organisaties geen rol speelt. Toch wordt binnen de overheid nog te vaak het wiel opnieuw uitgevonden. Denk aan de vele implementaties van de Rijkshuisstijl, de koppelvlakken met DigiD die door tientallen leveranciers opnieuw zijn ontwikkeld. Initiatieven als Samen Organiseren moeten nog sterker het voortouw nemen met het zelf (laten) ontwikkelen van open source software, die aansluit bij zowel de processen binnen de overheid als bij de behoefte van de eindgebruiker. Door die diensten aan te bieden als SAAS-oplossing, ontzorg je kleinere organisaties en geef je grotere organisaties alle vrijheid om zelf verbeteringen aan te brengen in de software. We kunnen kiezen. Willen we over tien jaar nog steeds in de situatie zitten dat we afhankelijk zijn van externe leveranciers met deels tegengestelde belangen? Of willen we een ecosysteem waarin overheden, en grote en kleine leveranciers samenwerken, waardoor we kosten besparen, de kwaliteit van dienstverlening verhogen en wendbaarder worden.”

‘In de printversie van iBestuur (nr. 26) staat in het artikel ‘De ideologie voorbij’ (pagina 22-25) als laatste zegspersoon Ad Gerrits vermeld. Dit moet zijn: Edo Plantinga.

Download iBestuur magazine nummer 26 als PDF

reacties: 2

tags:

- - - - -

  1. Jan Arnoud ten Cate #

    25 april 2018, 12:29

    In 2010 hebben we (een aantal medewerkers van verschillende departementen, aangevuld met een paar buitenstaanders) het rapport “Sorry We are Open” opgesteld waarin we een analyse maken van de kansen voor open source (en open standaarden) binnen de overheid. Daarnaast hebben we een hoog-over inschatting gemaakt van potentiële besparingen. Het rapport heeft voor het nodige gedoe gezorgd (Tweede Kamer vroeg ernaar; het bestond niet etc.) Jammer genoeg is er nooit verder wat mee gedaan (ik denk dat het nog steeds hout snijdt) en de berekeningen zijn nooit onderwerp van een goede discussie geweest.

    Voor geïntereseerden, de pdf staat hier:
    https://preview.tinyurl.com/yceuw344

    - - - - -

  2. Titus Mars #

    11 mei 2018, 11:54

    Interessant Jan Arnoud! Ik had jullie rapport nog niet eerder gezien. Misschien tijd om een opdrachtgever te gaan zoeken voor een update?

    - - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.