De slimme mensen zitten niet per se in het stadhuis

door: Martine Hemstede, 7 januari 2016

Welk bestuurlijk gewicht geef je het verschijnsel smart city? Een smart city kan een slimme gemeente betekenen, maar het kunnen ook de burgers búiten het gemeentehuis zijn die de lokale democratie interactief maken en daarmee de stad slimmer. “Het helpt niet als je iemand de baas maakt.”

iBestuur magazine 17-SmartCities-Bestuurders

Een smart city kan vele vormen aannemen. Eén ervan is een nieuwe vorm van democratie, met betrokken burgers, stelt hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer van de Universiteit van Utrecht. “Een buurman van mij bijvoorbeeld heeft een wandelroute ontworpen door verschillende aaneengesloten parken in de stad. Dat heeft meerwaarde voor bedrijven en lokale overheden, omdat werknemers een lunchwandeling kunnen maken langs de route. Dat is goed voor het gezondheidsbeleid. Zo dragen burgers bij aan de doelen van het gemeentebestuur. Mede dankzij sociale media kunnen dit soort vindingen snel en met veel mensen worden ontwikkeld.”

Steeds meer problemen – op het gebied van duurzaamheid, veiligheid, participatie, gezondheid, mobiliteit en economie – moeten op stedelijk niveau worden opgelost. Een smart city is een stad die dat daadwerkelijk voor elkaar krijgt door technologie op een nieuwe manier in te zetten, door burgers, overheid en bedrijven te laten samenwerken. iBestuur heeft het verschijnsel onder de loep genomen, mede onder redactie van Brian Benjamin (gemeente Den Haag) en Evert-Jan Mulder (PBLQ). Dat gebeurt vanuit een viertal vragen: is er meer samenwerking nodig? Wat gebeurt er al in de praktijk? Waar leg je smart city-activiteiten bestuurlijk neer? En: kun je beginnen met infrastructuur?

De iBestuur-special Smart Cities is mede mogelijk gemaakt door KPN, PBLQ, Esri en Imagem.

Een nieuwe vorm van directe democratie ontstaat als burgers meepraten over een onderwerp dat leeft, bijvoorbeeld duurzame energie. Iedereen kan oplossingen aandragen, die samen een energieplan vormen. Zo deden ze het in Utrecht. “Steeds minder mensen zijn lid van een politieke organisatie en steeds minder mensen gaan stemmen. In de traditionele democratie is de vertegenwoordiging heel klein. De smart city kan een manier zijn om de betrokkenheid van de burger bij zijn eigen omgeving vorm te geven en te vergroten”, aldus Meijer.

Rechts ingehaald

De meeste stadsbestuurders staan nog aan het begin van de ontwikkeling tot smart city. Het is zaak dat de overheid haar rol pakt, anders wordt ze rechts ingehaald door techbedrijven. Bedrijven kunnen een monopoliepositie krijgen en gesloten systemen aanbieden, die niet passen bij de lokale situatie. Ook burgers snappen de techniek nu al beter dan overheden en ontwikkelen zelf allerlei toepassingen.

Ga met de samenleving in debat over hoe je de smart city wilt inrichten

Meijer ziet drie factoren die de ontwikkeling van smart cities bevorderen: “We hebben al jaren te maken met een terugtredende overheid. Door krimpende budgetten kan de overheid geen oplossing meer bieden voor alle voorkomende problemen. Tegelijk zie je een naar voren tredende samenleving. Burgers zijn steeds hoger opgeleid en pakken zelf problemen aan. De technologie maakt daarvoor steeds slimmere oplossingen mogelijk.”
Dit alles leidt volgens Meijer tot ‘New Public Governance’, het antwoord op falende marktwerking. “Sterke marktwerking leidt tot onrust. Daarom willen burgers en overheden meer samenwerken, netwerken en samen publieke waarden vormgeven. Het risico is natuurlijk dat groepen in de samenleving waarden willen toevoegen waarop we niet zitten te wachten, zoals een platform tegen asielzoekers. Daar heeft de overheid een taak. Ga met de samenleving in debat over hoe je de smart city wilt inrichten.” Daarvoor is ‘wendbare publieke innovatie’ nodig stelt Meijer. Dat betekent: mobiliseer innovatie in de hele stad; experimenteer; probeer oplossingen uit op kleine schaal; vitaliseer deze oplossingen door ze te verbinden met bestaand beleid; institutionaliseer experimenten; balanceer., dus weeg publieke waarden tegen elkaar af.

Organisch in Utrecht

Gemeentesecretaris Maarten Schurink van Utrecht vindt het helemaal niet zo’n interessante vraag hoe de lokale overheid de smart city bestuurlijk vormgeeft. “Je wilt een creatief proces aanjagen bij kennisinstituten, innovatieve bedrijfjes en burgers. Dan helpt het niet als je iemand de baas maakt. Ik geloof meer in de aanpak van Rob van Gijzel: de smart society.” In Utrecht is de organisatie van de smart city dan ook organisch ontstaan. Schurink: “We willen er zoveel mogelijk mensen bij betrekken en de nadruk leggen op praktische toepassingen. Sensoren in ondergrondse containers geven aan wanneer ze vol zitten. Ook hebben we een nieuw parkeersysteem voor fietsen. Met een app kun je zien welke plek beschikbaar is. Daarnaast werken we aan preventie op basis van misdaadcijfers per straat.” De gemeenteraad heeft jaarlijks twee miljoen euro beschikbaar gesteld voor drie aandachtsgebieden: een opendatasysteem vanuit ICT, slimme oplossingen als sensoren en apps vanuit Economische Zaken en een kwartiermaker, aangesteld door Schurink, die zo’n dertig smart pilots coördineert. “De technische ontwikkelingen gaan zo snel dat je ze flexibel moet organiseren.”

Weinig downloads

Het valt Schurink tegen dat maar weinig bedrijven gebruik maken van de open data van de gemeente Utrecht. “We hebben vijftig datasets waarmee je allerlei slimme oplossingen kunt bedenken, maar ze worden nauwelijks gedownload.” Het gebrek aan landelijke standaarden speelt daarbij een rol, want bedrijven vinden een stad als markt te klein. “Er is inmiddels een landelijke standaard voor het format waarin je data aanbiedt, maar nog geen overeenstemming tussen gemeenten over welke data je landelijk deelt. Daarvoor hebben we de markt echt nodig. Creatievelingen kunnen zich bij ons melden om te vertellen waar ze behoefte aan hebben.” Schurink ziet ernaar uit. “Wat ik leuk vind is samen met een groot aantal partijen nieuwe dingen bedenken.”

In het algemeen reageren wij sneller door nieuwe vormen van communiceren

De smart city vergroot de betrokkenheid van de burger bij de overheid, merkt Schurink. “In het algemeen reageren wij sneller door nieuwe vormen van communiceren. Niet pas na een beleidstermijn van vier jaar.” Verder kan de overheid een stuk opener worden door slimme oplossingen. “Waarbij het zaak is verstandig om te gaan met openbaarheid”, zegt Schurink. Ook de legitimiteit van de overheid kan worden vergroot. “We kunnen laten zien wat we doen, waarom we het doen en dat het voor minder geld kan.” Verder gelooft hij niet dat de traditionele rol van de overheid als probleemoplosser verandert. “Wij blijven doen wat nodig is.”

Meedenken in Den Haag

Den Haag wil een kenniseconomie worden en gebruikt daarvoor het concept van de smart city. De nadruk ligt dan ook niet op het stimuleren van ondernemerszin in de gemeente, maar op het versterken van de lokale economie. Program-manager Smart City Brian Benjamin: “De publieke sector is een krimpende economie. Daarnaast hebben we grote onderwijsinstellingen en internationale rechtsorganisaties in de stad. Hun personeelsleden hebben een slim en sterk netwerk nodig, maar ze kunnen ook bijdragen aan een slimme stad. Wij delen bijvoorbeeld inbraakcijfers per wijk, zodat burgers zelf in actie kunnen komen om hun huis te beveiligen.” Utrecht kiest er nadrukkelijk voor om deze cijfers niet openbaar te maken, om dieven niet op een idee te brengen.

Geen ICT-ding

Aanvankelijk was de smart city ondergebracht bij de afdeling ICT, maar de organisatie van de smart city wilde dichter bij de uitvoerende gemeentelijke diensten staan en dichter bij de stad. Daarom is de smart city nu ondergebracht bij Economische Zaken en ICT. Daar wordt een innovatiebudget ingezet om de kenniseconomie verder te verbreden. De gemeente Den Haag heeft een convenant gesloten met burgers, grote bedrijven en kennisinstellingen in en om de stad. “Zo krijg je een slimme stad die op alle terreinen en in alle lagen samenwerkt”, zegt Benjamin. Zo zet Den Haag de eerste stappen op weg naar New Public Governance, zoals geschetst door Albert Meijer.
De overgang naar een smart economy jaagt de gemeente aan door het aanleggen van een data-infrastructuur. Met informatie over inwoners, werknemers en wijken bepaalt het gemeentebestuur welke voorzieningen nodig zijn in welke wijken. Wordt er veel thuis gewerkt? Moet er een snelle OV-verbinding met realtime reisinformatie komen? Burgers werken mee, bijvoorbeeld door luchtmeters op te hangen en de meetgegevens te delen. “We zijn daar nog niet zo ver mee als Eindhoven en Amsterdam, maar wel een eind op weg”, zegt Brian Benjamin.

Smart fietsen

Den Haag maakt eigen keuzes: waar Amsterdam inzet op elektrische voertuigen vanwege de luchtvervuiling in de stad, wil Den Haag het fietsen smart maken vanwege het gebrek aan fietsparkeerplaatsen. Fietsen van forenzen die de hele dag bij het station staan, zou je kunnen inzetten als ov-fiets. Nieuwe oplossingen voor smart shopping zijn te vinden in een ‘pilot store’ voor winkeliers in winkelcentrum New Babylon. Benjamin: “Als we smart shopping niet faciliteren, komt straks dertig procent van de winkels in de binnenstad leeg te staan.”
Naast smart living (een schonere, hele en veilige openbare ruimte) en smart energy (beter afstemmen van vraag en aanbod met smart grids) gaat Den Haag aan de slag met zijn smart citizens. Er is nu geen opleiding voor het beroep van de toekomst: interface-maker voor apps. De gemeente is met onderwijsinstellingen in gesprek om het curriculum aan te passen.

Smart society Eindhoven

Eindhoven was al voor de komst van het smart city-model bezig de kennis in de stad op een slimme manier in te zetten voor het verbeteren van de leefomgeving. Eindhoven neemt samen met Manchester en Stavanger deel aan het Europese project Triangulum voor de eerste smart cities. Van oudsher zijn grote techbedrijven als Atos Origin en Philips in de stad gevestigd. Inmiddels werkt de stad intensief met hen samen in een smart city-board. Eindhoven is nu bezig de verschillende ‘living labs’ met elkaar te verbinden en oplossingen door de hele stad uit te rollen, vertelt programmamanager Neeltje Somers. Veel van deze oplossingen hebben internationale bekendheid. Bijvoorbeeld in de langste uitgaansstraat van Nederland, Stratumseind. “We zetten daar verkleurend straatlicht en sociale media in om de omgeving veiliger te maken.”

Iedereen moet toegang krijgen tot alle data

Het gemeentebestuur en burgemeester Rob van Gijzel hebben zich uitgesproken voor de smart society, die goed past bij de hoogtechnologische en design-stad Eindhoven. “We doen aan co-creatie. Samen met de stad maken we de omgeving veiliger en prettiger”, stelt Neeltje Somers. Dat gebeurt in het stadhuis zo veel mogelijk integraal: wethouder Mary-Ann Schreurs is als wethouder innovatie en design betrokken bij het uitvoeringsprogramma smart society. Burgers dragen daar actief aan bij: zij verzamelen bijvoorbeeld gegevens over luchtkwaliteit en krijgen ze teruggekoppeld via hun mobiele telefoon. Nu wordt nagedacht over verdere uitwerking van slim licht, waarin sensoren en andere functies worden ondergebracht. Zo vormt de smart city een netwerk over de hele stad, waarmee crowdmanagement bij grote evenementen mogelijk is.

Totale openheid

Openheid van data is voor Eindhoven een absolute voorwaarde voor het welslagen van de smart society: “Iedereen moet toegang krijgen tot alle data”, zegt Neeltje Somers stellig. “Anders gaan bedrijven de informatie claimen en eraan verdienen. Je kunt alleen maar innoveren in totale openheid.” Over de consequenties voor de privacy heeft Eindhoven goed nagedacht: “Onze standaarden voor privacy zijn veel scherper dan de landelijke richtlijnen.”

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.