zoeken binnen de website

Duizend bloemen (moeten nog gaan) bloeien

door: Peter Mom | 20 januari 2016

Aan concepten, convenanten en memoranda of understanding geen gebrek. Aan verkenningen, proeftuinen en pilots evenmin. Maar aan welke toepassingen werkt smart Nederland?


‘Met initiatieven als de waterpleinen, groene daken en warmtetransportnetwerk is Rotterdam toonaangevend als Smart City.’
‘Smart City Den Haag [is] een toonaangevende broedplaats voor innovaties die bijdragen aan een rechtvaardige, veilige en duurzame wereld.’
Dat zijn er al twee die zichzelf op hun website toonaangevend noemen. Aantrekkelijke kwalificatie, zeker in combinatie met rechtvaardigheid, veiligheid, efficiëntie, intelligentie, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid.
Den Haag heeft in 2014 een groot publieksevenement tot proeftuin gemaakt om dat met ‘de allerslimste smartcitytechnieken’ goed te laten verlopen. Verder noemt de gemeente bij haar smartcityactiviteiten nog een app die realtime de snelheid van een hockeybal laat aflezen.

Steeds meer problemen – op het gebied van duurzaamheid, veiligheid, participatie, gezondheid, mobiliteit en economie – moeten op stedelijk niveau worden opgelost. Een smart city is een stad die dat daadwerkelijk voor elkaar krijgt door technologie op een nieuwe manier in te zetten, door burgers, overheid en bedrijven te laten samenwerken. iBestuur heeft het verschijnsel onder de loep genomen, mede onder redactie van Brian Benjamin (gemeente Den Haag) en Evert-Jan Mulder (PBLQ). Dat gebeurt vanuit een viertal vragen: is er meer samenwerking nodig? Wat gebeurt er al in de praktijk? Waar leg je smart city-activiteiten bestuurlijk neer? En: kun je beginnen met infrastructuur?

De iBestuur-special Smart Cities is mede mogelijk gemaakt door KPN, PBLQ, Esri en Imagem.

Ook Almere is al een tijd bezig. In 2012 tekende ze met onder meer technologiegiganten Cisco, IBM en Philips een memorandum of understanding. Voor een toelichting op wat dat heeft opgeleverd vond Almere het eind november te vroeg. B en W wilden de raad eerst inlichten ‘over de aanpak van het thema Smart City’ en tot het moment dat deze er zijn zegje over had gedaan was uitleg aan iBestuur ‘niet aan de orde’.

Coalities

“Misschien is de lokale overheid niet de belangrijkste driver”, zegt prof.dr Ben van Lier, directeur strategie en innovatie bij Centric en verbonden aan de Steinbeis-Hochschule Berlin en de Hogeschool Rotterdam. Hij doet dat na de vaststelling dat het smartcityconcept uitgaat van gebruik van data uit velerlei bronnen, die lang niet altijd in overheidshanden zijn, maar bij private partijen en particulieren berusten. “Dat vereist nieuwe coalities. De overheid heeft daar niet als enige zeggenschap over.” Een andere complicerende factor signaleert hij met betrekking tot de omvang van in dit domein actieve ondernemingen. Mondiaal opererende bedrijven zullen eerder proberen een voor elders ontwikkelde toepassing te slijten, dan volledig aan te sluiten op lokale behoeften, terwijl juist maximaal inspelen op plaatselijke omstandigheden het concept beloftevol maakt. Daarbij komt dat de grootste noden op het vlak van leefbaarheid en (grote-)stadsbestuur zich voordoen in ontwikkelingslanden, waar ICT-legacy aanzienlijk minder een last is. “Dat betekent een andere aanpak dan in westerse landen.”

Parkeersensor

Nedap heeft een sensorsysteem ontwikkeld dat van elke parkeerplaats draadloos doorgeeft of deze bezet dan wel vrij is. Auto’s kunnen gerichter naar een plek worden geloodst en par- keerwachten kunnen efficiënter opereren doordat de sensor het overschrijden van een maximumparkeertijd signaleert. Volgens zegsman Ido Wentink is Nedap er in 2006 mee begonnen, maar konden de eerste jaren bij gebrek aan een markt worden besteed aan doorontwikkeling. Na Gotenburg, Kortrijk, Aix-en-Provence, Verona en Madrid komen nu ook in Nederland voorzichtig serieuze projecten tot stand. Zoals in Winterswijk, waar Duits winkelpubliek op zaterdag voor veel zoekverkeer in woonwijken zorgde, terwijl het niet aan parkeercapaciteit ontbrak.

AEDS4.EU en HogeNood App
Locaties van reanimatieapparaten (automatische externe defibrillatoren), verzameld met crowdsourcing, aangeboden via website en smartphone-apps. En plaatsen van openbare toiletten, met routes, voorzieningen (rolstoelen) en oordelen eerdere bezoekers.

Liander, beheerder van het elektriciteitsnet in ongeveer een derde van het land, voorziet daar via zo’n 800.000 lichtmasten in openbare verlichting. Dat moest lange tijd met een toonfrequente schakeling, waarmee het licht alleen aan of uit kon op vooraf in overleg met gemeenten door het bedrijf ingestelde tijdstippen. Het Open Smart Grid Platform, in opdracht van moederbedrijf Alliander door CGI ontwikkeld, maakt flexibele aansturing mogelijk door gemeenten zelf. Flexibel qua tijd, intensiteit en locatie. Na pilots in Amsterdam en Leiden is het buiten die plaatsen momenteel ook in Alkmaar, Almere, Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Ermelo, Groesbeek, Heerhugowaard, Laren, Lingewaard, Renkum, Súdwest-Fryslân en Zaanstad ingevoerd en dit jaar start Alliander met de uitrol in het hele verzorgingsgebied.

Open source

Genoemd (software-)platform is open source en generiek, en niet alleen geschikt voor flexibele verlichting. Volgens Jeffrey de Grijs, business development manager bij Alliander, kan het allerhande datakoppelingen faciliteren en deze verbinden met applicaties van uiteenlopende aard. In een buiten Alliander opererende Software Stichting moet een opensourcecommunity voor onderhoud en doorontwikkeling zorgen. Het is aan andere partijen om het grid aan te wenden voor concrete toepassingen. Zo’n andere partij is ook Alliander-dochter Smart Society Services. Het verdienmodel voorziet niet in revenuen met het platform zelf, maar met door dit aparte bedrijf (doorgaans samen met anderen) ontwikkelde diensten en toepassingen.

iSPEX fijnstofmeting
Met een opzetstuk voor de smartphone kan iedereen de hoeveelheid fijnstof meten en doorgeven aan een databank, waaruit fijnstofkaartjes kunnen worden gegenereerd en waarvoor instellingen als RIVM en KNMI grote belangstelling hebben.

Evenals de Nedap-zegsman ziet De Grijs nog nauwelijks volwassen toepassingen. “In gemeenten zijn onder de vlag van ‘smart city’ nogal eens diverse systemen geïmplementeerd die door het negeren van open standaarden niet met elkaar kunnen communiceren. Dat remt innovatie. Veel projectjes zijn nog proefgedreven. Leveranciers willen applicaties of andere producten verkopen, maar die moeten dan vaak nog ontwikkeld worden. Gemeenten lopen het risico in een lock-in terecht te komen. In de PowerPoint-presentatie heet het open, maar als je doorvraagt naar details blijft het vaak stil.”

Integreren

Behalve systemen praten ook gemeenteafdelingen niet altijd met elkaar. “Dan spreken we ergens over verlichting en blijkt er totaal geen contact met ‘verkeer’, terwijl smartcitytechnieken juist een geïntegreerde benadering mogelijk maken.” En naast proefgedreven zijn projecten vaak aanbodgedreven. Dan bedenken gemeenten bij beschikbare technologie een probleem in plaats van zich af te vragen welk probleem oplossing verlangt en hoe dat dan zou kunnen. Voorts signaleert De Grijs een nagenoeg totaal gebrek aan samenwerking tussen smartcitygemeenten, waardoor veel energie heengaat met overbodig, want reeds elders verricht wieluitvinderswerk.

Digitale Wegbeheerder
De Amsterdamse wijk IJburg is maar via twee bruggen bereikbaar. Filebestrijding moet het vestigingsklimaat voor burgers en bedrijven verbeteren. De Digitale Wegbeheerder combineert verkeersdata van overheids- en private partijen voor een persoonlijk reisadvies aan IJburgbewoners.

Rotterdam (‘toonaangevend’) hanteert volgens zegsman Frank Vieveen als definitie van smart city: “Alles wat de stad slimmer maakt. Dat is niet altijd digitaal. Het gaat ook om slimmere processen en sociale innovatie, waarbij dan wel de digitalisering van de burger een rol speelt.” Vieveen is projectmanager bij Stadsontwikkeling. Hij heeft laatst een inventarisatie gemaakt van initiatieven die zich als ‘smart city’ laten labelen en noemt daaruit als eerste ‘RainGain’, waarin Rotterdam samenwerkt met Leuven, Londen en Parijs. Boven op het 150 meter hoge kantoorgebouw Delftse Poort naast het centraal station zit een regensensor, die naar zijn zeggen nauwkeuriger is dan Buienradar. “We gaan die toepassen voor watermanagement”, aldus Vieveen. Rotterdam ligt deels onder de zeespiegel en wil regenwater snel kwijt. Is het een probleem? “Als we geen maatregelen nemen wordt het dat wel.” Nu al kan het rioolstelsel piekmomenten niet altijd aan. Daarom is een ‘waterplein’ gebouwd om het surplus tijdelijk te bergen en krijgen straks ook loze ruimten onder op- en afritten van parkeergarages zo’n functie. “Een volgende opdracht is dan om dat geautomatiseerd te laten werken.”

Dynamisch verlichten

Parkeerhandhaving met mobiele nummerplaatherkenning en geautomatiseerd uitschrijven van bekeuringen mag van Vieveen ook smart heten, evenals de ‘Energieatlas’ met informatie tot op perceelniveau over verduurzaming van het energieverbruik: kosteloos advies aan milieubewuste bewoners en aan hen die dat moeten worden. Energiebesparing is ook het doel van dynamische verlichting aan het Havenspoorpad, waar het energieverbruik van 185 lichtmasten (het equivalent van tien huishoudens) met 80 procent omlaag kan door alleen drie masten voor en drie achter een fietser voluit te laten schijnen. Deze dynamische led-verlichting is afkomstig van diverse leveranciers en kan via één portaal worden aangestuurd.
Een maatregel die de één profijt oplevert kan de ander nadeel bezorgen. Zo kan een regensensor een verkeerslicht bij neerslag voor fietsers sneller op groen zetten. Echter: “We moeten nog uitzoeken wat het effect is voor auto’s.” Niet voor voetgangers, die in Rotterdam vast ook graag hun haar drooghouden? Vieveen: “Die kunnen een paraplu opzetten. Het college wil Rotterdam fietsstad maken.”

Dubbel

In de Maasstad gaat het bottom-up, zonder masterplan. Ook zonder coördinatie? Vieveen moet toegeven wel eens een toepassing dubbel te hebben aangetroffen. “De gemeente wil doeners faciliteren. Partijen bij elkaar brengen. Zonder paraplubenadering. Maar inderdaad, in 2016 gaan we er meer samenhang in brengen.”

Intelligent transport

In Brabant loopt een proef, waarbij gegevens over wegincidenten (gekantelde vrachtwagen, aanrijding) realtime beschikbaar komen als input voor navigatiesystemen in voertuigen, die dan een andere route kunnen kiezen. In een andere pilot geven vrachtauto’s van een supermarktketen hun locatie door, zodat door combinatie met actuele verkeersgegevens van de gemeente een optimaal bevoorradingsmoment kan worden gekozen dat de binnenstad het minst belast.
Dr.ir. Frans Tillema, consultant intelligente transportsystemen en lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, toont zich enthousiast over deze proefprojecten (onderdeel van een begin december gedane investering van 70 miljoen in het kader van het ‘Beter benutten’-programma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu), niet alleen omdat data afkomstig zijn van publieke en private partijen, maar ook omdat ze voor 2018 resultaat moeten opleveren.
Ook in Brabant worden spookfiles bestreden (niet ontstaan door obstakels als omgevallen vrachtwagens, maar doordat automobilisten plotseling remmen). Dat gebeurt met een app, waarbij de bestuurder vanaf de wegkant een adviessnelheid krijgt aangereikt. Andere informatie die de automobilist van buiten krijgt aangeboden, gaat over de activiteit van verkeerslichten, waardoor hij een optimale route kan kiezen. Tillema: “Stap één is dat de overheid zulke data ontsluit, in stap twee kunnen serviceproviders de data de auto in brengen en daar nuttig aanwenden.” Genoemde proef met verkeerslichtgegevens heeft volgens Tillema voor vrachtwagens een brandstofreductie van 13 procent opgeleverd.
Meer tot de verbeelding spreken wellicht een zelfrijdende pendelauto tussen station Ede-Wageningen en de universiteitscampus en de Truck Platooning Challenge die Nederland in het kader van haar EU-voorzitterschap heeft opgezet. Van een rij vrachtwagens wordt de eerste fysiek bestuurd, voertuigen erachter zitten steeds met een ‘virtuele trekkabel’ vast en zijn daardoor min of meer zelfrijdend.
Wat gemeenten aan smart city kunnen doen? Tillema: “Data klaarzetten. Wegopbrekingen, verkeersbesluiten, noem maar op. Overal waar data zijn, ontstaan slimme toepassingen.”

reacties: 2

tags:

  • P.J. Westerhof #

    21 januari 2016, 17:08

    Interessante ontwikkelingen.
    Het zou inderdaad wel handig zijn om ‘Smart City’ te integreren met ‘IoT’.
    Maar “Parkeerhandhaving met mobiele nummerplaatherkenning en geautomatiseerd uitschrijven van bekeuringen” ? Daar moet overduidelijk nog maar eens over nagedacht worden.

  • P.J. Westerhof #

    21 januari 2016, 17:12

    En tegenover ‘Smart City’ staat de ‘Smart Criminal’.
    Wel handig zo’n app om die diefstal-gevoelige AED’s op te sporen. Zo weet je als dief waar je wezen moet en kom je niet tevergeefs.

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.