zoeken binnen de website

'Het is aan het parlement om te zeggen: en we doen het toch!'

Arno Visser, president Algemene Rekenkamer, over vervolgonderzoek basisregistraties

door: Bas Linders | 18 juni 2019

De Algemene Rekenkamer doet het niet vaak: een vervolgonderzoek om na te gaan wat er is gebeurd met eerder gedane aanbevelingen. Het onderzoek ‘Grip op gegevens: het stelsel van basisregistraties voor burgers en bedrijven’ laat zien dat belangrijke aanbevelingen uit 2014 door ministeries en uitvoeringsorganisaties niet of slechts ten dele zijn opgevolgd en dat burgers en bedrijven nog steeds niet centraal staan bij het stelsel van basisregistraties die de ruggengraat van de digitale overheid vormen.

Arno Visser - ARK

Beeld: Jiri Büller

Vijf jaar geleden adviseerde de Rekenkamer om een meldpunt in te richten met voldoende gezag om de problemen van in het digitale overheidsbos verdwaalde burgers en bedrijven op te kunnen lossen. Daarnaast hield de rekenkamer destijds een pleidooi voor de mogelijkheid voor burgers en bedrijven om zelf de regie te kunnen voeren op de gegevens die de overheid van ze heeft. Nu, vijf jaar later, constateert het rapport dat de gezamenlijke overheidsaanpak van de problemen nog ver weg is, dat er geen uniforme voorzieningen van de grond zijn gekomen en dat de stelselbrede helpdesk voor burgers en bedrijven er niet is gekomen. De president van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, vindt dat teleurstellend. “De minister van Binnenlandse Zaken heeft geen samenhangende aanpak voor verbeteringen in het stelsel van basisregistraties en stuurt daar ook onvoldoende op. En omdat alle basisregistraties vooral vanuit de eigen organisaties werken, is er ook geen gezamenlijk gedragen concrete uitwerking van hoe het stelsel in de toekomst moet functioneren. We leven niet meer in de 19de eeuw met allemaal op zichzelf staande organisaties, maar in een gedigitaliseerde eenheidsstaat. Dat moet ook tot veranderingen in de aanpak leiden.”

De Rekenkamer stelt in het rapport dat burgers en bedrijven niet centraal staan bij de basisregistraties en dat er daardoor een risico bestaat dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Visser: ”Niet alles wat er fout gaat is het gevolg van criminaliteit. Vaak gaat het zelfs om ogenschijnlijk onschuldige uitvoeringsfouten. Het kan een ongelukkige typefout zijn of een andere te goeder trouw gemaakte fout van een uitvoeringsorganisatie, maar dan zit je uiteindelijk wel met de gebakken peren.” Het verweer van de minister van Binnenlandse Zaken (BZK) dat de verschillende basisregistraties nu eenmaal elk hun eigen aansturing hebben, spreekt Visser niet erg aan. “Wij zeggen niet dat de minister alle verantwoordelijkheid van alle basisregistraties over moet nemen, maar er moet een ‘ultimum remedium’ zijn in dit land wat voor mensen de problemen uitzoekt. Er is nu niemand die zegt: nu gaan we even goed rechercheren, we gaan dit uitzoeken en we gaan het rechtzetten!”

Bevoegdheden

Volgens Visser zijn er voldoende mogelijkheden voor de minister van Binnenlandse Zaken om als coördinerende minister daadkrachtig op te treden. “Wij doen, niet alleen in dit onderzoek maar ook op andere punten zoals de informatiebeveiliging, de aanbeveling dat de minister van BZK analoog aan haar collega van Financiën een aantal bevoegdheden moet hebben om dit soort zaken door te kunnen zetten. Op financieel terrein heeft de minister van Financiën veel bevoegdheden en moeten departementen zich gewoon aan die spelregels houden. Daar hebben we het hier ook over: voorschriften, regels en uitgewerkte procedures. Dan moet er een centrale instantie zijn die zegt: zo doen we dat in Nederland. Dat is wat ik bedoel met de digitale eenheidsstaat. Al die organisaties moeten met elkaar communiceren. Ze werken nu eenmaal in toenemende mate in ketens. Dat hebben de wetgevers in de 19de eeuw niet voorzien, maar daar hebben we nu wel mee te maken. Wij hebben al eens de aanbeveling gedaan om de mogelijkheid en de bevoegdheid tot het uitvoeren van correcties in de digitale systemen van de overheid bij de Nationale ombudsman neer te leggen, maar het ministerie van Binnenlandse Zaken kan dat natuurlijk ook zelf doen. Je kunt zeggen: Wij zijn de moeder aller uitvoerende departementen, wij zijn het gezag, het moet bij ons.”

Ik vind dit een punt dat de Tweede Kamer echt moet oppakken

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken laat in haar reactie op het rapport van de Rekenkamer weten dat de aanbeveling om een centrale helpdesk voor burgers en bedrijven in te richten (opnieuw) niet zal worden opgevolgd. Visser: ”Laat ik de minister het voordeel van de twijfel geven. Ze heeft voor komend najaar een brief aangekondigd waarin ze met haar visie op de toekomst van het stelsel van basisregistraties komt. Ik laat me graag verrassen.”

En als de minister gewoon onwrikbaar vasthoudt aan haar standpunt? Visser: “Dan is mijn hoop gevestigd op de Tweede Kamer. Wij rapporteren als Rekenkamer aan het parlement. Ik vind dit een punt dat de Tweede Kamer echt moet oppakken. Dit is een onderzoek dat het burgerperspectief centraal stelt, dus dan mag je verwachten dat dat bij de volksvertegenwoordiging in goede handen is. Uiteindelijk is het aan het parlement om te zeggen: en we doen het toch!”

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.