zoeken binnen de website

Simone Roos: ‘Ambtenaren moeten gaan bewegen!’

door: Fred van der Molen | 22 december 2015

Rijksambtenaren komen onvoldoende van hun plaats. Minister Blok wil hun mobiliteit vergroten. Tegelijkertijd reorganiseert het ministerie van BZK. Wat betekent die reorganisatie voor de aansturing van de ICT en de digitale programma’s? En is bij ICT-functies niet zozeer een gebrek aan flexibiliteit, maar aan deskundig personeel het grote probleem?

Simone Roos

Simone Roos, beoogd DG van het nieuwe directoraat Overheidsorganisatie (DGOO)

Rijksambtenaren zijn honkvast. Meer dan een kwart (27,6 procent) heeft minstens tien jaar dezelfde baan; de uitstroomcijfers zijn erg laag (4 procent) en van alle rijksambtenaren stapte in 2013 minder dan 1 procent vrijwillig over naar een andere rijksorganisatie. Tegelijk is bijna een op de vijf (18,7 procent) ontevreden over zijn functie, zo blijkt uit de mobiliteitsbrief van minister Blok.
Volgens de minister is meer personeelsmobiliteit noodzakelijk om de rijksoverheid wendbaar en kwalitatief op niveau te houden. Als ik niets doe, zo schrijft Blok aan de Kamer, dan verslechtert dat. Het rijkspersoneel vergrijst namelijk en juist oudere werknemers komen niet van hun plek.
De ambtenaar moet kortom gaan bewegen. Dat is ook een van de uitgangspunten bij de interne reorganisatie op het kerndepartement van BZK op de Turfmarkt in Den Haag.
Een van de vier kwartiermakers voor die reorganisatie is DG OBR Simone Roos. “We reorganiseren niet om het reorganiseren. We hebben ons afgevraagd of onze structuur ondersteunend is aan de doelen die we willen bereiken. De conclusie was van niet. Voor een deel werkt de huidige structuur juist belemmerend. Hoewel we ook een taakstelling hebben, gaat deze reorganisatie niet primair over bezuinigen, maar heeft die een inhoudelijk doel: beter bestuur en een betere overheidsorganisatie. We willen bijvoorbeeld sneller kunnen inspelen op de maatschappelijke actualiteit. Als bij een volgend kabinet ineens onderwerp X meer prioriteit krijgt en Y minder, moeten we ons daar snel op kunnen instellen door met formatie te schuiven.”

Simone Roos (1964) volgde op 1 september 2014 Jaap Uijlenbroek op als Directeur-Generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk van het ministerie van BZK. Zij is de beoogd DG van het nieuwe directoraat Overheidsorganisatie (DGOO). Roos was vanaf 2009 lid van de Raad voor de rechtspraak. Daar was zij verantwoordelijk voor onder andere HRM/MD, organisatieontwikkeling en het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak. Roos startte na haar rechtenstudie in 1987 haar loopbaan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarna werkte zij bij VNG, in de private sector en bij OCW.

Hoe gaat u die flexibiliteit in de organisatie gestalte geven?
“Door een aantal acties. Allereerst door schotten weg te breken. In de nieuwe structuur valt de formatie niet meer onder een DG, maar onder de SG. We werken allemaal bij hetzelfde concern, dat is de boodschap. Ten tweede gaan we een flexpool opzetten waar zo’n 10 procent van de formatie in wordt ondergebracht. Zo creëren we een flexibele schil met mensen die op actuele maatschappelijke projecten of programma’s kunnen worden ingezet. We hebben nu ook wel een projectenpool, maar die is erg klein. Ten derde gaat tijdens deze reorganisatie iedereen van zijn huidige stoel af en wordt opnieuw gematcht. Dat kan zijn op de huidige stoel of op een andere.”

Wat betekent dat concreet voor de 1200 ambtenaren van het departement?
“Dat ze moeten gaan bewegen. In deze tijd is het niet meer vanzelfsprekend dat je veertig jaar op dezelfde plek zit. Het werk verandert. Maar ik zeg er steeds bij: zie dit niet als bedreiging, maar als een kans. Iedereen houdt zijn baan en salaris, maar moet zich wel oriënteren op ander werk. We zijn in december begonnen met een grote matchingoperatie, waarbij we eerst alle nieuwe functies in de toekomstige organisatie hebben vastgesteld en vervolgens elke medewerker de gelegenheid geven zijn voorkeur uit te spreken voor twee of drie plekken, uiteraard binnen zijn huidige functiegroep. We zijn gestart bij de top – daar gaan we van drie naar twee beleids-DG’s – en vervolgens naar de managementlagen daaronder. Zo weet iedereen welke baas hij krijgt als hij op een bepaalde functie inschrijft. We ondersteunen dat oriëntatieproces met informatie op ons intranet en andere activiteiten zoals een matchingmarkt, begin vorige maand. Vervolgens gaan we in rondes die matching uitvoeren. Op 1 maart weet iedereen waar hij aan toe is; op 1 april moet de nieuwe organisatie een feit zijn.”

Daar zal niet iedereen blij van worden.
“Natuurlijk zal niet iedereen naar zijn voorkeurplek kunnen gaan of op zijn plek kunnen blijven. Maar ik heb ook mensen gesproken die al heel lang op een dossier zitten en die nu heel originele keuzes maken. Gewoon omdat ze aan het denken zijn gezet. Anderen zullen wellicht na een tijdje zeggen: dat pakt toch goed uit, het was achteraf wel een kans. Arbeidssatisfactie is natuurlijk heel belangrijk. We streven ernaar zo veel mogelijk alle werknemers op een plek te krijgen die bij hen past.

We willen sneller kunnen inspelen op de maatschappelijke actualiteit

Ik zeg er wel bij dat we ervoor moeten waken dat kennis verdwijnt. Ook in de brief merkt minister Blok op dat er een balans moet zijn tussen doorstroming en het behouden van specialistische kennis. Te veel mobiliteit is juist weer contraproductief voor een organisatie. Mobiliteit vergt ook niet in elke organisatie dezelfde aanpak. Met name uitvoeringsorganisaties hebben personeel met zeer specifieke kennis.”

Het streven naar meer mobiliteit gaat bij BZK samen met een grote reorganisatie. Leidt dat niet tot een lange periode van verlamming en verminderde productiviteit? Iedereen is met zijn eigen plek bezig. Onderwerpen vallen tussen wal en schip.
“Feit is dat reorganisaties veel energie kosten van veel mensen. Daarom moet je nooit veranderen om te veranderen. Binnen de beleidskern van BZK is dit een grote verbouwing, maar die is echt nodig. Bovendien is dit een goed moment: de bewindslieden zitten er al een tijdje, de volgende verkiezingen duren vermoedelijk nog een tijd.
In zo’n woelige periode moet je er inderdaad voor zorgen dat onderwerpen niet blijven liggen. Dat is voor ons zeker een aandachtspunt. Je moet bij elk dossier bovendien zorgen voor een warme overdracht.”

Wat betekent de reorganisatie voor alle onderdelen en programma’s van en voor de e-overheid?
“We maken aan de huidige versnippering binnen het ministerie een eind. Alle e-onderwerpen komen onder één dak bij het nieuwe directoraat Overheidsorganisatie (DGOO). Daarbij gaat het zowel om de inzet van ICT bij de overheid als om de rol van de overheid in de i-samenleving. Ik word daar de DG van, vanaf 1 april 2016. Onder mij valt dus straks de CIO Rijk [waar ook het onafhankelijke BIT is ondergebracht, red.], de directie Informatiesamenleving en Overheid en de uitvoeringsorganisatie Logius.

Ik zeg er steeds bij: zie dit niet als bedreiging maar als een kans

Ik merk nu al in de kwartiermakersfase welke synergievoordelen dat geeft. Ik zit in het Nationaal Beraad en in de ambtelijke commissie Digitale overheid en kan daar de hele e-kolom van BZK vertegenwoordigen. Alles komt samen en ik merk nu al dat dit een goede weg is. De lijnen tussen bijvoorbeeld de Digicommissaris en de CIO Rijk worden korter. Dat is ook goed voor programma’s als Digitaal 2017, e-ID en e-Veiligheid.
Een andere verbetering is dat de aansturing van onze shared service-organisaties wordt gewijzigd. Voorheen zaten alle rollen bij mij: eigenaar, kadersteller en leidinggevende. Nu is de SG eigenaar, ben ik kadersteller en zijn de opdrachtnemers ondergebracht bij de DG Rijksvastgoedbedrijf en bedrijfsvoering Rijk. Veel zuiverder dus. Maar ik zeg erbij: ‘Hoe je het ook organiseert, er zijn altijd gebieden waarbij je met andere takken van de rijksorganisatie moet samenwerken.’ Zo sta ik er ook in. Je werkt bij het concern Rijk. Ik ben er niet om mijn eigen BV op te tuigen.”

Nog even terug naar het personeelsbeleid. U wilt ambtenaren in beweging krijgen. Maar is het probleem met ICT-personeel niet veeleer dat ze niet bij de overheid wíllen werken? Alle campagnes als ‘Werken voor Nederland’ ten spijt?
“De ICT-arbeidsmarkt is inderdaad een groot zorgpunt. In de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Elias hebben we daar ook veel aandacht aan besteed. Met de instelling van het BIT alleen komen we er natuurlijk niet. De deskundigheid op zowel het gebied van opdrachtgeverschap als van het eigen personeel moet omhoog. Het BIT moet op termijn overbodig worden.
Maar het is daarnaast een enorme uitdaging om deskundige ICT’ers aan te trekken en vast te houden. Dat is een onderwerp waar we zwaar op gaan inzetten, maar waarvan we ook weten dat we het niet zomaar oplossen. We moeten aan ons imago werken, de communicatie verbeteren, een aantrekkelijke werkgever zijn en nog intelligenter personeelsbeleid voeren om ook deze doelgroep te ‘boeien en binden’. We moeten ervoor waken dat we binnen de rijksoverheid met elkaar concurreren door steeds tegelijk in dezelfde vijver te vissen. We hebben nu al met I-Interim een flexibele pool met specialisten. Die wordt uitgebreid van 100 naar 200. Maar we moeten het algemener gaan organiseren dat ICT’ers makkelijker kunnen overstappen van de ene rijksorganisatie naar de andere. De overheid is voor ICT’ers echt een heel uitdagende en aantrekkelijke organisatie om voor te werken.”

Als de reorganisatie bij het ministerie van BZK is afgerond (april 2016) wordt Roos directeur-generaal van het nieuwgevormde directoraat Overheidsorganisatie (DGOO), dat dan bestaat uit de volgende onderdelen:
• Directie Ambtenaar & Organisatie
• Directie Inkoop, Facilitair & Huisvestingsbeleid Rijk
CIO Rijk
• Directie Informatiesamenleving & Overheid
• Logius

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.