Dataverkeer houdt niet op bij de grens

Dorine Burmanje (Kadaster) over meerwaarde locatiegebonden informatie

door: Frits de Jong, 6 juni 2018

Bij het lokaliseren en oplossen van maatschappelijke en economische vraagstukken speelt geodata steeds vaker een rol van betekenis. Het geeft beleidsmakers en besluitvormers snel inzicht in waar het om draait. En omdat data niet stoppen bij de grens, is een internationale blik daarbij een must. “Samen optrekken is daarbij een voorwaarde, over landsgrenzen heen”, aldus Dorine Burmanje.

Dorine Burmanje

‘Dorine Burmanje, voorzitter Raad van Bestuur Kadaster, benoemd tot co-chair UN-GGIM (augustus 2017) en ‘Dorine Burmanje verkozen tot ‘Geospatical Ambassador of the Year’ (januari 2018). Het zijn berichten die de landelijke pers niet hebben gehaald, maar wel degelijk importantie hebben. Met name de functie die Burmanje, sinds 2004 voorzitter van de Raad van Bestuur van het Kadaster, bekleedt bij het (UN-)GGIM, heeft aanzien. Het UN-GGIM staat voor United Nations Global Geospatial Information Management. De organisatie vergaart wereldwijd vanuit topografische diensten en kadasters kennis en kunde en maakt afspraken over uiteenlopende zaken die te maken hebben met geodata. Die data worden ingezet bij het lokaliseren en oplossen van wereldvraagstukken. Zo brengt het onder meer in kaart waar in de wereld honger of armoede is, waar gevaar of oorlogen dreigen of hoe mensen zich bewegen over landen heen.

Dat Burmanje zitting heeft in het UN-GGIM, is niet vreemd. In de ranking wereldwijd van kadasters en topografische diensten, zit Nederland in de kopgroep. Dat de Topografische Dienst en het Kadaster in 2004 samen verder zijn gegaan, is daar mede debet aan. “Daardoor is een grote brok geodata en rechtszekerheidsdata ontstaan en die combinatie van datasets is goud waard. Dat geeft ons land een voorsprong, ook omdat het Kadaster al ruim 185 jaar bestaat. Als je kijkt naar het kadastrale en topografische terrein, hebben we het in Nederland toch al gigantisch goed voor elkaar. Van vrijwel iedere centimeter in Nederland weten wij wat er zich afspeelt. Onder en boven de grond. De meeste mensen zijn zich daarvan niet bewust, zien dat als een vanzelfsprekendheid, maar in grote delen van de wereld is dat niet het geval. Zeventig procent van de wereld kent geen landregistratie of eigendomsregistratie. Als Kadaster vinden wij het onze verantwoordelijkheid om bij te dragen dat dát percentage naar beneden gaat. Verder hopen wij dat er één data-infrastructuur neergelegd kan worden, zodat ook het isolement van landen op geo-datagebied opgeheven wordt.”

Het op elkaar afstemmen van registraties en het standaardiseren van naamgevingen van topografische objecten, is geen sinecure. Ook al omdat landen er bijvoorbeeld verschillende manieren op nahouden van landmeten. “In Nederland zijn we gewend om te meten met bij wijze van spreken vijf cijfers achter de komma. Als je dat in andere landen doet, duurt het waarschijnlijk honderden jaren voordat je het hele stuk land op kaart hebt en dus is daar een andere meetmethode voor bedacht. Dat zijn zaken die we nu aan het rechttrekken en standaardiseren zijn, maar dat gaat niet van vandaag op morgen. Daar heb je best een lange adem voor nodig.”

Bruggen slaan

Sinds het begin van haar aantreden als voorzitter van de Raad van Bestuur bij het Kadaster, is Dorine Burmanje bezig om bruggen te slaan. Met name die tussen bedrijfsleven en overheden. “Zo merkte ik al snel dat er een soort strijd heerste tussen de industrie en het Kadaster, waarbij het met name ging om het vrijgeven van data en dus van werk. In het kader van bruggen slaan heb ik tegen de industrie gezegd: ‘volgens mij is er in het geoveld werk genoeg voor ons allemaal, dus laten we kijken wat er allemaal ligt en wie dan wat doet. Bij voorkeur samen. Wij hebben de industrie nodig voor innovatie, snelheid en toepassingen en de industrie heeft ons nodig voor de kennis, kunde en onze data. Hoe mooier kun je het hebben? Nu krijgen zij onze plannen voor de nabije toekomst en als bedrijven iets zien wat zij interessant vinden, weten ze ons te vinden. Verder geloof ik oprecht in de kracht van het samen doen. Niet alleen weet je beter wat een ieder doet, maar ook kun je daardoor sneller grote slagen maken die in het belang zijn van burgers en ondernemers. Of de industrie er ook zo over denkt? Sommigen zien zeker de mogelijkheden en werken graag samen. Op die manier zijn wij ook in staat geweest om, samen met hen, de generalisatie van kaarten volledig te automatiseren. Een primeur die wereldwijd inmiddels de aandacht heeft getrokken van een groot aantal partijen.”

Als gevraagd wordt naar de rol van geodata de komende jaren, dan heeft Dorine Burmanje wel een aardig beeld waar het naartoe gaat. “Geodata speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Niet dat wij die zelf oplossen, maar wij kunnen beleidsmakers of politieke besluitvormers inzicht geven in waar zij uit kunnen kiezen. Dan heb je het bijvoorbeeld over zoiets als de HSL, de hogesnelheidslijn. Dankzij geodata is het mogelijk om verschillende scenario’s aan beslissingsmensen voor te leggen. Wat gebeurt er als we de lijn hier of een aantal kilometer verder neerleggen? Welke natuurgebieden gaan dan verloren? Welke eigenaren zitten daar? Wat is de waarde van de grond op die verschillende percelen? Wij maken daarin geen keuze, maar dragen aan de hand van geodata wel bij aan een juiste afweging. Dat geldt ook voor de zorg. Stel dat gezondheidsinstituten plannen hebben voor een nieuw ziekenhuis of een tehuis voor ouderen: dan is aan de hand van data een goed beeld te geven waar de meeste ouderen wonen, waar al voldoende voorzieningen zijn of wat de actuele stand van zaken is van de toegangswegen. Locatiegebonden data zal bij dit soort maatschappelijke en economische vraagstukken steeds vaker worden ingezet.”

Grenzeloos

Nog even terug naar de benoeming tot co-chair van de UN-GGIM. Burmanje weet dat die stap her en der geleid heeft tot gefronste blikken. “Zo van: ‘jullie zijn toch een Nederlands instituut, dus zouden jullie je dan niet beperken tot Nederland?’ Dataverkeer houdt niet op bij de grens. Data gaan wereldwijd en dus is de internationale blik, behalve de maatschappelijke verantwoordelijkheid die wij hebben, ook vanuit de data-optiek een must. Data gaan in een vloek en een zucht van hier naar het andere end van de wereld. Het is dan belangrijk de betekenis van die data te kennen en gebruik te kunnen maken van een wereldwijde data-infrastructuur. Daarbij is samen optrekken een voorwaarde, over landsgrenzen heen.”

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.