zoeken binnen de website

De onderste byte boven

Over het delven van data

door: Maarten Schurink | 26 mei 2015

Data is voor de overheid een game-changer. De huidige beleidscyclus raakt steeds meer achterhaald. Informatie gaat binnen enkele jaren de boventoon voeren, waarbij we improviserend dicht bij de actualiteit blijven.

Maarten Schurink, gemeentesecretaris van Utrecht.


Langzaam maar zeker voltrekt zich een revolutie in de wereld. Steeds meer bedrijven houden zich bezig met het verzamelen van data en het verkopen daarvan. Sommige bedrijven lijken retailers, maar zijn in werkelijkheid dataverkopers. Voor grote technologiebedrijven als Facebook en Google is data het belangrijkste, zo niet het enige productiemiddel geworden. Ook voor de overheid wordt data steeds belangrijker. Sterker nog: ik ben er van overtuigd dat het een game-changer zal zijn. De tijd dat geld en mensen de belangrijkste productiemiddelen van de overheid zijn, is voorbij. Informatie in alle vormen, soorten en maten gaat in enkele jaren de boventoon voeren.

De revolutie

In de steden zie je dat het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken maakt dat er een groot beroep wordt gedaan op de innovatiekracht van de steden. Het gebruik van beschikbare data van de overheid en andere organisaties is hiervan een voorbeeld. We kunnen daardoor veel slimmer worden. Deze werkwijze is eigenlijk op elk terrein in te zetten. Van het efficiënter organiseren van toezicht doordat de gemeente weet wat er op straat gebeurt, tot het vergroten van bekendheid en de werking van bijvoorbeeld individuele voorzieningen uit de WMO. Van het sneller opsporen en voorkomen van fraude, tot het verkrijgen van inzicht over de zelfredzaamheid van een buurt en de rol van een buurtteam daarbij. Van gedragsbeïnvloeding van automobilisten, fietsers en voetgangers, tot het voorkomen van auto-inbraken. De overheid als ‘big brother’ in de rol van toezichthouder, maar veel meer nog als ‘soft sister’ als het gaat om ondersteuning.

Gevolgen voor beleid

Het slim gebruik van data heeft als gevolg dat de huidige beleidscyclus steeds meer achterhaald, of eigenlijk ingehaald wordt. Vooral waar het gaat om de 3 W-vragen (Wat willen we bereiken, Wat gaan we daarvoor doen en Wat mag dat kosten) en de veronderstelde directe verbinding tussen de eerste twee vragen, kan dit idee nu dan eindelijk ten grave worden gedragen. Het werkt niet langer om in beleidsnota’s via input-throughput-output-outcome en liefst over een periode van vier jaar beleidsdoelstellingen en instrumenten vast te leggen. De vooronderstelling dat de maatregelen die we nemen vier jaar lang effect hebben en de outcome-indicatoren beïnvloeden, wordt doorgeprikt. Nog los van de vraag of de maatregelen van vier jaar geleden een antwoord bieden op de vraagstukken van het heden. We weten immers steeds vaker realtime dat van een correlerend verband, laat staan causaliteit, geen sprake is. Dit besef was er eigenlijk al lang, maar een alternatief was nog niet gevonden. Dat dient zich nu aan.

Improviseren

Door meer nadruk te leggen op public value management als het gaat om de definitie van maatschappelijke effecten en meer belang te hechten aan improvisatie als het gaat om de acties/instrumenten die we inzetten, kunnen we veel effectiever worden. De rol van de overheid om te definiëren wat de maatschappelijke effecten zijn, wint aan belang omdat deze definitie in zichzelf veel invloed heeft (outcome). Het is niet langer altijd nuttig vooraf precies te definiëren welke acties worden ondernomen en welke instrumenten worden ingezet (output). Juist door dicht bij de werkelijkheid en actualiteit te blijven, kun je vaststellen wat wel en niet werkt en wordt ook duidelijk dat improvisatie door frontlijners, die in aantal toenemen, de weg is om te gaan.

Wat frontlijners nodig hebben voor improvisatie is data. De toegang tot data maakt dat de feedbackloop van de huidige traditionele vierjarige beleidscyclus kan worden verkort tot maandelijkse, wekelijkse, of dagelijkse loops. Of zelfs tot realtime feedbackloops. Die data is overigens niet alleen beschikbaar voor de frontlijners, maar komt meer en meer beschikbaar voor andere betrokkenen zoals beleidsmedewerkers. Het vak van beleidsmedewerkers zal daardoor flink gaan veranderen. Gesteld wordt dat de beleidsmedewerker hierdoor steeds vaardiger zal worden in proces en steeds meer de buitenwereld zal moeten opzoeken. Ik ben ervan overtuigd dat de beleidsmedewerker zich ook een hoge mate van informatievaardigheid eigen moet maken. Een niet te onderschatten aanvulling op zijn of haar kennis die nodig is om in het werk aansluiting te houden bij de snelheid van de ontwikkelingen in maatschappelijke vraagstukken.

Informatie als productiemiddel

Naast de vraag ‘Wat mag het kosten’ moeten we vanaf nu ook de vraag stellen ‘Welke informatie en privacy-waarborg is er nodig’. Immers, door het vergroten van het bewustzijn op dit vlak worden we slimmer, efficiënter en effectiever. Dit heeft ook organisatorische gevolgen. In Utrecht hebben we sinds twee jaar in elk organisatieonderdeel een informatiemanager opgenomen. Zo borgen we dat de organisatie steeds bekwamer wordt in het delven van data en het gebruiken van informatie. Dit is een proces van lange adem. Veel medewerkers in Utrecht en in andere overheidsinstanties zijn of waren op dit terrein nog onbewust onbekwaam. In het publieke domein is de focus op geld en in tweede instantie op mensen zo sterk, dat dit de focus op data als informatiemiddel in de weg staat.

Bij gebruik van data moet de privacy wel gewaarborgd zijn. Dit begint een soort Pavlov-reactie te worden. Niettemin is het van groot belang. Er zijn inmiddels veel mogelijkheden om te voldoen aan de wetten en waarden op dit vlak. Van een privacy-functionaris, privacy-commissie, pseudonimisering en anonimisering, in eigen huis uitgevoerd of extern met een third trusted party (TTP). Allemaal maatregelen die bewust en zorgvuldig moeten worden ingezet. Met deze instrumenten en waar nodig expert-advies van het College bescherming persoonsgegevens blijft slim gebruik van data verantwoord en is er ook veel mogelijk.

Tot slot

De overheid kan veel slimmer werken. Daarvoor is het nodig dat iedereen die bij de overheid werkt hieraan meewerkt. De datarevolutie biedt enorme kansen om de manier waarop we werken te veranderen. Om efficiënter en effectiever te worden. Dat vraagt van ons allemaal dat we de weg van onbewust onbekwaam, via bewust onbekwaam, naar bewust bekwaam afleggen. En wellicht halen we nog weleens de fase van onbewust bekwaam… Laten we nu starten.

Maarten Schurink is gemeentesecretaris van de Gemeente Utrecht

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.