Blog

In een paar jaar tijd

De energietransitie is gebaat bij een combinatie van technologie en het altijd wat in zichzelf gekeerde ingenieurswerk.

“Achteraf bedachten we in de familie dat onze opa zo in zijn eigen wereld zat, dat je er nu een etiket uit het autistisch spectrum op zou plakken”.

Na afloop van één van de vele energietransitie-bijeenkomsten ging het over één van de topingenieurs die er na de oorlog voor heeft gezorgd dat de energievoorziening zich geweldig ontwikkeld heeft, met een onvoorstelbaar hoge betrouwbaarheid. Dat ging ook in zekere zin vrij simpel, omdat de besluitvorming plaats vond in een soort van herensociëteit op het zogenoemde ‘KEMA-terrein’ in Arnhem. Respectabele instituten waren daar gevestigd, zoals de KEMA en de Vereniging van Directeuren van Elektriciteitsbedrijven in Nederland.

Je ziet de mannen daar staan, met een pijp of goede sigaar in de mond, gebogen over grote landkaarten, met linialen lange lijnen trekkend voor de aan te leggen stroomleidingen en gasbuizen. En een goed diner op de goede afloop van de onderhandelingen: “Vorig jaar heb jij een centrale gebouwd, nu zijn toch echt mijn ingenieurs weer aan de beurt”. Toen in 1996 de Europese Unie besloot om met de ‘Gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit’ na het vrije verkeer van personen, goederen en diensten ook de energiemarkt vrij te maken, brokkelde deze manier van samenwerking in ras tempo af.

Er wordt regelmatig nostalgisch teruggekeken naar die tijd: “Toen konden we toch in enkele jaren een hele gasinfrastructuur aanleggen!”. Dat wordt ook ingegeven doordat wij nu de noodzaak voelen om van het aardgas af te gaan. In toenemende mate voelen we een hoge mate van urgentie, die je terugziet in de ogen van de protesterende klimaatspijbelaars (een woord dat wat mij betreft meer bij onze bestuurders past dan bij scholieren). Maar we werden in die tijd wel geregeerd door een generatie ingenieurs met een hoger autismegehalte dan het landelijk gemiddeld. En alles kwam goed: “Laat ons gewoon ons werk doen, we rekenen de kosten door plus 4 procent, en u kunt rustig slapen”. Het resultaat van al het hoogwaardige ingenieurswerk is één van de beste energie-infrastructuren ter wereld. Toegegeven: het kost een paar stuivers, maar dan krijg je ook wat.

Nu terug naar het gesprek. “Nee, ik wil niet terug naar die situatie van mijn opa. Ik wil dan nu ook geen warmte-aansluiting van Eneco, want ik wil kíezen”. “Wil je kiezen omdat je het beter kunt dan Eneco?” “Nee, ik wil gewoon kíezen!”. Die monomaan gebouwde infrastructuur kwam tot stand zonder de informatie en IT-middelen die ons nu ten dienste staan, zoals big data, datagedreven netbeheer en fantastische rekenmodellen met technieken als neurale netwerken en simulaties die je daar op los kunt laten. En dat alles prima toegankelijk gemaakt door (3D-)geografische informatiesystemen op basis van een spatial data infrastructure. Een recente illustratie hiervan is te vinden in de Infrastructure Outlook 2050 van Tennet en Gasunie, waarin we kaarten tegenkomen van Nederland en Duitsland met landelijke netten voor elektriciteit, gas en waterstof.

Conclusie: een combinatie van al deze technologie met het traditionele wat in zichzelf gekeerde ingenieurswerk kan fantastisch tegemoetkomen aan de gevoelde noodzaak en urgentie. Dan kun je stappen maken, zoals in bijvoorbeeld China waar, in het licht van de zogenoemde ‘solar revolution’, onlangs besloten werd om in de stad Hangzhou 700 MW (zeg 2,5 miljoen stuks) aan zonnepanelen te installeren.

In twee jaar tijd. Maar dan heb je weinig te kiezen.

Leen van Doorn ondersteunt Geonovum en Geodan. Zijn interesse gaat in het bijzonder uit naar data over de energievoorziening.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Registreren