zoeken binnen de website

Innoveren door los te laten

Jan Bruijn - SVB-BGT

door: Jan Bruijn | 31 oktober 2017

Sinds kort is de Landelijke Voorziening van de BGT voor de volle honderd procent gevuld. Een mooi voorbeeld van geslaagde informatisering bij de overheid. Dit project kon slagen omdat overheidspartijen gingen samenwerken, daarbij durfden te experimenteren en los te laten, waarbij een deel van hun autonomie overging naar een regievoerende partij.

De BGT, die nu écht helemaal klaar is, is eigenlijk een bijzonder product. Tegen de 45 miljoen objecten van het grondgebied in Nederland zijn binnen vier jaar door 426 overheidsorganisaties in kaart gebracht. Dat gegeven is uniek in de wereld. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (tot voor kort Infrastructuur en Milieu) en alle bronhouders en betrokkenen verdienen dan ook een groot compliment voor deze gezamenlijke prestatie. De BGT is ook bijzonder omdat het een verbindend element is in het Stelsel van Basisregistraties. Het is als het ware het cement van het stelsel, waarmee de overheidsdienstverlening goed geregeld kan worden. Ik ga de stelling dan ook graag aan dat met het realiseren van de BGT het stelsel nagenoeg af is en we de datalaag voor overheidsdienstverlening hebben afgerond. Nu is het zaak die basis, die datalaag, te gebruiken.

Naar mijn idee gaat het er nu om dat we ons met die basis, (de techniek, databases, gegevens, et cetera), richten op het overheidsbreed organiseren van processen. Zoals de Omgevingswet. Die wet gaat de ambtenaar én de burger meer vrijheid geven. Dat vraagt met name interactie en een nieuwe manier van samenwerken tussen overheden, initiatiefnemers en burgers. Wat ik voor mij zie zijn experimenteercentra, waarbij gezamenlijk wordt bekeken hoe een en ander in de praktijk gaat werken. Toewerkend naar een situatie dat we het eens worden over hoe we omgaan met ruimtelijke verdeling en de besluitvorming daarover.

Een dergelijke gedachtegang is niet nieuw. Iets vergelijkbaars kenden we begin deze eeuw al met de Superpilots, uitgevoerd door de gemeenten Eindhoven/Helmond, Enschede en Den Haag. Zij kregen alle ruimte om te ‘los te gaan’ richting honderd procent elektronische dienstverlening. Zo zie ik het nu ook voor me. Definieer een aantal centra waarin overheden (grote en omliggende gemeenten, provincies, waterschappen) kunnen ‘proefdraaien’. Je zult onder meer tegenkomen dat sommige overheden verder zijn dan andere, waardoor je ook iets krijgt van ‘goed voorbeeld doet volgen’. Daarnaast zal het over regio’s heen zorgen voor duidelijkheid over de aanpak.

Als ik dergelijke gedachtegangen volg, kom ik onherroepelijk uit bij het fenomeen Startup. Jonge, wendbare organisaties die innoveren. Stel als overheid budget beschikbaar om nieuwe concepten uit te proberen en te komen met goede producten, gebaseerd op nieuwe technologieën die we als samenleving kunnen gebruiken. Slim, snel en out-of-the-box denken zijn daarbij kernwoorden. Diezelfde insteek en spirit heb ik gezien bij onze eigen organisatie, maar ook bijvoorbeeld bij organisaties als DataLand en Geonovum. Om vooruit te komen was er de bereidheid van overheden om een stukje autonomie in te leveren, te leren van de dingen die buiten de eigen organisatie werden geplaatst en te weten wat je in het vervolg anders zou moeten doen.

De invoering van de BGT is afgerond. Het nieuwe kabinet zou die invoering niet alleen moeten zien als een voorbeeld van geslaagde overheidsinformatisering, maar ook als een manier hoe overheden een dergelijke innovatie met z’n allen hebben gerealiseerd. Zonder het SVB-BGT was dat niet mogelijk geweest. Dan had iedereen elkaar ‘de tent uitgevochten’. Het kon slagen omdat er regie was, het lef om fouten te maken en de moed om los te laten. Nu gaat het erom de aanwezige ‘basis’ te gebruiken, toe te passen en continu te blijven vernieuwen.

Jan Bruijn is directeur van SVB-BGT (Samenwerkingsverband van Bronhouders van de Basisregistratie Grootschalige Topografie)

tags:

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.