Meer van Bolsena

Rob van de Velde

door: Rob van de Velde, 8 november 2017

De INSPIRE-richtlijn heeft alles in zich heeft om antwoord te helpen bieden op Europese milieuvraagstukken. Maar soms is relevante milieudata vanuit de overheid niet voorhanden en verzamelen burgers hun eigen milieudata. Wat betekent dit voor INSPIRE en voor de publieke data-infrastructuur in het algemeen? Een voorbeeld uit de praktijk.

Als het gaat om standaardisering, dan is de INSPIRE-richtlijn een van de meest ambitieuze voorbeelden in Europa. Tien jaar geleden kwam de richtlijn tot stand vanwege het besef dat milieuvraagstukken niet bij de grenzen stoppen en dat een gecoördineerde, Europese aanpak meer oplevert dan gefragmenteerde oplossingen per lidstaat. Omdat dit alleen mogelijk is als er ook data beschikbaar is uit al die Europese landen, werd de richtlijn ingesteld. Het is de gemeenschappelijke taal geworden voor data-uitwisseling in Europa. Nu we tien jaar verder zijn, kunnen we stellen dat er veel is gebeurd.

Milieugegevens zijn steeds toegankelijker geworden en duizenden overheidsorganisaties in Europa verzamelen en presenteren hun data op dezelfde manier. Dit moet het mogelijk maken om, bijvoorbeeld, vraagstukken rond luchtkwaliteit beter aan te pakken. Tot zover de theorie. Over naar de praktijk. Europese milieuvraagstukken zijn niet samen te vatten in één voorbeeld, maar voorbeelden kunnen wel duidelijk maken waar we staan, in dit geval met INSPIRE. Wat gaat goed, en wat gaat nog niet helemaal goed?

Tijdens mijn zomervakantie liep ik tegen zo’n voorbeeld aan. Al jaren verblijf ik graag in Italië, bij het meer van Bolsena. Volgens sommigen de mooiste plek op aarde en daar ben ik het mee eens. Maar er is iets aan de hand met dit kratermeer, dat ligt in een streek die door de Italiaanse overheid als beschermd gebied is aangewezen in het kader van de Europese Habitatrichtlijn. Al jaren zijn er aanwijzingen en vermoedens dat het fosfaatgehalte in het water toeneemt en het zuurstofgehalte afneemt. Omdat het beschermd gebied is, is de regio Lazio verplicht ieder jaar een rapport op te stellen over de staat waarin het meer verkeert. Jaar na jaar is de conclusie hetzelfde geweest: ‘het gaat goed met het meer’.

Bewoners uit de regio vermoeden anders. Op basis van – in eerste instantie visuele waarnemingen – zagen zij al lange tijd de waterkwaliteit veranderen. Omdat het officiële rapport geen meetgegevens bevat, en de regio Lazio verder geen gegevens beschikbaar stelt, zijn deze inwoners zelf metingen gaan uitvoeren. Dit doen zij nu al meerdere jaren. Via persoonlijke contacten met het Italiaanse TNO houden zij daarbij een structurele meetstrategie aan waarbij op verschillende dieptes, punten en tijdstippen watermonsters worden genomen. Deze worden onderzocht op onder andere fosfaat- en zuurstofgehalte. Hun conclusie: het gaat helemaal niet goed met het meer van Bolsena. Het gaat slecht!

Wat doen wij bijvoorbeeld met data van burgers die in Nederland luchtkwaliteit meten?

Daarmee staan burgers lijnrecht tegenover de overheid. Wat nu? Op basis van de INSPIRE-richtlijn zou je hopen dat juist een gebied dat valt onder de bescherming van de Europese Habitatrichtlijn, uitvoerig gemonitord zou worden. De meest bijzondere en waardevolle gebieden zijn niet voor niets met instemming van de nationale parlementen en het Europese parlement aangewezen. Dan verwacht je dat er serieus wordt gekeken naar de toestand van het milieu en dat maatregelen worden genomen als het niet de goede kant uit gaat.


Delen van gegevens over de toestand van het milieu: dat is nou precies waar INSPIRE voor bedoeld is. Hier moet data beschikbaar worden gesteld die iets kan verklaren als er inderdaad te hoge fosfaatwaarden worden aangetroffen. Data ook die vergeleken kan worden met gegevens van andere meren in Europa. Maar zover is het nog lang niet bij het meer van Bolsena. Ongetwijfeld zijn er meer van dit soort voorbeelden te vinden in Europa.

Voor de inwoners die hun eigen metingen hebben uitgevoerd bij het meer van Bolsena, zijn er in Europa gelukkig nog andere wegen te bewandelen. Zij hebben een comité opgericht dat vervolgens bij de Europese Commissie heeft aangeklopt met de eis de regio Lazio haar verplichtingen uitvoert. Op 10 juli 2017 is dit comité ontvangen door een delegatie uit het Europees Parlement en inmiddels is er een zogenaamde ‘infringement procedure’ opgestart, waarbij de Europese Commissie de bevoegdheid heeft om boetes op te leggen.

Vanuit Geonovum zijn wij bezig met het ontwikkelen en helpen toepassen van standaarden om het delen van gegevens mogelijk te maken. Daarom volg ik deze procedure op de voet. Zal er in de nabije toekomst INSPIRE-data beschikbaar komen voor het meer van Bolsena?

Ik volg deze zaak ook omdat het interessant is om te zien hoe meetgegevens van burgers en officiële (meet)gegevens naast elkaar bestaan. Wat doen wij bijvoorbeeld met data van burgers die in Nederland luchtkwaliteit meten? Hoe kunnen wij samen ervoor zorgen dat dit soort waardevolle informatie ook deel kan uitmaken van de publieke data-infrastructuur? Misschien voldoet deze data nog niet altijd aan de criteria die publieke organisaties hanteren, maar als de data helpt oplossingen te vinden voor urgente maatschappelijke vraagstukken, dan kunnen we deze data niet negeren. Dan moeten we daar wat mee.

Werk aan de winkel dus!

Rob van de Velde is directeur van Geonovum

tags: , ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.