zoeken binnen de website

Open brief aan Mariëtte Hamer

door: Daan Rijsenbrij | 2 juni 2021

Uitgangspunten voor een moderne overheid, gezien vanuit het standpunt van een digitale architect

1. De overheid is er voor de burgers, niet andersom
De klant (burger, bedrijf, andere overheidsorganisatie) staat centraal. Dus de dienstverleningsprocessen op uitvoerend niveau met de ondersteunende IT, dienen te worden ontworpen vanuit de behoefte van die klant. Vervolgens dienen die dienstverleningsprocessen en de IT in samenhang te worden gebouwd.

2. Meer aandacht voor de uitvoerende ambtenaren
Daarna komt de cruciale positie van de ambtenaren op uitvoerend niveau. Voor hen dient een eenvoudig beeld te worden gemaakt van de werksituatie waarin zij (gaan) functioneren. Hun werk dient te worden ondersteund door mensvriendelijke IT. Juiste en werkbare discretionaire bevoegdheden dienen te worden ingebouwd en gefaciliteerd door eenvoudige IT-oplossingen.

3. De overheid dient meer ruimte tot initiatief te geven aan haar ambtenaren
De overheid heeft moderne besturingsmodellen nodig die passen in het digitale tijdperk, voor managers op alle niveaus. Zorg voor digitale geletterdheid van alle ambtenaren.

4. Alles draait om data
Voor een groot deel zijn overheidsorganisaties data-fabrieken. Aanvragen bijvoorbeeld (geconcretiseerd met data) worden naast wet- en regelgeving getoetst aan reeds eerder verzamelde data, en vervolgens beantwoord in bijvoorbeeld beschikkingen onderbouwd met data. Dit vereist een datacentrische opbouw van de IT.

5. Het functioneren van de overheid hoort begrijpelijk te zijn
De overheid hoort maximaal transparant te zijn. Combinatie, aggregatie en rapportage van data dient eenvoudig en transparant te geschieden opdat burgers, bedrijven, de Tweede Kamer en het kabinet weten hoe het overheidsapparaat functioneert.

6. De participerende, meedenkende burger
De overheid hoort platformen van alle digitale diensten ter beschikking te stellen die gebruikt kunnen worden door burgers, bedrijven en ambtenaren.
Burgers dienen te worden geënthousiasmeerd om te participeren in het overheidsgebeuren. Zij dienen de ruimte te krijgen om de overheid te helpen en bij te sturen.

7. Rol van de Algemene Rekenkamer
Adviezen van de Algemene Rekenkamer op IT-gerelateerde gebieden zijn niet vrijblijvend. Zij moeten worden uitgevoerd tenzij onderbouwd wordt dat ze niet uitvoerbaar of onwenselijk zijn. Het eindoordeel hierover wordt genomen door de Tweede Kamer.

8. Een zelfredzame overheid
De overheid mag nimmer afhankelijk zijn van externe partijen voor haar informatiehuishouding, noch voor haar IT.

9. Wees duidelijk over IT-verantwoordelijkheden
Bij grote IT-gerelateerde veranderingen dient publiekelijk duidelijk te zijn wie de opdrachtgever, de architect en de opdrachtnemers zijn.

10. Bewaak de centjes van de belastingbetaler
Grote financiële investeringen op het gebied van IT dienen expliciet te worden beoordeeld door het ministerie van Financiën op basis van een kosten/opbrengsten-analyse. Zeker als die trajecten langer duren dan een kabinetsperiode. Het IT-dashboard van de overheid dient eenvoudig en volledig te zijn, zodat IT-onderlegde burgers kunnen meekijken naar de IT-prestaties van de overheid.

Daan Rijsenbrij is architect in the digital world and personal IT-coach

Deze notitie is gebaseerd op zes eerdere notities van in totaal twintig notities over het onderhavige onderwerp. Deze zes notities staan op veel plaatsen op het web, maar kunnen ook bij mij worden opgevraagd: daan@rijsenbrij.eu

reacties: 1

tags:

  • Mr A.F. le Gras #

    3 juni 2021, 21:36

    Helaas, opnieuw formuleert een digitaal architekt uitgangspunten voor een moderne overheid die gebaseerd zijn op een onjuist begrip van de rol van die overheid. Dat de overheid op digitaliseringsterrein nog een lange weg te gaan heeft is wel duidelijk, maar zolang de IT wereld blijkt geeft de essentie van de rol van overheid en de relatie tussen burger en overheid maar niet te willen begrijpen zal de IT zelf deel van het probleem zijn en niet van de oplossing.

    De kern van het probleem zit hem in de definiering van de burger als klant en daaraanvolgend de definiering van de overheid als dienstverlener, zoals Rijsenbrij al in zijn 1e uitgangspunt stelt. Dat lijkt misschien aannemelijk (overheid is er toch voor de burger en niet andersom) maar het is onjuist. De relatie tussen overheid en burger wordt nl bepaald door wetgeving die aanspraken creeert van burgers die de overheid moet honoreren. De overheid verleent dus geen diensten , maar honoreert aanspraken van burgers die gebaseerd zijn op de wet. Dat levert een wezenlijk andere casus op dan de klant/dienstverlener relatie die we in het bedrijfsleven gewend zijn en het vraagt dus ook om een andere procesaanpak, één waarbij het primaat gelegd wordt bij de wettelijke basis en niet bij bv efficiency. Het specifieke probleem bij de overheid is dus dat de wetgeving op grote schaal aanspraken van burgers heeft gecreeerd maar dat de overheid niet heeft gezorgd voor het juiste raamwerk om daar uitvoering aan te geven. Integendeel, zij heeft efficiency- goeroes uit het bedrijfsleven opdracht gegeven deze grootschalige processen naar analogie van de processen in het bedrijfsleven maximaal efficient in te richten in plaats van maximaal rechtmatig. En daar gaat het fout. Een voorbeeld om dit te illustreren.

    De wet verleent aanspraken (op een studielening of toeslag of op het nederlanderschap of wat dan ook) onder voorwaarden. De behandelende ambtenaar is niet alleen gehouden om na te gaan of inderdaad aan alle voorwaarden is voldaan, maar ook om zijn beslissing “gemotiveerd” af te geven, dwz vast te leggen dat aan de voorwaarden wel/niet is voldaan. Dit is noodzakelijk om een kernelement van onze rechtsstaat te waarborgen, nl de mogelijkheid om tegen overheidsbeslissingen in beroep te gaan zodat de rechter de beslissing van de ambtenaar ook weer gemotiveerd kan bevestigen of vernietigen. In dit proces moet elke beslissing op elke aanspraak dus zelf ook voldoen aan de daaraan door de wet gestelde eisen. Dit stelt heel andere eisen aan het proces dan een “bedrijfsmatig maximaal efficient” proces kan bieden, al was het alleen maar omdat in de laatste altijd een bepaald percentage collateral damage wordt geaccepteerd terwijl we in de relatie tussen overheid en burger nu juist geen collateral damage kunnen en willen accepteren. De toeslagenaffaire heeft dat scherp aan het licht gebracht.

    Als IT derhalve echt een deel van de oplossing wil zijn, zal ze zich diepgaand in de specifieke aspecten van de burger/ overheidsrelatie moeten verdiepen. Doet ze dat niet dan blijft ze een deel van het probleem.

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.