Slecht plan

Marc van Opijnen

door: Marc van Opijnen, 28 juni 2018

Een maand voor de eeuwwisseling begonnen rechters met het publiceren van belangwekkende uitspraken op Rechtspraak.nl. Sindsdien is er regelmatig discussie ontstaan over de vraag of niet álle uitspraken op internet zouden moeten worden geplaatst. Die discussie wordt meestal aangezwengeld door principiële staatsrechtgeleerden, open-data-evangelisten, mensen met een diepgeworteld wantrouwen tegen rechters, of journalisten die denken dat daarmee elke waan-van-de-dag-vraag kan worden beantwoord.

In mijn leven heb ik regelmatig de barricades bestormd, en voor een column is dat natuurlijk ook wel zo leuk, maar twintig jaar ervaring met de publicatie van rechterlijke uitspraken, inclusief proefschrift, hebben mij gesterkt in de mening dat het beter kan blijven zoals het is. Ik loop even wat argumenten met u langs.

Allereerst het misverstand rond het begrip ‘openbaarheid’. Rechtspraak in Nederland is openbaar. Dat wil zeggen: zittingen zijn (in beginsel) voor iedereen toegankelijk en de uitspraak moet altijd in het openbaar worden gedaan. Dat hebben we zo geregeld om de rechterlijke macht te kunnen controleren en geheime vonnissen te voorkomen. Nu is even ‘een zitting bijwonen’ niet zo eenvoudig als het zou moeten zijn en niet alle vonnissen worden van A tot Z voorgelezen, maar er zijn uitgebreide persrichtlijnen en het recht om uitspraken in individuele zaken op te vragen is in de wet geregeld. Maar volgens de Grondwet en internationale verdragen wil ‘openbare rechtspraak’ níet zeggen dat alle uitspraken tot in de eeuwigheid op internet te vinden moeten zijn.

Misleidende statistiek

Voorstanders van ‘alles publiceren’ schermen graag met het feit dat slechts zo’n 2,5 procent van de rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd. Ja, rekenkundig klopt dat wel, maar dit argument maakt misbruik van het begrip ‘gemiddeld’. De vier hoogste rechters in ons land – de Hoge Raad, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven – publiceren ál hun uitspraken: 100 procent. En de gerechtshoven en de rechtbanken publiceren ongeveer 20 procent van alle uitspraken van de meervoudige kamer; dat zijn zaken die juridisch ingewikkeld zijn, grote maatschappelijke impact hebben of om grote financiële belangen draaien. Wat resteert zijn honderdduizenden verstekvonnissen inzake geldvorderingen, beschikkingen in familiezaken, zaken die om administratieve redenen niet-ontvankelijk worden verklaard, mondelinge uitspraken in politierechterzaken, et cetera.

Er is jarenlang een stijgende lijn geweest in het aantal gepubliceerde uitspraken. Zo lang heeft het geduurd voordat alle rechters ervan waren doordrongen dat belangrijke zaken op Rechtspraak.nl moeten staan. Het is veelzeggend dat die cijfers nu al een paar jaar stabiel zijn. Kennelijk is er nu een soort overeenstemming over wat wel en niet het publiceren waard is.

Onderzoek?

Op Rechtspraak.nl staan nu zo’n half miljoen uitspraken. De zoekmachine is helemaal niet slecht, maar het vereist heel wat behendigheid en geduld om de uitspraken te vinden die voor jou van belang zijn. Zou alles zijn gepubliceerd, dan hadden er nu 30 miljoen uitspraken in deze databank gestaan. 30 miljoen. Zoekt u even mee?

Voorstanders voeren graag aan dat je met ‘alle’ uitspraken interessant onderzoek zou kunnen doen, bijvoorbeeld naar verschillen in afhandeling van zaken tussen verschillende rechtbanken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Handmatig turven van dergelijke hoeveelheden is onbegonnen werk, en: ‘Daar we tegenwoordig toch kunstmatige intelligentie voor!’, wordt alleen geroepen door mensen die geen flauw benul hebben van hoe dat werkt.

Maar een half miljoen uitspraken, daar moet je toch al heel interessante dingen mee kunnen doen? Al was het maar bewijzen dat dat half miljoen niet genoeg is. Maar ondanks twintig jaar lang roepen dat alle uitspraken gepubliceerd moeten worden om er ‘interessant onderzoek mee te doen’ heb ik nog vrijwel geen enkel serieus ‘big data’ onderzoek gezien dat gebruik maakt van de huidige, toch ook niet onaanzienlijke dataset.

Kaf en koren

De databank van Rechtspraak.nl wordt vooral veel gebruikt door juristen uit wetenschap en praktijk. Als ik hen vraag wat zij vinden van het publiceren van ‘alle uitspraken’, klinkt er luid en unisono: ‘Nee, asjeblieft niet, op die hooiberg zitten we niet te wachten!’ Rekent u even mee? Elk jaar worden er zo’n 40.000 uitspraken toegevoegd aan de databank. Dat zijn er iedere werkdag zo’n 150. Niet iedereen leest alles, maar een advocaat die is gespecialiseerd in vreemdelingenrecht krijgt, om een beetje bij te blijven op zijn vakgebied, iedere week zo’n 35 nieuwe uitspraken voor z’n kiezen. Met juridisch fingerspitzengefühl en wat selectief en diagonaal lezen kan hij dat misschien net bijbenen. Zouden echter alle uitspraken worden gepubliceerd dan krijgt deze advocaat opeens een kleine 600 uitspraken per week te verstouwen, rijp en groen door elkaar. Elke week weer.

Dan kunnen de principiëlen wel vinden dat alles op internet moet, maar de gemiddelde advocaat, rechter, student, academicus of bedrijfsjurist zit echt niet op die stortvloed te wachten. Ze zijn dik tevreden met de selectie die de rechtspraak voor ze maakt.

Er zijn enkele landen (vooral in Oost-Europa) waar wel alle uitspraken worden gepubliceerd: Roemenië, Bulgarije, Republiek Noord-Macedonië, Slovakije, Litouwen, Letland en Rusland. De gedachte daarachter was dat de rechtspraak daarmee controleerbaar zou worden en corruptie uitgebannen. Het blijkt echter volstrekt nutteloos: niemand is in staat om effectief onderzoek te doen in die miljoenen ongestructureerde documenten, en voor de dagelijkse rechtspraktijk hebben deze databanken nauwelijks waarde.

(Een belezen lezer zou mij nu kunnen vragen: “Maar heb jij niet in je eigen proefschrift bewezen dat een computeralgoritme het kaf van het koren kan scheiden, met andere woorden: uitspraken kan rangschikken naar hun bijdrage aan de rechtsvorming?” Ja, dat is juist opgemerkt, maar daarmee zijn de zoekproblemen nog niet opgelost en ook de hieronder genoemde bezwaren niet weggenomen.)

Al het menselijk leed

Bent u wel eens met de rechter in aanraking geweest? Zo nee, dan wilt u dat waarschijnlijk graag zo houden. Zo ja, dan was dat vast niet vrijwillig en voor uw plezier. Want met de rechter krijg je te maken als je in dichte mist een fietser hebt aangereden, of als je zoon vanaf z’n zolderkamertje een bank blijkt te hebben gekraakt, of als je dochter is aangerand, of als je met je ex in een vechtscheiding bent beland, of als je nieuwe buurman je wakker houdt omdat hij een Airbnb-pension is begonnen, of als je bent ontslagen omdat je op Facebook iets over je manager zei wat je beter voor je had kunnen houden, of als je door financiële consequenties van dat alles in de schuldsanering bent beland.

De behandeling van al die zaken is openbaar, maar het blijft toch binnen de intimiteit van de rechtszaal. Je recht op privacy garandeert dat jouw persoonlijke ellende niet tot in den eeuwigheid voor iedereen te lezen blijft. Daarom zijn er uitgebreide en gedetailleerde anonimiseringsrichtlijnen, die voorschrijven wat wel en niet in de openbaarheid mag. Dat anonimiseren is een tijdrovend proces. Het wordt weliswaar met software ondersteund, maar volledig automatisch kan het niet, onder meer omdat in veel uitspraken gegevens voorkomen die op het eerste gezicht geen persoonsgegeven lijken te zijn maar – al dan niet in samenhang met andere bronnen – toch kunnen verraden over wie het gaat. Er zijn genoeg mensen die willen weten wie in welke rechtszaken is betrokken, inclusief alle details. Wist u dat de meest gelezen uitspraken op Rechtspraak.nl niet de spitsvondige hoogstandjes van de Hoge Raad zijn, maar de bloederige moordzaken, serieverkrachtingen, familiedrama’s en kindermisbruikzaken? Kennelijk valt er voor de liefhebbers van het genre dankzij de gedetailleerde beschrijving van de bewijsmiddelen genoeg te genieten.

Zorgvuldigheid in de anonimisering is dus vereist, en anonimiseren van alle uitspraken kost al snel vele miljoenen per jaar. Dat is belastinggeld dat op dezelfde begroting ook kan worden gebruikt voor verlaging van de griffierechten, verhoging van de vergoedingen voor advocaten die rechtsbijstand verlenen aan on- en minvermogenden, meer kinderrechters of betere ICT voor de politie.

Geen noodzaak

Wij vertrouwen het de rechter toe om knopen door te hakken als niemand anders dat kan, wil of mag. Om toezicht te houden op de uitvoering van die taak hebben we een heel scala aan middelen ontwikkeld, waaronder publicatie van uitspraken die – vanwege hun juridische of maatschappelijke relevantie – ook van belang zijn voor anderen dan de in het conflict betrokken partijen.

Publicatie van álle rechterlijke uitspraken dient echter geen enkel redelijk doel, het kost handenvol geld en het zal de toegang tot het recht eerder verslechteren dan verbeteren.

Marc van Opijnen is adviseur rechtsinformatica bij het Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (BZK/UBR/KOOP).

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.