Smart stedenbouw maakt heimats

Jan-Willem Wesselink

door: Jan-Willem Wesselink, 11 april 2018

De smart city heeft geen nieuwe stedenbouwers en planologen nodig, maar professionals die begrijpen dat technologisering het nieuwe normaal is. En dat dat ook hun vak ingrijpend heeft veranderd. Een inleiding in de nieuwe stedenbouw in zes principes.

De verandering: we zijn altijd verbonden

Voor het eerst in het bestaan van de mensheid zijn we altijd met alles en iedereen verbonden. We wennen daar snel aan, maar het is natuurlijk erg bijzonder. Zeker voor planologen en stedenbouwers.

Principe 1 – De exclusiviteit van de plek is weg

De allerbelangrijkste verandering voor stedebouwers en planologen is dat je niet meer ergens moet zijn. Alles kan overal. Maar wat ontwerp je nog en voor wie, als er geen noodzaak meer is om er te zijn?

Principe 2 – Ergens zijn, is een keuze

Als ik alles overal kan doen, ben ik nog steeds ergens. Op een plek. En dat is dan een keuze. Er is geen noodzaak om er te zijn. En dus zijn we op plaatsen waar we willen zijn. Omdat ze betekenisvol zijn, identiteit hebben.

Principe 3 – Wat overblijft, moet ‘heimat’ hebben en niet te vervangen zijn door internet

Het enige dat overblijft in de stad, is datgene waar internet nooit een vervanging voor kan zijn. Een mooi park bijvoorbeeld of een museum. De bioscoop. Een terras op een historisch plein. Thuiskomen in je eigen straat. Betekenis wordt soms verward met belevenis. Dat klopt niet. Identiteit is veel eerder wat Duitsers bedoelen met het begrip ‘heimat’.

Principe 4 – Alles wordt flexibel

Doordat we alles overal kunnen, worden we steeds flexibeler. Die flexibiliteit heeft ook ruimtelijke gevolgen, maar heel ingrijpend zijn die vooralsnog nog niet. Hoewel de opkomst van flexwerken tot een drastische afnamen van kantoorruimte leidt. Dat gaat geleidelijk, maar gebeurt wel. En de opkomst van festivals gaat misschien niet ten koste van iets, of het moeten de dancings zijn.

Principe 5 – Voorspel de stad

Steden en dorpen bestaan (ook nu al) uit systemen. Die systemen laten zich voorspellen. Een voorbeeld is het verkeer, dat is een stedelijk systeem dat zichzelf reguleert (iedereen kent de groene golf), maar ook door bijvoorbeeld Google Maps worden er voorspellingen gedaan. En wat voor het verkeer geldt, geldt voor tal van andere aspecten van het stedelijk leven. Komt er naast predictive policing ook predictive urbanism?

Principe 6 – Werk met nieuwe publieke waarden

We zijn eraan gewend dat we ethiek vertalen in de ruimtelijke ordening. Externe veiligheid is een goed voorbeeld. Of luchtkwaliteit. Technologisering stelt ons voor nieuwe ethische dilemma’s en leidt tot nieuwe publieke waarden die hun plaats moeten vinden in het ontwerp. Die zijn mooi beschreven in het rapport ‘Opwaarderen. Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving’, van het Rathenau Instituut. Daarbij gaat het over privacy, veiligheid, rechtvaardigheid, autonomie, controle over technologie en machtsevenwicht. Dat leidt allemaal tot de belangrijkste vraag: wat is menselijke waardigheid in de smart city. Vrij vertaald: hoe efficiënt willen we leven? Of hebben we ook recht op imperfectie, rommeligheid en verspilling van onze leefomgeving? Al deze publieke waarden zijn rekbaar. Privacy of recht op imperfectie is geen absoluut gegeven. Het is aan ontwerpers en bestuurders om daar keuzes in te maken.

En juist het feit dat er te kiezen valt, laat zien dat er ontworpen kan en moet worden. En dat ontwerpers meer dan ooit nodig zijn. Wat zij kunnen dit.

Lees hier een uitgebreide versie van dit artikel.

Jan-Willem Wesselink is Kwartiermaker bij Future City, het eerste smart city platform dat zich focust op de vraag van de stad.*

tags:

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.