zoeken binnen de website

Stap in die achtbaan

Arne van Hout, voorzitter Taskforce Samen organiseren

door: Quita Hendrison | 21 november 2019

Staan we als gemeenten en breder nog, als gehele overheid voor een grote omwenteling? Ja, bevestigt Arne van Hout, de nieuwe voorzitter van de Taskforce Samen organiseren en gemeentesecretaris van Nijmegen. Maar weten we wel wat dat inhoudt? 
Nee, luidt het even stellige antwoord.

Arne van Hout

Beeld: Marcel Krijgsman/De Beeldredaktie

Dit is het eerste interview dat Van Hout geeft sinds zijn aantreden – per 1 juni – als nieuwe Taskforcevoorzitter. Samen organiseren is de beweging die moet zorgen dat gemeenten samen werken aan één krachtige lokale overheid, waarin alles voor de burger sneller, beter en eenvoudiger is geregeld. Aan de Taskforce de taak om die beweging te laten vliegen. “Tot nu toe heb ik de publiciteit bewust afgehouden. Ik ben drie maanden bezig geweest om te bekijken wat precies de vraagstukken zijn waarmee we ons vanaf nu bezig moeten houden. Ik ben ervan overtuigd dat wat we met samen organiseren doen een cruciale beweging is om onze processen beter te maken en om weerbaarder te worden naar de toekomst; om niet afhankelijk te worden van de grote techbedrijven. Daar geloof ik in. En tegelijkertijd schrok ik hoe weinig ik wist. In hoofdlijnen wist ik wel wat er binnen de Taskforce gebeurt, maar als je me vroeg: wat wordt op het gebied van digitalisering dé omwenteling die jouw stad, jouw organisatie gaat meemaken en wanneer vindt die ongeveer plaats? Dan had ik daar niet zo één-twee-drie een antwoord op. Raar, want het is een van de fundamentele wijzigingen waar we in ons werk mee te maken krijgen. Ik denk dat we er nu met z’n allen achter moeten komen wat die omwenteling precies is; hoe hard die gaat en vooral ook of we allemaal wel even hard gaan. Daar hebben we heldere verhalen voor nodig.” En metaforen. Van Hout bedenkt er ter plekke zelf één. “Het is als een achtbaan waarmee je het donker in schiet. Je weet dat je alle kanten op geslingerd gaat worden, maar welke kant op, dat weet je niet precies. Maar we hebben wel vertrouwen in het karretje waar je in zit, het materiaal. Want dat hebben we met elkaar goed gefabriceerd. En we maken de rit samen en zitten die uit tot het einde. Ook al weten we niet exact waar dat eindpunt ligt.”

Onwetendheid

Van Houts grootste punt van zorg is – om maar even bij zijn beeldspraak te blijven – dat lang niet iedereen is ingestapt voor die rit in de achtbaan. “Je hebt de koplopers, die zijn actief, hebben een toekomstvisie, zijn aan het ontwikkelen, maar daarachter komt een hele tijd niks. Ik ben die achterban actief aan het opzoeken; mijn collega-secretarissen van de 50-, 60-duizend-inwonersgemeenten. Waar er zo veel van zijn. Die hebben vaak geen idee. Hoe dat komt? Ik denk dat we ons er meer rekenschap van moeten geven dat we de juiste discussies op de juiste tafels leggen. Wij, VNG, VNG Realisatie, maken van die hele digitalisering en dat samenwerken grotendeels een bestuurlijke discussie. Maar dit gaat over samenwerken op het terrein van het goed inrichten van de werkprocessen en technieken. En daar zijn wij, de ambtenaren van. Mijn beroepsgroep, maar ook bijvoorbeeld de CIO’s, moet meer lef tonen: de ambtelijke borging is nu het belangrijkst. Het is aan ons om die te verbreden. Want we komen er niet als een hele grote groep niet aangehaakt is. Daar heb ik wel zorgen over. De reden voor die onwetendheid? Er zit veel ongemak op het onderwerp. Het is ingewikkeld. En wij zijn er meester in om de discussies die spelen in techniek te vertalen. Ik hoor ook in de Taskforce: ‘ik zit allerlei stukken te bestuderen vol technische zaken en moet beslissen over dingen waar ik helemaal geen verstand van heb’. De techniek is hartstikke belangrijk, maar het domineert te veel de agenda. Andere discussies vergeten we te voeren. Bijvoorbeeld of we echt vinden dat we zaken in de uitvoering gelijk moeten laten lopen, zeker waar het gaat over gegevens en processen die steeds vaker gemeente-overschrijdend zijn. Je denkt dat iedereen zich daar inmiddels wel van bewust is. Nee dus.

De techniek is hartstikke belangrijk, maar het domineert te veel de agenda

Bij veel gemeenten gaat het zo: als er een vraag komt op het thema van de ICT, dan wordt die doorgeschoven naar de mensen die daarover gaan in de organisatie. Grote gemeenten hebben een CIO, die kunnen daar nog wat mee kan. Maar de meeste gemeenten hebben geen CIO. Dan kom je in een laag terecht waar heel veel trots zit, waar mensen zijn die vele jaren voor een gemeente werken en die de hele ICT-omgeving mee ontworpen hebben. Die gaan dat niet afbreken, en dat kun je ook moeilijk van ze vragen. En toch is het van belang dat we met elkaar die eenduidigheid en eenheid krijgen. Waar ik lijn in wil brengen is; wat zijn de topmanagementvraagstukken, wat de bestuurlijke vraagstukken en wat is van de uitvoering. Dus wat leggen we bij wie neer zodat dit verder komt. Wat mij betreft hoort daar ook bij dat er meer ontspanning komt in de driehoek Taskforce, VNG, College van Dienstverleningszaken. De Taskforce werd een soort voorportaal voor het College. Alles gaat eerst naar ons, wat vinden wij ervan, en dan naar het College. Maar de opdracht voor de Taskforce is: zorg ervoor dat die beweging breed is en gaat bewegen. Dat is wat anders dan wees voorportaal voor een bestuurlijke commissie. Ik snap wel waar dat vandaan komt en dat dat in de opbouw ook nodig was; om grip te houden en te waarborgen dat bestuurders op de juiste manier geadviseerd worden. Maar daardoor ontstond er een gesloten kring. Ik wil dat openbreken en de beweging aanjagen. Dat laatste is immers de initiële rol van de Taskforce.”

Etalage

Van Hout heeft wel een idee hoe dat zou moeten. Wat hemzelf betreft: op pad gaan, praten met mensen, de boel breder trekken door koplopergroepen te ‘injecteren’ met niet-koplopers die je anders niet hoort of ziet. Maar ook wat gaan doen, met die koplopers en met VNG Realisatie. “Ik wil drie soorten projecten in de etalage zetten. Eén hele praktische, zoals de stembureau-app. Een handig ding waar je meteen lol en resultaat van hebt. Zodat iedereen ziet: dat ding helpt ons en dat komt uit die beweging samen organiseren. Daarnaast een project met veel impact; waarvan iedereen weet dat als we het niet samen organiseren, dan komen we er niet uit. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een project rond de Omgevingswet. En als derde een breder thema waarin zowel het bestuurlijke, het management- als het uitvoeringsvraagstuk helder is en de onderlinge samenhang. Dan denk ik aan iets in het sociaal domein, waarmee je laat zien dat het met behoud van eigen beleidsvrijheid voordelen oplevert om de dienstverlening in verschillende gemeenten hetzelfde in te richten. Op het gebied van gegevensuitwisseling, privacybescherming, werkprocessen. Dat dat beter is voor de burger, de eigen organisatie en voor de partners in de keten die vaak gemeentegrensoverschrijdend werken. Drie business cases waarmee je kunt bewijzen dat het werkt. Dat je kunt zeggen als iemand vraagt, wat is samen organiseren: nou dat!”

“Laat ik erbij zeggen dat ik niks wil afbreken van wat er is opgebouwd; ik wil er wat naast zetten. En zorgen dat de bestuurders met de bestuurders praten, de managers met de managers en de techneuten met de techneuten. Iedereen over vraagstukken die hem of haar aangaan en ieder met de eigen dilemma’s. Als we maar wel van elkaar weten waar we mee bezig zijn. Ik hoeft niet precies te snappen hoe een API werkt, maar ik moet wel weten dat API’s mij helpen om gegevens te ontsluiten. Als ik dat verhaal kan vertellen, kan ik ook die ICT’ers in de organisatie die nog niet zo enthousiast zijn over de omwenteling uitleggen waarom het belangrijk is om deze beweging te maken.”

Verkokerd Rijk

De ambitieuze Taskforce-voorzitter – die overigens een opvallend relaxte indruk maakt – wil het niet bij de gemeenten laten. “Het zou fijn zijn als gemeenten op één lijn zitten. Maar het stoere verhaal is dat de gehele overheid op één lijn moet komen. Deels gebeurt dat al, bijvoorbeeld met het Kadaster dat de software voor de Omgevingswet beschikbaar stelt. Maar het moet veel beter. Als wij als gemeenten steeds meer de eerste overheid worden voor de burger, vooraan in de frontlinie staan, dan doen we dat voor de héle overheid. Dus moeten we met de hele keten die processen afstemmen en die gegevensuitwisseling organiseren. Maar daar botst het. Wij gemeenten zijn sterk in integrale dienstverlening, we willen onze inwoners in de volle breedte helpen, en sterk in integrale advisering aan ons bestuur. De gemeentelijke organisatie adviseert immers het college van wethouders, een collectief. De Rijksoverheid is zo georganiseerd dat elk ministerie de eigen minister ondersteunt. Daar wordt integraliteit niet gewaardeerd. Dus wij spreken elkaars taal niet. De op integraliteit ingerichte gemeenten, ontmoeten een Rijksoverheid die volstrekt verkokerd is. Ik denk dat daar verbreding op moet komen en het besef dat er over de departementsgrenzen heen gewerkt moet worden. Bijvoorbeeld als we praten over gegevensuitwisseling of eenduidige werkprocessen. Dan zou het fijn zijn als je één Rijksoverheid treft en praat met degene die over die gegevensuitwisseling gaat en niet met veertien ministeries die het allemaal op een andere manier doen of het eerst onderling nog eens moeten worden. Het valt me op hoe wij als gemeenten en Rijksoverheid elkaar op onderdelen vaak meer naar het leven staan dan dat we kijken hoe we het samen aan kunnen pakken. Daarom moeten we de contacten, ook de ambtelijke contacten tussen gemeenten en Rijk intensiveren. Niet op de dossiers, want daar ontmoeten we elkaar wel, maar juist op het systeem.”

Een pittige ‘bijbaan’ voor een man die de hoogste ambtenaar is van de tiende gemeente van Nederland, er nog een paar bestuursfuncties bij heeft (onder meer bij het theater in zijn woonplaats, waar hij ook in het koor zingt) en bijvoorbeeld ook op de school van zijn drie kinderen de sportdag begeleidt. “Ik wil per se voor de overheid werken, zinvol zijn, de samenleving verder helpen. Misschien dat het daarom helemaal niet druk voelt.”

Dit artikel staat ook in iBestuur magazine 32

reacties: 2

tags: ,

  • Marcel Krassenburg #

    25 november 2019, 12:15

    Beste Arne,

    Heel goed om de doelen van de Taskforce breder te stellen dan alleen techniek. En ook heel praktisch om met drie verschillende soorten projecten de etalage te willen vullen. Een aandachtspunt is dat de huidige inzet zich sterk richt op overheidsdienstverlening, de burger als klant. Maar er ligt ook een grote opgave voor de Open Overheid, digitale democratie en het beter betrekken van de maatschappij bij “het gezamenlijk werken aan de vraagstukken van de stad”. Zie b.v. het recente Rathenau rapport www.rathenau.nl/sites/default/files/2019 .

    Mag ik een lans breken voor een project over vernieuwing van raadsinformatie als een van de drie projecten? Het is ook een domein waar naast de klassieke RIS’en nog heel veel nieuwe applicaties nodig zijn.

    Veel succes met het werk vanuit de Taskforce!

  • Carolien Nicolai - Gebruiker Centraal #

    27 november 2019, 15:04

    Van 18 tot 20 november organiseerde Gebruiker Centraal de INTERNATIONAL DESIGN IN GOVERNMENT CONFERENCE in Rotterdam. Een van de keynote sprekers was Francis Maude, destijds in Engeland verantwoordelijk voor de totstandkoming van het overheidsbrede Government Digital Service.: “The aim was consolidating internal IT and replacing several Government websites with a single web hub: GOV.UK.”

    Veel Nederlandse deelnemers aan dit congres slaakten de verzuchting: wie wordt onze Frances Maude? Wanneer wordt het in ons land mogelijk om een dergelijke stap te zetten? Weg met al die geïsoleerder activiteiten in kokers en eilandjes en departementen en gemeenten en ga zo maar door.

    Dit sluit dus helemaal aan bij de woorden van de nieuwe Taskforce voorzitter. Frances Maude zei het anders….“Let’s ** do it”!

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.