zoeken binnen de website

De beproeving van de GDI

door: Marieke Vos | 26 mei 2016

‘The proof of the pudding is in the eating’, zoals de Engelsen zeggen, en dat geldt ook voor de voorzieningen van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Gemeenten ondervinden nu hoe de voorzieningen werken in de praktijk.


De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) legt de basis voor de digitale transformatie van de Nederlandse overheid, zo is te lezen op de website van de Digicommissaris. De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen, zoals de basisregistraties, DigiD en Digipoort. De digitale transformatie betekent voor gemeenten het realiseren van de ambities die ze verwoorden in de Digitale Agenda 2020, want door de GDI te gebruiken werken ze steeds meer digitaal, via collectieve voorzieningen, als één efficiënte overheid.

Samen werken aan de Digitale Agenda 2020

In juni 2015 gaven de leden van de VNG groen licht voor de Digitale Agenda 2020. Drie ambities werden geformuleerd: de overheid staat open en transparant in de participatiesamenleving, werken als één efficiënte overheid en massaal digitaal – maatwerk lokaal. Gemeenten en hun partners, zoals uitvoeringsorganisaties, zijn met ondersteuning van VNG/KING samen bezig om deze ambities te realiseren. In deze serie artikelen geeft VNG/KING een beeld van wat er speelt.

VNG/KING ondersteunt gemeenten bij het benutten van de GDI en is daarnaast betrokken bij de doorontwikkeling ervan. Nu de GDI door gemeenten wordt gebruikt wordt niet alleen duidelijk wat men ermee kan in de praktijk, maar komen ook aanvullende wensen naar voren. Zoals het breder benutten van MijnOverheid. De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) is samen met VNG/KING en het Kloosterhoeveberaad doende om deze voorziening geschikt te maken voor transacties. Dat doet men in de pilot Digitale Verhuisservice. Als deze slaagt dan kunnen mensen straks via MijnOverheid hun verhuizing doorgeven. Dat bericht komt vervolgens terecht bij de gemeente waar men naartoe verhuist, deze controleert het en past de Basisregistratie Personen (BRP) aan. Marcel van Zon, projectleider van de pilot, zegt dat het technisch gezien vrij eenvoudig is om MijnOverheid van deze nieuwe functie te voorzien. “De complexiteit ligt in de juridische consequenties. MijnOverheid neemt straks gegevens af van de BRP en dat mag niet zomaar. Dat blijkt een complex juridisch vraagstuk dat nu helemaal wordt uitgekauwd. Dan gaat het over de wettelijke kaders en over het systeem van verrekening, want de afnemer betaalt. En wie is in dit geval de afnemer? Hier zijn we nog wel even mee bezig. Maar als het lukt, dan maken we een hele grote stap in de gemeentelijke dienstverlening. Want dan kunnen we MijnOverheid voor meer transacties gebruiken.”

Alle gegevens op één plek

De gemeente Steenbergen laat zien wat er mogelijk is als je de voorzieningen van de GDI goed benut: als eerste gemeente in Nederland gebruikt Steenbergen een centrale WOZ-administratie (Waardering Onroerende Zaken). Deze is gekoppeld aan externe en interne registraties, zoals de bevolkingsregistratie, het Nieuwe Handelsregister van de Kamer van Koophandel, het Kadaster, de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Met dit systeem heeft de gemeente één plek waar alle actuele gegevens staan die ze nodig heeft voor de WOZ-processen. Johan Klink, teamcoach Informatievoorziening en Automatisering van de gemeente: “We wilden in 2004 al zo’n gegevensmagazijn voor onze processen, maar toen waren de standaarden om te koppelen er nog niet. In 2011 zijn we opnieuw gaan zoeken. Via best value procurement kwamen we uiteindelijk uit bij een combinatie van twee aanbieders, Vicrea en Tog Nederland. Toen konden we onze WOZ-administratie gaan inrichten.” De gemeente gelooft stellig in eenmalige vastlegging en hergebruik van gegevens, zegt hij. Makkelijk te realiseren bleek zo’n centraal gegevensmagazijn echter niet: “We hebben oude applicaties die we willen koppelen aan het gegevensmagazijn, maar waarvan de koppelingen niet goed zijn ontwikkeld. Standaarden bleken niet zo standaard dat we dat makkelijk konden doen. Daarnaast is het heel belangrijk dat onze medewerkers het centrale gegevensmagazijn gebruiken en niet, zoals voorheen, data in eigen bestanden bijhouden. Eén registratie invoeren klinkt gemakkelijk, maar het ging met vallen en opstaan. Het kostte ons een jaar, maar nu werkt het.”
Steenbergen wilde zo’n centrale WOZ-administratie omdat het haar processen sneller maakt en ze er fouten mee voorkomt. Linda van Gastel, WOZ-coördinator en BAG-beheerder bij de gemeente: “Voorheen deden we veel handmatig. Ik hield de WOZ-administratie bij en paste bij bijvoorbeeld een verhuizing de gegevens van de eigenaar van een pand aan. Nu krijgen we vanuit de basisregistraties automatisch een bericht als iets moet worden aangepast en dat werkt een stuk sneller. Als een inwoner vandaag een verhuizing doorgeeft, dan kan hij volgende week de WOZ-aanslag al krijgen.” De WOZ-administratie is de opmaat voor meer, vertelt Klink. Steenbergen wil uiteindelijk voor alle gemeentelijke processen werken met één centraal gegevensmagazijn. Klink: “Eind 2017 willen we dit gerealiseerd hebben.”

Meer samen doen

De GDI is landelijk ontwikkeld en gemeenten gebruiken de voorzieningen nu om er hun eigen toepassingen mee te bouwen. Dat zou echter ook landelijk georganiseerd mogen worden, vinden ze in Steenbergen. Klink: “Wij hebben nu een WOZ-administratie, maar waarom moeten 390 gemeenten dat elk voor zich realiseren? Het proces is voor iedereen hetzelfde.” Meer samenwerking is niet alleen wenselijk vanuit kostenoogpunt, maar ook omdat ICT steeds complexer wordt. Klink: “Vroeger werkten we per dienst of afdeling en als er dan iets veranderde in een systeem dan bleef het effect beperkt. Nu heeft een verandering implicaties in de hele keten. Het is gigantisch complex geworden. Alle gemeenten zijn nu volop bezig met de decentralisaties. De Omgevingswet komt eraan, met die implementatie zijn we tot 2020 zoet. Het stapelt zich op en op een gegeven moment houdt het op voor gemeenten. Collectieve voorzieningen als de GDI helpen ons wel, maar we zullen nog meer samen moeten doen.” Van Zon onderschrijft dat: “Gemeenten willen meer samen doen, uniformeren en digitaliseren en daarmee de burger beter bedienen.”
De tijd lijkt rijp voor meer samenwerking tussen gemeenten, ook op het gebied van ICT. Dat dat heel succesvol kan zijn toonde de collectieve aanbesteding voor mobiele communicatie aan. Gemeenten zetten nu een stap verder, want VNG/KING verkent de mogelijkheden om gemeentelijke ICT-voorzieningen (meer) collectief te organiseren. Naast een GDI zou er dan een GGI kunnen ontstaan: Gemeenschappelijke Gemeentelijke Informatievoorzieningen. In dat kader past ook het onderzoek naar datacenters dat VNG/KING momenteel uitvoert en de diverse initiatieven die worden ontplooid voor gezamenlijke inkoop (zoals voor telefonie).

Doorontwikkeling van de GDI

In de doorontwikkeling van de GDI hebben gemeenten nadrukkelijk een rol, zegt Digicommissaris Bas Eenhoorn. Toen de rijksoverheid enkele jaren geleden begon met de uitrol van de bouwstenen die nu de GDI vormen hadden veel gemeenten het idee dat het over hen werd uitgestort. “De GDI is er omdat we willen dat Nederlanders op een eenduidige manier met de overheid kunnen communiceren, ongeacht de gemeente waarin ze wonen. Maar het is niet zo dat de rijksoverheid dit oplegt en gemeenten ermee confronteert. We hebben het samen besloten en zijn ook met zijn allen verantwoordelijk voor de doorontwikkeling ervan.” Eenhoorn benadrukt dat hij digicommissaris is voor álle overheden, dus ook voor gemeenten. Wat hem betreft mogen gemeenten zich meer laten horen, zeker nu ze bij de toepassing van de GDI ondervinden waar in de praktijk behoefte aan is: “Zodat MijnOverheid ook voor transacties gebruikt kan worden. Zodat er een BerichtenBox komt waarin burgers ook berichten naar de overheid kunnen sturen. Dat soort dingen kunnen gemeenten via de VNG op de agenda zetten. Ze hebben een stem tot in de ministeriële commissie.”
De doorontwikkeling van de GDI heeft een sterke stem van gemeenten nodig, benadrukt Eenhoorn. Ook voor de financiering ervan, want die is nog steeds niet structureel geregeld, zoals hij zelf regelmatig in zijn blogs benoemt. “We hebben de GDI eenmaal vanuit het Gemeentefonds gefinancierd, maar dat is geen structurele oplossing. De VNG-commissie Dienstverlening en Informatiebeleid denkt actief mee over vormen van structurele financiering van de GDI. In dit licht vind ik het een majeure ontwikkeling dat er nu een akkoord is gesloten tussen het ministerie van I&M en de VNG over de financiering van de Omgevingswet. De gekozen verdeling kan veel betekenen voor de manier waarop we de GDI gaan financieren.” Structurele financiering is nodig voor het onderhoud maar vooral ook voor de doorontwikkeling van de GDI. Deze infrastructuur zal de komende jaren aangepast en uitgebreid worden, naargelang de behoefte vanuit de uitvoering. Daar ligt een belangrijke rol voor gemeenten, omdat zij als geen ander binnen de overheid ervaren hoe de GDI in de uitvoering werkt.

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.