Het onderwijs alleen kan digitale kloof niet voorkomen

door: Remco Pijpers, 7 mei 2018

De verschillen tussen jongeren in digitale vaardigheden zijn groot. Te groot. Door digitale geletterdheid een vaste plaats te geven in het curriculum voorkomen we dat die verschillen verder groeien. Dat is de hoop, althans. Gaat het lukken? Remco Pijpers van stichting Kennisnet kijkt vooruit.

digitaal onderwijs

Er is geen digitale kloof tussen jeugd en volwassenen. Er zijn verschillen in digitale vaardigheden tussen jongeren onderling. Beeld: Shutterstock

Het beeld van de digitale jeugd was lange tijd rooskleurig. Jongeren stonden te boek als de ‘digital natives’: autochtonen in de wereld van digitale technologie, van nature uitermate digitaal vaardig. Dit in tegenstelling tot de ‘digital immigrants’ – de volwassenen die niet met digitale technologie zijn opgegroeid.

Inmiddels weten we beter. Er is geen digitale kloof tussen jeugd en volwassenen. Er zijn verschillen in digitale vaardigheden tussen jongeren onderling. En die verschillen stemmen zorgelijk.

Wat zien we in de Monitor Jeugd en Media 2017 van stichting Kennisnet?
- Een meerderheid van de tieners lukt het niet een zoekopdracht op internet naar behoren uit te voeren.
- De kleine groep kinderen die er wel in slaagt informatie op internet te verzamelen, beoordelen en te verwerken, zit vooral op de havo en het vwo.
- Met name kinderen op het vmbo hebben moeite om opdrachten goed te voltooien.

Zo vreemd zijn die verschillen niet, zou je kunnen zeggen. Een vwo’er kan immers meestal beter leren dan een vmbo’er. Probleem: scholen besteden niet structureel aandacht aan digitale geletterdheid. Kinderen doen digitale vaardigheden nauwelijks op school op; ze krijgen die van hun ouders mee. Maar vooral als de ouders hoogopgeleid zijn.

Zie daar: een groeiende (digitale) ongelijkheid.

Vanaf 2021 digitale geletterdheid in het curriculum

Onderwijs en politiek gaan er wat aan doen. Onder de vlag van Curriculum.nu (en met steun van de Tweede Kamer) is een ‘ontwikkelteam’ van leraren en schoolleiders bezig ‘bouwstenen voor digitale geletterdheid’ te bedenken. Naar verwachting leidt dat in 2021 tot aangepaste kerndoelen en eindtermen. Nu is digitale geletterdheid nog vrijblijvend voor basisscholen en middelbare scholen, na 2021 worden ze er op afgerekend.

Een flinke stap in de goede richting.

Eind goed, al goed? Misschien.

Hoe digitale geletterdheid precies in het curriculum komt, is nog onzeker. Wordt het een vak, of komt het geïntegreerd terug in alle vakken? En worden de nieuwe kerndoelen en eindtermen heel concreet, of juist niet? Hoe globaler de kerndoelen en eindtermen zijn omschreven, hoe meer ruimte een school heeft. Dat kan positief uitpakken, maar meer ruimte betekent soms ook onduidelijkheid. Als kinderen bijvoorbeeld zouden moeten leren om digitale technologie te creëren – laat je kinderen dan bloggen, of vloggen, of is het inleveren van een digitaal werkstuk ook goed?

Ook als de kerndoelen en eindtermen glashelder zijn, is dat geen garantie op succes. Heeft een school een duidelijke visie op digitale geletterdheid? Is de ICT-infrastructuur op orde? En dan moeten we nog beter onderzoeken welke factoren van invloed zijn op de mate waarin leerlingen digitaal geletterd zijn. Hoe spelen we op de verschillen in digitale vaardigheden bij leerlingen in? Hoe maak je laaggeletterde leerlingen digitaal geletterd? Welke leermiddelen heb je daarvoor nodig?

Veel vragen nog dus.

En laten we de leraren niet vergeten. Niet alleen leerlingen moeten digitaal vaardiger worden, ook zij die voor de klas staan. Zij moeten leerlingen digitaal geletterd maken. Schoolbesturen spijkeren daarom hun ‘professionaliseringsbeleid’ bij, beginnen ‘academy’s’ of ‘ontdek-labs’, waarin leraren, vaak samen met hun leerlingen, aan hun ICT-bekwaamheid kunnen werken.

De lerarenopleidingen doen ook hun uiterste best. Al is het nog niet genoeg.

Haastige spoed is ..

Nu heeft het onderwijs de afgelopen tien jaar echt niet stil gezeten – talloze educatieve programma’s over bijvoorbeeld mediawijsheid zagen het licht. Elk jaar doen duizenden schoolklassen mee aan de Week van de Mediawijsheid. Toch zijn leerlingen nog niet voldoende digitaal vaardig. Zorgvuldigheid is gewenst, wil dat lukken. En zorgvuldigheid vraagt om tijd. Misschien gaan er wel weer tien jaar overheen.

Tijd wordt het onderwijs echter nauwelijks gegund. De ‘mismatch op de arbeidsmarkt’ vraagt om snelle actie, concludeert Nederland ICT, de branchevereniging van ICT-bedrijven. Het tempo van de digitale revolutie is zo hoog dat markten veranderen waar je bij staat. Beroepen zijn zo aan verandering onderhevig dat de hele beroepsbevolking moet worden om- en bijgeschoold. Er wordt samengewerkt om scholen te voorzien van hulp.

‘Ga met je tijd mee, en snel een beetje’, is het devies voor scholen. Wordt ‘toekomstbestendig’. Dat mantra kan leiden tot overhaaste besluiten. Schoolbesturen in het primair onderwijs beslissen bijvoorbeeld om kinderen te leren programmeren, omdat ‘de toekomst daarom vraagt’, ICT-bedrijven prachtige gratis materialen produceren en opleidingen starten waar je moeilijk nee tegen kunt zeggen.

Alleen, leerlingen die van huis uit minder kansen krijgt, hebben vaak al moeite genoeg om geletterd te zijn. Laat staan digitaal geletterd. Bij hen is het vooral alle hens aan dek voor hun ICT-basisvaardigheden (zoals: leren over veilig internet) en digitale informatievaardigheden. Eerst moet die basis op orde, bij iedereen eigenlijk, nog voordat je kinderen leert programmeren.

Daar komt bij dat je best zonder programmeervaardigheden kunt, ook bij nog-niet bestaande banen.

Maar vooral: digitale geletterdheid gaat om meer dan alleen voorbereiden op de arbeidsmarkt of hoe je ‘digitaal zelfredzaam’ kunt worden. Net zo belangrijk: hoe leef je prettig digitaal samen? Of: hoe zorg je dat jij over algoritmes de baas bent, in plaats van dat algoritmes jou de baas zijn?

Bouw een brede coalitie

Het onderwijs kan een sterkere rol dan nu spelen, maar kan niet alleen een digitale kloof voorkomen. Laten we ervoor waken het onderwijs met utopische doelen op te zadelen. Een brede coalitie is nodig, van overheden, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Met als doel om meer te doen dan te komen tot kweekvijvers, waaruit ICT-bedrijven de talentvolste leerlingen kunnen vissen. Doel: een digitale agenda, goed voor kinderen die een digitale stap extra kunnen zetten en goed voor kinderen die moeilijk mee kunnen komen, aansluitend op inclusieprogramma’s voor laaggeletterdheid.

De kernvraag is: hoe doen we recht aan de verschillen tussen kinderen? Hoe zorgen we dat Charmisse die in de brugklas al op 4vwo-niveau kan programmeren, op haar eigen niveau door kan? Maar ook: hoe zorgen we dat de laaggeletterde Donny van 11 later niet verdwaalt op MijnOverheid.nl? En: hoe zorgen we dat iedereen gewoon goed in zijn vel zit, offline en online.

Voorkomen we met nieuwe kerndoelen en eindtermen dat de verschillen in digitale vaardigheden tussen kinderen groter worden? Ik heb alle vertrouwen in het voorstel van het ontwikkelteam digitale geletterdheid van leraren en schoolleiders. Eén ding staat echter vast: de invoering van digitale geletterdheid in het onderwijs wordt geen lineair verhaal, met een voorspelbare uitkomst. Soms zullen we een pas op de plaats moeten maken. Het onderwijs kan alleen slagen wanneer juist ook buiten het onderwijs de bakens worden verzet – door soms ook te vertragen.  

Remco Pijpers is strategisch adviseur digitale geletterdheid bij stichting Kennisnet, publieke ict-partner van het onderwijs (po, vo en mbo). Hij is verantwoordelijk voor het Handboek Digitale Geletterdheid.

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.