zoeken binnen de website

Blockchain: een mythe doorbroken!

Ruud Leether

door: Ruud Leether | 16 oktober 2019

Juni dit jaar verscheen het rapport ‘Blockchain en het recht’ van het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, onderdeel van Tilburg University.

Het rapport vormt de neerslag van een onderzoek ingesteld in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en is blijkens de ondertitel (‘Een verkenning van de reguleringsbehoefte’) vooral bedoeld voor de wetgever. Nu heb ik op deze plaats vaker mijn verbazing uitgesproken over de mediahype rond de blockchain en aandacht gevraagd voor de onvermijdelijke risico’s van een ondoordachte inzet van zo’n potentieel ingrijpend IT-fenomeen. Het Tilburgse rapport kwam daarom als geroepen, al zullen veel lezers zich met mij niet aan de indruk kunnen onttrekken dat begrijpelijk uitleggen niet tot de meest in het oog springende kwaliteiten van de onderzoekers behoort. Als geborneerd jurist heb ik er inmiddels vrede mee dat ik de techniek van de blockchain niet zal gaan begrijpen. Vrede, al was het maar omdat ik in mijn confronterende onbegrip gelukkig niet alleen sta. Dat een Nederlandse mevrouw in Singapore, evenmin als ik voorzien van inhoudelijke IT-kennis, publiekelijk verklaarde de werking van de blockchain eenvoudig te kunnen uitleggen, neem ik dan maar voor lief. Kunnen uitleggen is gelukkig ook niet hetzelfde als begrijpen.

Bij lezing van het rapport ‘Blockchain en recht’ ervaarde ik evenwel tot mijn schrik dat ook het begrijpen van juridische beschouwingen over de blockchain mij steeds moeilijker afgaat. Dat kan, wil ik de onderzoekers graag voor zijn, natuurlijk aan mijzelf liggen. Toch zou ik niet willen uitsluiten dat dat tenminste ook iets met de kwaliteit van het rapport te maken heeft. Een rapport dat, aldus een samenvatting op de site van het WODC, de neerslag is van een onderzoek dat “beoogt een kader te ontwikkelen voor de aanvaardbaarheid van blockchain vanuit juridisch perspectief.” Welnu, een gerechtvaardigde vraag mag dan zijn of dat ook gelukt is.

Vooropgesteld zij dat het rapport weinig toegankelijk is geschreven en nogal wat standpunten bevat die roepen om verdere verduidelijking wil men ook de minder ingewijde lezer bij de les houden. Een voorbeeld. In de “Samenvatting” die begint op blz. 6 staat over de beweerdelijke onveranderlijkheid van een blockchain dat die alleen geldt voor blockchains gebaseeerd op een systeem van crypto-economische prikkels. Niet een standpunt dat onmiddellijk appelleert aan een “zo is dat” gevoel, maar uitleg ontbreekt. Kort daarna: “Indien een aantal beheerders zich samenpakken kan de inhoud van de blockchain wel worden veranderd, maar dit is niet eenvoudig en daarmee van gering praktisch belang.” Ik wil best geloven dat dat niet eenvoudig is, maar eenvoud is sowieso niet het meest typerende kenmerk van de blockchain. Waar het hier gaat over “onveranderlijkheid” als een van de meest geroemde kenmerken van een blockchain, mag je zo’n oordeel eenvoudig niet met een dergelijke vrijblijvende conclusie afsluiten.

De vraag of een blockchain onveranderlijk is, komt nog steeds regelmatig aan de orde en meestal zijn de antwoorden dan heel wat genuanceerder dan voorstanders van de blockchain de rest van de wereld graag willen doen geloven. Een ander voorbeeld: “Een smart contract is niet zelf een overeenkomst maar kan worden beschouwd als bewijs van totstandkoming van een juridische overeenkomst.” Maar hoe kun je de totstandkoming van een overeenkomst bewijzen met wat het smartcontract feitelijk is, namelijk een stukje programmacode? Programmacode meestal geschreven door een daarvoor ingeschakelde derde. Smart contracts bieden, aldus de onderzoekers, behalve nadelen ook voordelen, bijvoorbeeld bij overeenkomsten met anonieme buitenlandse partijen. Welke voordelen en hoe je bij een anonieme tegenpartij bewijs van de totstandkoming van een overeenkomst kunt leveren, wordt niet vermeld. Trouwens, nog afgezien van eisen van burgerlijk recht is het over het algemeen wel handig om te weten met wie je contracteert.

Helaas ontbreekt het in het rapport op meer plaatsen aan uitleg waardoor veel passages een hoog “grote stappen snel thuis” gehalte hebben. De technische beschrijving van de blockchain, volgens de onderzoekers nodig “om de juridische analyse scherper neer te zetten”, valt bovendien hooguit te begrijpen door degenen die het al begrepen hadden. Jammer, want de conclusies van het rapport zouden met wat meer onderbouwing veel aan overtuigingskracht winnen. Dat geldt temeer aangezien het rapport klaarblijkelijk is bedoeld als voorzet voor regelgeving, derhalve voor politici en ambtenaren. Doelgroepen die, zeker als het gaat over complexe IT-fenomenen zoals een blockchain, risicoloos als niet-ingewijden kunnen worden beschouwd. Doelgroepen ook die hun keuzes, veelal op voorspraak van naar eigen zeggen gespecialiseerde IT-bedrijven, vaak al hebben gemaakt. Dergelijke keuzes proberen terug te draaien met een vooral juridisch georiënteerd betoog is “a hell of a job” en als argumenten niet zodanig helder zijn geformuleerd en overtuigend zijn onderbouwd dat geadresseerden er eenvoudig niet om heen kunnen, gewoon godsonmogelijk.

Het voorgaande neemt niet weg dat de conclusies van het rapport, waarin diverse kritische kanttekeningen bij de blockchain worden geplaatst, naar mijn overtuiging wel degelijk juist zijn. Data kloppen niet enkel omdat ze in een blockchain staan en de geroemde efficiencywinst van blockchains is zeer betrekkelijk. Smart contracts brengen (ook) risico’s met zich en zijn niet te begrijpen zonder specialistische kennis. Bovendien wijken ze, aldus de onderzoekers, wezenlijk af van de gewone manier waarop mensen een contract opvatten, namelijk als “onderdeel van een intermenselijke relatie die niet tot in detail vooraf regelt hoe er met verschillende omstandigheden moet worden omgegaan.”

Ook vanuit een oogpunt van privacybescherming hebben de onderzoekers zorgen. Niet alleen kan bij een blockchain lastig zijn te bepalen wie de “verantwoordelijke” is en hoe aan die rol adequaat vorm kan worden gegeven, maar ook het wissen van persoonsgegevens in het kader van dataminimalisatie en het wettelijke recht om vergeten te worden, vormen heikele punten. De onderzoekers vestigen er voorts de aandacht op dat de autonomie van gebruikers onder druk kan komen te staan en dat de geautomatiseerde afloop van processen, gebaseerd op een beperkte set data, het risico van ongelijke behandeling en discriminatie inhoudt. Daarbij vragen zij zich af wat de (democratische) legitimiteit is van machtsuitoefening door middel van code bij het ontwikkelen waarvan gebruikers niet betrokken zijn geweest. Blockchain is volgens de onderzoekers niet het geneesmiddel tegen alle kwalen, wat niet wegneemt dat waar die techniek kansen biedt die aangegrepen moeten worden. Voorafgaand aan het opzetten van nieuwe blockchainprojecten moet daarom eerst een goede probleemanalyse worden gemaakt om te kunnen bezien of een blockchain daarvoor de oplossing is.

Het Tilburgse onderzoeksrapport is niet het eerste kritische stuk over de blockchain. Eind vorig jaar kwamen onderzoekers van het US Agency for International Development (USAID) na onderzoek van 43 gevallen waarin een blockchain was ingezet, tot vergelijkbare conclusies. De Amerikaanse onderzoekers hadden geen enkel bewijs gevonden dat blockchaintechnologie op een nuttige manier was ingezet of praktische resultaten had opgeleverd. Net als de Tilburgse onderzoekers hadden ze evenmin bewijs gevonden voor grote efficiencywinst bij gebruik van een blockchain. En ook hun waarschuwing luidde: “Before you embark on that shiny blockchain project, you need to have a very clear idea of why you are using a blockchain.”

Vergelijkbare kritische artikelen zoals ‘Zes mythes die we onterecht geloven’, ‘De Blockchain een oplossing voor bijna niets’, ‘Blockchain debunked’ en ‘Blockchain, van panacee tot paria’ verschenen in de nationale en internationale (vak)pers. Al met al voldoende aanleiding, zou je denken, om maar even pas op de plaats te maken. Zo niet de Dutch Blockchain Coalition die na het eerder opzetten van diverse, intussen veelal ter ziele gegane, blockchainpilots bekend maakte met de Dienst Uitvoering Onderwijs samen te werken aan een systeem dat diploma’s opslaat om die veilig internationaal te kunnen delen. Daarvoor wordt, wie zal het verbazen, gebruikgemaakt van een blockchain omdat daarmee, aldus woordvoerster Marloes Pompe, “een vertrouwenscomponent wordt geïntroduceerd”. Marloes Pompe, dezelfde die vorig jaar voor een heldere visie op het gebruik van de blockchain nog enthousiast verwees naar het witboek “Discipl”. Technologie voor een samenleving van de toekomst” van ICTU. Voor zoveel al leesbaar met voorsprong het meest onzinnige stuk dat ICTU ooit heeft uitgebracht (zie mijn blog van 9 april 2018 ‘Blockchain: hype gebouwd op mythes?’).

Het rapport van de Tilburgse onderzoekers zal, gelet op het ongebreidelde en weinig rationele enthousiasme waarmee de discussie over de blockchain tot nu toe binnen de overheid is gevoerd, ongetwijfeld niet leiden tot een “causa finita”. Daarvoor is het te weinig toegankelijk geschreven en roept het te veel nieuwe vragen op. Gebreken die evenzeer in de weg staan aan een optimaal gebruik daarvan door de regelgever. Hopen dan maar dat de discussie over de blockchain met dit rapport tenminste naar een wat rationeler niveau wordt getild. Waar politiek en ambtenarij niet bepaald bekend staan om hun lerend vermogen en een welverdiende reputatie genieten waar het gaat om het lichtzinnig “archiveren” van hen onwelgevallige onderzoeksrapporten, zou dat al forse winst zijn.

reacties: 6

tags: ,

  • Hans Mulder #

    17 oktober 2019, 08:32

    Geheel mee eens dat de hype voorbij is en dat Blockchain een genuanceerdere en integralen aanpak vereist. Gisteren was ik aanwezig bij de Manifestgroep waarin de uitvoeringsorganisaties door toepassing van concrete blockchain oplossingen, zoals de lerarenbeurs, de mogelijkheden als ook de voorwaarden en onmogelijkheden in kaart brengen. Dergelijke initiatieven zijn mijns inziens hard nodig.

  • Bram Lamens #

    17 oktober 2019, 13:48

    Dank Ruud voor jouw bijdrage aan het doorbreken van de Blockchainmythe! Ik vraag mij wel af of het nu gedaan is met ICT-mythes.
    Jij noemt de Dutch Blockchain Coalition die in maart 2017 is gestart. Dit samenwerkingsverband moest Nederland voorbereiden op de disruptieve gevolgen van de onvermijdelijke blockchain. We zijn nu twee jaar verder en deze maand zou een nieuw samenwerkingsverband worden opgericht; the Dutch AI Coalition.
    Zou Artificial Intelligence de nieuwe blockchain zijn?

  • Gert Jan Veerman #

    17 oktober 2019, 20:38

    De Tilburgse studie is bedoeld om een kader te geven voor de wetgever om de geschiktheid van het huidig wettelijk kader te beoordelen. Dat lijkt me de omgekeerde wereld. We hebben een wettelijk kader. Nieuwe regelgeving maak je pas in het algemeen belang (en dat is block chain nog niet, lijkt me zo) of ter bescherming van specifieke belangen. Waar block chain nog zo onscherp is en nog zo weinig wordt gebruikt vzv ik weet, kan ik me de geconstateerde terughoudendheid van wetgever wel voorstellen.

  • Ruud Leether #

    18 oktober 2019, 18:06

    Dank voor reacties. Wat betreft AI vrees ik dat Bram Lamens gelijk gaat krijgen. Vrezen temeer omdat de ontwikkeling en inzet van AI, anders dan van een blockchain, onvermijdelijk een grote maatschappelijke impact hebben en bovendien tal van ethische vragen oproepen. Als de Dutch AI Coalition even over-enthousiast en weinig kritisch gaat opereren als eerder de Dutch Blockchain Coalition, wordt het tijd dat we ons grote zorgen gaan maken. De vraag die Gert Jan Veerman stelt lijkt me evenzeer terecht. Waarom nu al met een verkenning van de reguleringsbehoefte komen als nog helemaal niet vaststaat dat de inzet van de blockchain een zodanige omvang gaat aannemen dat daar ook daadwerkelijk behoefte aan bestaat.

  • Mariette Lokin #

    22 oktober 2019, 18:07

    De discussie lijkt al een beetje gesloten, maar niettemin toch nog een aanvulling. De bijna laatste alinea van de samenvatting van het rapport zegt het eigenlijk allemaal in één zin: “Er is reden kritisch te zijn over de efficiëntiewinst die met blockchain projecten te behalen is, terwijl met name blockchains die op basis van crypto-economische prikkels functioneren daar belangrijke nadelen tegenover stellen: problemen rond de onveranderlijkheid van data, twijfels over de schaalbaarheid en bij blockchains die met proof-of-work werken, duurzaamheidsbezwaren.”
    Geen aanbevelingen om de inzet van dit instrument van overheidswege te stimuleren. Blockchain lijkt van (vermeende) belofte toch meer een oplossing te worden die op zoek is naar een probleem. Het ontbreken van vertrouwensmechanismen in de analoge wereld kan dat probleem niet zijn. De notaris, de bank, authenticatiemechanismen op basis van ‘traditionele’ technieken, ze voldoen nog steeds prima naar mijn idee. En zo lang je onjuiste gegevens in een block kunt stoppen (net zoals je kunt liegen tegen de notaris), wordt ook het frauderisico niet minder dan bij ‘conventioneel’ uitgevoerde transacties. Een overtuigende beleidstheorie onder regulering van blockchain lijkt me dan ook nog een eind weg.

  • P.J. Westerhof LL.M MIM #

    24 oktober 2019, 17:07

    De regeldrift van de overheid, nationaal en international – met betrekking tot nieuwe technogische ontwikkelingen gaat vele decennia terug. Men hoeft maar te denken aan de opkomst van het Internet, encryptie, privacy, e-currency, etc.
    En nu blockchain, big data, AI, algoritmen, IoT, robots, en wat al niet.

    Enige kennis van de betreffende technologieën is onmisbaar voor een goed begrip, en óók voor richtinggeving van regelgeving. Dan blijkt niet zelden dat de regelgever een hek tracht te timmeren teneinde een bijenzwerm te vangen. Ook klinkt dan vaak de verzuchting dat juristerij en techniek niet samen gaan.

    Leether – geborneerd jurist of niet (mij dunkt van niet) – reikt hier diverse, terechte, pijnpunten aan met betrekking tot blockchain.
    Enige kennis van deze technologie is onmisbaar voor een goed begrip van blockchain, smart contracts en autonomous agents als subsets van distributed ledgers, en van cryptocurrencies zoals Bitcoin als subset van blockchain.

    Ik wil dan ook nog eens de aandacht vestigen op de MOOCIntroduction to Digital Currencies’ van de University of Nicosia. En daarna op de MOOCBitcoin and Cryptocurrency Technologies’ van de Princeton University.
    Beiden zijn gratis en zéér de moeite waard. Oók voor ‘geborneerde juristen’.

    Daarna kan men zich gegrond verbazen over de vele ‘deskundologen’ en over de (inter)nationale regelgeving.

    Zie :
    * www.unic.ac.cy/blockchain/free
    * online.princeton.edu/node/206

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.