zoeken binnen de website

De vrijheid van OSS

Arjan Widlak

door: Arjan Widlak | 27 november 2019

Nadat ik de tekst voor mijn boek de Digitale Kooi naar de uitgever had gestuurd, twitterde ik mijn blijdschap. Zo leerde ik Marlies van Eck kennen. Zij had juist haar proefschrift over geautomatiseerde besluitvorming en rechtsbescherming afgerond. Later citeerde de Raad van State uit onze beider boeken in een ongevraagd advies. En dat was voor de Kamerleden Middendorp en Drost weer aanleiding om te vragen om “onafhankelijk toezicht op algoritmen”. Hoe zou zulk toezicht eruit kunnen zien? Met die vraag belde ik Marlies.

De rubriek Digitaal verdwaald toont opzienbarende en frustrerende ervaringen in de digitale wereld. Zelf een ervaring gehad? Mail ons!

Zelf gebruik ik het woord algoritme nooit. Ook niet toen ik nog een open source softwarebedrijf runde. De formulering van de motie leek me iets als toezicht op gedrag. Zo algemeen, dat ik me afvroeg of ik wel snap waar het over gaat. En tegelijk te beperkt om te kunnen beoordelen of automatische besluiten wel conform de wet zijn. Daarvoor is kijken naar software onvoldoende. Registraties en alle afspraken die nodig zijn om die gegevens uit te wisselen – de informatie-architectuur van Nederland – bepaalt mede hoe de software van organisaties kan en moet werken.

Tegelijk is het simpelweg zo dat je niet kunt weten hoe een besluit tot stand komt, zonder te weten hoe de software werkt. Een punt uit Marlies’ dissertatie. En dus is toezicht op algoritmen relevant. Vanzelfsprekend moet de wet openbaar zijn. Om dezelfde redenen moet software openbaar zijn.

Maar openbaarheid is niet genoeg. Marlies wees me daarop. In een rechtszaak is niet alleen relevant of de code beschikbaar is. De omvang van software kan zo groot zijn, dat toegankelijkheid theoretisch wordt en dus niet door een rechter (alleen) kan worden getoetst.

Maar hoe dan? Toen België recent besloot om software te laten vallen onder de Europese richtlijn voor hergebruik van overheidsinformatie, schreven velen dat het daarmee ‘open source’ software was geworden. Naar de letter verschilt open source software slechts van andere software in de juridische regels voor gebruik. Maar er is natuurlijk nog een ander verschil. Rond open source software is een gemeenschap van mensen die een belang hebben om te investeren in kennis van die code.

Dat is ook wat nodig is bij overheidssoftware. Effectief toezicht vraagt om een professioneel discours. Om een gemeenschap die belang heeft te investeren in die kennis. En net zoals je dansen niet kunt leren uit een boekje, moet zo’n brede gemeenschap ook werken met die code. Daarmee vraagt toezicht ook om een andere manier van software ontwikkelen en aanbesteden. Een manier die niet één bedrijf, of de eigen organisatie betrekt, maar een professionele gemeenschap.

Toezicht op algoritmen zou daarmee naast betere rechtsbescherming ook kunnen leiden tot een beter werkende markt met minder kosten en minder debacles.

Arjan Widlak is directeur en onderzoeker bij Stichting Kafkabrigade, een organisatie die onnodige bureaucratie opspoort en oplost. Arjan publiceert regelmatig over de impact van informatietechnologie op het openbaar bestuur.

Deze bijdrage is eerder (5 oktober 2019) geplaatst in Het Financieele Dagblad

tags: , , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.